1Bemin Jahweh, uw God, en onderhoud zijn instellingen, zijn bepalingen, voorschriften en geboden voor immer.stylusDeuteronomium 6:5, Deuteronomium 6:5, Lucas 1:74, Lucas 1:75, Deuteronomium 10:122Gij kent toch—want ik spreek niet tot uw zonen, die de straffen van Jahweh, uw God, niet hebben ervaren, en zijn grootheid, zijn sterke hand en gespierde arm niet hebben aanschouwd, —stylusSpreuken 22:19, Deuteronomium 8:19, Handelingen 26:22, Deuteronomium 7:19, Deuteronomium 9:263gij kent toch zijn tekenen en werken, die Hij in Egypte aan Farao, den koning van Egypte, en aan heel zijn land heeft gewrocht:stylusDeuteronomium 7:19, Deuteronomium 7:19, Psalmen 105:27, Psalmen 105:45, Psalmen 78:124wat Jahweh met het leger van Egypte heeft gedaan, met zijn paarden en wagens, over wie Hij de wateren van de Rode Zee heen deed stromen, toen zij u achtervolgden, en die Hij tot de dag van vandaag heeft vernietigd:stylusPsalmen 106:11, Exodus 14:23, Exodus 14:31, Exodus 15:9, Exodus 15:105wat Hij voor u in de woestijn heeft gedaan, totdat gij op deze plaats zijt gekomen:stylusPsalmen 105:39, Psalmen 105:41, Psalmen 77:20, Psalmen 106:12, Psalmen 106:486wat Hij Datan en Abiram heeft gedaan, de zonen van Eliab, den zoon van Ruben, toen de aarde haar muil heeft opengesperd en ze met hun gezinnen, hun tenten en alles, wat hun behoorde, te midden van heel Israël heeft verslonden.stylusNumeri 26:9, Numeri 26:10, Numeri 26:9, Numeri 26:10, Psalmen 106:177Waarachtig, met uw eigen ogen hebt gij al de grote werken van Jahweh aanschouwd, die Hij heeft gewrocht.stylusPsalmen 145:4, Psalmen 145:6, Psalmen 106:2, Psalmen 150:2, Deuteronomium 7:198Onderhoudt dan al de geboden, die ik u heden geef, opdat gij sterk moogt zijn, en het land moogt binnengaan en bezitten, dat gij aan de overkant gaat veroveren,stylusJozua 1:6, Jozua 1:7, Jozua 1:6, Jozua 1:7, Efeziërs 6:109en opdat gij lang in het land moogt blijven, dat Jahweh onder ede beloofd heeft, aan uw vaderen en aan hun kroost te zullen geven, een land dat druipt van melk en honing.stylusExodus 3:8, Exodus 3:8, Deuteronomium 4:40, Deuteronomium 4:40, Deuteronomium 6:210Want het land, dat gij in bezit gaat nemen, is niet als het land van Egypte, dat gij hebt verlaten, en dat gij, wanneer gij gezaaid hadt, als een moestuin met uw voet water moest geven.stylusZacharia 14:18, Zacharia 14:1811Neen, het land, dat gij aan de overkant in bezit gaat nemen, is een land van bergen en dalen, en het wordt door de regen van de hemel gedrenkt;stylusHebreeën 6:7, Hebreeën 6:7, Deuteronomium 8:7, Deuteronomium 8:9, Deuteronomium 8:712een land, waar Jahweh, uw God, zorg voor draagt; waarop van het begin van het jaar tot het eind voortdurend de ogen van Jahweh gericht zijn.stylus1 Koningen 9:3, Jeremia 24:6, 1 Koningen 9:3, Jeremia 24:6, Psalmen 33:1813Wanneer gij gewillig gehoorzaamt aan de geboden, die ik u heden geef, wanneer gij Jahweh, uw God, bemint en Hem met heel uw hart en heel uw ziel dient,stylusDeuteronomium 10:12, Deuteronomium 4:29, Deuteronomium 10:12, Deuteronomium 4:29, Deuteronomium 6:514dan zal Hij op tijd regen aan uw land schenken, de najaars- en de voorjaarsregen, zodat gij uw graan, most en olie zult oogsten;stylusJakobus 5:7, Jakobus 5:7, Leviticus 26:4, Leviticus 26:4, Deuteronomium 28:1215dan zal Hij voor uw vee gras op uw weiden geven, en zult gij eten tot verzadigens toe.stylusDeuteronomium 6:11, Deuteronomium 6:11, Psalmen 104:14, Psalmen 104:14, Joël 2:1916Maar zorgt er voor, dat uw hart zich niet laat verleiden, dat gij niet afdwaalt, en vreemde goden dient en aanbidt.stylusJob 31:27, Hebreeën 3:12, Hebreeën 2:1, Job 31:27, Hebreeën 3:1217Want