1(13:2) Wanneer een profeet of een dromer onder u opstaat, en een teken of wonder voor u doet,stylusJeremia 23:25, Jeremia 23:28, Jeremia 23:25, Jeremia 23:28, 1 Johannes 4:12(3) wanneer zelfs het teken of wonder, waarop hij zich beroept, in vervulling mocht gaan, als hij zegt: "Laat ons vreemde goden volgen, die gij niet kent, en ze dienen";stylusJeremia 28:9, Deuteronomium 18:22, 2 Korintiërs 11:13, 2 Korintiërs 11:15, Mattheüs 7:223(4) dan moogt ge toch niet naar de woorden van dien profeet of dien dromer luisteren. Want Jahweh, uw God, stelt u dan op de proef, om te weten of gij werkelijk Jahweh, uw God, met heel uw hart en heel uw ziel wilt beminnen.stylusDeuteronomium 8:2, Deuteronomium 8:2, Psalmen 66:10, 1 Korintiërs 11:19, Psalmen 66:104(5) Slechts Jahweh, uw God, moet ge volgen en vrezen, zijn geboden onderhouden, Hem gehoorzamen en dienen, en u hechten aan Hem.stylusKolossenzen 1:10, Kolossenzen 1:10, Deuteronomium 10:20, Deuteronomium 10:20, 1 Korintiërs 6:175(6) En die profeet of die dromer moet ter dood worden gebracht, omdat hij afval gepreekt heeft van Jahweh, uw God, die u uit Egypte heeft geleid en uit het slavenhuis bevrijd, en omdat hij u van de weg wil afbrengen, die Jahweh, uw God, u gebood te bewandelen. Roeit dit kwaad in uw midden uit.stylus1 Korintiërs 5:13, Deuteronomium 18:20, 1 Korintiërs 5:13, Deuteronomium 18:20, Deuteronomium 24:76(7) Of wanneer uw broer, de zoon van uw vader, of de zoon van uw moeder, uw zoon of uw dochter, of de vrouw in uw armen of uw boezemvriend, u in het geheim wil verleiden, en zegt: "Laat ons vreemde goden gaan dienen", goden die gij noch uw vaderen hebben gekend,stylusDeuteronomium 17:2, Deuteronomium 17:7, Deuteronomium 17:2, Deuteronomium 17:7, 1 Johannes 2:267(8) goden der volken, die rondom u wonen, dicht bij of veraf, van het ene einde der aarde tot het andere:stylus8(9) dan moogt ge daarin niet toestemmen en niet naar hem luisteren. Ge moogt geen medelijden met hem hebben, hem niet sparen, en zijn schuld niet verzwijgen;stylusSpreuken 1:10, Deuteronomium 19:13, Spreuken 1:10, Deuteronomium 19:13, Deuteronomium 7:169(10) maar breng hem ter dood. Uw hand moet het eerst tegen hem zijn gericht om hem te doden, nog vóór de hand van heel het volk.stylusLucas 14:26, Mattheüs 10:37, Handelingen 7:58, Deuteronomium 17:2, Deuteronomium 17:710(11) Stenig hem dood, omdat hij u afvallig wilde maken van Jahweh, uw God, die u uit Egypte, uit het slavenhuis heeft geleid.stylusJozua 7:25, Jozua 7:25, Numeri 15:35, Numeri 15:36, Leviticus 24:2311(12) Heel Israël zal het horen en vrezen en men zal nooit meer een dergelijk kwaad in uw midden bedrijven.stylusDeuteronomium 19:20, Deuteronomium 19:20, Deuteronomium 17:13, Deuteronomium 17:13, Spreuken 19:2512(13) Of wanneer gij hoort, dat er in een van de steden, die Jahweh, uw God, u tot woonplaats zal geven,stylusJozua 22:11, Jozua 22:34, Richteren 20:1, Richteren 20:17, Jozua 22:1113(14) Belialskinderen uit uw midden zijn opgestaan, die hun medeburgers verleiden, en zeggen: "Laat ons vreemde goden gaan dienen, die gij niet kent",stylusDeuteronomium 13:2, 1 Johannes 2:19, Deuteronomium 13:2, 1 Johannes 2:19, Deuteronomium 13:614(15) dan moet gij een onderzoek instellen, navorsen en nauwgezet navraag doen. En staat het ontwijfelbaar vast, dat die gruwel onder u is bedreven,stylusDeuteronomium 17:4, Deuteronomium 17:4, Johannes 7:24, Jesaja 11:3, Jesaja 11:415(16) dan moet gij de bewoners dier stad over de kling jagen, de stad, met al wat er in is, met de banvloek treffen, en zelfs haar vee met het zwaard doden.stylusLeviticus 27:28, Deuteronomium 7:2, Exodus 22:20, Leviticus 27:28, Deuteronomium 7:216(17) Al wat daar buit is gemaakt, moet gij midden op de markt bijeen brengen, en dan de stad met heel de buit als een brandoffer voor Jahweh, uw God, verbranden; ze moet eeuwig een puinhoop blijven, en mag niet meer worden herbouwd.stylusJozua 8:28, Jeremia 49:2, Jozua 8:28, Jeremia 49:2, Jozua 6:2417(18) Niets van wat met de ban is geslagen, mag aan uw hand blijven kleven, opdat Jahweh zijn grimmige toorn mag laten varen en Zich uwer ontfermen. Dan zal Hij in zijn barmhartigheid u talrijk maken, zoals Hij het aan uw vaderen heeft gezworen,stylusDeuteronomium 7:26, Genesis 26:24, Jozua 7:26, Genesis 26:4, Deuteronomium 7:2618(19) daar gij hebt geluisterd naar de stem van Jahweh, uw God, al zijn geboden hebt onderhouden, die ik u heden gaf, en gedaan hebt wat recht is in de ogen van Jahweh, uw God.stylusDeuteronomium 12:28, Deuteronomium 12:28, Deuteronomium 12:25, Mattheüs 7:21, Mattheüs 7:24