1Nu dan Israël, gehoorzaam aan de bepalingen en voorschriften, die ik ga leren en volbreng ze, opdat gij moogt leven en het land moogt binnengaan en bezitten, dat Jahweh, de God uwer vaderen, u wil schenken.stylusRomeinen 10:5, Romeinen 10:5, Deuteronomium 8:1, Deuteronomium 8:1, Ezechiël 20:112Gij moogt niets toevoegen aan wat ik u ga bevelen, noch er iets afdoen: maar gij moet de geboden van Jahweh, uw God, die ik u heden geef, onderhouden.stylusDeuteronomium 12:32, Deuteronomium 12:32, Spreuken 30:6, Spreuken 30:6, Openbaring 22:183Met eigen ogen hebt ge gezien, wat Jahweh gedaan heeft om Báal-Peor. Want iedereen, die Báal-Peor achterna liep, heeft Jahweh, uw God, uit uw midden verdelgd;stylusNumeri 25:1, Numeri 25:9, Numeri 25:1, Numeri 25:9, Psalmen 106:284maar gij, die trouw zijt gebleven aan Jahweh, uw God, zijt allen nog heden in leven.stylusDeuteronomium 10:20, Johannes 6:67, Johannes 6:69, Deuteronomium 10:20, Johannes 6:675Ziet, ik leer u de bepalingen en voorschriften, zoals Jahweh, mijn God, mij heeft bevolen, om ze getrouw te volbrengen in het land, dat ge nu in bezit gaat nemen.stylus1 Tessalonicenzen 4:1, 1 Tessalonicenzen 4:2, Mattheüs 28:20, 1 Tessalonicenzen 4:1, 1 Tessalonicenzen 4:26Onderhoudt ze dus en leeft ze na! Want daarin zal uw wijsheid en inzicht bestaan in de ogen der volken, die, als zij al die bepalingen horen, zullen zeggen: Waarachtig, een wijs en verstandig volk is deze machtige natie!stylusJob 28:28, Job 28:28, Psalmen 111:10, Psalmen 111:10, 2 Timotheüs 3:157Want welke machtige natie heeft een god zo nabij als Jahweh, onze God, ons nabij is, zo vaak wij Hem aanroepen;stylusPsalmen 145:18, Psalmen 145:18, Psalmen 34:18, Psalmen 34:18, Psalmen 73:288en welke machtige natie heeft zulke rechtvaardige bepalingen en voorschriften, als heel deze Wet, die ik u heden geef!stylusPsalmen 147:19, Psalmen 147:20, Psalmen 147:19, Psalmen 147:20, Romeinen 7:129Waak dus met de grootste zorg, om niets te vergeten, van wat uw eigen ogen hebben aanschouwd; verlies het heel uw leven niet uit uw gedachten, maar prent het uw kinderen en kleinkinderen in.stylusDeuteronomium 6:7, Deuteronomium 6:7, Deuteronomium 11:19, Deuteronomium 11:19, Psalmen 78:310Eens hebt gij op de Horeb voor het aanschijn van Jahweh, uw God, gestaan, terwijl Jahweh tot mij sprak: Verzamel het volk voor Mij; Ik zal hun mijn woorden doen horen, opdat zij leren mogen Mij te vrezen, zolang zij leven op aarde, en het ook hun zonen mogen leren.stylusExodus 19:9, Exodus 19:9, Deuteronomium 17:19, Hebreeën 12:18, Hebreeën 12:1911Toen zijt gij naderbij gekomen, en aan de voet van de berg gaan staan. En terwijl de berg in vlammen stond, die oplaaiden tot in het hart van de hemel, en er een donkere wolk en diepe duisternis hing,stylusDeuteronomium 5:23, Deuteronomium 5:23, Exodus 19:16, Exodus 19:18, Hebreeën 12:1812sprak Jahweh tot u uit het vuur. Gij hebt toen de klank van woorden gehoord, alleen maar geluid, doch geen gedaante aanschouwd.stylusDeuteronomium 5:4, Deuteronomium 5:22, Deuteronomium 4:15, Deuteronomium 5:4, Deuteronomium 5:2213Hij openbaarde u zijn Verbond, de tien geboden, die Hij u beval te volbrengen, en die Hij op twee stenen tafelen schreef.stylusExodus 34:28, Exodus 34:28, Exodus 24:12, Exodus 31:18, Exodus 24:1214En aan mij heeft Jahweh toen bevolen, u de bepalingen en voorschriften te leren, opdat gij ze zoudt volbrengen in het land, dat gij in bezit gaat nemen.stylusPsalmen 105:44, Psalmen 105:45, Ezechiël 21:1, Ezechiël 21:23, Psalmen 105:4415En omdat gij dus in het geheel geen gedaante aanschouwd hebt, toen Jahweh op de Horeb midden uit het vuur tot u sprak, daarom moet gij er u zorgvuldig voor wachten,stylusJesaja 40:18, Jesaja 40:18, 1 Kronieken 28:9, 1 Kronieken 28:10, Deuteronomium 4:1216misdadig een beeld van een afgod te maken, onder welke gedaante dan ook: in de vorm van een man of een vrouw,stylusHandelingen 17:29, Handelingen 17:29, Romeinen 1:22, Romeinen 1:24, Deuteronomium 4:2317in de vorm van een of ander beest op aarde, in de vorm van gevleugelde dieren in de lucht,stylusRomeinen 1:23, Romeinen 1:2318in de vorm van dieren, die over de aarde kruipen, in de vorm van vissen, die in het water onder de aarde leven.stylus19Wacht u er voor, uw blikken naar de hemel op te slaan en bij het zien van zon, maan en sterren, heel het heir van de hemel, u te laten verleiden, om hen te aanbidden en te dienen. Want Jahweh, uw God, heeft die aan alle volken onder heel de hemel overgelaten;stylusRomeinen 1:25, Romeinen 1:25, Deuteronomium 17:3, Deuteronomium 17:3, 2 Koningen 21:320maar u heeft Jahweh uitverkoren en u uit Egypte, die smeltoven, geleid, om Hem tot een eigen volk te zijn, zoals thans het geval is.stylus1 Koningen 8:51, 1 Koningen 8:51, Jeremia 11:4, Jeremia 11:4, Deuteronomium 9:2921Daar Jahweh om uwentwil vergramd op mij was, heeft Hij gezworen, dat ik de Jordaan niet zal oversteken en het heerlijke land, dat Jahweh, uw God, u als erfdeel zal geven, niet zal binnengaan,stylusDeuteronomium 1:37, Numeri 20:12, Deuteronomium 1:37, Numeri 20:12, Psalmen 106:3222maar dat ik in dit land zal moeten sterven. Ik zelf zal dus de Jordaan niet overtrekken, maar gij zult er over gaan, en dit heerlijke land in bezit nemen.stylusDeuteronomium 3:25, Deuteronomium 3:25, Deuteronomium 3:27, Deuteronomium 3:27, Hebreeën 12:623Dan moet ge u er voor hoeden, het Verbond te vergeten, dat Jahweh, uw God, met u sloot, en afgoden te maken, onder welke gedaante dan ook, wat Jahweh, uw God, u verboden heeft.stylusDeuteronomium 4:9, Deuteronomium 4:9, Mattheüs 24:4, Deuteronomium 29:25, Ezechiël 16:5924Want Jahweh, uw God, is een verterend vuur, een naijverige God.stylusHebreeën 12:29, Hebreeën 12:29, Nahum 1:6, Nahum 1:6, Deuteronomium 9:325Maar wanneer gij kinderen en kleinkinderen zult hebben verwekt, en reeds lang zult zijn ingeburgerd in het land, dan zult gij misdadig afgoden maken onder een of andere gedaante, kwaad doen in de ogen van Jahweh, uw God, en Hem krenken.stylusDeuteronomium 4:16, Deuteronomium 4:16, Hosea 9:9, 1 Korintiërs 10:22, Hosea 9:926Doch ik neem heden hemel en aarde tegen u tot getuigen, dat gij dan spoedig uit het land zult worden verdelgd, dat gij nu aan de overkant van de Jordaan in bezit gaat nemen. Dan zult gij daar niet lang blijven wonen, maar tot den laatsten man worden uitgeroeid.stylusDeuteronomium 32:1, Deuteronomium 32:1, Micha 6:2, Micha 6:2, Jeremia 2:1227Dan zal Jahweh u onder de volken verstrooien, en slechts weinigen van u zullen overblijven onder de naties, waar Jahweh u heen drijft.stylusDeuteronomium 28:62, Deuteronomium 28:64, Deuteronomium 28:62, Deuteronomium 28:64, Leviticus 26:3328Daar zult gij goden kunnen dienen, door mensenhanden gemaakt, hout en steen, die zien noch horen, eten noch ruiken.stylusDeuteronomium 28:64, Deuteronomium 28:64, Jeremia 16:13, Jeremia 16:13, Deuteronomium 28:3629Maar zodra gij dan Jahweh, uw God, weer zult zoeken, zult gij Hem vinden, zo ge Hem zoekt met heel uw hart en heel uw ziel.stylusPsalmen 119:2, Jeremia 29:12, Jeremia 29:14, Psalmen 119:2, Jeremia 29:1230Wanneer gij in benauwdheid zijt en dit alles u treft, zult gij u ten laatste bekeren tot Jahweh, uw God, en weer naar Hem luisteren.stylusJoël 2:12, Joël 2:13, Joël 2:12, Joël 2:13, Jeremia 23:2031Want Jahweh, uw God, is een barmhartige God! Hij zal u verlaten noch verdelgen, en het Verbond niet vergeten, dat Hij uw vaderen bezworen heeft.stylusPsalmen 116:5, Deuteronomium 31:8, Psalmen 116:5, Deuteronomium 31:8, Jona 4:232Ondervraag de oude tijden, die u vooraf zijn gegaan, sinds de dag, dat Jahweh den mens heeft geschapen op aarde; ondervraag het ene eind van de hemel tot het andere eind, of er ooit zo iets groots is geschied en ooit zo iets is gehoord;stylusJob 8:8, Job 8:8, Deuteronomium 32:7, Psalmen 44:1, Mattheüs 24:3133of ooit een volk de stem van een god heeft gehoord, die uit het vuur heeft gesproken, zoals gij hebt gehoord, en in leven bleef;stylusDeuteronomium 5:24, Richteren 6:22, Deuteronomium 5:24, Richteren 6:22, Exodus 33:2034of ooit een god het heeft beproefd, midden uit een ander volk zich een volk te komen halen door rampen, tekenen, wonderen en oorlogen, met sterke hand, gespierde arm en onder grote verschrikkingen, zoals Jahweh, uw God, voor uw eigen ogen met u heeft gedaan in Egypte.stylusDeuteronomium 26:8, Deuteronomium 26:8, Deuteronomium 5:15, Deuteronomium 5:15, Exodus 6:635U is het getoond, opdat gij zoudt weten, dat Jahweh God is, en geen ander dan Hij.stylusJesaja 45:18, Jesaja 45:18, 1 Samuël 2:2, 1 Samuël 2:2, Jesaja 45:536Om u te onderrichten heeft Hij uit de hemel zijn stem laten horen en op de aarde u zijn machtig vuur laten zien, en hebt gij midden uit het vuur zijn woorden gehoord.stylusExodus 19:19, Exodus 19:9, Exodus 19:19, Exodus 19:9, Nehemia 9:1337Omdat Hij uw vaderen heeft bemind en hun nageslacht heeft uitverkoren, omdat Hij u in eigen persoon met grote kracht uit Egypte heeft geleid,stylusDeuteronomium 10:15, Deuteronomium 10:15, Exodus 33:14, Jesaja 63:11, Jesaja 63:1238om volken, groter en machtiger dan gij, voor u te verdrijven, u in hun land te geleiden en het u als erfdeel te schenken, zoals heden geschiedt:stylusDeuteronomium 7:1, Deuteronomium 7:1, Exodus 23:27, Exodus 23:28, Deuteronomium 2:3139daarom moet gij heden erkennen en in uw hart prenten, dat Jahweh God is in de hemel daarboven en op aarde beneden, en anders geen.stylusJozua 2:11, Jozua 2:11, Deuteronomium 4:35, Deuteronomium 4:35, 2 Kronieken 20:640Onderhoudt zijn bepalingen en geboden, die ik u heden ga geven, opdat het u en uw zonen na u goed moge gaan, en gij lang het land moogt bewonen, dat Jahweh, uw God, u voor altijd gaat schenken.stylusDeuteronomium 6:3, Deuteronomium 6:3, Efeziërs 6:3, Efeziërs 6:3, Leviticus 22:3141Toen zonderde Moses in het oosten, in het Overjordaanse, drie steden af,stylusNumeri 35:6, Numeri 35:6, Numeri 35:14, Numeri 35:15, Numeri 35:1442waarheen iemand zou kunnen vluchten, die zijn naaste zonder opzet had gedood, en zonder dat hij hem vroeger had gehaat, en waar hij in leven zou blijven als hij in een van die steden de wijk had genomen.stylusNumeri 35:15, Numeri 35:28, Numeri 35:11, Numeri 35:12, Hebreeën 6:1843Bij de Rubenieten Béser van de woestijn, in de vlakte, bij de Gadieten Ramot in Gilad, en bij de Manassieten Golan in Basjan.stylusJozua 20:8, Jozua 20:8, Jozua 21:27, Jozua 21:38, 1 Kronieken 6:7144Dit is de wet, die Moses de Israëlieten voorhield,stylusDeuteronomium 27:26, Deuteronomium 27:3, Deuteronomium 1:5, Leviticus 27:34, Maleachi 4:445en dit zijn de beschikkingen, bepalingen en voorschriften, die Moses aan de Israëlieten afkondigde, na hun uittocht uit Egypte.stylusPsalmen 119:7, Psalmen 119:24, Psalmen 119:14, Deuteronomium 4:1, Psalmen 119:246Het geschiedde in het Overjordaanse, in de vallei tegenover Bet-Peor in het land van Sichon, den koning der Amorieten, die in Chesjbon woonde, nadat Moses en de Israëlieten, na hun uittocht uit Egypte, hem hadden verslagen,stylusDeuteronomium 3:29, Deuteronomium 3:29, Deuteronomium 1:4, Deuteronomium 1:5, Numeri 32:1947en zijn land en dat van Og, den koning van Basjan, de beide koningen der Amorieten, die ten oosten in het Overjordaanse woonden, in bezit hadden genomen:stylusDeuteronomium 29:7, Deuteronomium 29:8, Numeri 21:33, Numeri 21:35, Deuteronomium 3:148van Aroër af, dat aan de rand van het Arnon-dal ligt tot aan de berg Sirjon (dat is de Hermon)stylusDeuteronomium 3:9, Deuteronomium 3:9, Deuteronomium 2:36, Deuteronomium 2:36, Psalmen 133:349met heel de Araba aan de oostelijke oever van de Jordaan tot aan de zee van de Araba aan de voet van de hellingen van de Pisga.stylusDeuteronomium 3:17, Deuteronomium 3:17, Deuteronomium 34:1, Jozua 13:20, Deuteronomium 34:1