1Wanneer gij dus aan Jahweh, uw God, gehoorzaamt, en alle geboden, die ik u heden geef, zorgvuldig onderhoudt, dan zal Jahweh, uw God, u boven alle volken der aarde verheffen,stylusJesaja 1:19, Jesaja 1:19, Exodus 23:22, Exodus 23:22, Leviticus 26:32en zullen al de volgende zegeningen over u neerdalen en u ten deel vallen, omdat gij luistert naar Jahweh, uw God.stylusZacharia 1:6, Zacharia 1:6, Deuteronomium 28:15, Deuteronomium 28:15, 1 Timotheüs 4:83Gezegend gij in de stad, gezegend ook op het land.stylusPsalmen 144:12, Psalmen 144:15, Psalmen 144:12, Psalmen 144:15, Genesis 39:54Gezegend de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de vrucht van uw vee, de dracht van uw runderen en de worp van uw schapen.stylusSpreuken 10:22, Spreuken 10:22, Deuteronomium 7:13, Genesis 49:25, Deuteronomium 7:135Gezegend uw korf en uw trog.stylus6Gezegend gij bij uw komen, gezegend ook bij uw gaan!stylusPsalmen 121:8, Psalmen 121:8, 2 Kronieken 1:10, 2 Kronieken 1:10, Numeri 27:177Jahweh zal de vijanden, die tegen u opstaan, voor u verslaan en aan u overleveren; langs één weg trekken zij tegen u op, langs zeven wegen vluchten ze voor u weg.stylus2 Samuël 22:38, 2 Samuël 22:41, 2 Samuël 22:38, 2 Samuël 22:41, Leviticus 26:78Jahweh zal voor u zijn zegen ontbieden, over uw voorraadschuren en over al het werk uwer handen; Hij zal u zegenen in het land, dat Jahweh, uw God, u gaat geven.stylusDeuteronomium 15:10, Deuteronomium 15:10, Leviticus 26:10, Leviticus 26:10, Spreuken 3:99Jahweh zal u tot zijn heilig volk maken, zoals Hij u heeft gezworen, wanneer gij de geboden van Jahweh, uw God, onderhoudt, en zijn wegen bewandelt;stylusExodus 19:5, Exodus 19:6, Deuteronomium 7:6, Exodus 19:5, Exodus 19:610en alle volken der aarde zullen u vrezen, wanneer ze zien, dat de naam van Jahweh over u is uitgeroepen.stylus2 Kronieken 7:14, 2 Kronieken 7:14, Deuteronomium 11:25, Deuteronomium 11:25, Jeremia 33:911Jahweh zal u een rijke overvloed geven van de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw vee, de vrucht van uw grond in het land, dat Jahweh aan uw vaderen onder ede beloofd heeft, u te geven.stylusDeuteronomium 30:9, Deuteronomium 30:9, Spreuken 10:22, Spreuken 10:22, Deuteronomium 28:412Jahweh zal voor u de hemel als zijn rijke schatkamer openen, om op de juiste tijd regen aan uw land te schenken en al de arbeid uwer handen te zegenen, zodat gij aan talrijke volken kunt lenen, maar zelf niets ter leen hoeft te vragen.stylusDeuteronomium 15:6, Deuteronomium 15:6, Joël 2:23, Joël 2:24, Joël 2:2313Jahweh zal u tot kop maken en nimmer tot staart; gij zult alleen maar omhoog gaan en nooit naar omlaag, wanneer gij gehoorzaamt aan de geboden van Jahweh, uw God, die ik u heden geef, en ze nauwgezet onderhoudt;stylusDeuteronomium 28:1, Deuteronomium 28:1, Deuteronomium 4:6, Deuteronomium 4:9, Deuteronomium 4:614wanneer gij niet afwijkt, rechts noch links, van al wat ik u heden gebied, geen vreemde goden achterna loopt en dient.stylusDeuteronomium 5:32, Jesaja 30:21, Deuteronomium 5:32, Jesaja 30:21, Spreuken 4:2615Maar wanneer ge niet gehoorzaamt aan Jahweh, uw God, en zijn geboden en bepalingen, die ik u heden geef, niet nauwgezet onderhoudt, dan zullen al de volgende vervloekingen u treffen en teisteren.stylusMaleachi 2:2, Maleachi 2:2, Deuteronomium 28:2, Deuteronomium 28:2, Leviticus 26:1416Vervloekt zult gij zijn in de stad, en vervloekt op het land.stylusMaleachi 3:9, Maleachi 3:12, Maleachi 3:9, Maleachi 3:12, Joël 2:317Vervloekt uw korf en uw trog.stylusHaggaï 1:6, Deuteronomium 28:5, Haggaï 1:6, Deuteronomium 28:5, Maleachi 2:218Vervloekt de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw land, de dracht van uw runderen en de worp van uw schapen.stylusLeviticus 26:26, Leviticus 26:26, Leviticus 26:19, Leviticus 26:20, Habakuk 3:1719Vervloekt zult gij zijn bij uw komen, en vervloekt bij uw gaan!stylusDeuteronomium 28:6, Deuteronomium 28:6, 2 Kronieken 15:5, Richteren 5:6, Richteren 5:720Jahweh zal vloek, verwarring en schrik over u zenden bij al het werk uwer handen, dat gij verricht, totdat gij verdelgd en spoedig vernietigd zijt om de boosheid van uw gedrag, omdat gij Mij hebt verlaten.stylusMaleachi 2:2, Jesaja 66:15, Maleachi 2:2, Jesaja 66:15, Jesaja 51:2021Jahweh zal u de pest op het lijf jagen, totdat Hij u heeft uitgemoord uit het land, dat gij thans in bezit gaat nemen.stylusLeviticus 26:25, Leviticus 26:25, Jeremia 24:10, Jeremia 24:10, Numeri 14:1222Jahweh zal u slaan met tering, koorts, koudvuur en ontsteking, met droogte, korenbrand en verdorring; die zullen u achtervolgen, totdat gij eraan te gronde gaat.stylusLeviticus 26:16, Amos 4:9, Leviticus 26:16, Amos 4:9, 1 Koningen 8:3723De hemel boven uw hoofd zal van koper worden, de aarde onder uw voeten van ijzer;stylusLeviticus 26:19, Leviticus 26:19, Jeremia 14:1, Jeremia 14:6, Jeremia 14:124Jahweh zal zand op uw land laten regenen, en stof zal van de hemel op u neerslaan, totdat gij verdelgd zijt.stylusDeuteronomium 28:12, Deuteronomium 28:12, Amos 4:11, Jesaja 5:24, Amos 4:1125Jahweh zal u door uw vijanden laten verslaan; langs één weg zult ge tegen hen optrekken, langs zeven wegen voor hen wegvluchten. Door alle koninkrijken der aarde zult ge worden mishandeld.stylusEzechiël 23:46, Jesaja 30:17, Ezechiël 23:46, Jesaja 30:17, Deuteronomium 28:726Uw lijken zullen tot aas strekken aan alle vogels in de lucht en aan de beesten op aarde, en niemand zal ze verjagen.stylusJeremia 16:4, Jeremia 34:20, Jeremia 16:4, Jeremia 34:20, Jeremia 7:3327Jahweh zal u slaan met egyptische zweren, met builen, uitslag en schurft, waarvan ge niet kunt genezen.stylus1 Samuël 5:6, 1 Samuël 5:6, Exodus 15:26, Leviticus 21:20, Deuteronomium 28:3528Jahweh zal u slaan met waanzin, blindheid, verdwazing,stylus2 Tessalonicenzen 2:9, 2 Tessalonicenzen 2:11, 2 Tessalonicenzen 2:9, 2 Tessalonicenzen 2:11, Jesaja 19:1129zodat ge midden op de dag zult rondtasten, zoals een blinde tast in het duister, en gij op geen uwer wegen vooruitkomt, maar ge altijd door slechts verdrukt en beroofd wordt, en niemand u helpt.stylusJesaja 59:10, Jesaja 59:10, Job 5:14, Job 5:14, Richteren 4:230Ge zult u met een vrouw verloven, maar een ander zal haar bezitten; een huis bouwen, maar er niet in wonen; een wijngaard planten, maar er niet van genieten.stylusAmos 5:11, Amos 5:11, Jeremia 8:10, Jeremia 8:10, Job 31:1031Uw rund zal voor uw ogen worden geslacht, maar ge krijgt er niets van te eten; uw ezel zal in uw bijzijn worden geroofd, en keert niet tot u terug; uw kudde wordt aan uw vijanden gegeven, zonder dat iemand u helpt.stylusJob 1:14, Job 1:15, Richteren 6:1, Job 1:14, Job 1:1532Uw zonen en dochters zullen aan een ander volk worden uitgeleverd; gij zult het met eigen ogen zien en steeds naar hen smachten, doch machteloos zijn.stylusJoël 3:6, Deuteronomium 28:41, Joël 3:6, Deuteronomium 28:41, 2 Kronieken 29:933Een volk, dat ge niet kent, zal de vruchten van uw bodem en van al uw arbeid verslinden, terwijl gij altijd door zó wordt verdrukt en mishandeld,stylusJeremia 5:17, Jeremia 5:17, Leviticus 26:16, Deuteronomium 28:51, Deuteronomium 28:2934dat ge waanzinnig wordt, van wat uw ogen aanschouwen.stylusDeuteronomium 28:68, Openbaring 16:10, Openbaring 16:11, Jesaja 33:14, Deuteronomium 28:2835Jahweh zal u slaan met kwaadaardige zweren op knieën en heupen, waarvan ge niet kunt genezen, van uw voetzool tot uw schedel.stylusDeuteronomium 28:27, Deuteronomium 28:27, Jesaja 3:17, Job 2:6, Job 2:736Jahweh zal u en uw koning, dien gij over u aanstelt, naar een volk laten brengen, dat gij noch uw vaderen hebben gekend. Daar zult ge vreemde goden moeten dienen van hout en steen,stylusJeremia 16:13, 2 Koningen 25:11, Deuteronomium 4:28, Jeremia 16:13, 2 Koningen 25:1137en een hoon, een schimp en een spot onder alle volken zijn, waar Jahweh u heenvoert.stylus1 Koningen 9:7, 1 Koningen 9:8, 1 Koningen 9:7, 1 Koningen 9:8, Jeremia 24:938Veel zaad zult ge naar het veld dragen, maar weinig oogsten, want de sprinkhaan zal het vernielen;stylusJoël 1:4, Micha 6:15, Haggaï 1:6, Joël 1:4, Micha 6:1539wijngaarden planten en bewerken, maar geen wijn ervan drinken noch opslaan, want de rupsen vreten ze kaal;stylusJoël 1:4, Joël 1:7, Jona 4:7, Jesaja 5:10, Joël 2:240olijfbomen bezitten over heel uw gebied, maar u niet zalven met olie, want uw olijven vallen af.stylusMicha 6:15, Micha 6:15, Psalmen 104:15, Psalmen 23:5, Psalmen 104:1541Zonen en dochters zult ge verwekken, maar ze niet kunnen behouden, want ze gaan de gevangenschap in.stylusDeuteronomium 28:32, Deuteronomium 28:32, Klaagliederen 1:5, Klaagliederen 1:5, 2 Koningen 24:1442Al uw bomen en veldvruchten vallen aan het ongedierte ten prooi.stylusAmos 7:1, Amos 7:2, Amos 7:1, Amos 7:2, Deuteronomium 28:3843De vreemdeling, die in uw midden woont, zal zich boven u verheffen, hoger en hoger, maar gij zult dieper en dieper zinken;stylusDeuteronomium 28:13, Deuteronomium 28:13, 1 Samuël 13:19, 1 Samuël 13:23, 1 Samuël 13:1944hij zal aan u lenen, maar gij niet aan hem, hij zal de kop zijn, maar gij de staart.stylusDeuteronomium 28:12, Deuteronomium 28:13, Deuteronomium 28:12, Deuteronomium 28:13, Klaagliederen 1:545Al deze vervloekingen zullen over u komen, u achtervolgen en treffen, totdat gij verdelgd zijt, omdat gij niet hebt geluisterd naar Jahweh, uw God, en zijn geboden en bepalingen, die Hij u gaf, niet onderhieldt.stylusDeuteronomium 28:15, Deuteronomium 28:15, Jesaja 1:20, Jesaja 1:20, Deuteronomium 28:546Dan zullen zij de tekenen en wonderen zijn onder u en uw kroost voor altijd en immer!stylusJesaja 8:18, Jesaja 8:18, Ezechiël 14:8, Ezechiël 14:8, Deuteronomium 28:3747Omdat gij bij al de overvloed niet blijmoedig en gaarne Jahweh, uw God, hebt gediend,stylusDeuteronomium 16:11, Deuteronomium 16:11, 1 Timotheüs 6:17, 1 Timotheüs 6:19, Deuteronomium 12:748zult gij met honger en dorst, in naaktheid en nijpend gebrek uw vijanden moeten dienen, die Jahweh op u afzendt, en legt Hij een ijzeren juk op uw nek, totdat Hij u heeft vernietigd.stylusJeremia 28:13, Jeremia 28:14, Jeremia 28:13, Jeremia 28:14, Ezechiël 17:1249Jahweh zal een volk op u loslaten van de uiterste grenzen der aarde, en het schiet neer als een arend; een volk waarvan ge de taal niet verstaat,stylusKlaagliederen 4:19, Klaagliederen 4:19, Jeremia 48:40, Jeremia 49:22, Jeremia 48:4050een meedogenloos volk, dat geen grijsaard ontziet, en geen erbarmen heeft met den knaap.stylusJesaja 47:6, Jesaja 47:6, 2 Kronieken 36:17, 2 Kronieken 36:17, Hosea 13:1651Het zal de vrucht van uw vee en de vrucht van uw akker verslinden, totdat gij vernietigd zijt. Het zal u geen koren, geen most en geen olie overlaten, geen dracht van uw runderen, geen worp van uw schapen, totdat het u heeft verdelgd.stylusDeuteronomium 28:33, Deuteronomium 28:33, Jesaja 62:8, Jesaja 62:8, Ezechiël 12:1952Het zal u benauwen in al uw poorten, totdat in heel uw land uw hoge en sterke muren, waarop gij vertrouwt, in puin zijn gevallen; het zal u belegeren in al de steden van heel uw land, dat Jahweh, uw God, aan u gaf.stylusJeremia 21:4, Jeremia 21:7, Jesaja 62:8, 2 Koningen 25:1, 2 Koningen 25:453Dan zult ge in de benauwdheid en de beklemming, waarmee de vijand u knelt, de vrucht van uw schoot verslinden, het vlees van uw zonen en dochters eten, die Jahweh u gaf.stylusKlaagliederen 4:10, Klaagliederen 4:10, Jeremia 19:9, Leviticus 26:29, Klaagliederen 2:2054De meest verwende en verwijfde onder u zal het zijn eigen broer misgunnen, het misgunnen aan de vrouw in zijn armen en zijn andere kinderen, die hij heeft overgelaten,stylusDeuteronomium 15:9, Mattheüs 20:15, Deuteronomium 13:6, Deuteronomium 15:9, Mattheüs 20:1555en aan geen hunner iets van het vlees van zijn telgen afstaan, dat hij verslindt, omdat hem anders niets rest in de benauwdheid en beklemming, waarmee uw vijand u binnen al uw poorten beknelt.stylusJeremia 52:6, Jeremia 5:10, Jeremia 34:2, Jeremia 52:6, Jeremia 5:1056De meest verwende en vertroetelde vrouw onder u, zo verwend en vertroeteld, dat zij zelfs haar voet niet op de grond durft zetten, zal aan haar man in haar armen, aan haar zoon en haar dochter,stylusDeuteronomium 28:54, Deuteronomium 28:54, Klaagliederen 4:3, Klaagliederen 4:6, Jesaja 3:1657de nageboorte uit haar schoot misgunnen, misgunnen het kind, dat zij baart, omdat zij bij het nijpend gebrek hen zelf heimelijk verslindt in de benauwdheid en de beklemming, waarmee de vijand u binnen al uw poorten beknelt.stylusJesaja 49:15, Genesis 49:10, Jesaja 49:15, Genesis 49:1058Wanneer ge dus al de woorden van deze Wet, die in dit boek zijn beschreven, niet nauwgezet onderhoudt, en deze heerlijke en ontzaglijke Naam van Jahweh, uw God, niet vreest,stylusJesaja 42:8, Jesaja 42:8, Exodus 34:5, Exodus 34:7, Leviticus 26:1459dan zal Jahweh u en uw kroost verschrikkelijk treffen met grote en aanhoudende plagen, met vreselijke en ongeneeslijke kwalen.stylusMarcus 13:19, Marcus 13:19, 1 Koningen 16:3, 1 Koningen 16:4, Deuteronomium 31:1760Dan zal Hij al de egyptische ziekten, waarvoor ge zo bang zijt, over u uitstorten, en zij laten u niet meer los.stylusDeuteronomium 7:15, Deuteronomium 7:15, Exodus 15:26, Exodus 15:26, Deuteronomium 28:2761Ook met alle andere ziekten en plagen, die in dit wetboek niet eens staan vermeld, zal Jahweh u blijven bezoeken, totdat gij vernietigd zijt,stylusDeuteronomium 4:25, Deuteronomium 4:26, Deuteronomium 4:25, Deuteronomium 4:2662en slechts met weinigen zijt overgebleven, in plaats van talrijk te zijn als de sterren aan de hemel, omdat ge niet hebt geluisterd naar de stem van Jahweh, uw God!stylusDeuteronomium 4:27, Nehemia 9:23, Deuteronomium 10:22, Deuteronomium 4:27, Nehemia 9:2363En zoals Jahweh er vreugde in vond, u goed te doen en u talrijk te maken, zo zal Jahweh er vreugde in vinden, u te vernietigen en te verdelgen. Dan zult gij weggesleept worden uit het land, dat ge in bezit gaat nemen.stylusSpreuken 1:26, Spreuken 1:26, Jeremia 32:41, Jeremia 32:41, Sefanja 3:1764Jahweh zal u onder alle volken verstrooien van het ene uiteinde der aarde tot het andere, en ge zult daar vreemde goden moeten dienen van hout en steen, die gij noch uw vaderen hebben gekend.stylusDeuteronomium 4:27, Deuteronomium 4:28, Leviticus 26:33, Deuteronomium 4:27, Deuteronomium 4:2865Ook onder die volken zult ge niet ongestoord kunnen wonen, en zal er geen rust voor uw voeten zijn. Jahweh zal u daar een sidderend hart, smachtende ogen en een bekommerd gemoed bezorgen.stylusLeviticus 26:36, Leviticus 26:36, Amos 9:4, Romeinen 11:10, Leviticus 26:1666Gij zult uw leven aan een draad zien hangen, nacht en dag bevreesd zijn, en uw leven niet zeker.stylusDeuteronomium 28:67, Klaagliederen 1:13, Openbaring 6:15, Openbaring 6:17, Hebreeën 10:2767Des morgens zult ge zeggen: "Ach, was het maar avond!" en des avonds: "Ach, was het maar morgen!" om de angst, die uw hart vervult en om het schouwspel, dat ge moet zien.stylusDeuteronomium 28:34, Deuteronomium 28:34, Job 7:3, Job 7:4, Openbaring 9:668Op schepen brengt Jahweh u terug naar Egypte, de weg, waarvan ik u heb gezegd, dat ge die nooit meer zult zien; daar zult ge aan uw vijanden als slaven en slavinnen te koop worden geboden, maar er zal niet eens een koper zijn.stylusJeremia 44:12, Jeremia 44:12, Hosea 9:3, Hosea 9:3, Jeremia 43:7