Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Numeri Hoofdstuk 34

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
NUMERI

Numeri 34

1Jahweh sprak tot Moses:
2Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer ge in het land Kanaän komt, dan zullen dit de grenzen zijn van het land Kanaän, dat uw erfdeel is.
Genesis 17:8, Genesis 17:8, Psalmen 105:11, Psalmen 105:11, 1 Petrus 1:3
3De zuidgrens zal lopen van de woestijn Sin langs Edom, en in het oosten beginnen bij het einde van de Zoutzee.
Genesis 14:3, Genesis 14:3, Ezechiël 47:13, Ezechiël 47:13, Jozua 3:16
4Dan zal de grens zich ten zuiden bij de pas van Akrabbim ombuigen, doorlopen tot Sin, en Kadesj-Barnéa zal haar meest zuidelijke punt vormen. Vandaar zal zij zich uitstrekken tot Chasar-Addar en doorlopen tot Asmon.
Numeri 32:8, Numeri 32:8, Numeri 13:26, Jozua 15:3, Jozua 15:4
5Van Asmon zal de grens ombuigen naar de beek van Egypte, en haar eindpunt zal de zee zijn.
Jozua 15:4, Jozua 15:4, Genesis 15:18, Genesis 15:18, Jesaja 27:12
6Wat nu de westgrens betreft, zo dient de Grote Zee tegelijk als grens; die vormt uw westgrens.
Jozua 15:47, Jozua 15:12, Ezechiël 47:20, Jozua 1:4, Jozua 9:1
7Dit zal voor u de noordelijke grens zijn: Van de Grote Zee af moet ge de grenslijn trekken naar de berg Hor,
Numeri 33:37, Numeri 33:37, Numeri 34:6, Numeri 34:9, Numeri 34:10
8en van de berg Hor ze doortrekken tot bij Chamat, met Sedad als haar uiterste punt.
Numeri 13:21, Numeri 13:21, 2 Koningen 14:25, 2 Koningen 14:25, Ezechiël 47:15
9Vandaar zal de grens doorlopen naar Zifron met Chasar-Enan als eindpunt. Dit zal uw noordgrens zijn.
Ezechiël 47:17, Ezechiël 47:17
10Uw oostgrens zult ge trekken van Chasar-Enan naar Sjefam.
11Van Sjefam zal de grens afdalen naar Ribla, ten oosten van Ain, en verder uitlopen op de bergrug ten oosten van het meer van Gennezaret.
2 Koningen 23:33, Deuteronomium 3:17, 2 Koningen 23:33, Deuteronomium 3:17, Jozua 11:2
12Dan daalt de grens af naar de Jordaan, en loopt uit op de Zoutzee. Dit zal uw land zijn met zijn grenzen rondom.
Numeri 34:3, Numeri 34:3, Genesis 13:10, Genesis 19:24, Genesis 19:26
13Moses beval de Israëlieten, en zeide: Dit is het land, dat gij door loting moet verdelen, daar Jahweh bevolen heeft, het aan de negen en halve stam te geven.
Jozua 14:1, Jozua 14:5, Numeri 34:1, Jozua 14:1, Jozua 14:5
14Want de families van de stam der Rubenieten en Gadieten en die van de halve stam van Manasse hebben hun erfdeel al ontvangen.
Numeri 32:33, Numeri 32:33, Jozua 14:2, Jozua 14:3, Numeri 32:23
15De twee en een halve stam hebben hun aandeel ontvangen aan de overzijde van de Jordaan bij Jericho, dus aan de oostkant.
Numeri 32:32, Numeri 32:32
16En Jahweh sprak tot Moses:
17De volgende mannen moeten het land onder u verdelen: De priester Elazar en Josuë, de zoon van Noen;
Jozua 14:1, Jozua 14:1, Jozua 19:51, Jozua 19:51, Numeri 13:8
18verder moet gij uit iedere stam één stamhoofd nemen, om het land te verdelen.
Numeri 1:4, Numeri 1:16, Numeri 1:4, Numeri 1:16
19Dit zijn de namen van die mannen: Van de stam Juda Kaleb, de zoon van Jefoenne;
Numeri 26:65, Numeri 26:65, Numeri 13:30, Numeri 13:30, Numeri 14:30
20van de stam der Simeonieten Sjemoeël, de zoon van Ammihoed;
Genesis 49:5, Genesis 49:5
21van de stam Benjamin Elidad, de zoon van Kislon;
Psalmen 68:27, Genesis 49:27, Psalmen 68:27, Genesis 49:27
22van de stam der Danieten het stamhoofd Boekki, de zoon van Jogli;
23van de zonen van Josef, van de stam der Manassieten het stamhoofd Channiël, de zoon van Efod,
24en van de stam der Efraïmieten het stamhoofd Kemoeël, de zoon van Sjiftan;
25van de stam der Zabulonieten het stamhoofd Elisafan, de zoon van Parnak;
26van de stam der Issakarieten het stamhoofd Paltiël, de zoon van Azzan;
27van de stam der Aserieten het stamhoofd Achihoed, de zoon van Sjelomi;
28van de stam der Neftalieten het stamhoofd Pedaël, de zoon van Ammihoed.
29Aan hen gaf Jahweh bevel het land Kanaän onder de kinderen Israëls te verdelen.
Numeri 34:18, Jozua 19:51, Numeri 34:18, Jozua 19:51

Andere Boeken

NumeriDeuteronomiumJozua+

Andere Boeken

NumeriHfst. 34
DeuteronomiumJozuaRichterenRuth1 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward