Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

1 Samuël Hoofdstuk 1

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
1 SAMUËL

1 Samuël 1

1Er was eens en man uit Rama, een Soefeër van het Efraïmgebergte, met name Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihoe, zoon van Tóach, zoon van Soef: een Efraïmiet.
1 Kronieken 6:25, 1 Kronieken 6:27, 1 Kronieken 6:25, 1 Kronieken 6:27, 1 Kronieken 6:34
2Hij had twee vrouwen, van wie de een Channa, de andere Peninna heette. Peninna had kinderen, maar Channa niet.
Genesis 4:23, Genesis 16:1, Genesis 16:2, Mattheüs 19:8, Richteren 8:30
3Elk jaar ging die man uit zijn woonplaats op, om zijn hulde en offers te brengen aan Jahweh der heirscharen in Sjilo, waar de beide zonen van Eli: Chofni en Pinechas, dienst deden als priesters van Jahweh.
Lucas 2:41, Lucas 2:41, Jozua 18:1, Deuteronomium 12:5, Deuteronomium 12:7
4Telkens als Elkana offerde, was hij gewend, om aan zijn vrouw Peninna en al haar zonen en dochters een groter aandeel te schenken,
Deuteronomium 12:17, Deuteronomium 12:18, Deuteronomium 12:17, Deuteronomium 12:18, Deuteronomium 16:11
5terwijl hij Channa slechts één deel gaf. Toch had hij Channa lief, maar Jahweh had haar schoot gesloten.
Genesis 30:2, Genesis 30:2, Genesis 29:30, Genesis 29:31, Genesis 29:30
6Dan tergde haar mededingster haar met opzet, om haar te prikkelen, dat Jahweh haar schoot had gesloten.
Job 6:14, Job 6:14, Job 24:21, Job 24:21, Leviticus 18:18
7Zo ging het alle jaren; telkens als zij opgingen naar het huis van Jahweh tergde zij haar. Toen zij dan ook eens daarover weende en niets kon eten,
1 Samuël 2:19, 1 Samuël 2:19
8vroeg Elkana, haar man, haar: Channa, waarom huilt ge; waarom eet ge niet, en waarom zijt ge bedroefd? Ben ik u dan niet méér waard dan tien zonen?
Ruth 4:15, Ruth 4:15, Jesaja 54:6, Job 6:14, Jesaja 54:6
9Toen men dan in Sjilo gegeten en gedronken had, stond Channa op en ging voor Jahweh’s aanschijn staan Eli, de priester, zat op zijn stoel bij de deurpost van Jahweh’s heiligdom.
1 Samuël 3:3, 1 Samuël 3:3, Psalmen 27:4, Psalmen 27:4, 2 Samuël 7:2
10Bitter bedroefd begon ze tot Jahweh te bidden, en onder een stroom van tranen
Job 7:11, Job 7:11, Lucas 22:44, Job 10:1, Lucas 22:44
11legde ze deze gelofte af: Jahweh der heirscharen! Als Gij U gewaardigt, neer te zien op de droefheid van uw dienstmaagd, als Gij aan mij denkt, als Gij uw dienstmaagd niet vergeet en haar een mannelijk kind wilt schenken, dan zal ik hem aan Jahweh wijden al de dagen van zijn leven. Geen schaar zal zijn hoofd aanraken.
Richteren 13:5, Richteren 13:5, Numeri 6:5, Numeri 6:5, Prediker 5:4
12Toen ze nu zo vurig tot Jahweh bad, en Eli naar haar mond keek,
1 Tessalonicenzen 5:17, Jakobus 5:16, 1 Tessalonicenzen 5:17, Jakobus 5:16, Lucas 18:1
13dacht hij, dat ze dronken was. Want Channa sprak in zich zelf: haar lippen bewogen wel, maar haar stem was niet hoorbaar.
Romeinen 8:26, Romeinen 8:26, Genesis 24:42, Genesis 24:45, Handelingen 2:13
14Eli riep haar toe: Hoe lang blijft ge u aanstellen als een beschonkene? Ga uw roes uitslapen!
Job 22:23, Job 11:14, Mattheüs 7:1, Mattheüs 7:3, Job 8:2
