1Hoort hemelen, want ik ga spreken, Luister, aarde, naar de woorden van mijn mond;stylusJesaja 1:2, Jesaja 1:2, Deuteronomium 4:26, Deuteronomium 4:26, Jeremia 22:292Mijn leerdicht strome neer als de regen, Mijn rede druppele als de dauw, Als neerslag op het jonge gras, Als een stortbui op het groene kruid.stylusJesaja 55:10, Jesaja 55:11, Jesaja 55:10, Jesaja 55:11, Psalmen 72:63Want Jahweh’s naam wil ik verkonden; Geeft eer aan onzen God!stylusJeremia 10:6, Jeremia 10:6, Psalmen 150:2, Psalmen 150:2, Deuteronomium 5:244De Rots is Hij, volmaakt in zijn werken, Want al zijn wegen zijn gerecht; Een God van trouw en zonder bedrog, Rechtvaardig en gerecht is Hij.stylusPsalmen 18:30, Psalmen 18:31, Psalmen 18:30, Psalmen 18:31, Psalmen 92:155Maar zijn ontaarde zonen stonden tegen Hem op, Dat vals en bedorven geslacht!stylusFilippenzen 2:15, Jesaja 1:4, Filippenzen 2:15, Jesaja 1:4, Deuteronomium 31:296Durft gij Jahweh zó vergelden, Gij dwaas en onverstandig volk? Is Hij niet uw vader, die u geschapen, Die u gemaakt heeft, en u heeft gegrond?stylusJesaja 63:16, Jesaja 63:16, 1 Johannes 3:1, 1 Johannes 3:1, Jesaja 64:87Herinner u de dagen van weleer, Gedenk de jaren van vroegere geslachten; Vraag het uw vader, hij zal het u melden, Uw grijsaards, zij zullen het u zeggen:stylusPsalmen 78:3, Psalmen 78:4, Psalmen 78:3, Psalmen 78:4, Job 8:88Toen de Allerhoogste aan de volken hun erfdeel gaf, En de kinderen der mensen scheidde, Toen stelde Hij de grenzen der volken vast, Naar het aantal der zonen Gods;stylusHandelingen 17:26, Handelingen 17:26, Genesis 11:8, Genesis 11:9, Genesis 11:89Maar het deel van Jahweh was zijn volk, Jakob was zijn erfdeel,stylusJeremia 10:16, Jeremia 10:16, 1 Petrus 2:9, 1 Petrus 2:10, 1 Petrus 2:910Hij vond hem in een woestenij In de eenzaamheid, bij het huilen der steppe. Hij heeft hem met zorgen omringd, en vertroeteld, Als de appel van zijn oog hem bewaard;stylusHosea 13:5, Deuteronomium 8:15, Deuteronomium 8:16, Hosea 13:5, Deuteronomium 8:1511Als een adelaar, die zijn nest wil lokken, En boven zijn jongen blijft zweven, Zijn vleugels spreidt, en ze opneemt, Ze draagt op zijn wieken.stylusExodus 19:4, Exodus 19:4, Jesaja 46:4, Jesaja 46:4, Jesaja 63:912Alleen Jahweh heeft hem geleid, Geen vreemde god stond hem bij!stylusPsalmen 78:52, Psalmen 78:53, Jesaja 46:4, Psalmen 78:52, Psalmen 78:5313Hij liet hem de toppen der aarde bestijgen, De vruchten eten van het veld, Hem honing zuigen uit een rots, En olie uit een harde steen.stylusJesaja 58:14, Job 29:6, Jesaja 58:14, Job 29:6, Psalmen 81:1614Van de room der runderen en de melk der schapen, Van het vet van lammeren en rammen, Van de stieren van Basjan, van de bokken En van het vette merg van graan, Van het druivenbloed, van de wijn, die ge dronkt, Zijt gij vet geworden, dik en gemest.stylusGenesis 49:11, Genesis 49:11, Psalmen 81:16, Psalmen 147:14, Psalmen 81:1615Toen Jakob gegeten had, verzadigd was, Jesjoeroen vet was geworden, sloeg hij achteruit, En verwierp hij zijn God, die hem had geschapen; Versmaadde hij de Rots van zijn heil.stylusDeuteronomium 31:20, Deuteronomium 31:20, Hosea 13:6, Hosea 13:6, Psalmen 89:2616Zij prikkelden Hem met vreemde goden, Met hun gruwelen tartten zij Hem.stylusPsalmen 78:58, Psalmen 78:58, 1 Korintiërs 10:22, 1 Korintiërs 10:22, Nahum 1:117Zij offerden aan duivels, aan goden van niets, Goden, die zij nooit hadden gekend: Nieuwelingen, eerst onlangs gekomen, Voor wie uw vaderen nooit hadden gevreesd.stylusRichteren 5:8, Richteren 5:8, Leviticus 17:7, Deuteronomium 28:64, Leviticus 17:718Maar de Rots, die u verwekte, hebt ge vergeten, Vergeten den God, die u baarde!stylusJesaja 17:10, Jesaja 17:10, Jeremia 2:32, Jeremia 2:32, Psalmen 106:2119God zag het, en verwierp Uit gramschap zijn zonen en dochters.stylusPsalmen 106:40, Psalmen 106:40, Richteren 2:14, Jesaja 1:2, Psalmen 5:420Hij sprak: Ik zal voor hen mijn aanschijn verbergen, En wil zien, wat hun einde zal zijn; Want zij zijn een bedorven geslacht, Trouweloze kinderen!stylusDeuteronomium 31:17, Deuteronomium 31:18, Deuteronomium 31:17, Deuteronomium 31:18, Deuteronomium 32:521Zij hebben Mij geprikkeld door een god van niets, Mij door hun ijdelheden getart. Maar Ik zal hen prikkelen door een volk van niets, Hen tarten door een ijdel volk;stylusRomeinen 10:19, Romeinen 10:19, Romeinen 9:25, Romeinen 9:25, Romeinen 11:1122Want een vuur is ontvlamd in mijn woede, Dat tot het diepst van het dodenrijk brandt! Het zal de aarde met haar gewassen verteren, De grondvesten der bergen verzengen.stylusKlaagliederen 4:11, Klaagliederen 4:11, Jeremia 15:14, Jeremia 15:14, Micha 1:423Ik zal hen overstelpen met rampen, Mijn pijlen verschieten tegen hen;stylusEzechiël 5:16, Ezechiël 5:16, Jesaja 24:17, Jesaja 24:18, Psalmen 7:1224Zij zullen uitgeput worden door honger, Verteerd door koorts en giftige pest. Tanden van wilde beesten laat Ik tegen hen los, Met venijn van serpenten in het stof;stylusLeviticus 26:22, Leviticus 26:22, Ezechiël 5:17, Ezechiël 5:17, Amos 9:325Buiten moordt het zwaard hen uit, De schrik binnenshuis: Jongemannen als maagden Zuigelingen met grijsaards.stylusEzechiël 7:15, Ezechiël 7:15, Klaagliederen 1:20, Klaagliederen 1:20, Klaagliederen 4:426Ik had zeker gezegd: Ik vaag ze weg, Laat zelfs hun gedachtenis onder de mensen verdwijnen,stylusDeuteronomium 28:64, Deuteronomium 28:64, Deuteronomium 28:37, Psalmen 34:16, Leviticus 26:3327Zo Ik de hoon van den vijand niet vreesde, Hun tegenstanders het niet verkeerd zouden verstaan, En zouden zeggen: Het was onze machtige hand, Niet Jahweh heeft dit alles gedaan!stylusPsalmen 140:8, Numeri 14:15, Numeri 14:16, Exodus 32:12, 1 Samuël 12:2228Want ze zijn een volk, dat het begrip heeft verloren, En zonder verstand;stylusJeremia 4:22, Jeremia 4:22, Hosea 4:6, Jesaja 27:11, Job 28:2829Waren ze wijs, ze zouden het hebben begrepen, En hun krijgsgeluk hebben verstaan.stylusPsalmen 81:13, Psalmen 81:13, Deuteronomium 5:29, Deuteronomium 5:29, Lucas 19:4130Hoe toch zou één er duizend hebben vervolgd, En twee er tienduizend op de vlucht kunnen jagen, Zo hun Rots ze niet had prijsgegeven? En Jahweh ze niet had overgeleverd?stylusLeviticus 26:8, Leviticus 26:8, Jozua 23:10, Jozua 23:10, Jesaja 30:1731Want niet als onze Rots is de hunne: Dat erkennen onze vijanden zelf!stylusExodus 14:25, 1 Samuël 4:8, Exodus 14:25, 1 Samuël 4:8, Daniël 2:4732Neen, van Sodoma’s wijnstok stammen hun ranken, En van Gomorra’s wingerd: Hun druiven zijn giftige bessen, Hun trossen vol bitterheid.stylusDeuteronomium 29:18, Deuteronomium 29:18, Jesaja 1:10, Ezechiël 16:45, Ezechiël 16:5133Drakengif is hun wijn, Dodelijk addervenijn.stylusPsalmen 58:4, Psalmen 58:4, Romeinen 3:13, Romeinen 3:13, Psalmen 140:334Ligt dat niet bij Mij bewaard In mijn schatkamers verzegeldstylusJob 14:17, Hosea 13:12, Job 14:17, Hosea 13:12, Jeremia 2:2235Voor de dag van wraak en vergelding, Voor de tijd, dat hun voeten wankelen? Want nabij is de dag van hun ondergang, Wat hun bereid is, snelt toe!stylusRomeinen 12:19, Romeinen 12:19, Hebreeën 10:30, Hebreeën 10:30, Nahum 1:236Want Jahweh schaft recht aan zijn volk En ontfermt zich over zijn