1Toen Moses, de dienaar van Jahweh, gestorven was, sprak Jahweh tot Josuë, den zoon van Noen, die Moses’ dienaar was geweest:stylusDeuteronomium 34:9, Deuteronomium 34:9, Deuteronomium 31:23, Deuteronomium 31:23, Deuteronomium 1:382Mijn dienaar Moses is gestorven. Op! Trek met heel dit volk de Jordaan hier over naar het land, dat Ik hun geven zal.stylusDeuteronomium 3:28, Deuteronomium 3:28, Deuteronomium 31:7, Deuteronomium 31:7, Numeri 27:163Iedere plek, die uw voetzool betreedt, zal Ik u geven, zoals Ik aan Moses beloofd heb.stylusDeuteronomium 11:24, Deuteronomium 11:24, Jozua 14:9, Jozua 14:9, Titus 1:24Van de woestijn tot de Libanon, en van de grote rivier de Eufraat tot aan de Grote Zee in het westen zal uw gebied zich uitstrekken.stylusExodus 23:31, Exodus 23:31, Deuteronomium 1:7, Deuteronomium 3:25, Deuteronomium 11:245Zolang ge leeft, zal niemand tegen u bestand zijn! Zoals Ik met Moses was, zo zal Ik ook met u zijn; Ik zal u niet verlaten, en Mij niet van u terugtrekken.stylusRomeinen 8:31, Romeinen 8:31, Deuteronomium 31:6, Deuteronomium 31:8, Deuteronomium 31:66Wees sterk en dapper; want gij zult dit volk bezit doen nemen van het land, dat Ik hun vaderen onder ede beloofd heb, hun te geven.stylusDaniël 10:19, Daniël 10:19, Jozua 1:9, Jozua 1:7, Jozua 1:97Doe slechts uw uiterste best, om in alles nauwgezet te handelen volgens de wet, die mijn dienaar Moses voorgeschreven heeft; wijk er ter rechter noch ter linker zijde van af, opdat het u overal, waar ge heen trekt, goed moge gaan.stylus1 Kronieken 22:13, 1 Kronieken 22:13, Deuteronomium 5:32, Deuteronomium 5:32, Jozua 1:88Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond; dag en nacht moet gij het overwegen, om nauwgezet alles te volbrengen, wat er in geschreven staat. Dàn zult ge voorspoed hebben op uw weg, dàn zal het u goed gaan.stylusPsalmen 119:15, Psalmen 119:15, Psalmen 19:14, Psalmen 19:14, Kolossenzen 3:169Ik beveel het u dus: Wees sterk en dapper, vrees niet en laat u geen schrik aanjagen; want Jahweh, uw God, is met u, overal waar ge gaat.stylusGenesis 28:15, Genesis 28:15, Jeremia 1:7, Jeremia 1:8, Jeremia 1:710Toen gaf Josuë aan de leiders van het volk het bevel:stylus11Trekt het kamp door, en gelast het volk: "Maakt proviand gereed; want over drie dagen moet ge hier de Jordaan oversteken, om het land in bezit te gaan nemen, dat Jahweh, uw God, u in eigendom geeft."stylusDeuteronomium 9:1, Deuteronomium 9:1, 2 Koningen 20:5, 2 Koningen 20:5, Hosea 6:212En tot de Rubenieten en de Gadieten en tot de halve stam van Manasse sprak Josuë:stylusNumeri 32:20, Numeri 32:22, Numeri 32:20, Numeri 32:2213Denkt aan het bevel, dat Moses, de dienaar van Jahweh, u heeft gegeven. Jahweh, uw God, heeft u een rustplaats verleend, en u dit land geschonken.stylusNumeri 32:20, Numeri 32:28, Numeri 32:20, Numeri 32:28, Deuteronomium 3:1814Uw vrouwen, kinderen en vee mogen in het land blijven, dat Moses u in het Overjordaanse heeft gegeven. Maar gij allen moet als dappere mannen gewapend voor uw broeders uittrekken en hen helpen,stylusOpenbaring 17:4, Exodus 13:18, Deuteronomium 20:8, Openbaring 17:4, Exodus 13:1815totdat Jahweh aan uw broeders, als aan u, een rustplaats heeft verleend, en ook zij het land in bezit hebben genomen, dat Jahweh, uw God, hun wil geven. Dan moogt ge terugkeren naar het land, dat Moses, de dienaar van Jahweh, u gegeven heeft aan de overzijde van de Jordaan in het oosten, en het in bezit nemen.stylusFilippenzen 2:4, Filippenzen 2:4, Numeri 32:17, Numeri 32:22, Numeri 32:1716Ze antwoordden Josuë: Alles, wat ge ons beveelt, zullen we doen, en overal heengaan, waar ge ons zendt.stylusDeuteronomium 5:27, Romeinen 13:1, Romeinen 13:5, Titus 3:1, 1 Petrus 2:1317Zoals we Moses in alles hebben gehoorzaamd, zo zullen we ook gehoorzaam zijn aan u. Moge Jahweh, uw God, slechts met u zijn, zoals Hij het was met Moses.stylusJozua 1:5, Jozua 1:5, 1 Koningen 1:37, Jozua 1:9, 1 Koningen 1:3718Iedereen, die zich tegen uw bevelen verzet en niet luistert naar al wat ge hem oplegt, zal sterven. Wees dus maar moedig en dapper!stylusEfeziërs 6:10, Efeziërs 6:10, 1 Korintiërs 16:13, Jozua 1:9, Ezra 10:4