Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Deuteronomium Hoofdstuk 22

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
DEUTERONOMIUM

Deuteronomium 22

1Wanneer gij een rund of een schaap van uw naaste ziet ronddwalen, moogt gij ze niet laten lopen, maar moet gij ze onmiddellijk naar uw naaste terugbrengen.
Exodus 23:4, Exodus 23:5, Exodus 23:4, Exodus 23:5, Spreuken 24:11
2Zo deze niet in uw nabijheid woont, of gij hem niet kent, moet gij ze onder uw hoede nemen en bij u houden, totdat uw naaste ze opeist, en ze dan aan hem teruggeven.
1 Tessalonicenzen 4:6, Mattheüs 7:12, 1 Tessalonicenzen 4:6, Mattheüs 7:12
3Zo moet ge doen met zijn ezel, met zijn kleed, en met al wat uw naaste verliest; wanneer gij het vindt, moogt gij het niet zonder meer laten liggen.
4En wanneer gij een ezel of een rund van uw naaste op de weg ziet vallen, moogt gij ze niet laten liggen, maar moet ge hem helpen, ze weer overeind te krijgen.
1 Tessalonicenzen 5:14, Galaten 6:1, Galaten 6:2, Romeinen 15:1, Mattheüs 5:44
5Een vrouw mag geen mannenkleren dragen, en een man niet het kleed van een vrouw; want wie zo iets doet, is een afschuw voor Jahweh.
1 Korintiërs 11:4, 1 Korintiërs 11:15, 1 Korintiërs 11:4, 1 Korintiërs 11:15, Deuteronomium 18:12
6Wanneer ge buiten in een boom of op de grond een vogelnestje vindt met jongen of eieren, terwijl de moeder op de jongen of op de eieren zit, dan moogt ge de moeder niet pakken tegelijk met de jongen.
Leviticus 22:28, Leviticus 22:28, Spreuken 12:10, Spreuken 12:10, Lucas 12:6
7Gij moet de moeder laten vliegen, als gij de jongen uithaalt, opdat het u goed moge gaan, en gij lang moogt blijven leven.
Deuteronomium 4:40, Deuteronomium 4:40, Spreuken 22:4, Spreuken 22:4
8Wanneer gij een nieuw huis bouwt, dan moet ge een muurtje om het platte dak maken, om geen bloedschuld over uw huis te brengen, als iemand er afvalt.
Jesaja 22:1, Exodus 21:28, Exodus 21:36, 2 Samuël 11:2, Jeremia 19:13
9Gij moogt in uw wijngaard geen ander gewas planten; anders vervalt alles aan het heiligdom, zowel de vrucht, die gij hebt gezaaid, als de opbrengst van uw wijngaard.
Leviticus 19:19, Leviticus 19:19, 2 Korintiërs 11:3, 2 Korintiërs 11:3, Mattheüs 9:16
10Gij moogt niet met een os en een ezel in één span ploegen.
2 Korintiërs 6:14, 2 Korintiërs 6:16, 2 Korintiërs 6:14, 2 Korintiërs 6:16
11Gij moogt u niet kleden met iets, wat uit twee soorten draad is geweven, uit wol en linnen dooreen.
Leviticus 19:19, Leviticus 19:19
12Gij moet u kwasten maken aan de vier slippen van uw kleed, dat gij aantrekt.
Mattheüs 23:5, Mattheüs 23:5, Numeri 15:37, Numeri 15:41, Numeri 15:37
13Wanneer een man een vrouw huwt en gemeenschap met haar houdt, maar omdat hij afkeer van haar heeft gekregen,
Genesis 29:21, Genesis 29:21, Deuteronomium 24:1, Efeziërs 5:28, Efeziërs 5:29
14haar lelijke dingen verwijt en haar in opspraak brengt door te zeggen: Ik heb deze vrouw gehuwd, maar toen ik gemeenschap met haar hield, bevond ik, dat zij geen maagd meer was:
Spreuken 18:8, Deuteronomium 22:19, Exodus 20:16, Exodus 23:1, Spreuken 18:21
15dan moeten de vader en de moeder van de jonge vrouw haar naar de stadspoort brengen en het bewijs van haar maagdelijkheid aan de oudsten der stad voorleggen.
16En de vader van de jonge vrouw zal tot de oudsten zeggen: Ik heb mijn dochter aan dezen man tot vrouw gegeven: maar daar hij afkeer van haar heeft gekregen.