dienaars, Wanneer Hij ziet dat hun kracht is geweken, En er geen slaaf en geen vrije meer is.stylusPsalmen 135:14, Psalmen 135:14, Psalmen 106:45, Psalmen 106:45, 2 Koningen 14:2637Dan zal Hij zeggen: Waar zijn nu hun goden, De rots, tot wie zij hun toevlucht namen:stylusJeremia 2:28, Jeremia 2:28, Richteren 10:14, Richteren 10:14, 2 Koningen 3:1338Die het vet van hun slachtoffers aten, En de wijn van hun plengoffers dronken? Laat hen opstaan en u helpen, Een schutse voor u zijn!stylusLeviticus 21:21, Ezechiël 16:18, Ezechiël 16:19, Psalmen 50:13, Richteren 10:1439Ziet nu, dat Ik, Ik het ben, En dat er geen God naast Mij is: Ik dood en maak levend, verbrijzel en heel! En er is niemand, die redt uit mijn hand!stylus1 Samuël 2:6, 1 Samuël 2:6, Hosea 6:1, Hosea 6:1, Job 5:1840Waarachtig, Ik hef mijn hand naar de hemel, En zeg: Zowaar Ik eeuwig leef!stylusGenesis 14:22, Hebreeën 6:17, Hebreeën 6:18, Genesis 14:22, Hebreeën 6:1741Wanneer Ik mijn bliksemend zwaard heb gewet, En mijn hand naar het strafgericht grijpt, Zal Ik mij wreken op mijn vijand, En die Mij haten, doen boeten.stylusJesaja 66:16, Jesaja 66:16, Jesaja 34:5, Jesaja 34:6, Jesaja 34:542Dan maak Ik mijn pijlen dronken van bloed, En mijn zwaard zal vlees verslinden: Van het bloed der verslagenen en gevangenen, Van het hoofd der vijandelijke vorsten.stylusDeuteronomium 32:23, Deuteronomium 32:23, Jeremia 46:10, Ezechiël 38:21, Ezechiël 38:2243Stemt, naties, een jubelzang aan voor zijn volk, Omdat Hij het bloed van zijn dienaren wreekt, Wraak aan zijn vijanden oefent Maar het land van zijn volk vergiffenis schenkt!stylusRomeinen 12:19, Openbaring 19:2, Romeinen 12:19, Openbaring 19:2, Openbaring 6:1044Zo trad Moses met Josuë, den zoon van Noen, naar voren, en zong al de woorden van dit lied ten aanhoren van het volk.stylusNumeri 13:8, Numeri 13:16, Numeri 13:8, Numeri 13:16, Deuteronomium 31:2245En toen Moses al deze woorden ten einde toe voor heel Israël had gesproken,stylus46zeide hij hun: Neemt al de vermaningen, die ik u heden heb ingeprent, ter harte, en beveelt uw zonen, al de woorden van deze Wet nauwgezet te volbrengen.stylus1 Kronieken 22:19, 1 Kronieken 22:19, Ezechiël 40:4, Ezechiël 40:4, Deuteronomium 11:1847Want het is geen ijdel woord voor u, maar het betekent uw leven; slechts door dit woord zult ge lang in het land kunnen wonen, dat ge aan de overkant van de Jordaan in bezit gaat nemen.stylusSpreuken 4:22, Spreuken 4:22, Leviticus 18:5, Leviticus 18:5, 2 Petrus 1:1648Nog op diezelfde dag sprak Jahweh tot Moses:stylusNumeri 27:12, Numeri 27:13, Numeri 27:12, Numeri 27:1349Bestijg hier het gebergte Abarim, de berg Nebo in het land Moab en tegenover Jericho, en werp een blik over het land Kanaän, dat Ik aan de kinderen Israëls in eigendom ga geven.stylusNumeri 27:12, Numeri 27:12, 2 Korintiërs 5:1, Jesaja 33:17, Numeri 33:4750Dan zult ge op de berg, die ge bestijgt, sterven en verzameld worden bij uw volk, zoals uw broeder Aäron op de berg Hor is gestorven en bij zijn volk is verzameld.stylusGenesis 25:8, Genesis 25:8, Numeri 33:38, Numeri 33:38, Genesis 49:3351Want gij beiden zijt Mij ontrouw geweest te midden van Israëls kinderen bij het water van Meribat-Kadesj in de woestijn van Sin, en hebt Mij niet als heilig behandeld te midden van Israëls kinderen.stylusNumeri 27:14, Numeri 27:14, Numeri 20:11, Numeri 20:14, Numeri 20:1152Gij zult het land, dat Ik aan Israëls kinderen zal geven, voor u zien liggen, maar het niet binnengaan.stylusDeuteronomium 34:1, Deuteronomium 34:4, Deuteronomium 34:1, Deuteronomium 34:4, Deuteronomium 32:49