1Dit zijn de woorden van het Verbond, dat Jahweh Moses beval, met de Israëlieten te sluiten in het land van Moab, behalve het Verbond, dat Hij met hen op de Horeb gesloten had.stylusDeuteronomium 5:2, Deuteronomium 5:3, Deuteronomium 5:2, Deuteronomium 5:3, 2 Koningen 23:32Nu riep Moses heel Israël bijeen, en sprak tot hen: Zelf hebt gij alles gezien, wat Jahweh voor uw ogen in Egypte aan Farao, zijn dienaars en heel zijn land heeft gedaan:stylusExodus 19:4, Exodus 19:4, Jozua 24:5, Jozua 24:6, Psalmen 105:273de grote rampen, de tekenen en machtige wonderen, die gij met eigen ogen hebt aanschouwd.stylusDeuteronomium 7:18, Deuteronomium 7:19, Deuteronomium 4:32, Deuteronomium 4:35, Nehemia 9:94Maar Jahweh heeft u tot heden toe geen hart gegeven om te verstaan, geen ogen om te zien, geen oren om te horen.stylusEfeziërs 4:18, Efeziërs 4:18, Jesaja 6:9, Jesaja 6:10, Spreuken 20:125Ik heb u veertig jaren lang door de woestijn geleid; de kleren zijn niet aan uw lijf, de schoenen niet aan uw voeten versleten;stylusDeuteronomium 8:4, Deuteronomium 8:4, Nehemia 9:21, Nehemia 9:21, Deuteronomium 8:26ge hebt geen brood hoeven te eten en geen wijn of sterke drank hoeven te drinken, opdat gij zoudt weten, dat Ik, Jahweh, uw God ben!stylusDeuteronomium 8:3, Deuteronomium 8:3, Efeziërs 5:18, Efeziërs 5:18, Exodus 16:357En toen gij op deze plaats waart gekomen, en Sichon, de koning van Chesjbon, en Og, de koning van Basjan, tegen ons ten strijde waren getrokken, versloegen wij hen,stylusDeuteronomium 2:24, Deuteronomium 3:17, Psalmen 135:10, Psalmen 135:12, Psalmen 136:178namen hun land in bezit, en gaven het als erfdeel aan de zonen van Ruben en Gad en aan de halve stam van Manasse.stylusDeuteronomium 3:12, Deuteronomium 3:13, Numeri 32:33, Deuteronomium 3:12, Deuteronomium 3:139Onderhoudt dus zorgvuldig de woorden van dit Verbond, opdat ge voorspoed moogt hebben bij al wat ge doet.stylus1 Koningen 2:3, 1 Koningen 2:3, Deuteronomium 4:6, Deuteronomium 4:6, Lucas 11:2810Heden staat gij allen voor het aanschijn van Jahweh, uw God: met uw hoofden en rechters, uw oudsten en leiders, met alle mannen van Israël,stylus2 Kronieken 23:16, Deuteronomium 31:12, Deuteronomium 31:13, Nehemia 10:28, Nehemia 9:111met uw kinderen en vrouwen, met uw vreemdelingen, die in uw kamp vertoeven, van uw houthakker af tot uw waterdrager toe.stylusExodus 12:38, Exodus 12:38, Jozua 9:21, Jozua 9:27, Galaten 3:2812Thans treedt gij toe tot het Verbond van Jahweh, uw God, en tot het eedverdrag, dat Jahweh, uw God, met u sluit,stylus2 Kronieken 15:12, 2 Kronieken 15:15, 2 Kronieken 15:12, 2 Kronieken 15:15, 2 Koningen 11:1713om u heden tot zijn volk te verheffen en uw God te zijn, zoals Hij het u heeft beloofd en aan uw vaderen, aan Abraham, Isaäk en Jakob gezworen heeft.stylusGenesis 17:7, Exodus 6:7, Genesis 17:7, Exodus 6:7, Deuteronomium 28:914Maar niet met u alleen sluit Ik dit Verbond en dit eedverdrag,stylusJeremia 31:31, Jeremia 31:34, Hebreeën 8:7, Hebreeën 8:12, Jeremia 31:3115maar zowel met hen, die thans met ons staan voor het aanschijn van Jahweh, onzen God, als met hen, die heden hier niet met ons zijn.stylusHandelingen 2:39, Handelingen 2:39, 1 Korintiërs 7:14, 1 Korintiërs 7:14, Deuteronomium 5:316Gij weet toch, hoe wij in het land van Egypte hebben vertoefd, en midden door de volken gezworven, waar gij doorheen zijt gekomen,stylusDeuteronomium 2:4, Deuteronomium 2:19, Deuteronomium 2:24, Deuteronomium 3:1, Deuteronomium 3:217hoe gij hun gruwelen hebt moeten aanschouwen, en hun schandgoden van hout en steen, van zilver en goud, die zij hadden.stylusDeuteronomium 28:36, Deuteronomium 28:3618Moge er heden onder u geen man en geen vrouw, geen geslacht en geen stam zijn, die zijn hart afwendt van Jahweh, onzen God, om de goden van die volken te gaan dienen, en moge er onder u geen wortel zijn, die gift en bitterheid doet ontspruiten.stylusHebreeën 12:15, Hebreeën 12:15, Deuteronomium 11:16, Deuteronomium 11:17, Deuteronomium 11:1619En wanneer iemand de woorden van dit eedverdrag hoort en zichzelf in stilte gelukkig durft prijzen en zegt: "Ik zal vrede genieten, hoewel ik wandel in de verstoktheid mijns harten!" en hij zo de oorzaak wordt, dat het besproeide met het dorstige wordt uitgerukt,stylusJeremia 7:24, Jeremia 7:24, Numeri 15:30, Numeri 15:39, Numeri 15:3020dan zal Jahweh het hem nimmer willen vergeven; maar Jahweh’s toorn en ijverzucht zullen tegen zo iemand ontbranden, en al de vervloekingen, die in dit boek staan beschreven, zullen hem verpletteren. Jahweh zal zijn naam wegvagen onder de hemel,stylusPsalmen 74:1, Psalmen 74:1, Psalmen 79:5, Deuteronomium 9:14, Psalmen 79:521hem uit alle stammen van Israël afzonderen, om hem in het verderf te storten, naar alle vervloekingen van het Verbond, die in dit boek staan beschreven.stylusMattheüs 25:41, Mattheüs 25:46, Maleachi 3:18, Mattheüs 25:32, Ezechiël 13:922En wanneer het toekomstige geslacht, uw zonen die na u opstaan, en de buitenlander, die uit een ver land is gekomen, de plagen van dit land zullen zien, en de ziekten, waarmee Jahweh het teistert, dan zullen ze zeggen:stylusJeremia 19:8, Jeremia 19:823Heel het land is zwavel en zout en een brandende puinhoop; niets kan er worden gezaaid, niets schiet er op en geen kruid kan er groeien; het is een verwoesting als van Sodoma en Gomorra, Adma en Seboïm, die Jahweh in zijn gramschap en woede ten onderste boven gekeerd heeft.stylusJeremia 17:6, Sefanja 2:9, Jeremia 17:6, Sefanja 2:9, Genesis 14:224En als al de volken zullen vragen: Waarom heeft Jahweh dit land zo behandeld, en waarom is deze grimmige toorn ontstoken?stylusJeremia 22:8, Jeremia 22:9, Jeremia 22:8, Jeremia 22:9, 1 Koningen 9:825Dan zal men antwoorden: "Omdat zij het Verbond van Jahweh, den God hunner vaderen, hebben verzaakt, dat Hij met hen had gesloten, toen Hij hen uit het land van Egypte leidde;stylusHebreeën 8:9, Hebreeën 8:9, Jeremia 40:2, Jeremia 40:3, Jeremia 22:926omdat zij vreemde goden hebben gevolgd en gediend, en goden hebben vereerd, die zij niet hadden gekend, en die Hij hun niet had gegeven:stylusDeuteronomium 28:64, Richteren 5:8, Richteren 2:12, Richteren 2:13, Jeremia 44:227daarom is de toorn van Jahweh losgebarsten over dit land, en heeft Hij alle vervloekingen er over uitgestort, die in dit boek staan beschreven;stylusDaniël 9:11, Daniël 9:14, Daniël 9:11, Daniël 9:14, Deuteronomium 28:1528daarom heeft Jahweh ze in zijn toorn en gramschap en zijn grimmige woede weggerukt van hun grond, en ze weggeslingerd naar een ander land, waar ze heden nog zijn!"stylus2 Kronieken 7:20, 2 Kronieken 7:20, 1 Koningen 14:15, Psalmen 52:5, Spreuken 2:2229Wat verborgen is, ligt bij Jahweh, onzen God; maar wat geopenbaard is, blijft eeuwig voor ons en onze kinderen van kracht, opdat wij alle woorden van deze Wet onderhouden.stylusDaniël 2:22, Daniël 2:22, Handelingen 1:7, Handelingen 1:7, Romeinen 11:33