1De zonen van Ruben en Gad bezaten zeer talrijke kudden. En daar de Rubenieten en Gadieten zagen, dat het land Jazer en het land Gilad een zeer geschikte streek voor vee was,stylusNumeri 21:32, Numeri 21:32, Numeri 32:35, Numeri 32:3, Genesis 13:102gingen ze naar Moses, den priester Elazar en de aanvoerders van de gemeenschap en zeiden:stylus3Atarot, Dibon, Jazer, Nimra, Chesjbon, Elale, Sibma, Nebo en Báal-Meon,stylusJesaja 16:8, Jesaja 16:9, Numeri 32:34, Numeri 32:38, Jeremia 48:344het land, dat Jahweh aan de gemeenschap van Israël heeft onderworpen, is een land van veeteelt, en uw dienaren oefenen veeteelt uit.stylusNumeri 21:34, Numeri 21:34, Deuteronomium 2:24, Deuteronomium 2:35, Numeri 21:245En zij vervolgden: Zo wij genade hebben gevonden in uw ogen, laat dan dit land aan uw dienaren als bezitting worden gegeven, en voer ons niet over de Jordaan.stylusJeremia 31:2, 2 Samuël 14:22, Deuteronomium 1:37, 1 Samuël 20:3, Genesis 19:196Maar Moses gaf de zonen van Gad en Ruben ten antwoord: Wilt gij dan hier blijven wonen, terwijl uw broeders ten strijde trekken?stylus1 Korintiërs 13:5, 1 Korintiërs 13:5, Filippenzen 2:4, 2 Samuël 11:11, Filippenzen 2:47Waarom wilt ge de Israëlieten de moed benemen, om naar de overkant te trekken, naar het land, dat Jahweh hun heeft gegeven?stylusNumeri 21:4, Deuteronomium 1:28, Handelingen 21:13, Numeri 13:27, Numeri 14:48Zo hebben uw vaders gedaan, toen ik hen uitzond van Kadesj-Barnéa, om het land te verkennen.stylusJozua 14:6, Jozua 14:7, Numeri 13:2, Numeri 13:26, Deuteronomium 1:199Zij trokken op tot de Esjkol-vallei, en zij verkenden het land; maar toen ontnamen zij de kinderen Israëls de moed, om het land binnen te trekken, dat Jahweh hun had gegeven.stylusNumeri 13:23, Numeri 14:10, Deuteronomium 1:24, Deuteronomium 1:28, Numeri 13:2310Maar toen ook ontbrandde de gramschap van Jahweh, en zwoer Hij:stylusNumeri 14:11, Numeri 14:11, Numeri 14:21, Psalmen 95:11, Numeri 14:2911De mannen van twintig jaar oud en daarboven, die uit Egypte zijn opgetrokken, zullen het land niet aanschouwen, dat Ik aan Abraham, Isaäk en Jakob onder ede beloofd heb, omdat zij Mij niet trouw zijn gebleven!stylusNumeri 14:28, Numeri 14:30, Numeri 14:28, Numeri 14:30, Numeri 14:2412Uitgezonderd werden Kaleb, de Kenizziet, de zoon van Jefoenne, en Josuë, de zoon van Noen; want zij bleven Jahweh getrouw.stylusDeuteronomium 1:36, Deuteronomium 1:36, Numeri 14:30, Numeri 14:24, Numeri 14:3013Zo ontstak de toorn van Jahweh tegen Israël en liet Hij ze veertig jaar lang in de woestijn zwerven, tot heel het geslacht, dat kwaad had gedaan in de ogen van Jahweh, was gestorven.stylusNumeri 14:33, Numeri 14:35, 1 Korintiërs 10:5, Numeri 14:33, Numeri 14:3514En nu neemt gij de plaats van uw vaderen in, zondig gebroed, en roept gij de grimmige toorn van Jahweh over Israël weer af.stylusJesaja 57:4, Ezechiël 20:21, Lucas 11:48, Nehemia 9:24, Nehemia 9:2615Zo ge u van Hem afwendt, zal Hij het nog langer in de woestijn laten zwerven, en stort gij heel dit volk in het verderf.stylus1 Korintiërs 8:11, 1 Korintiërs 8:12, 2 Kronieken 15:2, 1 Korintiërs 8:11, 1 Korintiërs 8:1216Maar zij traden op hem toe, en zeiden: Wij willen hier enkel schaapskooien bouwen voor onze kudden en steden voor onze kinderen;stylusGenesis 33:17, Numeri 34:22, Genesis 33:17, Numeri 34:2217maar wij zelf zullen strijdvaardig aan de spits van de Israëlieten optrekken, totdat wij ze naar hun bestemming hebben gebracht; intussen zullen onze kinderen dan in versterkte steden kunnen blijven, om tegen de bewoners van het land beveiligd te zijn.stylusJozua 4:12, Jozua 4:13, Jozua 4:12, Jozua 4:13, Numeri 32:2918Wij keren niet naar huis terug, eer ieder van Israëls kinderen zijn aandeel heeft bekomen.stylusJozua 22:1, Jozua 22:5, Jozua 22:1, Jozua 22:519Ook zullen we geen erfbezit bij hen krijgen aan de overkant van de Jordaan, zo wij ons erfdeel hebben gekregen aan deze zijde, ten oosten van de Jordaan.stylusJozua 