17verwijt hij haar lelijke dingen, en zegt: "Ik heb bevonden, dat uw dochter geen maagd was". Welnu, hier is het bewijs voor de maagdelijkheid van mijn dochter. En zij zullen het kleed voor de oudsten der stad uitspreiden.
18Dan moeten de oudsten van die stad den man laten grijpen, hem een tuchtiging toedienen,
Exodus 18:21, Exodus 18:21
19hem bovendien een geldboete opleggen van honderd zilveren sikkels, en die aan den vader van de jonge vrouw geven, omdat hij een israëlietische maagd in opspraak gebracht heeft. Zij zal zijn vrouw blijven, en hij zal haar nooit meer kunnen verstoten.
Mattheüs 19:8, Mattheüs 19:9, Deuteronomium 22:29, Mattheüs 19:8, Mattheüs 19:9
20Maar wanneer de beschuldiging op waarheid berust, en de jonge vrouw geen maagd is bevonden,
21dan moet men de jonge vrouw naar de deur van haar vaderlijke woning brengen, en haar medeburgers zullen haar doodstenigen, omdat zij een misdaad heeft begaan in Israël, door ontucht te bedrijven in het huis van haar vader. Zo moet gij dit kwaad uit uw midden verwijderen.
Genesis 34:7, Deuteronomium 13:5, Genesis 34:7, Deuteronomium 13:5, Richteren 20:6
22Wanneer iemand erop wordt betrapt, dat hij gemeenschap houdt met een getrouwde vrouw, dan moeten beiden sterven: zowel de man, die gemeenschap hield met de vrouw, als de vrouw zelf. Zo moet gij dit kwaad uit Israël verwijderen.
Leviticus 20:10, Leviticus 20:10, Johannes 8:4, Johannes 8:5, Hebreeën 13:4
23Wanneer een ongerept meisje aan een man is verloofd, en een andere man komt met haar in de stad in aanraking en houdt gemeenschap met haar,
Mattheüs 1:18, Mattheüs 1:19, Mattheüs 1:18, Mattheüs 1:19, Deuteronomium 20:7
24dan moet ge ze beiden naar de poort van de stad brengen en ze doodstenigen; het meisje, omdat zij niet om hulp heeft geroepen, ofschoon ze zich in de stad bevond, en de man, omdat hij een andermans vrouw heeft verkracht. Zo moet gij dit kwaad uit uw midden verwijderen.
1 Korintiërs 5:13, Deuteronomium 21:14, Deuteronomium 22:21, Deuteronomium 22:22, 1 Korintiërs 5:13
25Maar ontmoet die man het verloofde meisje in het veld, maakt hij zich van haar meester, en houdt hij gemeenschap met haar, dan zal de man, die gemeenschap met haar hield, alleen sterven.
2 Samuël 13:14, 2 Samuël 13:14
26Het meisje moogt ge niets doen; het meisje heeft de dood niet verdiend. Want dit is eenzelfde geval, als wanneer iemand een ander overvalt en vermoordt.
Deuteronomium 21:22, Deuteronomium 21:22
27Hij heeft haar in het veld ontmoet, en al zou het verloofde meisje hebben geschreeuwd, dan zou toch niemand haar te hulp zijn gekomen.
1 Korintiërs 13:7, 1 Korintiërs 13:7
28Wanneer een man een ongerept meisje ontmoet, dat niet is verloofd, zich van haar meester maakt, en gemeenschap met haar houdt, waarbij zij worden betrapt,
Exodus 22:16, Exodus 22:17, Exodus 22:16, Exodus 22:17
29dan moet de man, die gemeenschap had met het meisje, aan haar vader vijftig zilveren sikkels betalen; zij zal zijn vrouw worden, omdat hij haar heeft onteerd, en hij zal haar nooit kunnen verstoten.
Deuteronomium 22:19, Deuteronomium 22:24, Deuteronomium 21:14, Deuteronomium 22:19, Deuteronomium 22:24
30Niemand mag de vrouw van zijn vader nemen, en niemand mag het dek zijns vaders opslaan.
Deuteronomium 27:20, Deuteronomium 27:20, Leviticus 18:8, Leviticus 18:8, 1 Korintiërs 5:1

Andere Boeken

DeuteronomiumJozuaRichteren+

Andere Boeken

DeuteronomiumHfst. 22
JozuaRichterenRuth1 Samuël2 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward