1Dit zijn de bepalingen en voorschriften, die gij, zolang gij op aarde leeft, nauwgezet moet volbrengen in het land, dat Jahweh, de God uwer vaderen, u in bezit zal geven.stylus1 Koningen 8:40, 1 Koningen 8:40, Job 7:1, Job 7:1, Deuteronomium 4:92Gij moet alle plaatsen vernielen, waar de volken, die gij zult verdrijven, hun goden vereren: op de hoge bergen, de heuvels en onder iedere lommerrijke boom.stylusDeuteronomium 7:5, Deuteronomium 7:5, Deuteronomium 7:25, Deuteronomium 7:26, Numeri 33:513Hun altaren moet gij verwoesten, hun wijstenen verbrijzelen, hun heilige bomen in het vuur verbranden, de beelden van hun goden stuk slaan en hun naam van die plaats doen verdwijnen.stylusNumeri 33:52, Richteren 2:2, Numeri 33:52, Richteren 2:2, Zacharia 13:24Zó moogt ge Jahweh, uw God, niet vereren,stylusLeviticus 20:23, Leviticus 20:23, Deuteronomium 20:18, Deuteronomium 20:18, Deuteronomium 12:305maar gij moet de plaats bezoeken, die Jahweh, uw God, uit al uw stammen zal uitverkiezen, om zijn Naam daar te vestigen en daar te wonen. Daar zult gij heen gaan,stylusDeuteronomium 12:11, Deuteronomium 12:11, Deuteronomium 26:2, Deuteronomium 26:2, 2 Kronieken 7:126en uw brand- en uw slachtoffers brengen, uw tienden en cijnzen, uw gelofte-offers en vrijwillige gaven, en de eerstelingen van uw runderen en schapen.stylusDeuteronomium 15:19, Deuteronomium 15:20, Deuteronomium 15:19, Deuteronomium 15:20, Deuteronomium 14:227Daar zult gij met uw huisgezin voor het aanschijn van Jahweh, uw God, maaltijd houden en vrolijk zijn over het werk uwer handen, omdat Jahweh, uw God, u heeft gezegend.stylusDeuteronomium 12:18, Deuteronomium 12:18, Leviticus 23:40, Deuteronomium 14:26, Leviticus 23:408Gij moogt dus niet langer meer offeren, zoals ieder van ons hier heden naar eigen goeddunken doet.stylusRichteren 21:25, Richteren 21:25, Richteren 17:6, Richteren 17:6, Spreuken 21:29Want tot nu toe hebt ge het rustoord en het erfdeel niet bereikt, dat Jahweh, uw God, u zal geven.stylus1 Koningen 8:56, 1 Koningen 8:56, Deuteronomium 25:19, Psalmen 95:11, Deuteronomium 25:1910Maar wanneer gij over de Jordaan zijt getrokken, en u in het land hebt gevestigd, dat Jahweh u tot erfdeel zal schenken, wanneer Hij u rust heeft verschaft van al uw vijanden in het rond, zodat gij in veiligheid woont,stylusJeremia 33:11, Ezechiël 34:28, Jeremia 33:11, Ezechiël 34:28, Deuteronomium 11:3111dan zult ge naar de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om daar zijn Naam te vestigen, alles brengen, wat ik u heb bevolen: uw brand- en slachtoffers, uw tienden en cijnzen, en al het puik van uw gelofte-offers, die gij aan Jahweh beloofd hebt.stylusDeuteronomium 12:5, Deuteronomium 15:20, Deuteronomium 12:5, Deuteronomium 15:20, Johannes 4:2012Dan zult ge vrolijk zijn voor het aanschijn van Jahweh, uw God, gij met uw zonen en dochters, uw knechten en dienstmaagden, en met den leviet, die binnen uw poorten woont, omdat hij geen deel en geen erfbezit onder u heeft.stylusDeuteronomium 12:7, Deuteronomium 12:7, Deuteronomium 26:12, Deuteronomium 10:9, Deuteronomium 26:1213Zorg er dus voor, dat gij uw brandoffers niet opdraagt op iedere willekeurige plaats;stylus1 Koningen 15:34, Leviticus 17:2, Leviticus 17:5, Deuteronomium 12:6, 2 Kronieken 15:1714maar alleen op de plaats, die Jahweh in een uwer stammen zal uitverkiezen, moogt gij uw brandoffers opdragen, en daar alles doen wat ik u heb bevolen.stylusDeuteronomium 12:11, 2 Korintiërs 5:19, Deuteronomium 12:5, Deuteronomium 12:11, 2 Korintiërs 5:1915Overigens moogt ge slachten en vlees eten, zoveel ge wilt, en van de zegening genieten, die Jahweh, uw God, u binnen al uw poorten zal geven. De onreine zowel als de reine mag daarvan eten, zoals van gazel en van hert.stylusDeuteronomium 14:5, Deuteronomium 14:5, Deuteronomium 14:26, Deuteronomium 12:20, Deuteronomium 12:2316Het bloed echter moogt ge niet nuttigen, maar gij moet het als water op de aarde uitstorten.stylusGenesis 9:4, Genesis 9:4, Deuteronomium 15:23, Deuteronomium 15:23, Deuteronomium 12:2317Het is niet geoorloofd, binnen uw poorten de tienden van uw koren, van uw most en uw olie te nuttigen, of de eerstelingen van uw runderen en kudde, of iets van uw gelofteoffers, die gij beloofd hebt, of van uw vrijwillige gaven en cijnzen.stylusDeuteronomium 26:14, Deuteronomium 26:14, Deuteronomium 12:6, Deuteronomium 14:22, Deuteronomium 14:2918Maar deze moet gij eten voor het aanschijn van Jahweh, uw God, op de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen: gij met uw zoon en uw dochter, uw knecht en uw dienstmaagd, en met den leviet, die zich binnen uw poorten bevindt; daar moet gij vrolijk zijn voor het aanschijn van Jahweh, uw God, om al het werk uwer handen.stylusDeuteronomium 12:7, Deuteronomium 12:7, Deuteronomium 14:23, Deuteronomium 14:23, Deuteronomium 12:519Zorg er dan voor den leviet niet te vergeten, zolang gij leeft in uw land.stylus2 Kronieken 31:4, 2 Kronieken 31:21, 2 Kronieken 31:4, 2 Kronieken 31:21, 2 Kronieken 11:1320Wanneer dus Jahweh, uw God, uw gebied heeft uitgebreid, zoals Hij u heeft beloofd, en gij zegt: "Ik wil vlees eten", omdat ge er zin in hebt, dan moogt ge vlees eten zoveel ge wilt.stylusDeuteronomium 19:8, Deuteronomium 19:8, Deuteronomium 11:24, Deuteronomium 11:24, Exodus 34:2421En zo de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om er zijn Naam te vestigen, te ver van u is verwijderd, dan moogt gij van uw runderen en uw kudde, die Jahweh u heeft gegeven, slachten zoals ik u heb toegestaan, en er binnen uw poorten van eten zoveel ge wilt.stylusDeuteronomium 12:5, Deuteronomium 12:5, Ezra 6:12, Deuteronomium 16:6, Deuteronomium 16:1122Ge moogt er van eten, zoals men eet van gazel en van hert; de onreine zowel als de reine mag ervan eten.stylusDeuteronomium 12:15, Deuteronomium 12:16, Deuteronomium 12:15, Deuteronomium 12:1623Doch zorg er voor, geen bloed te nuttigen; want het bloed is het leven, en het leven moogt ge niet met het vlees eten.stylusLeviticus 17:11, Leviticus 17:11, Genesis 9:4, Genesis 9:4, Leviticus 17:1324Ge moogt het niet nuttigen, maar ge moet het als water op de aarde uitstorten;stylusDeuteronomium 12:16, Deuteronomium 15:23, Deuteronomium 12:16, Deuteronomium 15:2325ge moogt het niet nuttigen, opdat het u en uw kinderen na u goed moge gaan, daar gij doet wat recht is in de ogen van Jahweh.stylusJesaja 3:10, Deuteronomium 4:40, 1 Koningen 11:38, Exodus 15:26, Jesaja 3:1026Maar de heilige gaven, die uw eigendom zijn, en uw gelofte-offers moet ge naar de plaats brengen, die Jahweh zal uitverkiezen.stylusNumeri 18:19, Numeri 5:9, Numeri 5:10, Numeri 18:19, Numeri 5:927Bij uw brandoffers moet gij het vlees en het bloed ten offer brengen op het altaar van Jahweh, uw God; maar bij uw slachtoffers moet het bloed op het altaar van Jahweh, uw God, worden uitgegoten, en het vlees door u worden gegeten.stylusLeviticus 17:11, Leviticus 1:13, Leviticus 1:9, Leviticus 17:11, Leviticus 1:1328Onderhoud gehoorzaam al wat ik u heb geboden, opdat het u en uw zonen na u voor altijd goed moge gaan, daar gij doet wat goed en recht is in de ogen van Jahweh, uw God.stylusJohannes 15:14, Johannes 15:10, Deuteronomium 4:40, Johannes 15:14, Johannes 15:1029En wanneer Jahweh, uw God, de volken, die ge gaat verdrijven, voor u zal hebben uitgeroeid, en gij die volken zult hebben verjaagd en u in hun land hebt gevestigd,stylusJozua 23:4, Jozua 23:4, Deuteronomium 19:1, Deuteronomium 19:1, Exodus 23:2330zorg er dan voor, dat gij u, nadat ze voor uw ogen verdelgd zijn, niet door hun voorbeeld laat verleiden en gij u niet tot hun goden wendt, en zegt: Hoe hebben deze volken hun goden gediend? Zo doe ik het ook!stylusJeremia 10:2, Ezechiël 20:32, Jeremia 10:2, Ezechiël 20:32, Deuteronomium 7:1631Neen, zo moogt ge Jahweh, uw God, niet vereren. Want al wat Jahweh verafschuwt en haat, hebben zij voor hun goden bedreven; zelfs hun zonen en dochters hebben zij voor hun goden in het vuur verbrand.stylusJeremia 32:35, Jeremia 32:35, 2 Koningen 21:2, 2 Koningen 17:15, 2 Koningen 17:1732(13:1) Gij echter moet nauwgezet onderhouden al wat ik u geboden heb, zonder er iets aan toe te voegen of af te nemen.stylusDeuteronomium 4:2, Deuteronomium 4:2, Openbaring 22:18, Openbaring 22:19, Openbaring 22:18