13:8, Jozua 13:8, Genesis 13:10, Genesis 13:12, Jozua 12:120Toen sprak Moses tot hen: Wanneer gij dit woord gestand doet, en u voor Jahweh ten strijde gordt,stylusJozua 4:12, Jozua 4:13, Jozua 4:12, Jozua 4:13, Deuteronomium 3:1821en gij allen welbewapend de Jordaan overtrekt voor het aanschijn van Jahweh, totdat Hij zijn vijanden voor Zich heeft uitgedreven,stylus22en eerst terugkeert als het land aan Jahweh is onderworpen, dan gaat ge vrij uit voor Jahweh en Israël, en zal dit land voor het aanschijn van Jahweh uw eigendom zijn.stylusJozua 22:9, Jozua 22:4, Jozua 22:9, Jozua 22:4, Deuteronomium 3:2023Maar doet ge het niet, dan zondigt ge tegen Jahweh, en zult ge de gevolgen van uw zonde ondervinden.stylusJesaja 59:12, Jesaja 59:12, Spreuken 13:21, Spreuken 13:21, Genesis 44:1624Bouwt dus steden voor uw kinderen en kooien voor uw schapen, maar doet, wat ge beloofd hebt.stylusNumeri 32:16, Numeri 32:16, Numeri 30:2, Numeri 32:34, Numeri 32:4225Toen zeiden de zonen van Gad en Ruben tot Moses: Uw dienaren zullen doen, zoals mijn heer heeft bevolen.stylusJozua 1:13, Jozua 1:14, Jozua 1:13, Jozua 1:1426Onze kinderen en vrouwen, ons vee, en al onze runderen zullen in de steden van Gilad blijven,stylusJozua 1:14, Jozua 1:1427maar uw dienaren zullen allen, welbewapend, naar de overkant trekken, om voor Jahweh te strijden, zoals mijn heer heeft gezegd.stylusJozua 4:12, Jozua 4:12, Numeri 36:2, 2 Korintiërs 10:4, 2 Korintiërs 10:528Nu gaf Moses den priester Elazar en Josuë, den zoon van Noen, met de familiehoofden van Israëls stammen zijn bevelen betreffende hen.stylusJozua 1:13, Jozua 1:1329Moses zeide: Wanneer de zonen van Gad en van Ruben, allen welbewapend, met u de Jordaan overtrekken, om voor Jahweh te strijden, en het land aan u onderworpen is, dan moet ge hun het land Gilad in eigendom geven;stylus30maar zo ze niet welbewapend met u naar de overkant trekken, dan moeten zij worden gedwongen zich onder u in het land Kanaän te vestigen.stylusJozua 22:19, Jozua 22:1931De zonen van Gad en Ruben verzekerden: Wat Jahweh uw dienaars bevolen heeft, zullen ze doen.stylus32Voor Jahweh’s aanschijn zullen wij welbewapend naar het land Kanaän trekken, en eerst dan zullen we aan deze zijde van de Jordaan vaste bezittingen verkrijgen.stylus33Zo gaf Moses aan de zonen van Gad en Ruben en aan de helft van de stam van Manasse, den zoon van Josef, het rijk van Sichon, den koning der Amorieten, en het rijk van Og, den koning van Basjan, zowel de steden van het land als het grondgebied rondom de steden.stylusJozua 12:6, Jozua 12:6, Deuteronomium 3:12, Deuteronomium 3:17, Jozua 22:434De zonen van Gad herbouwden de vestingsteden Dibon, Atarot en Aroër,stylusDeuteronomium 2:36, Deuteronomium 2:36, Numeri 32:3, Numeri 32:3, Numeri 33:4535Atrot-Sjofan, Jazer en Jogbeha,stylusNumeri 32:1, Numeri 32:3, Numeri 32:1, Numeri 32:336Bet-Nimra, Bet-Haran met haar schaapskooien.stylusNumeri 32:3, Numeri 32:337De zonen van Ruben herbouwden Chesjbon, Elale en Kirjatáim,stylusNumeri 32:3, Numeri 21:27, Numeri 32:3, Numeri 21:27, Jesaja 15:438Nebo, Báal-Meon (onder een andere naam) en Sibma, en gaven aan de steden, die ze bouwden, andere namen.stylusJesaja 46:1, Jesaja 46:1, Numeri 32:3, Numeri 32:3, Jozua 23:739De zonen van Makir, den zoon van Manasse, trokken naar Gilad, veroverden het en verdreven de Amorieten, die daar woonden.stylusGenesis 50:23, Genesis 50:23, Numeri 26:29, Jozua 17:1, Numeri 26:2940Moses gaf Gilad aan Makir, den zoon van Manasse, die zich daar vestigde.stylusJozua 17:1, Jozua 17:1, Deuteronomium 3:13, Deuteronomium 3:15, Jozua 13:2941Ook Jaïr, de zoon van Manasse, trok op, veroverde hun kampementen en noemde ze kampementen van Jaïr.stylusDeuteronomium 3:14, Deuteronomium 3:14, Richteren 10:4, Richteren 10:4, Jozua 13:3042Ook Nóbach trok op, veroverde Kenat met zijn onderhorige plaatsen, en noemde het Nóbach naar zijn eigen naam.stylusPsalmen 49:11, 2 Samuël 18:18, Psalmen 49:11, 2 Samuël 18:18