Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Numeri Hoofdstuk 33

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
NUMERI

Numeri 33

1Dit zijn de halten van de Israëlieten, nadat zij onder leiding van Moses en Aäron met hun legerscharen uit Egypte waren opgetrokken.
Micha 6:4, Psalmen 77:20, Micha 6:4, Psalmen 77:20, 1 Samuël 12:8
2Op bevel van Jahweh schreef Moses hun zwerftochten op volgens de halten, die zij hadden gemaakt. En dit waren hun verschillende halten, die zij op hun zwerftochten hadden gemaakt.
Numeri 9:17, Numeri 9:23, Numeri 9:17, Numeri 9:23, Deuteronomium 10:11
3Op de vijftiende dag van de eerste maand, braken zij op van Raämses, daags na Pasen trokken de Israëlieten onder machtige schutse ten aanschouwen van heel Egypte weg,
Exodus 14:8, Exodus 14:8, Exodus 13:4, Exodus 12:37, Exodus 13:4
4terwijl de Egyptenaren al de eerstgeborenen begroeven, die Jahweh onder hen had getroffen, en Jahweh aan hun goden de strafgerichten voltrok.
Exodus 12:12, Exodus 12:12, Jesaja 19:1, Jesaja 19:1, Exodus 18:11
5Nadat de Israëlieten van Raämses waren opgetrokken, legerden zij zich te Soekkot.
Exodus 12:37, Exodus 12:37
6Van Soekkot trokken zij verder en legerden zich te Etam, dat op de grens van de woestijn ligt.
Exodus 13:20, Exodus 13:20
7Van Etam trokken zij verder, maar sloegen de richting in naar Pi-Hachirot, dat ten oosten van Báal-Sefon ligt, en legerden zich voor Migdol.
Exodus 14:2, Exodus 14:2, Exodus 14:9, Exodus 14:9, Numeri 33:8
8Van Pi-Hachirot trokken zij verder, gingen midden door de zee naar de woestijn, trokken drie dagreizen ver de woestijn Etam in, en legerden zich te Mara.
Exodus 14:21, Exodus 14:31, Exodus 15:22, Exodus 15:26, Exodus 14:21
9Van Mara trokken zij verder, en kwamen te Elim; te Elim waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen, en zij legerden zich daar.
Exodus 15:27, Exodus 15:27
10Van Elim trokken zij verder, en legerden zich aan de Rode Zee.
Exodus 16:1, Exodus 17:1, Exodus 16:1, Exodus 17:1
11Van de Rode Zee trokken zij verder, en legerden zich in de woestijn Sin.
Exodus 16:1, Exodus 16:1
12Van de woestijn Sin trokken zij verder, en legerden zich te Dofka.
13Van Dofka trokken zij verder, en legerden zich te Aloesj.
14Van Aloesj trokken zij verder, en legerden zich te Refidim; daar was geen water voor het volk, om te drinken.
Exodus 17:1, Exodus 17:8, Exodus 19:2, Exodus 17:1, Exodus 17:8
15Van Refidim trokken zij verder, en legerden zich in de woestijn van de Sinaï.
Exodus 19:1, Exodus 19:2, Exodus 19:1, Exodus 19:2, Exodus 16:1
16Van de woestijn Sinaï trokken zij verder, en legerden zich te Kibrot-Hattaäwa.
Numeri 11:34, Numeri 11:34, Numeri 10:33, Numeri 10:11, Numeri 10:13
17Van Kibrot-Hattaäwa trokken zij verder, en legerden zich te Chaserot.
Numeri 11:35, Numeri 11:35
18Van Chaserot trokken zij verder, en legerden zich te Ritma.
Numeri 12:16, Numeri 12:16
19Van Ritma trokken zij verder, en legerden zich te Rimmon-Péres.
20Van Rimmon-Péres trokken zij verder, en legerden zich te Libna.
21Van Libna trokken zij verder, en legerden zich te Rissa.
Deuteronomium 1:1, Deuteronomium 1:1
22Van Rissa trokken zij verder, en legerden zich te Keheláta.
23Van Keheláta trokken zij verder, en legerden zich bij de berg Sjéfer.
24Van de berg Sjéfer trokken zij verder, en legerden zich te Charada.
25Van Charada trokken zij verder, en legerden zich te Makhelot.
26Van Makhelot trokken zij verder, en legerden zich te Táchat.
27Van Táchat trokken zij verder, en legerden zich te Térach.
28Van Térach trokken zij verder, en legerden zich te Mitka.
29Van Mitka trokken zij verder, en legerden zich te Chasjmona.
30Van Chasjmona trokken zij verder, en legerden zich te Moserot.
Deuteronomium 10:5, Deuteronomium 10:6, Deuteronomium 10:5, Deuteronomium 10:6
31Van Moserot trokken zij verder, en legerden zich te Bene-Jaäkan.
Deuteronomium 10:6, Deuteronomium 10:6, 1 Kronieken 1:43, Genesis 36:27, 1 Kronieken 1:43
32Van Bene-Jaäkan trokken zij verder, en legerden zich te Chor-Haggidgad.
Deuteronomium 10:7, Deuteronomium 10:7
33Van Chor-Haggidgad trokken zij verder, en legerden zich te Jotbáta.
Deuteronomium 10:7, Deuteronomium 10:7
34Van Jotbáta trokken zij verder, en legerden zich te Abrona.
35Van Abrona trokken zij verder, en legerden zich te Es-jon-Géber.
Deuteronomium 2:8, Deuteronomium 2:8, 1 Koningen 9:26, 1 Koningen 22:48, 1 Koningen 9:26
36Van Es-jon-Géber trokken zij verder, en legerden zich in de woestijn Sin, dat is Kadesj.
Numeri 20:1, Numeri 20:1, Numeri 27:14, Numeri 27:14, Numeri 13:21
37Van Kadesj trokken zij verder, en legerden zich bij de berg Hor aan de grens van het land Edom.
Numeri 21:4, Numeri 21:4, Numeri 20:22, Numeri 20:23, Numeri 20:22
38De priester Aäron besteeg op bevel van Jahweh de berg Hor, en stierf daar in het veertigste jaar na de uittocht van de Israëlieten uit Egypte, op de eerste van de vijfde maand.
Deuteronomium 10:6, Deuteronomium 10:6, Deuteronomium 32:50, Deuteronomium 32:50, Numeri 20:24
39Aäron was honderd drie en twintig jaar oud, toen hij op de berg Hor stierf.
40Daar de kanaänietische koning van Arad, die in de Négeb van het land Kanaän woonde, vernomen had, dat de Israëlieten in aantocht waren,
Numeri 21:1, Numeri 21:9, Numeri 21:1, Numeri 21:9
41trokken zij van de berg Hor verder, en legerden zich te Salmona.
Numeri 21:4, Numeri 21:4
42Van Salmona trokken zij verder, en legerden zich te Poenon.
43Van Poenon trokken zij verder, en legerden zich te Obot.
Numeri 21:10, Numeri 21:10
44Van Obot trokken zij verder, en legerden zich te Ijje-Haäbarim, in het gebied van Moab.
Numeri 21:11, Numeri 21:11
45Van Ijje-Haäbarim trokken zij verder, en legerden zich te Dibon-Gad.
46Van Dibon-Gad trokken zij verder, en legerden zich te Almon-Diblatáim.
Numeri 32:34, Jesaja 15:2, Jeremia 48:18, Ezechiël 6:14, Jeremia 48:22
47Van Almon-Diblatáim trokken zij verder, en legerden zich bij het gebergte Abarim tegenover Nebo.
Deuteronomium 32:49, Deuteronomium 32:49, Deuteronomium 34:1, Numeri 21:20, Numeri 27:12
48Van het gebergte Abarim trokken zij verder, en legerden zich in de velden van Moab aan de Jordaan bij Jericho.
Numeri 22:1, Numeri 22:1
49Hun legerplaatsen bij de Jordaan strekten zich uit van Bet-Hajjesjimot af tot aan Abel-Hassjittim in de velden van Moab.
Exodus 25:5, Ezechiël 25:9, Jozua 13:20, Exodus 25:10, Numeri 25:1
50In de velden van Moab aan de Jordaan bij Jericho sprak Jahweh tot Moses:
Numeri 33:48, Numeri 33:49, Numeri 33:48, Numeri 33:49
51Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer gij de Jordaan zijt overgetrokken naar het land Kanaän,
Jozua 3:17, Jozua 3:17, Deuteronomium 9:1, Deuteronomium 9:1, Deuteronomium 7:1
52dan moet gij al de bewoners van het land verjagen, en al hun gehouwen beelden stukslaan, al hun gegoten beelden vernielen en al hun hoogten verwoesten.
Exodus 23:24, Leviticus 26:1, Exodus 23:24, Leviticus 26:1, Deuteronomium 20:16
53Dan zult gij het land in bezit nemen en er u vestigen; want aan u heb Ik het land in eigendom gegeven.
Deuteronomium 11:31, Deuteronomium 11:31, Jozua 21:43, Deuteronomium 32:8, Jozua 21:43
54Gij moet het land door loting onder uw geslachten verdelen; aan een talrijk geslacht moet gij een groot stuk geven, aan een minder talrijk een klein. Ge moet het dus onder de voorvaderlijke stammen zo verdelen, dat iedereen krijgt, wat hem door het lot wordt toegewezen.
Numeri 26:53, Numeri 26:56, Numeri 26:53, Numeri 26:56, Jozua 17:1
55Maar wanneer gij de bewoners van het land niet verjaagt, dan zullen zij, die gij ervan overlaat, als doornen in uw ogen zijn en als prikkels in uw zijden; zij zullen u in uw eigen land verdrukken.
Richteren 2:3, Richteren 2:3, Psalmen 106:34, Psalmen 106:36, Psalmen 106:34
56En zoals Ik besloten had, hen te behandelen, zo zal Ik het u doen.
Lucas 21:23, Lucas 21:24, Deuteronomium 28:63, Lucas 21:23, Lucas 21:24

Andere Boeken

NumeriDeuteronomiumJozua+

Andere Boeken

NumeriHfst. 33
DeuteronomiumJozuaRichterenRuth1 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward