1Alle geboden, die ik u heden geef, moet ge nauwgezet onderhouden, opdat ge moogt leven, talrijk worden en het land, dat Jahweh aan uw vaderen onder ede beloofd heeft, moogt binnengaan en bezitten.stylusDeuteronomium 4:1, Deuteronomium 4:1, Deuteronomium 5:32, Deuteronomium 6:3, Deuteronomium 5:322Denk eens terug aan heel de tocht, die Jahweh, uw God, u deze veertig jaren door de woestijn liet maken, en hoe Hij u enkel daarom vernederd heeft en beproefd, om uw gezindheid te kennen, of gij zijn geboden zoudt onderhouden, of niet.stylusJakobus 1:3, Jakobus 1:3, 1 Petrus 1:7, 1 Petrus 1:7, Deuteronomium 8:163Hij heeft u vernederd, en u honger doen lijden; maar Hij heeft u ook met het manna gespijzigd, dat gij nooit hadt gekend, en ook uw vaderen niet kenden, om u te leren, dat de mens niet leeft van brood alleen, maar leeft van al wat komt uit Jahweh’s mond.stylusMattheüs 4:4, Mattheüs 4:4, Lucas 4:4, Lucas 4:4, Hebreeën 13:54Uw kleed is aan uw lijf niet versleten, en uw voet niet gezwollen al die veertig jaar lang.stylusDeuteronomium 29:5, Nehemia 9:21, Deuteronomium 29:5, Nehemia 9:21, Mattheüs 26:255Gij weet het zelf wel, dat Jahweh, uw God, u slechts heeft getuchtigd, zoals iemand zijn eigen zoon tuchtigt,stylusOpenbaring 3:19, Openbaring 3:19, Spreuken 3:12, 2 Samuël 7:14, Spreuken 3:126opdat gij de geboden van Jahweh, uw God, zoudt onderhouden, op zijn wegen zoudt wandelen en Hem zoudt vrezen.stylusDeuteronomium 5:33, Deuteronomium 5:33, 2 Kronieken 6:31, 2 Kronieken 6:31, Psalmen 128:17Waarachtig, Jahweh, uw God, brengt u naar een heerlijk land, een land van waterbeken, bronnen en stromen, die in de dalen en op de bergen ontspringen;stylusDeuteronomium 11:9, Deuteronomium 11:12, Deuteronomium 11:9, Deuteronomium 11:12, Exodus 3:88een land van tarwe en gerst, van wijnstok, vijg en granaat, een land van olijfolie en honing;stylusJohannes 6:13, Johannes 6:13, Psalmen 147:14, Psalmen 147:14, Deuteronomium 32:149een land, waar ge niet in armoede uw brood zult eten, waar u niets zal ontbreken; een land, waarvan de stenen van ijzer zijn, en waar ge uit de bergen koper kunt delven;stylus1 Kronieken 22:14, 1 Kronieken 22:14, Jozua 22:8, Deuteronomium 33:25, Jozua 22:810waar gij zult eten tot verzadigens toe, en waar gij Jahweh, uw God, zult loven om het heerlijke land, dat Hij u schonk.stylusPsalmen 103:2, Psalmen 103:2, Romeinen 14:6, Spreuken 3:9, 1 Kronieken 29:1411Zorgt er dus voor, dat ge Jahweh, uw God, niet vergeet, en zijn geboden, zijn voorschriften en bepalingen, die ik u heden geef, niet verwaarloost.stylusPsalmen 106:21, Psalmen 106:21, Spreuken 1:32, Spreuken 1:32, Hosea 2:812En wanneer ge eet tot verzadigens toe, prachtige huizen bouwt en bewoont,stylusSpreuken 30:9, Spreuken 30:9, Deuteronomium 32:15, Deuteronomium 28:47, Hosea 13:513wanneer uw runderen en schapen talrijk worden, uw zilver en goud zich ophoopt, en heel uw bezit zich vermeerdert,stylusJob 1:3, Job 1:3, Genesis 13:1, Genesis 13:5, Genesis 13:114laat dan uw hart zich niet verheffen! Vergeet toch nimmer Jahweh, uw God, die u uit Egypteland, uit het slavenhuis heeft geleid;stylusPsalmen 106:21, Psalmen 106:21, 1 Korintiërs 4:7, 1 Korintiërs 4:8, 1 Korintiërs 4:715die u door die grote woestijn heeft gevoerd, zo vreselijk door giftige slangen en schorpioenen, en door dorre streken zonder water; die water heeft doen ontspringen aan de steenharde rots;stylusNumeri 21:6, Numeri 20:11, Numeri 21:6, Numeri 20:11, Jeremia 2:616die u in de woestijn met manna heeft gevoed, dat uw vaders niet hebben gekend, en die u enkel daarom heeft vernederd en beproefd, om u ten slotte weldaden te bewijzen.stylusDeuteronomium 8:3, Deuteronomium 8:3, Jakobus 1:12, Exodus 16:15, Jakobus 1:1217En zo gij mocht menen: Mijn eigen kracht en mijn sterke hand hebben mij deze rijkdom verworven:stylusDeuteronomium 9:4, Deuteronomium 9:4, 1 Korintiërs 4:7, Daniël 4:30, 1 Korintiërs 4:718denk er dan aan, dat Jahweh, uw God, u de kracht heeft gegeven, om rijkdom te verwerven, omdat Hij zijn Verbond, dat Hij met uw vaderen heeft gezworen, gestand wilde doen, zoals Hij heden gedaan heeft.stylusSpreuken 10:22, Spreuken 10:22, Hosea 2:8, Hosea 2:8, Deuteronomium 7:819En zo gij Jahweh, uw God, vergeet en vreemde goden volgt, ze dient en aanbidt, dan betuig ik u heden, dat gij tot den laatsten man zult worden verdelgd,stylusDeuteronomium 4:26, Deuteronomium 4:26, 1 Samuël 12:25, Amos 3:2, Deuteronomium 29:2520dat gij te gronde zult gaan als de volken, die Jahweh voor u heeft vernietigd, omdat ge niet hebt geluisterd naar de stem van Jahweh, uw God.stylusDaniël 9:11, Daniël 9:12, Daniël 9:11, Daniël 9:12, 2 Kronieken 36:16