1Moses riep heel Israël bijeen, en sprak tot hen: Israël, hoor de bepalingen en voorschriften, die ik u heden verkondig; ge moet ze leren en ze nauwgezet onderhouden!stylusDeuteronomium 4:1, Deuteronomium 4:1, Mattheüs 23:3, Mattheüs 23:3, Deuteronomium 29:102Jahweh, onze God, heeft op de Horeb met ons een Verbond gesloten.stylusDeuteronomium 4:23, Deuteronomium 4:23, Exodus 19:5, Exodus 19:8, Exodus 19:53Niet met onze vaderen heeft Jahweh dat Verbond aangegaan, maar met ons; met ons allen, die thans hier nog in leven zijn.stylusDeuteronomium 29:10, Deuteronomium 29:15, Deuteronomium 29:10, Deuteronomium 29:15, Psalmen 105:84Van aanschijn tot aanschijn en midden uit het vuur heeft Jahweh op de berg tot u gesproken:stylusExodus 19:18, Exodus 19:19, Exodus 19:18, Exodus 19:19, Deuteronomium 34:105ik stond toen slechts tussen Jahweh en u, om u het woord van Jahweh over te brengen, omdat gij bevreesd waart voor het vuur, en de berg niet hadt durven bestijgen. Toen sprak Hij:stylusGalaten 3:19, Galaten 3:19, Exodus 20:18, Exodus 20:21, Exodus 19:166Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte heb geleid, uit het slavenhuis.stylusExodus 20:2, Exodus 20:17, Exodus 20:2, Exodus 20:17, Psalmen 81:57Gij zult geen andere goden hebben dan Mij.stylusExodus 20:3, Exodus 20:3, Mattheüs 4:10, Mattheüs 4:10, 1 Johannes 5:218Gij zult u geen afgodsbeeld maken, geen gestalte van iets aan de hemel daarboven, op de aarde beneden of in het water, dat onder de aarde is.stylusExodus 20:4, Exodus 20:4, Deuteronomium 4:15, Deuteronomium 4:19, Deuteronomium 4:159Gij moogt ze aanbidden noch dienen; want Ik Jahweh, uw God, ben een naijverige God, die de zonden der vaderen wreekt op de kinderen en op het derde en vierde geslacht van hen, die Mij haten,stylusExodus 20:4, Exodus 20:6, Exodus 20:4, Exodus 20:6, Exodus 34:710maar die genade bewijst aan het duizendste geslacht van die Mij beminnen en mijn geboden onderhouden.stylusRomeinen 8:28, Romeinen 8:28, 1 Johannes 1:7, 1 Johannes 1:7, Jeremia 32:1811Gij zult de naam van Jahweh, uw God, niet ijdel gebruiken; want Jahweh laat niet ongestraft, die zijn naam ijdel gebruikt.stylusExodus 20:7, Exodus 20:7, Leviticus 19:12, Deuteronomium 6:13, Leviticus 19:1212Onderhoud de sabbatdag en heilig hem, zoals Jahweh, uw God, u bevolen heeft.stylusExodus 20:8, Exodus 20:11, Exodus 20:8, Exodus 20:11, Jesaja 58:1313Zes dagen moogt ge werken en al uw arbeid verrichten;stylusEzechiël 20:12, Ezechiël 20:12, Exodus 35:2, Exodus 35:3, Lucas 13:1414maar de zevende dag is een sabbat ter ere van Jahweh, uw God, dan moogt gij, noch uw zoon of uw dochter, noch uw slaaf of slavin, noch uw rund, uw ezel of een van uw beesten, noch de vreemdeling binnen uw poorten enige arbeid verrichten, opdat uw slaaf en slavin kunnen rusten, zoals gijzelf.stylusHebreeën 4:4, Hebreeën 4:4, Genesis 2:2, Genesis 2:2, Exodus 23:1215Denk er aan, dat gij zelf slaaf zijt geweest in het land van Egypte, dat Jahweh, uw God, u daar vandaan heeft geleid met sterke hand en gespierde arm, en Jahweh, uw God, u daarom bevolen heeft de sabbatdag te onderhouden.stylusDeuteronomium 5:6, Deuteronomium 5:6, Deuteronomium 15:15, Deuteronomium 15:15, Deuteronomium 16:1216Eer uw vader en uw moeder, zoals Jahweh, uw God, u bevolen heeft, opdat gij lang moogt blijven leven, en het u goed moge gaan in het land, dat Jahweh, uw God, u zal schenken.stylusExodus 20:12, Exodus 20:12, Kolossenzen 3:20, Efeziërs 6:1, Efeziërs 6:317Gij zult niet doden.stylusExodus 20:13, Exodus 20:13, Romeinen 13:9, Romeinen 13:9, Mattheüs 5:2118Gij zult geen overspel doen.stylusExodus 20:14, Exodus 20:14, Lucas 18:20, Lucas 18:20, Leviticus 20:1019Gij zult niet stelen.stylusExodus 20:15, Exodus 20:15, Romeinen 13:9, Romeinen 13:9, Efeziërs 4:2820Gij zult tegen uw naaste geen valse getuigenis afleggen.stylusExodus 20:16, Exodus 20:16, Exodus 23:1, Exodus 23:1, Spreuken 19:921Gij zult de vrouw van uw naaste niet begeren. Gij zult het huis van uw naaste niet verlangen, noch zijn akker, noch zijn slaaf of slavin, noch zijn os of zijn ezel, noch iets wat uw naaste behoort.stylusExodus 20:17, Exodus 20:17, Romeinen 13:9, Romeinen 13:9, Lucas 12:1522Tot heel uw gemeente heeft Jahweh op de berg midden uit het vuur en de donkere wolk met machtige stem deze woorden gesproken. Hij voegde daar verder niets aan toe, maar schreef ze op twee stenen tafelen neer, die Hij mij gaf.stylusExodus 31:18, Exodus 24:12, Exodus 31:18, Exodus 24:12, Deuteronomium 4:3623Want toen gij de stem uit het donker en van de vlammende berg hadt gehoord, zijt gij met al uw stamhoofden en oudsten op mij toegetreden,stylusExodus 20:18, Exodus 20:19, Exodus 20:18, Exodus 20:19, Hebreeën 12:1824en hebt gezegd: Zie, Jahweh, onze God, heeft ons zijn glorie en grootheid getoond, en wij hebben zijn stem gehoord uit het vuur! Zeker, wij hebben heden gezien, dat een mens in leven kan blijven, ook als God met hem spreekt.stylusExodus 19:19, Deuteronomium 4:33, Exodus 19:19, Deuteronomium 4:33, Exodus 33:2025Waarom zouden wij dan ten slotte toch sterven? Want dit machtige vuur zal ons verteren; zo wij nog langer de stem van Jahweh, onzen God, moeten horen, zullen wij sterven.stylusDeuteronomium 18:16, Deuteronomium 18:16, Galaten 3:21, Galaten 3:22, Galaten 3:1026Want welk schepsel, dat, zoals wij, de stem van een levenden God heeft gehoord, die spreekt uit het vuur, kan in leven blijven?stylusDeuteronomium 4:33, Deuteronomium 4:33, Romeinen 3:20, Romeinen 3:20, Psalmen 84:227Treed gij naderbij en luister naar al wat Jahweh, onze God, heeft te zeggen; deel gij ons dan mee al wat Jahweh, onze God, tot u spreekt, en wij zullen het gehoorzaam volbrengen.stylusExodus 20:19, Exodus 20:19, Hebreeën 12:19, Hebreeën 12:1928Jahweh hoorde, wat gij tot mij hadt gezegd, en Hij sprak tot mij: Ik heb gehoord wat dit volk tot u heeft gesproken. Hoe voortreffelijk hebben zij dit alles gezegd!stylusDeuteronomium 18:17, Deuteronomium 18:17, Numeri 36:5, Numeri 27:7, Numeri 36:529O, mochten zij toch altijd die gezindheid bewaren, altijd Mij vrezen en mijn geboden onderhouden, opdat het hun en hun kinderen eeuwig goed moge gaan!stylusJesaja 48:18, Jesaja 48:18, Ezechiël 33:31, Ezechiël 33:32, Deuteronomium 11:130Ga dus, en zeg hun: Keert terug naar uw tenten.stylus31Maar blijf gij hier bij Mij; dan zal Ik u al de geboden, bepalingen en voorschriften verkondigen, waarin Gij hen moet onderrichten, en die zij moeten volbrengen in het land, dat Ik hun in bezit zal geven.stylusGalaten 3:19, Galaten 3:19, Deuteronomium 4:1, Ezechiël 20:11, Exodus 24:1232Volbrengt dus alles zorgvuldig, wat Jahweh, uw God, u bevolen heeft, en wijkt er noch ter rechter, noch ter linker zijde van af.stylusSpreuken 4:27, Jozua 23:6, Spreuken 4:27, Jozua 23:6, Jozua 1:733Bewandelt alle wegen, die Jahweh, uw God, u heeft aangewezen, opdat gij moogt leven, het u goed moge gaan, en gij lang het land moogt bewonen, dat gij in bezit gaat nemen.stylusJeremia 7:23, Jeremia 7:23, Deuteronomium 4:40, Deuteronomium 4:40, Deuteronomium 10:12