Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Deuteronomium Hoofdstuk 33

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
DEUTERONOMIUM

Deuteronomium 33

1Dit is de zegen, die Moses, de man Gods, voor zijn dood over Israëls kinderen uitsprak.
Jozua 14:6, Jozua 14:6, Richteren 13:6, Johannes 16:33, Johannes 14:27
2Hij zeide: Toen Jahweh van de Sinaï kwam, Voor zijn volk van Seïr oprees, Van het gebergte Paran verscheen, Van Meribat-Kadesj optrok: Schoot een laaiend vuur uit zijn rechterhand,
Richteren 5:4, Richteren 5:5, Habakuk 3:3, Openbaring 5:11, Richteren 5:4
3En vernielde zijn gramschap de volken. Maar al zijn heiligen waren in uw hand, En zaten neer aan uw voeten; Het volk nam uw uitspraken aan.
Lucas 10:39, Lucas 10:39, Maleachi 1:2, Deuteronomium 7:6, Deuteronomium 7:8
4En Moses gaf ons een wet. De gemeente van Jakob werd zijn bezit
Psalmen 119:111, Johannes 7:19, Johannes 1:17, Psalmen 119:111, Johannes 7:19
5Hij zelf werd koning in Jesjoeroen Toen de hoofden van het volk zich verzamelden, De stammen van Israël zich aaneen sloten. Over Ruben sprak hij:
Deuteronomium 32:15, Deuteronomium 32:15, Richteren 17:6, Richteren 17:6, Exodus 18:19
6Moge Ruben leven en niet sterven, Al telt hij slechts weinig mannen.
Numeri 32:31, Numeri 32:32, Genesis 49:8, Numeri 32:31, Numeri 32:32
7Over Juda sprak hij aldus: Hoor Jahweh het smeken van Juda, En verenig hem met zijn volk, Strijd voor hem met eigen hand, En help hem tegen zijn vijand.
Genesis 49:8, Genesis 49:12, Genesis 49:8, Genesis 49:12, Hebreeën 7:14
8Over Levi sprak hij: Geef aan Levi uw Toemmim, Uw Oerim aan uw gunsteling, Die Gij bij Massa op de proef hebt gesteld, Met wie Gij bij het water van Meriba hebt getwist;
Exodus 17:7, Exodus 17:7, Exodus 28:30, Exodus 28:30, Numeri 20:13
9Die van zijn vader en moeder zeide: Ik zie ze niet; Die zijn broeders niet erkende, En van zijn zoon niets wilde weten. Maar die uw woord hebben bewaard, Uw Verbond onderhouden!
Exodus 32:25, Exodus 32:29, Exodus 32:25, Exodus 32:29, Lucas 14:26
10Zij leren aan Jakob uw voorschriften, En uw Wet aan Israël. Zij brengen wierookgeur in uw neus, En brandoffers op uw altaar.
Leviticus 10:11, Psalmen 51:19, Leviticus 10:11, Psalmen 51:19, Ezechiël 43:27
11Jahweh, zegen zijn kracht, Heb welgevallen aan het werk zijner handen, Verlam de heupen van zijn vijanden Van die hem haten, zodat ze geen stand houden.
Ezechiël 20:40, Ezechiël 20:41, 2 Samuël 24:23, Ezechiël 43:27, Ezechiël 20:40
12Over Benjamin sprak hij: De lieveling van Jahweh Zal in veiligheid bij Hem wonen; Hij beschermt hem voor immer, En woont tussen zijn heuvels.
2 Kronieken 15:2, 2 Kronieken 15:2, Mattheüs 23:37, Psalmen 91:4, Mattheüs 23:37
13Over Josef sprak hij: Zijn land zij door Jahweh gezegend! Het kostelijkste van de hemel daarboven, En van de zee die zich uitstrekt omlaag,
Micha 5:7, Genesis 49:22, Genesis 49:26, Micha 5:7, Genesis 49:22
14Het kostelijkste dat de zon doet ontspruiten, Het kostelijkste dat de manen doen rijpen,
Psalmen 74:16, Psalmen 65:9, Psalmen 65:13, Maleachi 4:2, Leviticus 26:4
15Het beste der oude bergen, Het kostelijkste der eeuwige heuvelen,
Habakuk 3:6, Habakuk 3:6, Genesis 49:26, Genesis 49:26, Jakobus 5:7
16Het kostelijkste der aarde met wat zij bevat, En de genade van Hem, die in een doornstruik woonde, Mogen komen op het hoofd van Josef, Op de schedel van den vorst zijner broeders.
Handelingen 7:35, Handelingen 7:35, Exodus 3:2, Exodus 3:4, Psalmen 24:1
17Als het eerste jong van een stier is zijn pracht, Met hoornen als die van een buffel; Daarmee stoot hij volken neer, Allen, tot aan de grenzen der aarde. Zo zijn de tienduizenden van Efraïm, Zo de duizenden van Manasse!
Numeri 23:22, Numeri 23:22, 1 Koningen 22:11, Psalmen 44:5, 1 Koningen 22:11
18Over Zabulon sprak hij: Verheug u, Zabulon, over uw tochten, Gij Issakar, over uw tenten.
Genesis 49:13, Genesis 49:15, Genesis 49:13, Genesis 49:15, Jozua 19:11
19Volken nodigen zij uit op de berg, Om daar gerechte offers te brengen; Want de overvloed der zeeën zuigen zij in, Met de verborgen schatten van het strand.
Jesaja 60:5, Jesaja 60:5, Psalmen 4:5, Psalmen 4:5, Jesaja 2:3
20Over Gad sprak hij: Gezegend Hij, die Gad ruimte verschaft, Zodat hij zich neervlijt als een leeuwin, En arm en schedel verscheurt,
Genesis 49:19, Genesis 49:19, 1 Kronieken 5:18, 1 Kronieken 5:21, Micha 5:8
21Maar voor zich het beste deel behoudt, Want een vorstelijk deel lag daar bewaard. Hij kwam met de hoofden van het volk Voltrok de gerechtigheid van Jahweh En zijn gerichten met Israël samen.
Jozua 1:14, Jozua 1:14, Jozua 4:12, Jozua 4:13, Richteren 5:2
22Over Dan sprak hij: Dan is een jonge leeuw, Die opspringt uit Basjan.
Jozua 19:47, Richteren 18:27, Jozua 19:47, Richteren 18:27, Richteren 15:8
23Over Neftali sprak hij: Neftali is verzadigd van gunst, En vervuld van de zegen van Jahweh, Het meer met de zuidstreek is zijn bezit.
Genesis 49:21, Genesis 49:21, Mattheüs 4:16, Jeremia 31:14, Psalmen 36:8
24Over Aser sprak hij: De meest gezegende zoon is Aser, De meest begunstigde onder zijn broeders. Hij dompelt zijn voet in de olie.
Genesis 49:20, Genesis 49:20, Spreuken 3:3, Spreuken 3:4, Romeinen 14:18
25Van ijzer en koper zijn uw sloten, En heel uw leven woont gij veilig.
Jesaja 41:10, Jesaja 41:10, Filippenzen 4:13, Filippenzen 4:13, Kolossenzen 1:11
26Niemand is gelijk aan God, O Jesjoeroen: Die de hemelen bestijgt om u te helpen, De wolken in zijn majesteit!
Exodus 15:11, Exodus 15:11, Jesaja 43:11, Jesaja 43:13, Jeremia 10:6
27Een toevlucht is de oude God, Met eeuwig uitgestrekte armen. Hij dreef den vijand voor u uit, En sprak: Verdelg!
Psalmen 18:2, Psalmen 18:2, Psalmen 46:1, Jesaja 25:4, Psalmen 46:1
28Zo woonde Israël zonder zorg, Jakobs bron in veiligheid, In een land van koren en most, Waarop zijn hemel dauw laat druppelen.
Numeri 23:9, Numeri 23:9, Exodus 33:16, Genesis 27:28, Exodus 33:16
29Israël, wie is gelukkig als gij, Een volk door Jahweh gered? Hij is het schild van uw hulp, Het zwaard van uw glorie: Vijanden zullen u vleien En gij zult hun toppen betreden.
Jesaja 45:17, Jesaja 45:17, Jesaja 12:2, Jesaja 12:2, Psalmen 115:9

Andere Boeken

DeuteronomiumJozuaRichteren+

Andere Boeken

DeuteronomiumHfst. 33
JozuaRichterenRuth1 Samuël2 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward