1Daarna trokken wij weer de woestijn in, in de richting van de Rode Zee, zoals Jahweh het mij had gelast, en reisden lange tijd om het Seïr-gebergte heen.stylusNumeri 21:4, Numeri 21:4, Numeri 14:25, Deuteronomium 1:40, Numeri 14:252Toen sprak Jahweh tot mij:stylus3Gij hebt nu lang genoeg rond dit gebergte gezworven; wendt u nu naar het noorden.stylusDeuteronomium 1:6, Deuteronomium 1:6, Deuteronomium 2:14, Deuteronomium 2:14, Deuteronomium 2:74Maar geef het volk dit bevel: Gij komt nu door het gebied van uw broeders, de zonen van Esau, die in Seïr wonen, en die bevreesd voor u zijn. Maar wacht u er wel voor,stylusNumeri 20:14, Numeri 20:21, Numeri 20:14, Numeri 20:21, Exodus 15:155de strijd met hen aan te binden, want Ik zal u zelfs geen voetbreed van zijn land geven, daar Ik het Seïr-gebergte als erfelijk bezit aan Esau heb geschonken.stylusJozua 24:4, Jozua 24:4, Genesis 36:8, Genesis 36:8, Handelingen 7:56Het voedsel, dat ge nodig hebt, moet ge dus voor geld van hem kopen en zelfs geld geven voor het nodige water.stylusRomeinen 12:17, Numeri 20:19, Deuteronomium 2:28, Deuteronomium 2:29, Mattheüs 7:127Waarachtig, Jahweh, uw God, heeft u gezegend bij al wat ge hebt ondernomen. Hij droeg zorg voor u bij uw tocht door deze grote woestijn. Jahweh, uw God, is veertig jaar lang met u geweest, en het heeft u aan niets ontbroken.stylusNehemia 9:21, Lucas 22:35, Nehemia 9:21, Lucas 22:35, Deuteronomium 8:28Zo trokken wij onze broeders, de zonen van Esau, die op het Seïr-gebergte wonen voorbij, over de weg van de Araba, langs Elat en Es-jon-Géber, en namen de richting van de steppe van Moab.stylus1 Koningen 9:26, 1 Koningen 9:26, 2 Koningen 16:6, Richteren 11:18, 2 Koningen 16:69Toen sprak Jahweh tot mij: Gij moogt ook Moab niet bestrijden, en geen oorlog met hem beginnen; want Ik zal u niets van zijn land in eigendom geven, daar Ik Ar aan de zonen van Lot als erfelijk bezit heb geschonken.stylusGenesis 19:36, Genesis 19:37, Genesis 19:36, Genesis 19:37, Numeri 21:1510Vóór hen woonden daar de Emieten, een volk groot, talrijk en machtig als de Anakskinderen;stylusGenesis 14:5, Genesis 14:5, Deuteronomium 2:11, Numeri 13:22, Deuteronomium 2:1111ze werden als Refaïeten beschouwd, evenals de Anakskinderen, maar de Moabieten noemden hen Emieten.stylusDeuteronomium 9:2, Numeri 13:28, Deuteronomium 1:28, Numeri 13:33, Genesis 14:512In Seïr woonden vroeger de Chorieten, maar de zonen van Esau hadden hen verdreven en uitgeroeid, en woonden daar in hun plaats; dus juist zoals Israël met het land heeft gedaan, dat Jahweh hun in erfelijk bezit heeft gegeven.stylusDeuteronomium 2:22, Deuteronomium 2:22, Genesis 14:6, Genesis 14:6, Deuteronomium 2:3213Op dus, en steekt de beek Zéred over! En zo zijn wij de beek Zéred overgetrokken.stylusNumeri 21:12, Numeri 21:12, Numeri 13:23, Numeri 13:2314Intussen waren er acht en dertig jaren verlopen, sinds wij van Kadesj-Barnéa waren vertrokken en de beek Zéred waren overgestoken; lang genoeg om heel het geslacht van weerbare mannen in de legerplaats te doen sterven, zoals Jahweh het hun had gezworen;stylusNumeri 26:64, Numeri 26:65, Numeri 14:28, Numeri 14:35, Numeri 26:6415bovendien was de hand van Jahweh op hen blijven drukken, om hen tot den laatsten man toe uit de legerplaats te verdelgen.stylusPsalmen 106:26, Psalmen 106:26, Psalmen 90:7, Psalmen 90:9, Jesaja 66:1416Toen nu alle weerbare mannen onder het volk tot den laatsten toe waren uitgestorven,stylus17sprak Jahweh tot mij:stylus18Ge trekt nu Ar, het gebied van Moab, voorbij,stylusNumeri 21:23, Numeri 21:23, Jesaja 15:1, Numeri 21:15, Jesaja 15:119en komt in de buurt van de Ammonieten. Ook hen moogt ge niet bestrijden, en geen oorlog met hen beginnen; want Ik zal niets van het land der Ammonieten u in eigendom geven, daar Ik het aan de zonen van Lot als erfelijk bezit heb geschonken.stylusDeuteronomium 2:9, Deuteronomium 2:9, Richteren 11:13, Richteren 11:27, Richteren 11:1320Ook dit rekende men tot het land der Refaïeten, daar er vroeger de