1Wanneer men in het land, dat Jahweh, uw God, u in bezit zal geven, een vermoorde in het veld vindt liggen, zonder dat men weet, wie hem heeft gedood,stylusJesaja 26:21, Jesaja 26:21, Psalmen 5:6, Psalmen 9:12, Handelingen 28:42dan moeten uw oudsten en rechters de afstand naar de steden gaan opnemen, die in de omtrek van den vermoorde liggen.stylusRomeinen 13:3, Romeinen 13:4, Deuteronomium 16:18, Deuteronomium 16:19, Romeinen 13:33En de oudsten van de stad, waar de vermoorde het dichtst bij ligt, moeten een jonge koe nemen, waarmee nog niet is gewerkt en die nog nooit in een juk heeft getrokken.stylusNumeri 19:2, Numeri 19:2, Mattheüs 11:28, Mattheüs 11:30, Filippenzen 2:84De oudsten van die stad moeten de jonge koe naar een dal met altijd stromend water brengen, waar niet gewerkt of gezaaid wordt, en daar in het dal de jonge koe de nek breken.stylus1 Petrus 3:18, 1 Petrus 2:21, 1 Petrus 2:24, 1 Petrus 3:18, 1 Petrus 2:215Dan moeten de priesters, de zonen van Levi, naar voren treden, want Jahweh, uw God, heeft hen uitverkoren, om zijn dienst te verrichten, in de naam van Jahweh te zegenen, en naar hun uitspraak elk geding over twist of mishandeling te beslechten.stylus1 Kronieken 23:13, 1 Kronieken 23:13, Deuteronomium 10:8, Maleachi 2:7, Deuteronomium 10:86Vervolgens moeten alle oudsten van die stad, waar de vermoorde het dichtst bij lag, hun handen wassen over de jonge koe, die in het dal de nek is gebroken,stylusPsalmen 26:6, Psalmen 73:13, Psalmen 26:6, Psalmen 73:13, Psalmen 51:147en plechtig getuigen: Onze handen hebben dit bloed niet vergoten, en onze ogen hebben het niet gezien.stylusJob 21:31, Job 21:34, Numeri 5:19, Numeri 5:28, 2 Samuël 16:88Verzoen de schuld van uw volk, Israël, dat Gij, Jahweh, hebt vrijgekocht, en reken uw volk Israël geen onschuldig bloed aan! Zo zullen zij voor het bloed verzoening verkrijgen,stylusJona 1:14, Jona 1:14, Numeri 35:33, Numeri 35:34, 2 Koningen 24:49en zal geen onschuldig bloed op u blijven rusten, omdat gij hebt gedaan, wat recht is in de ogen van Jahweh.stylusDeuteronomium 19:12, Deuteronomium 19:13, 2 Koningen 10:30, 2 Koningen 10:31, Deuteronomium 13:1810Wanneer ge tegen uw vijanden ten strijde trekt, en Jahweh, uw God, levert ze aan u over en ge voert ze als krijgsgevangenen mee,stylusDeuteronomium 20:10, Deuteronomium 20:16, Deuteronomium 20:10, Deuteronomium 20:16, Jozua 21:4411wanneer ge dan onder de krijgsgevangenen een mooie vrouw bemerkt, die ge tot echtgenote wenst te nemen,stylusSpreuken 6:25, Genesis 34:8, Spreuken 31:30, Genesis 34:3, Genesis 12:1412dan kunt ge haar uw huis binnenleiden. Zij moet haar hoofd kaal scheren, haar nagels knippen,stylusLeviticus 14:9, Numeri 6:9, Efeziërs 4:22, 1 Korintiërs 11:6, Leviticus 14:913het kleed afleggen, waarin zij gevangen werd genomen, en een maand lang in uw huis blijven, om haar vader en moeder te bewenen. Daarna kunt gij gemeenschap met haar houden, haar huwen en zal zij uw vrouw zijn.stylusLucas 14:26, Lucas 14:27, Psalmen 45:10, Psalmen 45:11, Lucas 14:2614Maar zo ze u later niet meer bevalt, moet ge haar vrij laten vertrekken en moogt ge haar niet voor geld verkopen, of als slavin behandelen, omdat ge haar bezeten hebt.stylusDeuteronomium 22:29, Deuteronomium 22:29, Genesis 34:2, Genesis 34:2, Deuteronomium 22:2415Wanneer een man twee vrouwen heeft, van wie hij de een meer bemint dan de ander, en de beminde zowel als de mindergeliefde schenkt hem een zoon, maar de eerstgeborene is van de mindergeliefde,stylusGenesis 29:33, Genesis 29:33, Genesis 29:20, Genesis 29:20, Genesis 29:3016dan mag hij, bij de verdeling van zijn erfenis onder zijn zonen, den zoon van de beminde niet het deel van den eerstgeborene geven ten koste van den zoon der mindergeliefde, die de eerstgeborene is.stylus1 Kronieken 26:10, 1 Kronieken 26:10, 1 Kronieken 5:2, 1 Kronieken 5:2, 2 Kronieken 21:317Hij moet den zoon van de mindergeliefde als eerstgeborene erkennen, door hem een dubbel aandeel te geven van al wat hij heeft; want hij is de eersteling van zijn mannelijke kracht, en hem komt het eerstgeboorterecht toe.stylusGenesis 49:3, Genesis 49:3, Genesis 25:31, Genesis 25:34, Genesis 25:3118Wanneer iemand een weerspannigen en onhandelbaren zoon heeft, die niet naar zijn vader en moeder wil luisteren, en ofschoon zij hem tuchtigen, hun toch niet gehoorzaamt,stylusExodus 20:12, Leviticus 19:3, Exodus 20:12, Leviticus 19:3, Amos 4:1119dan moeten zijn vader en moeder hem laten grijpen, hem naar de oudsten der stad en naar de poort van zijn woonplaats laten brengen,stylusZacharia 13:3, Deuteronomium 25:7, Deuteronomium 21:2, Deuteronomium 16:18, Zacharia 13:320en tot de oudsten van zijn stad zeggen: Onze zoon is weerspannig en onhandelbaar; hij gehoorzaamt ons niet, maar is een losbol en dronkaard.stylusSpreuken 20:1, Spreuken 20:1, Spreuken 23:19, Spreuken 23:21, Spreuken 23:2921Dan moeten alle mannen van zijn stad hem doodstenigen. Zo zult ge dat kwaad uit uw midden verwijderen; want heel Israël zal het horen en vrezen.stylusDeuteronomium 19:19, Deuteronomium 19:20, Deuteronomium 19:19, Deuteronomium 19:20, Leviticus 24:1622Wanneer iemand een misdaad heeft begaan, waarop de doodstraf staat, en hij ter dood is gebracht en aan een paal is gehangen,stylusJohannes 19:31, Johannes 19:38, Handelingen 26:31, Johannes 19:31, Johannes 19:3823dan moogt ge zijn lijk ‘s nachts niet aan de paal laten hangen, maar moet ge het dezelfde dag nog begraven. Want een gehangene is door Jahweh gevloekt, en gij moogt het land niet bezoedelen, dat Jahweh, uw God, u tot erfdeel schenkt.stylusGalaten 3:13, Galaten 3:13, Johannes 19:31, Johannes 19:31, 2 Korintiërs 5:21