1Toen Moses zijn rede tot heel Israël had beëindigd,stylus2vervolgde hij tot hen: Ik ben nu honderd twintig jaar oud; ik heb geen kracht meer, om op te trekken en terug te keren, en Jahweh heeft mij gezegd: "Gij zult de Jordaan niet oversteken".stylusDeuteronomium 34:7, Deuteronomium 34:7, Numeri 27:17, Numeri 27:17, 1 Koningen 3:73Maar Jahweh, uw God, zal voor u uit naar de overkant gaan, en deze volken voor u vernietigen, zodat gij ze zult onderwerpen. Josuë zal aan uw spits naar de overkant trekken, zoals Jahweh gezegd heeft,stylusDeuteronomium 9:3, Deuteronomium 9:3, Deuteronomium 31:23, Deuteronomium 3:28, Jozua 1:24en Jahweh zal met hen handelen, zoals Hij met Sichon en Og, de koningen der Amorieten, die Hij heeft verdelgd, en met hun land heeft gedaan.stylusExodus 23:28, Exodus 23:31, Deuteronomium 3:21, Numeri 21:24, Numeri 21:355Jahweh zal ze aan u overleveren, en gij moet met hen handelen, juist zoals ik het u heb bevolen!stylusDeuteronomium 7:2, Deuteronomium 7:2, Deuteronomium 20:16, Deuteronomium 20:17, Exodus 23:326Weest moedig en dapper, vreest ze niet en weest niet bang! Want Jahweh, uw God, trekt zelf met u mee; Hij zal u zijn hulp niet onthouden, noch u verlaten.stylusJozua 1:9, Jozua 1:9, Efeziërs 6:10, Efeziërs 6:10, Psalmen 27:147Toen riep Moses Josuë, en zei hem in tegenwoordigheid van heel Israël: Wees moedig en dapper; want gij zult dit volk het land binnenleiden, dat Jahweh onder ede hun vaderen beloofd heeft hun te geven; en het onder hen verdelen.stylusDeuteronomium 3:28, Deuteronomium 3:28, Deuteronomium 31:6, Deuteronomium 31:6, Deuteronomium 1:388Jahweh zal zelf voor u uitgaan; Hij zal u bijstaan, en u zijn hulp niet onthouden, noch u verlaten. Vrees dus niet en wees niet kleinmoedig!stylusExodus 33:14, Exodus 33:14, Deuteronomium 31:6, Deuteronomium 31:6, Jozua 1:99Daarna schreef Moses deze Wet op, en gaf ze aan de priesters, de zonen van Levi, die de verbondsark van Jahweh droegen, en aan alle oudsten van Israël.stylusNumeri 4:15, Numeri 4:15, Jozua 3:3, Jozua 3:3, Deuteronomium 31:2210En Moses gebood hun: Om de zeven jaren, op de vastgestelde tijd in het jaar van kwijtschelding, op het loofhuttenfeest,stylusLeviticus 23:34, Leviticus 23:43, Deuteronomium 15:1, Deuteronomium 15:2, Leviticus 23:3411wanneer heel Israël voor het aanschijn van Jahweh, uw God, verschijnt op de plaats, die Hij zal uitverkiezen, moet gij deze Wet in tegenwoordigheid en ten aanhoren van heel Israël voorlezen.stylus2 Koningen 23:2, 2 Koningen 23:2, Jozua 8:34, Jozua 8:35, Jozua 8:3412Dan moet ge het volk, mannen, vrouwen, en kinderen met de vreemden, die binnen uw poorten zijn, bijeenroepen, opdat zij het horen en Jahweh, uw God, leren vrezen, en ieder woord van deze Wet zorgvuldig volbrengen.stylusDeuteronomium 4:10, Deuteronomium 4:10, Psalmen 19:7, Psalmen 19:11, Psalmen 34:1113Zelfs hun kinderen, die nog geen begrip hebben, moeten toehoren, en Jahweh, uw God, leren vrezen, zo lang gij leeft in het land, dat gij aan de overkant van de Jordaan in bezit gaat nemen.stylusDeuteronomium 11:2, Deuteronomium 11:2, Deuteronomium 6:7, Deuteronomium 6:7, Spreuken 22:614Nu sprak Jahweh tot Moses: Zie, de dag van uw dood is nabij. Roep Josuë en gaat samen de openbaringstent binnen; dan zal Ik hem in zijn ambt aanstellen. Moses en Josuë gingen dus de openbaringstent binnen.stylusNumeri 27:13, Numeri 27:13, Deuteronomium 31:23, Deuteronomium 31:23, Jozua 24:115En Jahweh verscheen in de tent in een wolkkolom, die aan de ingang van de tent bleef staan.stylusExodus 40:38, Exodus 33:9, Exodus 33:10, Psalmen 99:7, Exodus 40:3816Daarna sprak Jahweh tot Moses: Zie, wanneer gij bij uw vaderen zult rusten, zal dit volk in opstand komen en de vreemde goden nalopen van het land, waarheen het nu optrekt; het zal Mij verlaten, en mijn Verbond verbreken, dat Ik met hen heb gesloten.stylusRichteren 10:6, Richteren 10:6, Richteren 2:12, Richteren 10:13, Richteren 2:1217Dan zal mijn toorn tegen hen ontbranden; en Ik zal hen verlaten en mijn aanschijn voor hen verbergen, zodat zij tot een aas zullen worden, en talloze rampen en noden hen treffen. Op die dag zal het zeggen: Omdat mijn God niet in mijn midden vertoeft, word ik door die rampen getroffen.stylusRichteren 6:13, Psalmen 104:29, 2 Kronieken 15:2, Jesaja 8:17, Numeri 14:4218Maar op die dag zal Ik mijn aanschijn verborgen houden, om al het kwaad, dat het heeft bedreven, door zich tot vreemde goden te wenden.stylusDeuteronomium 31:16, Deuteronomium 31:17, Deuteronomium 31:16, Deuteronomium 31:1719Nu dan, schrijf het volgende lied voor hen op, leer het Israëls zonen en leg het hun in de mond, opdat dit lied voor Mij tegen Israëls kinderen zal kunnen getuigen.stylusDeuteronomium 6:7, Deuteronomium 31:21, Deuteronomium 31:22, Deuteronomium 6:7, Deuteronomium 31:2120Want Ik zal hen in het land brengen, dat Ik aan hun vaderen onder ede beloofd heb hun te geven, een land, dat druipt van melk en honing; maar wanneer het zich zat heeft gegeten en vet is geworden, zal het zich tot vreemde goden wenden, om die te dienen, doch Mij verachten en mijn Verbond verbreken.stylusHosea 13:6, Hosea 13:6, Deuteronomium 6:10, Deuteronomium 6:12, Nehemia 9:2521Wanneer dan talloze rampen en noden hen treffen, zal dit lied tegen hen getuigen. Daarom mag het niet worden vergeten, niet verdwijnen uit de mond van uw kroost. Want Ik ken hun gedachten, die zij zelfs heden al koesteren, nog eer Ik ze in het land heb gebracht, dat Ik aan hun vaderen onder ede beloofd heb!stylusHosea 5:3, Hosea 5:3, Johannes 2:24, Johannes 2:25, Johannes 2:2422Nog op diezelfde dag schreef Moses dit lied, om het aan Israëls kinderen te leren.stylusDeuteronomium 31:19, Deuteronomium 31:19, Deuteronomium 31:9, Deuteronomium 31:923Toen stelde Hij Josuë aan, den zoon van Noen, en sprak: Wees dapper en moedig; want gij zult de kinderen Israëls het land binnenleiden, dat Ik hun onder ede beloofd heb, en Ik zal u bijstaan.stylusDeuteronomium 31:14, Deuteronomium 31:7, Deuteronomium 31:8, Deuteronomium 31:14, Deuteronomium 31:724En toen Moses de woorden van dit lied ten einde toe te boek had gesteld,stylusDeuteronomium 31:9, Deuteronomium 31:9, Deuteronomium 17:18, Deuteronomium 17:1825gaf hij aan de levieten, die de verbondsark van Jahweh droegen, het bevel:stylusDeuteronomium 31:9, Deuteronomium 31:926Neemt dit boek met het lied, en legt het naast de verbondsark van Jahweh, uw God, om daar tegen u te getuigen.stylusDeuteronomium 31:19, Deuteronomium 31:19, Romeinen 3:19, Romeinen 3:20, Galaten 2:1927Want ik ken uw weerspannigheid en hardnekkigheid. Zie, terwijl ik nog levend bij u vertoefde, zijt gij al tegen Jahweh weerspannig geweest; wat zal het dan wezen na mijn dood.stylusDeuteronomium 9:24, Deuteronomium 32:20, Deuteronomium 9:24, Deuteronomium 32:20, Exodus 32:828Ontbiedt dus de oudsten van uw stammen en uw leiders bij mij; ik wil hun deze woorden verkonden, en hemel en aarde tegen hen tot getuigen nemen.stylusDeuteronomium 32:1, Deuteronomium 4:26, Deuteronomium 32:1, Deuteronomium 4:26, Deuteronomium 30:1929Want ik weet, dat gij na mijn dood zwaar zult zondigen, en de weg zult verlaten, die ik u heb voorgeschreven, en dat u later onheil zal treffen, omdat gij kwaad zult doen in de ogen van Jahweh, en Hem zult tarten door het maaksel uwer handen.stylusRichteren 2:19, Richteren 2:19, Deuteronomium 32:5, Deuteronomium 32:5, Jesaja 1:430Toen zong Moses ten aanhoren van heel de gemeente van Israël dit lied ten einde toe:stylusJohannes 12:49, Hebreeën 3:2, Deuteronomium 4:5, Johannes 12:49, Hebreeën 3:2