1Dit zijn de woorden, die Moses tot heel Israël heeft gesproken in het Overjordaanse, in de woestijn, in de Araba tegenover de Rode Zee, tussen Paran en Tófel, Laban, Chaserot en Di-Zahab,stylus1 Samuël 25:1, 1 Samuël 25:1, Jozua 22:7, Jozua 22:7, Numeri 35:142gedurende de elf dagreizen van de Horeb in de richting van het gebergte Seïr tot aan Kadesj-Barnéa.stylusNumeri 13:26, Numeri 13:26, Numeri 32:8, Numeri 32:8, Deuteronomium 9:233In het veertigste jaar, op de eerste van de elfde maand, bracht Moses de Israëlieten nauwgezet alles over, wat hem door Jahweh aangaande hen was opgedragen.stylusNumeri 33:38, Numeri 33:38, Deuteronomium 4:1, Deuteronomium 4:2, Deuteronomium 4:14Nadat hij dus Sichon, den koning der Amorieten, die in Chesjbon, en Og, den koning van Basjan, die in Asjtarot en in Edréi woonde, had verslagen,stylusNumeri 21:21, Numeri 21:35, Numeri 21:21, Numeri 21:35, Jozua 13:105ging Moses er toe over in het Overjordaanse, in het land van Moab, de volgende wet af te kondigen. Hij sprak:stylusDeuteronomium 31:9, Deuteronomium 4:8, Deuteronomium 32:46, Deuteronomium 17:18, Deuteronomium 17:196Jahweh, onze God, sprak tot ons bij de Horeb: Lang genoeg hebt ge nu bij deze berg vertoefd.stylusExodus 3:1, Exodus 3:1, Numeri 10:11, Numeri 10:13, Exodus 19:17Breekt op, begeeft u op weg en trekt naar de bergen der Amorieten, en naar al hun naburen in de Araba, het bergland, het heuvelland, de Négeb en langs de zeekust; naar het land der Kanaänieten en het Libanon-gebergte tot aan de grote rivier, de Eufraat.stylusDeuteronomium 11:24, Deuteronomium 11:24, Jozua 10:40, Jozua 10:40, 1 Kronieken 18:38Ziet, Ik stel het hele land voor u open! Gaat en neemt het land in bezit, dat Jahweh onder ede heeft beloofd aan uw vaderen te geven, aan Abraham, Isaäk en Jakob en aan hun nageslacht.stylusGenesis 15:18, Genesis 12:7, Genesis 15:18, Genesis 12:7, Genesis 26:39In die tijd sprak ik tot u: Ik alleen kan de zorg voor u niet langer meer dragen.stylusExodus 18:18, Exodus 18:18, Numeri 11:17, Numeri 11:17, Numeri 11:1110Jahweh, uw God, heeft u zo talrijk gemaakt, dat ge nu reeds het getal van de sterren aan de hemel nabij komt;stylusDeuteronomium 10:22, Deuteronomium 10:22, Genesis 22:17, Exodus 32:13, Genesis 15:511en Jahweh, de God uwer vaderen, moge u nog duizendmaal talrijker maken en u zegenen, zoals Hij het u heeft beloofd.stylusPsalmen 115:14, Psalmen 115:14, Genesis 22:17, Genesis 22:17, Genesis 26:412Maar hoe zal ik dan alleen uw moeilijkheden, lasten en twisten kunnen torsen?stylus2 Korintiërs 3:5, 2 Korintiërs 3:5, 1 Koningen 3:7, 1 Koningen 3:9, 2 Korintiërs 2:1613Wijst uit elk uwer stammen wijze, verstandige en ervaren mannen aan, dan zal ik ze als uw hoofdmannen aanstellen.stylusExodus 18:21, Exodus 18:21, Handelingen 1:21, Handelingen 1:23, Numeri 11:1614Gij hebt mij geantwoord: Wat gij voorslaat is goed.stylus15Toen heb ik uit uw midden wijze en ervaren mannen gekozen, en ze als hoofdmannen over u aangesteld, als aanvoerders over duizend, honderd, vijftig en tien, en als leiders over uw stammen.stylusDeuteronomium 16:18, Exodus 18:25, Exodus 18:26, Deuteronomium 16:18, Exodus 18:2516Ik heb toen uw rechters geboden: Hoort beide partijen van uw broeders aan, en beslecht rechtvaardig het geschil, dat iemand heeft met zijn broeder of met den vreemdeling, die bij hem woont.stylusJohannes 7:24, Johannes 7:24, Deuteronomium 16:18, Deuteronomium 16:19, Exodus 22:2117Gij moogt geen aanzien des persoons bij de rechtspraak doen gelden; naar den geringe moet ge evengoed horen als naar den grote, en voor niemand bevreesd zijn; want rechtspreken is iets goddelijks. En wat te moeilijk voor u is, brengt dat voor mij, en ik zal het aanhoren.stylusDeuteronomium 16:19, Deuteronomium 16:19, Exodus 18:26, Jakobus 2:9, Exodus 18:2618Zo heb ik u toen alles geboden, wat ge moest doen.stylusHandelingen 20:20, Mattheüs 28:20, Deuteronomium 12:28, Handelingen 20:27, Deuteronomium 4:519Toen wij van de Horeb waren opgebroken, trokken wij door heel die grote en vreselijke woestijn, die gij hebt gezien, in de richting van het gebergte der Amorieten, zoals Jahweh, onze God, het ons had bevolen, en bereikten zo Kadesj-Barnéa.stylusDeuteronomium 1:2, Deuteronomium 1:2, Jeremia 2:6, Deuteronomium 8:15, Jeremia 2:620Hier sprak ik tot u: Gij zijt nu aan het bergland der Amorieten gekomen, dat Jahweh, onze God, ons wil geven.stylusDeuteronomium 1:7, Deuteronomium 1:8, Deuteronomium 1:7, Deuteronomium 1:821Zie, Jahweh, uw God, heeft het land voor u opengesteld! Trek op, neem het in bezit, zoals Jahweh, de God uwer vaderen, het u heeft bevolen; vrees niet en wees maar niet bang.stylusJozua 1:9, Jozua 1:9, Psalmen 46:1, Hebreeën 13:6, Numeri 14:822Toen zijt gij allen op mij toegetreden, en hebt gezegd: Laten we mannen voor ons uitzenden, om voor ons het land te verkennen, en ons verslag uit te brengen over de weg, die we moeten nemen, en over de steden, die we zullen ontmoeten.stylusNumeri 13:1, Numeri 13:20, Numeri 13:1, Numeri 13:2023Ik keurde dat goed, en koos twaalf mannen onder u uit, uit iedere stam één.stylusNumeri 13:3, Numeri 13:33, Numeri 13:3, Numeri 13:3324Zij gingen op weg, bestegen het gebergte, en drongen door tot de Esjkol-vallei, die zij verkenden.stylusNumeri 13:21, Numeri 13:27, Numeri 13:21, Numeri 13:27, Jozua 2:125Zij namen wat vruchten van het land met zich mee, en brachten ze ons. Zij brachten ons tevens verslag uit, en zeiden: Het land, dat Jahweh, onze God, ons wil geven, is goed.stylus26Maar gij hebt geweigerd op te trekken, en weerspannig tegen het bevel van Jahweh, uw God,stylusNumeri 14:1, Numeri 14:4, Numeri 14:1, Numeri 14:4, Handelingen 7:5127hebt gij morrend in uw tenten gezegd: Omdat Jahweh ons haat, heeft Hij ons uit het land van Egypte gevoerd, om ons in de handen der Amorieten te leveren en ons te verdelgen.stylusDeuteronomium 9:28, Deuteronomium 9:28, Numeri 14:3, Psalmen 106:25, Numeri 14:328Waarheen trekken we nu? Onze broeders hebben ons de moed benomen; ze hebben gezegd: Het volk is groter en krachtiger dan wij; de steden zijn groot en met muren tot de hemel; zelfs Anakskinderen zagen we daar.stylusDeuteronomium 9:1, Deuteronomium 9:2, Numeri 13:28, Numeri 13:33, Deuteronomium 9:129Ik sprak tot u: Vreest niet, en weest maar niet bang voor hen!stylus30Jahweh, uw God, die aan uw spits gaat, zal voor u strijden: juist zoals Hij voor uw ogen in Egypte voor u heeft gedaan,stylusExodus 14:14, Exodus 14:14, Nehemia 4:20, Nehemia 4:20, Romeinen 8:3731en in de woestijn, die gij hebt gezien, waar Jahweh, uw God, u heel