1Dit zijn de geboden, de bepalingen en voorschriften, die Jahweh, uw God, bevolen heeft u te leren, en die gij moet volbrengen in het land, dat gij thans aan de overkant in bezit gaat nemen:stylusDeuteronomium 4:1, Deuteronomium 4:1, Deuteronomium 12:1, Deuteronomium 12:1, Deuteronomium 4:452opdat gij met uw kinderen en kleinkinderen heel uw leven Jahweh, uw God, zoudt vrezen, al zijn bepalingen en geboden, die ik u geef, zoudt onderhouden, en gij lang zoudt mogen leven.stylusDeuteronomium 4:40, Deuteronomium 4:40, Prediker 12:13, Deuteronomium 13:4, Prediker 12:133Israël hoor ze dus aan, en volbreng ze zorgvuldig, opdat het u goed moge gaan, en gij zeer talrijk moogt worden in het land, dat druipt van melk en honing, zoals Jahweh, de God uwer vaderen, het u heeft beloofd.stylusGenesis 22:17, Genesis 22:17, Exodus 3:8, Genesis 26:4, Genesis 28:144Hoor, Israël! Jahweh is onze God, en Jahweh alleen!stylusMarcus 12:29, Marcus 12:32, Marcus 12:29, Marcus 12:32, Jesaja 44:65Bemin Jahweh, uw God, met heel uw hart, met heel uw ziel, en met heel uw kracht.stylusMarcus 12:30, Marcus 12:30, Mattheüs 22:37, Mattheüs 22:37, Lucas 10:276Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart staan geschreven.stylusKolossenzen 3:16, Kolossenzen 3:16, Jeremia 31:33, Jeremia 31:33, Spreuken 7:37Prent ze uw kinderen in; herhaal ze, wanneer ge in uw huis zijt gezeten, of wandelt op straat, wanneer gij gaat slapen of opstaat;stylusDeuteronomium 11:19, Deuteronomium 11:19, Efeziërs 6:4, Efeziërs 6:4, 1 Petrus 3:158bind ze als een merk op uw hand en als een teken op uw voorhoofd,stylusSpreuken 6:21, Spreuken 6:21, Spreuken 3:3, Deuteronomium 11:18, Spreuken 3:39en schrijf ze op de deurposten van uw huis en in uw poorten.stylusDeuteronomium 11:20, Deuteronomium 11:20, Jesaja 30:8, Jesaja 30:8, Jesaja 57:810En wanneer Jahweh, uw God, u het land heeft binnengeleid, dat Hij aan uw vaderen, aan Abraham, Isaäk en Jakob onder ede beloofd heeft, u te zullen geven: een land met grote en prachtige steden, die gij niet hebt gebouwd,stylusJozua 24:13, Jozua 24:13, Psalmen 105:44, Psalmen 105:44, Nehemia 9:2511met huizen vol allerlei kostbare zaken, waarmee gij ze niet hebt gevuld, met uitgehouwen regenbakken, die gij niet hebt gehouwen, met wijngaarden en olijfbomen, die gij niet hebt geplant: en wanneer gij zult eten tot verzadigens toe,stylusDeuteronomium 7:12, Deuteronomium 7:18, Deuteronomium 7:12, Deuteronomium 7:18, Deuteronomium 8:1012zorg er dan voor Jahweh niet te vergeten, die u uit het land van Egypte, uit het slavenhuis heeft geleid!stylus13Jahweh, uw God, moet ge vrezen, Hem moet ge dienen, bij zijn Naam alleen moogt ge zweren.stylusLucas 4:8, Lucas 4:8, Mattheüs 4:10, Mattheüs 4:10, Deuteronomium 10:2014Loopt niet achter vreemde goden, achter de goden der volken, die u omringen,stylusJeremia 25:6, Jeremia 25:6, 1 Johannes 5:21, 1 Johannes 5:21, Deuteronomium 13:715opdat de toorn van Jahweh, uw God, niet ontbrandt, en Hij u van de aarde verdelgt; want Jahweh, uw God, die onder u toeft, is een naijverige God.stylusDeuteronomium 4:24, Deuteronomium 4:24, Exodus 20:5, Exodus 20:5, Deuteronomium 11:1716Stelt Jahweh, uw God, niet op de proef, zoals gij Hem te Massa op de proef hebt gesteld.stylusExodus 17:7, Exodus 17:7, Lucas 4:12, Lucas 4:12, Mattheüs 4:717Onderhoudt zorgvuldig de geboden van Jahweh, uw God, zijn beschikkingen en bepalingen, die Hij u heeft bevolen.stylusPsalmen 119:4, Deuteronomium 11:22, Psalmen 119:4, Deuteronomium 11:22, 2 Petrus 1:518Doe wat recht en goed is in de ogen van Jahweh, opdat het u goed moge gaan, en gij het heerlijke land, dat Jahweh onder ede aan uw vaderen beloofd heeft, moogt binnengaan en bezitten,stylusDeuteronomium 4:40, Deuteronomium 4:40, Deuteronomium 12:25, Deuteronomium 12:25, Romeinen 12:219en opdat Hij al uw vijanden voor u moge uitdrijven, zoals Jahweh gezegd heeft.stylusExodus 23:28, Exodus 23:30, Numeri 33:52, Numeri 33:53, Exodus 23:2820En wanneer naderhand uw zoon aan u vraagt, wat die beschikkingen, bepalingen en voorschriften betekenen, die Jahweh, onze God, u bevolen heeft,stylusExodus 13:14, Exodus 13:14, Exodus 12:26, Exodus 12:26, Jozua 4:2121dan moet gij hem zeggen: Wij waren in Egypte de slaven van Farao, maar Jahweh heeft met sterke hand ons uit Egypte geleid.stylusEfeziërs 2:11, Efeziërs 2:12, Efeziërs 2:11, Efeziërs 2:12, Romeinen 6:1722Jahweh heeft voor onze ogen in Egypte machtige en verschrikkelijke tekenen en wonderen gewrocht tegen Farao en heel zijn hof;stylusDeuteronomium 4:34, Deuteronomium 4:34, Psalmen 91:8, Deuteronomium 7:19, Psalmen 58:1023maar ons heeft Hij vandaar weggevoerd, om ons in het land te brengen en ons het land te geven, dat Hij aan onze vaderen onder ede beloofd had.stylusDeuteronomium 6:18, Deuteronomium 6:18, Deuteronomium 6:10, Exodus 13:5, Deuteronomium 1:824Daarom heeft Jahweh ons geboden, al deze bepalingen te volbrengen, en Jahweh, onzen God, te vrezen, opdat het ons altijd goed moge gaan, en Hij ons in leven moge behouden, zoals Hij tot heden gedaan heeft.stylusJeremia 32:39, Jeremia 32:39, Psalmen 41:2, Psalmen 41:2, Deuteronomium 10:1225Hierin zal onze gerechtigheid liggen, dat wij nauwgezet al deze geboden volbrengen voor het aanschijn van Jahweh, onzen God, zoals Hij het ons heeft bevolen.stylusDeuteronomium 24:13, Deuteronomium 24:13, Romeinen 10:3, Romeinen 10:3, Jakobus 2:10