15Maar Channa antwoordde: Neen heer, ik ben een ongelukkige vrouw. Ik heb geen wijn of sterke drank gedronken, maar ik stortte mijn gemoed uit voor Jahweh!
Psalmen 62:8, Psalmen 62:8, Klaagliederen 2:19, Klaagliederen 2:19, Psalmen 42:4
16Beschouw uw dienstmaagd niet als een dochter van Belial want om mijn grote zorgen en verdriet heb ik zo lang gebeden.
1 Samuël 2:12, 1 Samuël 2:12, Job 10:1, Job 10:2, Mattheüs 12:34
17Toen sprak Eli: Ga in vrede! Moge de God van Israël het verzoek verhoren, dat ge Hem afgebeden hebt.
Marcus 5:34, Marcus 5:34, Psalmen 20:3, Psalmen 20:5, Richteren 18:6
18Ze antwoordde: Moge uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen! Toen ging de vrouw heen; ze kon weer eten en liet haar hoofd niet meer hangen.
Ruth 2:13, Ruth 2:13, Romeinen 15:13, Romeinen 15:13, Prediker 9:7
19De volgende morgen stonden ze vroeg op, bogen zich voor Jahweh neer, en reisden terug naar hun huis in Rama. Daar hield Elkana gemeenschap met zijn vrouw Channa, en Jahweh gedacht haar.
Genesis 21:1, Genesis 21:1, Genesis 30:22, 1 Samuël 1:11, Genesis 30:22
20Want Channa werd zwanger, en bracht een zoon ter wereld, dien ze Samuël noemde; want ze zeide: Afgesmeekt heb ik hem van Jahweh. Toen het jaar verstreken was,
Genesis 41:51, Genesis 41:52, Genesis 41:51, Genesis 41:52, Mattheüs 1:21
21ging die man Elkana met heel zijn gezin weer op, om aan Jahweh het jaarlijks offer te brengen en zijn gelofte te vervullen.
1 Samuël 1:3, 1 Samuël 1:3, Deuteronomium 12:11, Deuteronomium 12:11, Jozua 24:15
22Channa ging echter niet mee. Want ze zei tot haar man: Eerst als het kind de borst ontwend is, zal ik het meenemen; dan kan het voor Jahweh’s aanschijn treden, en daar voor altijd blijven.
1 Samuël 1:11, 1 Samuël 1:28, 1 Samuël 1:11, 1 Samuël 1:28, Lucas 2:22
23Elkana, haar man, gaf haar ten antwoord: Doe wat u goeddunkt, en blijf maar hier, totdat ge hem de borst hebt ontwend; ik hoop maar, dat Jahweh uw woord in vervulling doet gaan. Dus bleef de vrouw thuis en voedde ze haar zoon, totdat ze hem de borst had ontwend.
2 Samuël 7:25, 2 Samuël 7:25, Mattheüs 24:19, 1 Samuël 1:17, Lucas 11:27
24Zodra zij hem echter de borst ontwend had, nam zij hem met zich mee, benevens een driejarigen stier, een efa meel en een zak wijn. Zo bracht zij het kind naar het huis van Jahweh in Sjilo, toen het nog jong was.
Numeri 15:9, Numeri 15:10, Numeri 15:9, Numeri 15:10, Jozua 18:1
25Ze slachtten den stier, en brachten het kind naar Eli.
Lucas 18:15, Lucas 18:16, Lucas 18:15, Lucas 18:16, Lucas 2:22
26Nu sprak zij: Ik bid u, heer! Heer, zo waar als gij leeft, ik ben de vrouw, die hier bij u stond, om tot Jahweh te bidden.
2 Koningen 2:2, 2 Koningen 2:4, 2 Koningen 4:30, 2 Koningen 2:6, 2 Koningen 2:2
27Om dit kind heb ik gebeden, en Jahweh heeft mij geschonken, wat ik Hem heb afgesmeekt.
1 Johannes 5:15, 1 Johannes 5:15, Psalmen 118:5, 1 Samuël 1:11, 1 Samuël 1:13
28Daarom sta ik hem nu aan Jahweh af; zolang hij leeft, blijft hij aan Jahweh afgestaan. En ze bogen zich daar voor Jahweh neer.
Genesis 24:26, Genesis 24:26, Genesis 24:52, Genesis 24:52, 2 Timotheüs 3:15

Andere Boeken

1 Samuël2 Samuël1 Koningen+

Andere Boeken

1 SamuëlHfst. 1
2 Samuël1 Koningen2 Koningen1 Kronieken2 Kronieken
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward