1Dit zijn de halten van de Israëlieten, nadat zij onder leiding van Moses en Aäron met hun legerscharen uit Egypte waren opgetrokken.stylusMicha 6:4, Psalmen 77:20, Micha 6:4, Psalmen 77:20, 1 Samuël 12:82Op bevel van Jahweh schreef Moses hun zwerftochten op volgens de halten, die zij hadden gemaakt. En dit waren hun verschillende halten, die zij op hun zwerftochten hadden gemaakt.stylusNumeri 9:17, Numeri 9:23, Numeri 9:17, Numeri 9:23, Deuteronomium 10:113Op de vijftiende dag van de eerste maand, braken zij op van Raämses, daags na Pasen trokken de Israëlieten onder machtige schutse ten aanschouwen van heel Egypte weg,stylusExodus 14:8, Exodus 14:8, Exodus 13:4, Exodus 12:37, Exodus 13:44terwijl de Egyptenaren al de eerstgeborenen begroeven, die Jahweh onder hen had getroffen, en Jahweh aan hun goden de strafgerichten voltrok.stylusExodus 12:12, Exodus 12:12, Jesaja 19:1, Jesaja 19:1, Exodus 18:115Nadat de Israëlieten van Raämses waren opgetrokken, legerden zij zich te Soekkot.stylusExodus 12:37, Exodus 12:376Van Soekkot trokken zij verder en legerden zich te Etam, dat op de grens van de woestijn ligt.stylusExodus 13:20, Exodus 13:207Van Etam trokken zij verder, maar sloegen de richting in naar Pi-Hachirot, dat ten oosten van Báal-Sefon ligt, en legerden zich voor Migdol.stylusExodus 14:2, Exodus 14:2, Exodus 14:9, Exodus 14:9, Numeri 33:88Van Pi-Hachirot trokken zij verder, gingen midden door de zee naar de woestijn, trokken drie dagreizen ver de woestijn Etam in, en legerden zich te Mara.stylusExodus 14:21, Exodus 14:31, Exodus 15:22, Exodus 15:26, Exodus 14:219Van Mara trokken zij verder, en kwamen te Elim; te Elim waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen, en zij legerden zich daar.stylusExodus 15:27, Exodus 15:2710Van Elim trokken zij verder, en legerden zich aan de Rode Zee.stylusExodus 16:1, Exodus 17:1, Exodus 16:1, Exodus 17:111Van de Rode Zee trokken zij verder, en legerden zich in de woestijn Sin.stylusExodus 16:1, Exodus 16:112Van de woestijn Sin trokken zij verder, en legerden zich te Dofka.stylus13Van Dofka trokken zij verder, en legerden zich te Aloesj.stylus14Van Aloesj trokken zij verder, en legerden zich te Refidim; daar was geen water voor het volk, om te drinken.stylusExodus 17:1, Exodus 17:8, Exodus 19:2, Exodus 17:1, Exodus 17:815Van Refidim trokken zij verder, en legerden zich in de woestijn van de Sinaï.stylusExodus 19:1, Exodus 19:2, Exodus 19:1, Exodus 19:2, Exodus 16:116Van de woestijn Sinaï trokken zij verder, en legerden zich te Kibrot-Hattaäwa.stylusNumeri 11:34, Numeri 11:34, Numeri 10:33, Numeri 10:11, Numeri 10:1317Van Kibrot-Hattaäwa trokken zij verder, en legerden zich te Chaserot.stylusNumeri 11:35, Numeri 11:3518Van Chaserot trokken zij verder, en legerden zich te Ritma.stylusNumeri 12:16, Numeri 12:1619Van Ritma trokken zij verder, en legerden zich te Rimmon-Péres.stylus20Van Rimmon-Péres trokken zij verder, en legerden zich te Libna.stylus21Van Libna trokken zij verder, en legerden zich te Rissa.stylusDeuteronomium 1:1, Deuteronomium 1:122Van Rissa trokken zij verder, en legerden zich te Keheláta.stylus23Van Keheláta trokken zij verder, en legerden zich bij de berg Sjéfer.stylus24Van de berg Sjéfer trokken zij verder, en legerden zich te Charada.stylus25Van Charada trokken zij verder, en legerden zich te Makhelot.stylus26Van Makhelot trokken zij verder, en legerden zich te Táchat.stylus27Van Táchat trokken zij verder, en legerden zich te Térach.stylus28Van Térach trokken zij verder, en legerden zich te Mitka.stylus29Van Mitka trokken zij verder, en legerden zich te Chasjmona.stylus30Van Chasjmona trokken zij verder, en legerden zich te Moserot.stylusDeuteronomium 10:5, Deuteronomium 10:6, Deuteronomium 10:5, Deuteronomium 10:631Van Moserot trokken zij verder, en legerden zich te Bene-Jaäkan.stylusDeuteronomium 10:6, Deuteronomium 10:6, 1 Kronieken 1:43, Genesis 36:27, 1 Kronieken 1:4332Van Bene-Jaäkan trokken zij verder, en legerden zich te Chor-Haggidgad.stylusDeuteronomium 10:7, Deuteronomium 10:733Van Chor-Haggidgad trokken zij verder, en legerden zich te Jotbáta.stylusDeuteronomium 10:7, Deuteronomium 10:734Van Jotbáta trokken zij verder, en legerden zich te Abrona.stylus35Van Abrona trokken zij verder, en legerden zich te Es-jon-Géber.stylusDeuteronomium 2:8, Deuteronomium 2:8, 1 Koningen 9:26, 1 Koningen 22:48, 1 Koningen 9:2636Van Es-jon-Géber trokken zij verder, en legerden zich in de woestijn Sin, dat is Kadesj.stylusNumeri 20:1, Numeri 20:1, Numeri 27:14, Numeri 27:14, Numeri 13:2137Van Kadesj trokken zij verder, en legerden zich bij de berg Hor aan de grens van het land Edom.stylusNumeri 21:4, Numeri 21:4, Numeri 20:22, Numeri 20:23, Numeri 20:2238De priester Aäron besteeg op bevel van Jahweh de berg Hor, en stierf daar in het veertigste jaar na de uittocht van de Israëlieten uit Egypte, op de eerste van de vijfde maand.stylusDeuteronomium 10:6, Deuteronomium 10:6, Deuteronomium 32:50, Deuteronomium 32:50, Numeri 20:2439Aäron was honderd drie en twintig jaar oud, toen hij op de berg Hor stierf.stylus40Daar de kanaänietische koning van Arad, die in de Négeb van het land Kanaän woonde, vernomen had, dat de Israëlieten in aantocht waren,stylusNumeri 21:1, Numeri 21:9, Numeri 21:1, Numeri 21:941trokken zij van de berg Hor verder, en legerden zich te Salmona.stylusNumeri 21:4, Numeri 21:442Van Salmona trokken zij verder, en legerden zich te Poenon.stylus43Van Poenon trokken zij verder, en legerden zich te Obot.stylusNumeri 21:10, Numeri 21:1044Van Obot trokken zij verder, en legerden zich te Ijje-Haäbarim, in het gebied van Moab.stylusNumeri 21:11, Numeri 21:1145Van Ijje-Haäbarim trokken zij verder, en legerden zich te Dibon-Gad.stylus46Van Dibon-Gad trokken zij verder, en legerden zich te Almon-Diblatáim.stylusNumeri 32:34, Jesaja 15:2, Jeremia 48:18, Ezechiël 6:14, Jeremia 48:2247Van Almon-Diblatáim trokken zij verder, en legerden zich bij het gebergte Abarim tegenover Nebo.stylusDeuteronomium 32:49, Deuteronomium 32:49, Deuteronomium 34:1, Numeri 21:20, Numeri 27:1248Van het gebergte Abarim trokken zij verder, en legerden zich in de velden van Moab aan de Jordaan bij Jericho.stylusNumeri 22:1, Numeri 22:149Hun legerplaatsen bij de Jordaan strekten zich uit van Bet-Hajjesjimot af tot aan Abel-Hassjittim in de velden van Moab.stylusExodus 25:5, Ezechiël 25:9, Jozua 13:20, Exodus 25:10, Numeri 25:150In de velden van Moab aan de Jordaan bij Jericho sprak Jahweh tot Moses:stylusNumeri 33:48, Numeri 33:49, Numeri 33:48, Numeri 33:4951Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer gij de Jordaan zijt overgetrokken naar het land Kanaän,stylusJozua 3:17, Jozua 3:17, Deuteronomium 9:1, Deuteronomium 9:1, Deuteronomium 7:152dan moet gij al de bewoners van het land verjagen, en al hun gehouwen beelden stukslaan, al hun gegoten beelden vernielen en al hun hoogten verwoesten.stylusExodus 23:24, Leviticus 26:1, Exodus 23:24, Leviticus 26:1, Deuteronomium 20:1653Dan zult gij het land in bezit nemen en er u vestigen; want aan u heb Ik het land in eigendom gegeven.stylusDeuteronomium 11:31, Deuteronomium 11:31, Jozua 21:43, Deuteronomium 32:8, Jozua 21:4354Gij moet het land door loting onder uw geslachten verdelen; aan een talrijk geslacht moet gij een groot stuk geven, aan een minder talrijk een klein. Ge moet het dus onder de voorvaderlijke stammen zo verdelen, dat iedereen krijgt, wat hem door het lot wordt toegewezen.stylusNumeri 26:53, Numeri 26:56, Numeri 26:53, Numeri 26:56, Jozua 17:155Maar wanneer gij de bewoners van het land niet verjaagt, dan zullen zij, die gij ervan overlaat, als doornen in uw ogen zijn en als prikkels in uw zijden; zij zullen u in uw eigen land verdrukken.stylusRichteren 2:3, Richteren 2:3, Psalmen 106:34, Psalmen 106:36, Psalmen 106:3456En zoals Ik besloten had, hen te behandelen, zo zal Ik het u doen.stylusLucas 21:23, Lucas 21:24, Deuteronomium 28:63, Lucas 21:23, Lucas 21:24