1Wanneer Jahweh, uw God, u het land heeft binnengeleid, dat gij thans in bezit gaat nemen, zal Hij talrijke volken voor u verjagen, de Chittieten, Girgasjieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten, zeven volken talrijker en machtiger dan gij.stylusDeuteronomium 31:3, Deuteronomium 31:3, Handelingen 13:19, Deuteronomium 4:38, Handelingen 13:192Maar wanneer Jahweh, uw God, ze aan u heeft overgeleverd en gij ze verslaat, dan moet ge ze met de banvloek treffen; ge moogt geen verbond met hen sluiten en hun geen genade verlenen,stylusExodus 23:32, Exodus 23:33, Richteren 2:2, Exodus 23:32, Exodus 23:333en u niet vermaagschappen met hen, uw dochters niet aan hun zonen geven en hun dochters niet voor uw zonen nemen.stylus1 Koningen 11:2, 1 Koningen 11:2, Jozua 23:12, Jozua 23:13, Jozua 23:124Want zij zouden uw zonen van Mij vervreemden, zodat zij vreemde goden gaan dienen; dan zou de toorn van Jahweh tegen u ontbranden, en zou Hij u spoedig verdelgen!stylusDeuteronomium 6:15, Deuteronomium 6:15, Deuteronomium 4:26, Richteren 2:20, Deuteronomium 32:165Neen, maar zó moet gij met hen handelen: hun altaren moet ge omverwerpen, hun wijstenen verbrijzelen, hun heilige bomen omhouwen, hun afgodsbeelden verbranden.stylusExodus 23:24, Exodus 23:24, Exodus 34:13, Deuteronomium 12:2, Deuteronomium 12:36Want gij zijt een volk, dat aan Jahweh, uw God, is gewijd. Jahweh, uw God, heeft u uitverkoren onder alle volken op aarde, om Hem een eigen volk te zijn.stylusDeuteronomium 14:2, Deuteronomium 14:2, Exodus 19:5, Exodus 19:6, Exodus 19:57Niet omdat gij talrijker zijt dan andere volken, heeft Jahweh Zich aan u gehecht en u uitverkoren, want gij zijt het kleinste van alle volken;stylusDeuteronomium 10:22, Deuteronomium 10:22, Romeinen 9:11, Romeinen 9:15, Romeinen 11:68maar omdat Jahweh u lief had en zijn eed wilde houden, die Hij uw vaderen gezworen had, daarom heeft Jahweh u weggeleid met sterke hand en u bevrijd uit het slavenhuis, uit de macht van Farao, den koning van Egypte.stylusExodus 20:2, Exodus 20:2, Exodus 32:13, Efeziërs 2:4, Efeziërs 2:59Erken dus, dat Jahweh, uw God, waarachtig God is; de getrouwe God, die het Verbond houdt en genade bewijst aan die Hem beminnen en zijn geboden onderhouden, tot in het duizendste geslacht,stylusHebreeën 10:23, 2 Timotheüs 2:13, Hebreeën 10:23, 2 Timotheüs 2:13, 2 Tessalonicenzen 3:310maar die aan den lijve straft en verdelgt die Hem haten; die geen uitstel verleent aan die Hem haten, maar hen in eigen persoon laat boeten.stylusJesaja 59:18, Jesaja 59:18, Romeinen 12:19, Nahum 1:2, Romeinen 12:1911Onderhoud dus de geboden, de bepalingen en voorschriften, waarvan ik u heden de naleving beveel.stylusJohannes 14:15, Johannes 14:15, Deuteronomium 5:32, Deuteronomium 4:1, Deuteronomium 5:3212Want zo ge aan deze voorschriften gehoorzaamt, ze onderhoudt en volbrengt, dan zal Jahweh, uw God, het Verbond houden, en u genade bewijzen, zoals Hij het uw vaders gezworen heeft.stylusDeuteronomium 7:9, Deuteronomium 28:1, Deuteronomium 28:14, Deuteronomium 7:9, Deuteronomium 28:113Hij zal u beminnen, u zegenen en vermenigvuldigen; Hij zal in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, u te zullen geven, zegenen de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw akker, uw koren, uw most en uw olie, de dracht uwer runderen en de worp uwer schapen.stylusJohannes 14:21, Johannes 14:21, Johannes 15:10, Deuteronomium 28:3, Deuteronomium 28:514Boven alle volken zult gij worden gezegend; geen onvruchtbare zal er onder u zijn, onder uw mannen of vrouwen, zelfs niet onder uw vee.stylusDeuteronomium 28:4, Deuteronomium 28:4, Psalmen 127:3, Exodus 23:26, Exodus 23:3315Jahweh zal iedere ziekte ver van u houden, en u met geen der afschuwelijke egyptische kwalen bezoeken, die ge hebt leren kennen, maar ze doen neerkomen op al die u haten.stylusExodus 15:26, Exodus 15:26, Psalmen 105:36, Psalmen 105:37, Psalmen 105:3616Gij zult zonder erbarmen alle volken verslinden, die Jahweh, uw God, u gaat overleveren; ge moogt hun goden niet dienen, want dat zou een valstrik voor u zijn.stylusExodus 23:33, Exodus 23:33, Richteren 8:27, Richteren 8:27, Deuteronomium 25:1217Misschien denkt ge bij uzelf: Die volken zijn talrijker dan ik; hoe zal ik ze kunnen verjagen?stylusNumeri 33:53, Numeri 33:53, Numeri 13:32, Numeri 13:32, Lucas 9:4718Neen, vrees ze niet! Herinner u steeds, wat Jahweh, uw God, aan Farao en heel Egypte gedaan heeft:stylusPsalmen 105:5, Psalmen 105:5, Deuteronomium 31:6, Deuteronomium 31:6, Psalmen 77:1119de grote rampen, de tekenen en wonderen, die gij met eigen oog hebt aanschouwd; de sterke hand en gespierde arm, waarmee Jahweh, uw God, u heeft weggeleid! Zo zal Jahweh, uw God, alle volken treffen, voor wie gij bevreesd zijt.stylusDeuteronomium 4:34, Deuteronomium 4:34, Nehemia 9:10, Nehemia 9:11, Nehemia 9:1020Zelfs horzels zendt Jahweh, uw God, op hen af, tot ook de rest, die zich voor u heeft verborgen, is verdelgd.stylusJozua 24:12, Jozua 24:12, Exodus 23:28, Exodus 23:30, Exodus 23:2821Neen, gij moet hen niet vrezen; want Jahweh, uw God, verblijft in uw midden, een machtige en ontzagwekkende God!stylusJozua 3:10, Nehemia 1:5, Nehemia 9:32, Deuteronomium 10:17, Jozua 3:1022Zeker, Jahweh, uw God, zal die volken slechts langzaam aan voor u verjagen, en gij zult ze niet ineens kunnen verdelgen; anders krijgen de wilde dieren de overhand op u.stylusExodus 23:29, Exodus 23:30, Exodus 23:29, Exodus 23:30, Jozua 15:6323Maar Jahweh, uw God, levert ze aan u over, en houdt ze in grote verwarring, tot ze vernietigd zijn.stylusJoël 1:15, 2 Tessalonicenzen 1:9, Deuteronomium 8:20, Deuteronomium 2:15, Jesaja 13:624Hij levert hun koningen aan u uit, en zelfs hun naam zult ge wegvagen onder de hemel; niemand zal voor u stand kunnen houden, totdat gij ze hebt verdelgd.stylusDeuteronomium 11:25, Jozua 23:9, Jozua 10:8, Deuteronomium 11:25, Jozua 23:925Hun afgodsbeelden moet ge verbranden, het zilver en goud, dat hen bedekt, niet begeren en niet in bezit nemen, opdat het geen valstrik voor u wordt; want het is een afschuw voor Jahweh, uw God.stylusExodus 32:20, Exodus 32:20, 1 Kronieken 14:12, Deuteronomium 17:1, 1 Kronieken 14:1226Een dergelijke gruwel moogt ge niet in uw huis brengen; anders wordt ge eveneens met de banvloek getroffen: gij moet er van gruwen en walgen; want het is met de banvloek geslagen.stylusDeuteronomium 13:17, Deuteronomium 13:17, Jesaja 30:22, Hosea 14:8, Ezechiël 11:18