Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Deuteronomium Hoofdstuk 7

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
DEUTERONOMIUM

Deuteronomium 7

1Wanneer Jahweh, uw God, u het land heeft binnengeleid, dat gij thans in bezit gaat nemen, zal Hij talrijke volken voor u verjagen, de Chittieten, Girgasjieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten, zeven volken talrijker en machtiger dan gij.
Deuteronomium 31:3, Deuteronomium 31:3, Handelingen 13:19, Deuteronomium 4:38, Handelingen 13:19
2Maar wanneer Jahweh, uw God, ze aan u heeft overgeleverd en gij ze verslaat, dan moet ge ze met de banvloek treffen; ge moogt geen verbond met hen sluiten en hun geen genade verlenen,
Exodus 23:32, Exodus 23:33, Richteren 2:2, Exodus 23:32, Exodus 23:33
3en u niet vermaagschappen met hen, uw dochters niet aan hun zonen geven en hun dochters niet voor uw zonen nemen.
1 Koningen 11:2, 1 Koningen 11:2, Jozua 23:12, Jozua 23:13, Jozua 23:12
4Want zij zouden uw zonen van Mij vervreemden, zodat zij vreemde goden gaan dienen; dan zou de toorn van Jahweh tegen u ontbranden, en zou Hij u spoedig verdelgen!
Deuteronomium 6:15, Deuteronomium 6:15, Deuteronomium 4:26, Richteren 2:20, Deuteronomium 32:16
5Neen, maar zó moet gij met hen handelen: hun altaren moet ge omverwerpen, hun wijstenen verbrijzelen, hun heilige bomen omhouwen, hun afgodsbeelden verbranden.
Exodus 23:24, Exodus 23:24, Exodus 34:13, Deuteronomium 12:2, Deuteronomium 12:3
6Want gij zijt een volk, dat aan Jahweh, uw God, is gewijd. Jahweh, uw God, heeft u uitverkoren onder alle volken op aarde, om Hem een eigen volk te zijn.
Deuteronomium 14:2, Deuteronomium 14:2, Exodus 19:5, Exodus 19:6, Exodus 19:5
7Niet omdat gij talrijker zijt dan andere volken, heeft Jahweh Zich aan u gehecht en u uitverkoren, want gij zijt het kleinste van alle volken;
Deuteronomium 10:22, Deuteronomium 10:22, Romeinen 9:11, Romeinen 9:15, Romeinen 11:6
8maar omdat Jahweh u lief had en zijn eed wilde houden, die Hij uw vaderen gezworen had, daarom heeft Jahweh u weggeleid met sterke hand en u bevrijd uit het slavenhuis, uit de macht van Farao, den koning van Egypte.
Exodus 20:2, Exodus 20:2, Exodus 32:13, Efeziërs 2:4, Efeziërs 2:5
9Erken dus, dat Jahweh, uw God, waarachtig God is; de getrouwe God, die het Verbond houdt en genade bewijst aan die Hem beminnen en zijn geboden onderhouden, tot in het duizendste geslacht,
Hebreeën 10:23, 2 Timotheüs 2:13, Hebreeën 10:23, 2 Timotheüs 2:13, 2 Tessalonicenzen 3:3
10maar die aan den lijve straft en verdelgt die Hem haten; die geen uitstel verleent aan die Hem haten, maar hen in eigen persoon laat boeten.
Jesaja 59:18, Jesaja 59:18, Romeinen 12:19, Nahum 1:2, Romeinen 12:19
11Onderhoud dus de geboden, de bepalingen en voorschriften, waarvan ik u heden de naleving beveel.
Johannes 14:15, Johannes 14:15, Deuteronomium 5:32, Deuteronomium 4:1, Deuteronomium 5:32
12Want zo ge aan deze voorschriften gehoorzaamt, ze onderhoudt en volbrengt, dan zal Jahweh, uw God, het Verbond houden, en u genade bewijzen, zoals Hij het uw vaders gezworen heeft.
Deuteronomium 7:9, Deuteronomium 28:1, Deuteronomium 28:14, Deuteronomium 7:9, Deuteronomium 28:1
13Hij zal u beminnen, u zegenen en vermenigvuldigen; Hij zal in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, u te zullen geven, zegenen de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw akker, uw koren, uw most en uw olie, de dracht uwer runderen en de worp uwer schapen.
Johannes 14:21, Johannes 14:21, Johannes 15:10, Deuteronomium 28:3, Deuteronomium 28:5
14Boven alle volken zult gij worden gezegend; geen onvruchtbare zal er onder u zijn, onder uw mannen of vrouwen, zelfs niet onder uw vee.
Deuteronomium 28:4, Deuteronomium 28:4, Psalmen 127:3, Exodus 23:26, Exodus 23:33
15Jahweh zal iedere ziekte ver van u houden, en u met geen der afschuwelijke egyptische kwalen bezoeken, die ge hebt leren kennen, maar ze doen neerkomen op al die u haten.
Exodus 15:26, Exodus 15:26, Psalmen 105:36, Psalmen 105:37, Psalmen 105:36
16Gij zult zonder erbarmen alle volken verslinden, die Jahweh, uw God, u gaat overleveren; ge moogt hun goden niet dienen, want dat zou een valstrik voor u zijn.
Exodus 23:33, Exodus 23:33, Richteren 8:27, Richteren 8:27, Deuteronomium 25:12
17Misschien denkt ge bij uzelf: Die volken zijn talrijker dan ik; hoe zal ik ze kunnen verjagen?
Numeri 33:53, Numeri 33:53, Numeri 13:32, Numeri 13:32, Lucas 9:47
18Neen, vrees ze niet! Herinner u steeds, wat Jahweh, uw God, aan Farao en heel Egypte gedaan heeft:
Psalmen 105:5, Psalmen 105:5, Deuteronomium 31:6, Deuteronomium 31:6, Psalmen 77:11
19de grote rampen, de tekenen en wonderen, die gij met eigen oog hebt aanschouwd; de sterke hand en gespierde arm, waarmee Jahweh, uw God, u heeft weggeleid! Zo zal Jahweh, uw God, alle volken treffen, voor wie gij bevreesd zijt.
Deuteronomium 4:34, Deuteronomium 4:34, Nehemia 9:10, Nehemia 9:11, Nehemia 9:10
20Zelfs horzels zendt Jahweh, uw God, op hen af, tot ook de rest, die zich voor u heeft verborgen, is verdelgd.
Jozua 24:12, Jozua 24:12, Exodus 23:28, Exodus 23:30, Exodus 23:28
21Neen, gij moet hen niet vrezen; want Jahweh, uw God, verblijft in uw midden, een machtige en ontzagwekkende God!
Jozua 3:10, Nehemia 1:5, Nehemia 9:32, Deuteronomium 10:17, Jozua 3:10
22Zeker, Jahweh, uw God, zal die volken slechts langzaam aan voor u verjagen, en gij zult ze niet ineens kunnen verdelgen; anders krijgen de wilde dieren de overhand op u.
Exodus 23:29, Exodus 23:30, Exodus 23:29, Exodus 23:30, Jozua 15:63
23Maar Jahweh, uw God, levert ze aan u over, en houdt ze in grote verwarring, tot ze vernietigd zijn.
Joël 1:15, 2 Tessalonicenzen 1:9, Deuteronomium 8:20, Deuteronomium 2:15, Jesaja 13:6
24Hij levert hun koningen aan u uit, en zelfs hun naam zult ge wegvagen onder de hemel; niemand zal voor u stand kunnen houden, totdat gij ze hebt verdelgd.
Deuteronomium 11:25, Jozua 23:9, Jozua 10:8, Deuteronomium 11:25, Jozua 23:9
25Hun afgodsbeelden moet ge verbranden, het zilver en goud, dat hen bedekt, niet begeren en niet in bezit nemen, opdat het geen valstrik voor u wordt; want het is een afschuw voor Jahweh, uw God.
Exodus 32:20, Exodus 32:20, 1 Kronieken 14:12, Deuteronomium 17:1, 1 Kronieken 14:12
26Een dergelijke gruwel moogt ge niet in uw huis brengen; anders wordt ge eveneens met de banvloek getroffen: gij moet er van gruwen en walgen; want het is met de banvloek geslagen.
Deuteronomium 13:17, Deuteronomium 13:17, Jesaja 30:22, Hosea 14:8, Ezechiël 11:18

Andere Boeken

DeuteronomiumJozuaRichteren+

Andere Boeken

DeuteronomiumHfst. 7
JozuaRichterenRuth1 Samuël2 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward