1Jahweh sprak tot Moses:stylus2Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer ge in het land Kanaän komt, dan zullen dit de grenzen zijn van het land Kanaän, dat uw erfdeel is.stylusGenesis 17:8, Genesis 17:8, Psalmen 105:11, Psalmen 105:11, 1 Petrus 1:33De zuidgrens zal lopen van de woestijn Sin langs Edom, en in het oosten beginnen bij het einde van de Zoutzee.stylusGenesis 14:3, Genesis 14:3, Ezechiël 47:13, Ezechiël 47:13, Jozua 3:164Dan zal de grens zich ten zuiden bij de pas van Akrabbim ombuigen, doorlopen tot Sin, en Kadesj-Barnéa zal haar meest zuidelijke punt vormen. Vandaar zal zij zich uitstrekken tot Chasar-Addar en doorlopen tot Asmon.stylusNumeri 32:8, Numeri 32:8, Numeri 13:26, Jozua 15:3, Jozua 15:45Van Asmon zal de grens ombuigen naar de beek van Egypte, en haar eindpunt zal de zee zijn.stylusJozua 15:4, Jozua 15:4, Genesis 15:18, Genesis 15:18, Jesaja 27:126Wat nu de westgrens betreft, zo dient de Grote Zee tegelijk als grens; die vormt uw westgrens.stylusJozua 15:47, Jozua 15:12, Ezechiël 47:20, Jozua 1:4, Jozua 9:17Dit zal voor u de noordelijke grens zijn: Van de Grote Zee af moet ge de grenslijn trekken naar de berg Hor,stylusNumeri 33:37, Numeri 33:37, Numeri 34:6, Numeri 34:9, Numeri 34:108en van de berg Hor ze doortrekken tot bij Chamat, met Sedad als haar uiterste punt.stylusNumeri 13:21, Numeri 13:21, 2 Koningen 14:25, 2 Koningen 14:25, Ezechiël 47:159Vandaar zal de grens doorlopen naar Zifron met Chasar-Enan als eindpunt. Dit zal uw noordgrens zijn.stylusEzechiël 47:17, Ezechiël 47:1710Uw oostgrens zult ge trekken van Chasar-Enan naar Sjefam.stylus11Van Sjefam zal de grens afdalen naar Ribla, ten oosten van Ain, en verder uitlopen op de bergrug ten oosten van het meer van Gennezaret.stylus2 Koningen 23:33, Deuteronomium 3:17, 2 Koningen 23:33, Deuteronomium 3:17, Jozua 11:212Dan daalt de grens af naar de Jordaan, en loopt uit op de Zoutzee. Dit zal uw land zijn met zijn grenzen rondom.stylusNumeri 34:3, Numeri 34:3, Genesis 13:10, Genesis 19:24, Genesis 19:2613Moses beval de Israëlieten, en zeide: Dit is het land, dat gij door loting moet verdelen, daar Jahweh bevolen heeft, het aan de negen en halve stam te geven.stylusJozua 14:1, Jozua 14:5, Numeri 34:1, Jozua 14:1, Jozua 14:514Want de families van de stam der Rubenieten en Gadieten en die van de halve stam van Manasse hebben hun erfdeel al ontvangen.stylusNumeri 32:33, Numeri 32:33, Jozua 14:2, Jozua 14:3, Numeri 32:2315De twee en een halve stam hebben hun aandeel ontvangen aan de overzijde van de Jordaan bij Jericho, dus aan de oostkant.stylusNumeri 32:32, Numeri 32:3216En Jahweh sprak tot Moses:stylus17De volgende mannen moeten het land onder u verdelen: De priester Elazar en Josuë, de zoon van Noen;stylusJozua 14:1, Jozua 14:1, Jozua 19:51, Jozua 19:51, Numeri 13:818verder moet gij uit iedere stam één stamhoofd nemen, om het land te verdelen.stylusNumeri 1:4, Numeri 1:16, Numeri 1:4, Numeri 1:1619Dit zijn de namen van die mannen: Van de stam Juda Kaleb, de zoon van Jefoenne;stylusNumeri 26:65, Numeri 26:65, Numeri 13:30, Numeri 13:30, Numeri 14:3020van de stam der Simeonieten Sjemoeël, de zoon van Ammihoed;stylusGenesis 49:5, Genesis 49:521van de stam Benjamin Elidad, de zoon van Kislon;stylusPsalmen 68:27, Genesis 49:27, Psalmen 68:27, Genesis 49:2722van de stam der Danieten het stamhoofd Boekki, de zoon van Jogli;stylus23van de zonen van Josef, van de stam der Manassieten het stamhoofd Channiël, de zoon van Efod,stylus24en van de stam der Efraïmieten het stamhoofd Kemoeël, de zoon van Sjiftan;stylus25van de stam der Zabulonieten het stamhoofd Elisafan, de zoon van Parnak;stylus26van de stam der Issakarieten het stamhoofd Paltiël, de zoon van Azzan;stylus27van de stam der Aserieten het stamhoofd Achihoed, de zoon van Sjelomi;stylus28van de stam der Neftalieten het stamhoofd Pedaël, de zoon van Ammihoed.stylus29Aan hen gaf Jahweh bevel het land Kanaän onder de kinderen Israëls te verdelen.stylusNumeri 34:18, Jozua 19:51, Numeri 34:18, Jozua 19:51