Refaïeten hadden gewoond, die door de Ammonieten Zamzoemmieten werden genoemd.stylusGenesis 14:5, Genesis 14:521Het was een volk groot, talrijk en machtig als de Anakskinderen. Maar Jahweh had het voor hen uitgeroeid, zodat zij het hadden verdreven, en daar in zijn plaats bleven wonen;stylusDeuteronomium 1:28, Deuteronomium 2:22, Jeremia 27:7, Jeremia 27:8, Richteren 11:2422dus juist zoals Hij voor de zonen van Esau had gedaan, die in Seïr wonen, en voor wie Hij de Chorieten had uitgeroeid, zodat zij ze hadden verdreven, en daar tot op de dag van heden in hun plaats bleven wonen;stylusGenesis 36:8, Genesis 36:8, Genesis 36:20, Genesis 36:30, Deuteronomium 2:1223en zoals ook de Kaftorieten, die uit Kaftor waren weggetrokken, de Awwieten, die de dorpen bewoonden tot Gaza toe, hadden uitgeroeid, en daar in hun plaats bleven wonen.stylusGenesis 10:14, Jozua 13:3, Genesis 10:14, Jozua 13:3, Amos 9:724Op, trekt verder, en steekt de beek Arnon over! Zie, Ik heb Sichon, den Amoriet, den koning van Chesjbon, en zijn land aan u overgeleverd; maak een begin met de verovering, en bind de strijd met hen aan.stylusRichteren 11:18, Richteren 11:21, Richteren 11:18, Richteren 11:21, Deuteronomium 2:3625Van nu af zal Ik schrik en ontzetting voor u gaan verspreiden bij de volken onder heel de hemel, die van angst voor u zullen beven en sidderen, als ze maar van u horen.stylusDeuteronomium 11:25, Deuteronomium 11:25, Exodus 15:14, Exodus 15:16, Exodus 15:1426Toen zond ik uit de woestijn Kedemot gezanten naar Sichon, den koning van Chesjbon, met het vredelievend verzoek:stylusLucas 10:10, Lucas 10:12, Jozua 13:18, Lucas 10:5, Lucas 10:627Ik zou door uw land willen trekken. Maar ik zal mij aan de wegen houden, zonder naar rechts of links af te wijken.stylusRichteren 11:19, Richteren 11:19, Numeri 21:21, Numeri 21:23, Deuteronomium 2:628Verschaf me tegen betaling het voedsel, dat ik nodig heb, en geef me voor geld het nodige water. Laat mij er slechts doorheen,stylusNumeri 20:19, Numeri 20:1929zoals de zonen van Esau, die te Seïr wonen, en de Moabieten in Ar mij dit hebben toegestaan, totdat ik de Jordaan overtrek naar het land, dat Jahweh, onze God, ons gaat schenken.stylusNumeri 20:18, Richteren 11:17, Richteren 11:18, Deuteronomium 23:3, Deuteronomium 23:430Maar Sichon, de koning van Chesjbon, wilde ons niet door zijn land laten trekken; want Jahweh, uw God, had zijn gemoed verstompt en zijn hart versteend, om hem in uw hand te leveren, zoals thans het geval is.stylusNumeri 21:23, Numeri 21:23, Exodus 4:21, Exodus 4:21, Jozua 11:1931Nu sprak Jahweh tot mij: Zie, Ik ga Sichon en zijn land aan u overleveren; begin de verovering, en neem zijn land in bezit.stylusDeuteronomium 1:8, Deuteronomium 1:8, Deuteronomium 2:24, Deuteronomium 2:2432En toen Sichon met al zijn volk naar Jáhas trok, om ons te bestrijden,stylusNumeri 21:23, Numeri 21:30, Numeri 21:23, Numeri 21:30, Psalmen 136:1933leverde Jahweh, onze God, hem aan ons over, en versloegen wij hem met zijn zonen en al zijn volk.stylusDeuteronomium 7:2, Deuteronomium 7:2, Jozua 21:44, Jozua 21:44, Richteren 7:234Wij namen toen al zijn steden, sloegen iedere stad met mannen, vrouwen en kinderen met de ban, en lieten niemand ontkomen.stylusDeuteronomium 7:2, 1 Samuël 15:3, Deuteronomium 7:2, 1 Samuël 15:3, Deuteronomium 3:635Alleen het vee en de buit van de veroverde steden behielden we voor ons zelf.stylusNumeri 31:9, Numeri 31:11, Deuteronomium 20:14, Jozua 8:27, Numeri 31:936Van Aroër af, dat aan de rand van het Arnondal ligt, met de stad in het dal, was er tot aan Gilad geen vesting, die voor ons onneembaar was; Jahweh, onze God, leverde ze allen aan ons over.stylusJozua 13:9, Jozua 13:9, Deuteronomium 3:12, Deuteronomium 4:48, Deuteronomium 3:1237Maar het land der Ammonieten, heel het randgebied van de beek Jabbok en de steden van het gebergte, hebt ge niet bestreden, juist zoals Jahweh, onze God, het geboden had.stylusGenesis 32:22, Deuteronomium 3:16, Numeri 21:24, Genesis 32:22, Deuteronomium 3:16