1Hoor, Israël! Thans trekt ge naar de overkant van de Jordaan, om volken te onderwerpen, die groter en sterker zijn dan gij, met steden groot en met muren tot de hemel;stylusDeuteronomium 11:31, Deuteronomium 11:31, Deuteronomium 4:38, Deuteronomium 1:28, Deuteronomium 4:382om een groot en machtig volk te onderwerpen, de Anakskinderen, die ge kent, en van wie ge hebt horen zeggen: Wie houdt stand voor de Anakskinderen?stylusNumeri 13:22, Numeri 13:22, Job 11:10, Deuteronomium 7:24, Numeri 13:283Beseft dan heden, dat het Jahweh, uw God is, die als een verslindend vuur voor u uitgaat; Hij zal ze verdelgen en voor u vernederen, zodat gij ze spoedig zult kunnen verdrijven en vernietigen, zoals Jahweh het u heeft beloofd.stylusDeuteronomium 4:24, Deuteronomium 4:24, Hebreeën 12:29, Romeinen 8:31, Hebreeën 12:294Maar wanneer Jahweh, uw God, ze voor u heeft uitgedreven, meen dan niet bij uzelf: Om mijn gerechtigheid heeft Jahweh mij hierheen geleid en dit land in bezit laten nemen; want om de boosheid dezer volken drijft Jahweh ze voor u uit.stylusDeuteronomium 8:17, Deuteronomium 8:17, Deuteronomium 9:5, 2 Timotheüs 1:9, Deuteronomium 18:95Neen, niet om uw gerechtigheid en onberispelijk gedrag gaat ge hun land in bezit nemen; maar om de boosheid dezer volken drijft Jahweh, uw God, ze voor u uit, en ook om zijn woord gestand te doen, dat Jahweh aan uw vaderen, aan Abraham, Isaäk en Jakob heeft gezworen.stylusTitus 3:5, Titus 3:5, Genesis 26:4, Genesis 17:8, Genesis 26:46Begrijpt het dus goed, dat het niet om uw gerechtigheid is, dat Jahweh, uw God, u dit heerlijke land in bezit geeft; neen, want ge zijt een hardnekkig volk.stylusDeuteronomium 10:16, Deuteronomium 10:16, Deuteronomium 9:13, Deuteronomium 31:27, Handelingen 7:517Denk er aan en vergeet het nooit, hoe gij Jahweh, uw God, in de woestijn hebt vergramd; hoe gij sinds de dag, dat gij uit Egypte zijt getrokken, totdat gij op deze plaats zijt gekomen, weerspannig zijt geweest tegen Jahweh.stylusNumeri 21:5, Exodus 16:2, Exodus 14:11, Numeri 21:5, Exodus 16:28Bij de Horeb hebt gij Jahweh zo hevig vergramd, dat Jahweh in zijn toorn u had willen verdelgen.stylusPsalmen 106:19, Psalmen 106:22, Psalmen 106:19, Psalmen 106:22, Exodus 32:79Ik had toen de berg beklommen, om de stenen tafelen, de tafelen van het Verbond, dat Jahweh met u had gesloten, in ontvangst te nemen, en was veertig dagen en veertig nachten op de berg gebleven, zonder brood te eten of water te drinken.stylusExodus 34:28, Exodus 34:28, Exodus 24:18, Exodus 24:18, 1 Koningen 19:810En Jahweh had mij de twee stenen tafelen gegeven, die door Gods vinger waren beschreven, en waarop alle geboden stonden, die Jahweh op de berg midden uit het vuur u had gegeven, op de dag, dat Hij u bijeen had geroepen.stylusExodus 31:18, Exodus 31:18, Deuteronomium 18:16, Hebreeën 8:10, Deuteronomium 10:411Toen Jahweh dan aan het einde van die veertig dagen en veertig nachten mij de twee stenen tafelen, de tafelen van het Verbond, had gegeven,stylusDeuteronomium 9:9, Deuteronomium 9:9, Hebreeën 9:4, Numeri 10:33, Hebreeën 8:612sprak Hij tot mij: Sta op, ga snel van hier naar beneden, want uw volk, dat gij uit Egypte hebt geleid, is diep bedorven. Het heeft nu de weg al verlaten, die Ik het heb voorgeschreven, en zij hebben zich een gegoten beeld gemaakt.stylusExodus 32:7, Exodus 32:8, Exodus 32:7, Exodus 32:8, Richteren 2:1713En Jahweh vervolgde tot mij: Ik heb nu gemerkt, wat voor een volk het is, een hardnekkig volk.stylusDeuteronomium 9:6, Deuteronomium 10:16, Deuteronomium 9:6, Deuteronomium 10:16, 2 Koningen 17:1414Laat Mij begaan; Ik zal ze vernietigen en