dan ontbrandt de toorn van Jahweh tegen u; dan zal Hij de hemel sluiten, zodat er geen regen valt en de bodem geen opbrengst meer levert; dan zult gij spoedig uit het heerlijke land, dat Jahweh u geeft, worden verdelgd.stylus1 Koningen 8:35, 1 Koningen 8:35, Deuteronomium 4:26, 2 Kronieken 6:26, Amos 4:718Prent deze woorden in uw hart en uw ziel, bindt ze als een merk op uw hand en laten ze als een teken op uw voorhoofd zijn.stylusDeuteronomium 6:6, Deuteronomium 6:9, Kolossenzen 3:16, Deuteronomium 6:6, Deuteronomium 6:919Prent ze ook uw kinderen in, herhaalt ze, wanneer gij in uw huis zijt gezeten of wandelt op straat, wanneer gij gaat slapen of opstaat,stylusDeuteronomium 6:7, Deuteronomium 6:7, Psalmen 34:11, Deuteronomium 4:9, Deuteronomium 4:1020en schrijft ze op de deurposten van uw huis en in uw poorten,stylusDeuteronomium 6:9, Deuteronomium 6:921opdat gij met uw zonen even lang in het land moogt verblijven, dat Jahweh onder ede beloofd heeft aan uw vaderen te zullen geven, als de hemel boven de aarde staat.stylusSpreuken 4:10, Spreuken 4:10, Spreuken 3:2, Spreuken 3:2, Psalmen 72:522Zo gij al deze geboden, die ik u bevolen heb te volbrengen, nauwgezet onderhoudt, zo gij Jahweh, uw God, bemint, al zijn wegen bewandelt, en aan Hem u blijft hechten,stylusDeuteronomium 11:13, Deuteronomium 6:17, Deuteronomium 11:13, Deuteronomium 6:17, Deuteronomium 10:2023dan zal Jahweh al deze volken voor u verdrijven, en zult gij volken verjagen, die in getal en macht u overtreffen.stylusDeuteronomium 4:38, Deuteronomium 4:38, Deuteronomium 9:1, Deuteronomium 9:1, Exodus 23:2724Dan zal elke plek, die uw voetzool betreedt, u toebehoren; dan zal uw grondgebied zich uitstrekken van de woestijn tot de Libanon, en van de grote rivier, de rivier de Eufraat, tot de zee in het westen.stylusJozua 14:9, Jozua 14:9, Genesis 15:18, Genesis 15:21, Exodus 23:3125Dan zal niemand voor u stand kunnen houden, en zal Jahweh, uw God, vrees en ontzetting voor u over heel het land doen komen, dat gij doorkruist, zoals Hij het u heeft beloofd.stylusExodus 23:27, Deuteronomium 7:24, Jozua 1:5, Exodus 23:27, Deuteronomium 7:2426Ziet, heden houd ik u zegen voor en vloek.stylusDeuteronomium 30:1, Deuteronomium 30:15, Deuteronomium 30:20, Deuteronomium 30:1, Deuteronomium 30:1527Zegen, zo gij gehoorzaamt aan de geboden van Jahweh, uw God, die ik u heden ga geven!stylusJesaja 1:19, Jesaja 1:19, Deuteronomium 28:1, Deuteronomium 28:14, Deuteronomium 28:128Vloek, zo gij niet gehoorzaamt aan de geboden van Jahweh, uw God, maar de weg verlaat, die ik u heden toon en vreemde goden naloopt, die gij niet kent.stylusDeuteronomium 28:15, Deuteronomium 28:68, Deuteronomium 28:15, Deuteronomium 28:68, Romeinen 2:829En wanneer Jahweh, uw God, u in het land heeft gebracht, dat gij nu in bezit gaat nemen, dan moet ge de zegen op de berg Gerizzim vastleggen, en de vloek op de berg Ebal;stylusDeuteronomium 27:12, Deuteronomium 27:26, Jozua 8:30, Jozua 8:35, Deuteronomium 27:1230zij liggen aan de overkant van de Jordaan achter de westelijke weg, in het land der Kanaänieten, die in de Araba wonen, en tegenover Gilgal en naast de eik van More.stylusGenesis 12:6, Genesis 12:6, Richteren 7:1, Richteren 7:1, Jozua 4:1931Waarachtig, gij trekt nu over de Jordaan, om het land, dat Jahweh, uw God, u geeft, in bezit te gaan nemen! Maar als gij het in bezit hebt genomen en daar woont,stylusJozua 1:11, Jozua 1:11, Deuteronomium 9:1, Deuteronomium 9:1, Jozua 3:1332zorgt er dan voor, alle bepalingen en voorschriften te onderhouden, die ik heden ga geven.stylusDeuteronomium 12:32, Mattheüs 28:20, Deuteronomium 12:32, Mattheüs 28:20, Mattheüs 7:21