de weg, die gij zijt gegaan, heeft gedragen, zoals iemand zijn kind draagt, totdat gij deze plaats hebt bereikt.stylusJesaja 46:3, Jesaja 46:4, Jesaja 46:3, Jesaja 46:4, Hosea 11:332Ondanks dit alles hebt gij toen niet willen geloven in Jahweh, uw God,stylusPsalmen 106:24, Psalmen 106:24, Judas 1:5, Judas 1:5, Hebreeën 3:1833die onderweg aan uw spits trok, om een legerplaats voor u te zoeken, in vuur des nachts en in een wolk overdag, opdat gij zoudt kunnen zien op de weg, die gij gaan moest.stylusNumeri 10:33, Numeri 10:33, Psalmen 78:14, Psalmen 78:14, Nehemia 9:1234Toen Jahweh uw woorden hoorde, werd Hij vergramd, en zwoer:stylusNumeri 14:22, Numeri 14:30, Numeri 14:22, Numeri 14:30, Deuteronomium 2:1435Niemand van deze mannen, niemand van dit boos geslacht, zal het heerlijke land zien, dat Ik onder ede aan uw vaderen beloofd heb te geven;stylusPsalmen 95:11, Psalmen 95:1136alleen Kaleb, de zoon van Jefoenne, zal het aanschouwen; hem en zijn zonen zal Ik het land geven, waar hij is binnengetrokken, omdat hij Jahweh trouw is gebleven,stylusNumeri 14:24, Numeri 14:24, Jozua 14:6, Jozua 14:14, Numeri 32:1237Ook op mij werd Jahweh vergramd om wille van u, en Hij sprak: Ook gij zult daar niet binnengaan,stylusDeuteronomium 4:21, Numeri 20:12, Deuteronomium 4:21, Numeri 20:12, Deuteronomium 34:438maar wel uw dienaar Josuë, de zoon van Noen. Spreek hem dus moed in, want hij zal Israël in het bezit ervan stellen.stylusDeuteronomium 3:28, Deuteronomium 3:28, Deuteronomium 31:7, Deuteronomium 31:8, Numeri 14:3039Ook uw kleine kinderen, van wie ge gezegd hebt, dat zij een buit zouden worden en uw zonen, die thans nog geen goed van kwaad kunnen onderscheiden, zij zullen daar binnengaan; hun zal Ik het geven, en zij zullen het bezitten.stylusJesaja 7:15, Jesaja 7:16, Jesaja 7:15, Jesaja 7:16, Numeri 14:340Trekt zelf weer de woestijn in, in de richting van de Rode Zee!stylusNumeri 14:25, Numeri 14:2541Toen hebt gij mij geantwoord: Wij hebben tegen Jahweh gezondigd, maar wij trekken nu op ten strijde, juist zoals Jahweh, onze God, het ons heeft bevolen. En gij hebt allen uw wapenen aangegord, om roekeloos het gebergte te beklimmen.stylusNumeri 14:39, Numeri 14:45, Numeri 14:39, Numeri 14:45, Numeri 22:3442Maar Jahweh sprak tot mij: Zeg hun: Gij zult niet ten strijde trekken, want Ik ben niet in uw midden; anders zult ge door uw vijanden worden verslagen.stylusJozua 7:8, Jozua 7:13, Jozua 7:8, Jozua 7:13, Numeri 14:4143Ik deelde het u mee, maar gij hebt niet geluisterd; ge hebt u tegen het bevel van Jahweh verzet, en het toch durven wagen, het gebergte te beklimmen.stylusNumeri 14:44, Numeri 14:44, Romeinen 8:7, Romeinen 8:8, Handelingen 7:5144Maar de Amorieten, die in het gebergte woonden, trokken tegen u op, achtervolgden u als een bijenzwerm, en joegen u in Seïr uiteen tot Chorma toe.stylusPsalmen 118:12, Psalmen 118:12, Numeri 14:45, Numeri 14:45, Numeri 21:345En toen gij terugkwaamt, hebt ge wel voor het aanschijn van Jahweh geweend, maar Jahweh heeft naar uw kermen niet geluisterd, en u niet willen verhoren.stylusHebreeën 12:17, Hebreeën 12:17, Psalmen 78:34, Psalmen 78:3446En ge moest in Kadesj blijven al de lange tijd, dat ge daar hebt gewoond.stylusNumeri 20:1, Numeri 20:1, Numeri 20:22, Numeri 20:22, Numeri 14:34