hun naam onder de hemel verdelgen, en van u een sterker en talrijker volk maken dan dit.stylusExodus 32:10, Exodus 32:13, Deuteronomium 29:20, Exodus 32:10, Exodus 32:1315Toen keerde ik om, en daalde af van de berg, die in vlammen stond, met de beide tafelen van het Verbond in mijn handen.stylusExodus 19:18, Exodus 19:18, Deuteronomium 4:11, Deuteronomium 5:23, Deuteronomium 4:1116Ik moest het aanschouwen, dat gij hadt gezondigd tegen Jahweh, uw God, u een gegoten kalf hadt gemaakt, en al spoedig de weg hadt verlaten, die Jahweh u had voorgeschreven.stylusExodus 32:19, Exodus 32:19, Handelingen 7:40, Handelingen 7:41, Handelingen 7:4017Toen pakte ik de beide tafelen, slingerde ze uit mijn handen, smeet ze stuk voor uw ogen.stylus18Daarna wierp ik mij als de eerste maal veertig dagen en veertig nachten, zonder brood te eten of water te drinken, voor Jahweh neer, om heel uw zondig gedrag, en om het kwaad, dat ge in de ogen van Jahweh gedaan hadt, door Hem te tarten.stylusExodus 34:28, Exodus 34:28, Deuteronomium 9:9, Deuteronomium 9:9, Psalmen 106:2319Want ik was bang voor de toorn en de gramschap van Jahweh, die zo hevig op u was verbolgen, dat Hij u wilde verdelgen. En ook ditmaal verhoorde mij Jahweh.stylusJakobus 5:16, Jakobus 5:17, Deuteronomium 10:10, Jakobus 5:16, Jakobus 5:1720Ook op Aäron was Jahweh zo hevig vergramd, dat Hij ook hem wilde verdelgen; daarom bad ik toen ook voor Aäron.stylusHebreeën 7:26, Hebreeën 7:28, Exodus 32:21, Exodus 32:35, Hebreeën 7:2621Het kalf, dat ge gemaakt hadt, en waarmee ge hadt gezondigd, nam ik weg, en verbrandde het in het vuur; ik sloeg het aan stukken en stampte het fijn, tot het tot stof was vergruizeld; toen wierp ik het stof in de beek, die van de berg stroomt.stylusExodus 32:20, Exodus 32:20, Jesaja 31:7, Jesaja 31:7, Hosea 8:1122Ook te Tabera, te Massa en te Kibrot-Hattaäwa, hebt gij de toorn van Jahweh opgewekt.stylusNumeri 11:34, Exodus 17:7, Numeri 11:34, Exodus 17:7, Numeri 11:123En toen Jahweh u uitzond van Kadesj-Barnéa en tot u sprak: "Trekt op, en neemt het land in bezit, dat Ik u heb gegeven", hebt gij u verzet tegen het bevel van Jahweh, uw God, niet in Hem geloofd en niet naar Hem willen luisteren.stylusPsalmen 106:24, Psalmen 106:25, Psalmen 106:24, Psalmen 106:25, Hebreeën 4:224Gij zijt tegen Jahweh weerspannig geweest van de dag af, dat ik u ken.stylusDeuteronomium 31:27, Deuteronomium 31:27, Handelingen 7:51, Deuteronomium 9:6, Deuteronomium 9:725Toen ik mij dus, zoals ik zeide, die veertig dagen en veertig nachten voor Jahweh had neergeworpen, omdat Jahweh gezegd had, dat Hij u wilde verdelgen,stylusDeuteronomium 9:18, Deuteronomium 9:18, Deuteronomium 9:16, Deuteronomium 9:1626bad ik tot Jahweh en sprak: O Heer, Jahweh, verdelg uw volk en uw erfdeel toch niet, dat Gij door uw macht hebt bevrijd, en met sterke hand uit Egypte geleid.stylusExodus 32:11, Exodus 32:13, Exodus 32:11, Exodus 32:13, Exodus 15:1327Wees uw dienaren, Abraham, Isaäk en Jakob indachtig, en reken dit volk zijn halsstarrigheid, boosheid en zonde niet aan.stylusJeremia 14:21, Micha 7:18, Micha 7:19, Jeremia 14:21, Micha 7:1828Laat het land, waaruit Gij ons hebt weggeleid, toch niet zeggen: "Omdat Jahweh niet machtig genoeg was, ze naar het land te brengen, dat Hij hun had beloofd, en omdat Hij hen haatte, heeft Hij ze weggevoerd, om ze in de woestijn te doen sterven".stylusNumeri 14:16, Numeri 14:16, Exodus 32:12, Exodus 32:1229Zij zijn toch uw volk en uw erfdeel, dat Gij met uw geweldige kracht en uw gespierde arm hebt uitgeleid!stylusNehemia 1:10, Nehemia 1:10, 1 Koningen 8:51, Deuteronomium 9:26, Deuteronomium 4:34