1Dit is de zegen, die Moses, de man Gods, voor zijn dood over Israëls kinderen uitsprak.stylusJozua 14:6, Jozua 14:6, Richteren 13:6, Johannes 16:33, Johannes 14:272Hij zeide: Toen Jahweh van de Sinaï kwam, Voor zijn volk van Seïr oprees, Van het gebergte Paran verscheen, Van Meribat-Kadesj optrok: Schoot een laaiend vuur uit zijn rechterhand,stylusRichteren 5:4, Richteren 5:5, Habakuk 3:3, Openbaring 5:11, Richteren 5:43En vernielde zijn gramschap de volken. Maar al zijn heiligen waren in uw hand, En zaten neer aan uw voeten; Het volk nam uw uitspraken aan.stylusLucas 10:39, Lucas 10:39, Maleachi 1:2, Deuteronomium 7:6, Deuteronomium 7:84En Moses gaf ons een wet. De gemeente van Jakob werd zijn bezitstylusPsalmen 119:111, Johannes 7:19, Johannes 1:17, Psalmen 119:111, Johannes 7:195Hij zelf werd koning in Jesjoeroen Toen de hoofden van het volk zich verzamelden, De stammen van Israël zich aaneen sloten. Over Ruben sprak hij:stylusDeuteronomium 32:15, Deuteronomium 32:15, Richteren 17:6, Richteren 17:6, Exodus 18:196Moge Ruben leven en niet sterven, Al telt hij slechts weinig mannen.stylusNumeri 32:31, Numeri 32:32, Genesis 49:8, Numeri 32:31, Numeri 32:327Over Juda sprak hij aldus: Hoor Jahweh het smeken van Juda, En verenig hem met zijn volk, Strijd voor hem met eigen hand, En help hem tegen zijn vijand.stylusGenesis 49:8, Genesis 49:12, Genesis 49:8, Genesis 49:12, Hebreeën 7:148Over Levi sprak hij: Geef aan Levi uw Toemmim, Uw Oerim aan uw gunsteling, Die Gij bij Massa op de proef hebt gesteld, Met wie Gij bij het water van Meriba hebt getwist;stylusExodus 17:7, Exodus 17:7, Exodus 28:30, Exodus 28:30, Numeri 20:139Die van zijn vader en moeder zeide: Ik zie ze niet; Die zijn broeders niet erkende, En van zijn zoon niets wilde weten. Maar die uw woord hebben bewaard, Uw Verbond onderhouden!stylusExodus 32:25, Exodus 32:29, Exodus 32:25, Exodus 32:29, Lucas 14:2610Zij leren aan Jakob uw voorschriften, En uw Wet aan Israël. Zij brengen wierookgeur in uw neus, En brandoffers op uw altaar.stylusLeviticus 10:11, Psalmen 51:19, Leviticus 10:11, Psalmen 51:19, Ezechiël 43:2711Jahweh, zegen zijn kracht, Heb welgevallen aan het werk zijner handen, Verlam de heupen van zijn vijanden Van die hem haten, zodat ze geen stand houden.stylusEzechiël 20:40, Ezechiël 20:41, 2 Samuël 24:23, Ezechiël 43:27, Ezechiël 20:4012Over Benjamin sprak hij: De lieveling van Jahweh Zal in veiligheid bij Hem wonen; Hij beschermt hem voor immer, En woont tussen zijn heuvels.stylus2 Kronieken 15:2, 2 Kronieken 15:2, Mattheüs 23:37, Psalmen 91:4, Mattheüs 23:3713Over Josef sprak hij: Zijn land zij door Jahweh gezegend! Het kostelijkste van de hemel daarboven, En van de zee die zich uitstrekt omlaag,stylusMicha 5:7, Genesis 49:22, Genesis 49:26, Micha 5:7, Genesis 49:2214Het kostelijkste dat de zon doet ontspruiten, Het kostelijkste dat de manen doen rijpen,stylusPsalmen 74:16, Psalmen 65:9, Psalmen 65:13, Maleachi 4:2, Leviticus 26:415Het beste der oude bergen, Het kostelijkste der eeuwige heuvelen,stylusHabakuk 3:6, Habakuk 3:6, Genesis 49:26, Genesis 49:26, Jakobus 5:716Het kostelijkste der aarde met wat zij bevat, En de genade van Hem, die in een doornstruik woonde, Mogen komen op het hoofd van Josef, Op de schedel van den vorst zijner broeders.stylusHandelingen 7:35, Handelingen 7:35, Exodus 3:2, Exodus 3:4, Psalmen 24:117Als het eerste jong van een stier is zijn pracht, Met hoornen als die van een buffel; Daarmee stoot hij volken neer, Allen, tot aan de grenzen der aarde. Zo zijn de tienduizenden van Efraïm, Zo de duizenden van Manasse!stylusNumeri 23:22, Numeri 23:22, 1 Koningen 22:11, Psalmen 44:5, 1 Koningen 22:1118Over Zabulon sprak hij: Verheug u, Zabulon, over uw tochten, Gij Issakar, over uw tenten.stylusGenesis 49:13, Genesis 49:15, Genesis 49:13, Genesis 49:15, Jozua 19:1119Volken nodigen zij uit op de berg, Om daar gerechte offers te brengen; Want de overvloed der zeeën zuigen zij in, Met de verborgen schatten van het strand.stylusJesaja 60:5, Jesaja 60:5, Psalmen 4:5, Psalmen 4:5, Jesaja 2:320Over Gad sprak hij: Gezegend Hij, die Gad ruimte verschaft, Zodat hij zich neervlijt als een leeuwin, En arm en schedel verscheurt,stylusGenesis 49:19, Genesis 49:19, 1 Kronieken 5:18, 1 Kronieken 5:21, Micha 5:821Maar voor zich het beste deel behoudt, Want een vorstelijk deel lag daar bewaard. Hij kwam met de hoofden van het volk Voltrok de gerechtigheid van Jahweh En zijn gerichten met Israël samen.stylusJozua 1:14, Jozua 1:14, Jozua 4:12, Jozua 4:13, Richteren 5:222Over Dan sprak hij: Dan is een jonge leeuw, Die opspringt uit Basjan.stylusJozua 19:47, Richteren 18:27, Jozua 19:47, Richteren 18:27, Richteren 15:823Over Neftali sprak hij: Neftali is verzadigd van gunst, En vervuld van de zegen van Jahweh, Het meer met de zuidstreek is zijn bezit.stylusGenesis 49:21, Genesis 49:21, Mattheüs 4:16, Jeremia 31:14, Psalmen 36:824Over Aser sprak hij: De meest gezegende zoon is Aser, De meest begunstigde onder zijn broeders. Hij dompelt zijn voet in de olie.stylusGenesis 49:20, Genesis 49:20, Spreuken 3:3, Spreuken 3:4, Romeinen 14:1825Van ijzer en koper zijn uw sloten, En heel uw leven woont gij veilig.stylusJesaja 41:10, Jesaja 41:10, Filippenzen 4:13, Filippenzen 4:13, Kolossenzen 1:1126Niemand is gelijk aan God, O Jesjoeroen: Die de hemelen bestijgt om u te helpen, De wolken in zijn majesteit!stylusExodus 15:11, Exodus 15:11, Jesaja 43:11, Jesaja 43:13, Jeremia 10:627Een toevlucht is de oude God, Met eeuwig uitgestrekte armen. Hij dreef den vijand voor u uit, En sprak: Verdelg!stylusPsalmen 18:2, Psalmen 18:2, Psalmen 46:1, Jesaja 25:4, Psalmen 46:128Zo woonde Israël zonder zorg, Jakobs bron in veiligheid, In een land van koren en most, Waarop zijn hemel dauw laat druppelen.stylusNumeri 23:9, Numeri 23:9, Exodus 33:16, Genesis 27:28, Exodus 33:1629Israël, wie is gelukkig als gij, Een volk door Jahweh gered? Hij is het schild van uw hulp, Het zwaard van uw glorie: Vijanden zullen u vleien En gij zult hun toppen betreden.stylusJesaja 45:17, Jesaja 45:17, Jesaja 12:2, Jesaja 12:2, Psalmen 115:9