1Wanneer gij een rund of een schaap van uw naaste ziet ronddwalen, moogt gij ze niet laten lopen, maar moet gij ze onmiddellijk naar uw naaste terugbrengen.stylusExodus 23:4, Exodus 23:5, Exodus 23:4, Exodus 23:5, Spreuken 24:112Zo deze niet in uw nabijheid woont, of gij hem niet kent, moet gij ze onder uw hoede nemen en bij u houden, totdat uw naaste ze opeist, en ze dan aan hem teruggeven.stylus1 Tessalonicenzen 4:6, Mattheüs 7:12, 1 Tessalonicenzen 4:6, Mattheüs 7:123Zo moet ge doen met zijn ezel, met zijn kleed, en met al wat uw naaste verliest; wanneer gij het vindt, moogt gij het niet zonder meer laten liggen.stylus4En wanneer gij een ezel of een rund van uw naaste op de weg ziet vallen, moogt gij ze niet laten liggen, maar moet ge hem helpen, ze weer overeind te krijgen.stylus1 Tessalonicenzen 5:14, Galaten 6:1, Galaten 6:2, Romeinen 15:1, Mattheüs 5:445Een vrouw mag geen mannenkleren dragen, en een man niet het kleed van een vrouw; want wie zo iets doet, is een afschuw voor Jahweh.stylus1 Korintiërs 11:4, 1 Korintiërs 11:15, 1 Korintiërs 11:4, 1 Korintiërs 11:15, Deuteronomium 18:126Wanneer ge buiten in een boom of op de grond een vogelnestje vindt met jongen of eieren, terwijl de moeder op de jongen of op de eieren zit, dan moogt ge de moeder niet pakken tegelijk met de jongen.stylusLeviticus 22:28, Leviticus 22:28, Spreuken 12:10, Spreuken 12:10, Lucas 12:67Gij moet de moeder laten vliegen, als gij de jongen uithaalt, opdat het u goed moge gaan, en gij lang moogt blijven leven.stylusDeuteronomium 4:40, Deuteronomium 4:40, Spreuken 22:4, Spreuken 22:48Wanneer gij een nieuw huis bouwt, dan moet ge een muurtje om het platte dak maken, om geen bloedschuld over uw huis te brengen, als iemand er afvalt.stylusJesaja 22:1, Exodus 21:28, Exodus 21:36, 2 Samuël 11:2, Jeremia 19:139Gij moogt in uw wijngaard geen ander gewas planten; anders vervalt alles aan het heiligdom, zowel de vrucht, die gij hebt gezaaid, als de opbrengst van uw wijngaard.stylusLeviticus 19:19, Leviticus 19:19, 2 Korintiërs 11:3, 2 Korintiërs 11:3, Mattheüs 9:1610Gij moogt niet met een os en een ezel in één span ploegen.stylus2 Korintiërs 6:14, 2 Korintiërs 6:16, 2 Korintiërs 6:14, 2 Korintiërs 6:1611Gij moogt u niet kleden met iets, wat uit twee soorten draad is geweven, uit wol en linnen dooreen.stylusLeviticus 19:19, Leviticus 19:1912Gij moet u kwasten maken aan de vier slippen van uw kleed, dat gij aantrekt.stylusMattheüs 23:5, Mattheüs 23:5, Numeri 15:37, Numeri 15:41, Numeri 15:3713Wanneer een man een vrouw huwt en gemeenschap met haar houdt, maar omdat hij afkeer van haar heeft gekregen,stylusGenesis 29:21, Genesis 29:21, Deuteronomium 24:1, Efeziërs 5:28, Efeziërs 5:2914haar lelijke dingen verwijt en haar in opspraak brengt door te zeggen: Ik heb deze vrouw gehuwd, maar toen ik gemeenschap met haar hield, bevond ik, dat zij geen maagd meer was:stylusSpreuken 18:8, Deuteronomium 22:19, Exodus 20:16, Exodus 23:1, Spreuken 18:2115dan moeten de vader en de moeder van de jonge vrouw haar naar de stadspoort brengen en het bewijs van haar maagdelijkheid aan de oudsten der stad voorleggen.stylus16En de vader van de jonge vrouw zal tot de oudsten zeggen: Ik heb mijn dochter aan dezen man tot vrouw gegeven: maar daar hij afkeer van haar heeft gekregen.stylus17verwijt hij haar lelijke dingen, en zegt: "Ik heb bevonden, dat uw dochter geen maagd was". Welnu, hier is het bewijs voor de maagdelijkheid van mijn dochter. En zij zullen het kleed voor de oudsten der stad uitspreiden.stylus18Dan moeten de oudsten van die stad den man laten grijpen, hem een tuchtiging toedienen,stylusExodus 18:21, Exodus 18:2119hem bovendien een geldboete opleggen van honderd zilveren sikkels, en die aan den vader van de jonge vrouw geven, omdat hij een israëlietische maagd in opspraak gebracht heeft. Zij zal zijn vrouw blijven, en hij zal haar nooit meer kunnen verstoten.stylusMattheüs 19:8, Mattheüs 19:9, Deuteronomium 22:29, Mattheüs 19:8, Mattheüs 19:920Maar wanneer de beschuldiging op waarheid berust, en de jonge vrouw geen maagd is bevonden,stylus21dan moet men de jonge vrouw naar de deur van haar vaderlijke woning brengen, en haar medeburgers zullen haar doodstenigen, omdat zij een misdaad heeft begaan in Israël, door ontucht te bedrijven in het huis van haar vader. Zo moet gij dit kwaad uit uw midden verwijderen.stylusGenesis 34:7, Deuteronomium 13:5, Genesis 34:7, Deuteronomium 13:5, Richteren 20:622Wanneer iemand erop wordt betrapt, dat hij gemeenschap houdt met een getrouwde vrouw, dan moeten beiden sterven: zowel de man, die gemeenschap hield met de vrouw, als de vrouw zelf. Zo moet gij dit kwaad uit Israël verwijderen.stylusLeviticus 20:10, Leviticus 20:10, Johannes 8:4, Johannes 8:5, Hebreeën 13:423Wanneer een ongerept meisje aan een man is verloofd, en een andere man komt met haar in de stad in aanraking en houdt gemeenschap met haar,stylusMattheüs 1:18, Mattheüs 1:19, Mattheüs 1:18, Mattheüs 1:19, Deuteronomium 20:724dan moet ge ze beiden naar de poort van de stad brengen en ze doodstenigen; het meisje, omdat zij niet om hulp heeft geroepen, ofschoon ze zich in de stad bevond, en de man, omdat hij een andermans vrouw heeft verkracht. Zo moet gij dit kwaad uit uw midden verwijderen.stylus1 Korintiërs 5:13, Deuteronomium 21:14, Deuteronomium 22:21, Deuteronomium 22:22, 1 Korintiërs 5:1325Maar ontmoet die man het verloofde meisje in het veld, maakt hij zich van haar meester, en houdt hij gemeenschap met haar, dan zal de man, die gemeenschap met haar hield, alleen sterven.stylus2 Samuël 13:14, 2 Samuël 13:1426Het meisje moogt ge niets doen; het meisje heeft de dood niet verdiend. Want dit is eenzelfde geval, als wanneer iemand een ander overvalt en vermoordt.stylusDeuteronomium 21:22, Deuteronomium 21:2227Hij heeft haar in het veld ontmoet, en al zou het verloofde meisje hebben geschreeuwd, dan zou toch niemand haar te hulp zijn gekomen.stylus1 Korintiërs 13:7, 1 Korintiërs 13:728Wanneer een man een ongerept meisje ontmoet, dat niet is verloofd, zich van haar meester maakt, en gemeenschap met haar houdt, waarbij zij worden betrapt,stylusExodus 22:16, Exodus 22:17, Exodus 22:16, Exodus 22:1729dan moet de man, die gemeenschap had met het meisje, aan haar vader vijftig zilveren sikkels betalen; zij zal zijn vrouw worden, omdat hij haar heeft onteerd, en hij zal haar nooit kunnen verstoten.stylusDeuteronomium 22:19, Deuteronomium 22:24, Deuteronomium 21:14, Deuteronomium 22:19, Deuteronomium 22:2430Niemand mag de vrouw van zijn vader nemen, en niemand mag het dek zijns vaders opslaan.stylusDeuteronomium 27:20, Deuteronomium 27:20, Leviticus 18:8, Leviticus 18:8, 1 Korintiërs 5:1