1Eens traden de familiehoofden van het geslacht der zonen van Gilad, den zoon van Makir, den zoon van Manasse, uit de geslachten van de zonen van Josef, voor Moses en de aanvoerders, de stamhoofden der Israëlieten,stylusNumeri 27:1, Numeri 27:1, 1 Kronieken 7:14, 1 Kronieken 7:16, Jozua 17:22en zeiden: Jahweh heeft mijn heer bevolen, het land volgens het lot onder de Israëlieten tot erfdeel te geven, en mijn heer heeft uit naam van Jahweh gelast, het erfdeel van Selofchad, onzen broeder, aan zijn dochters te schenken.stylusNumeri 27:1, Numeri 27:7, Numeri 33:54, Jozua 17:3, Jozua 17:63Maar wanneer zij nu eens met iemand van de andere stammen der Israëlieten huwen, dan zou haar erfdeel aan dat onzer vaderen worden onttrokken, bij het erfdeel van de stam worden gevoegd, waartoe zij zullen behoren, en dus ons erfbezit, door het lot ons toegewezen, worden ontvreemd.stylus4En breekt voor de Israëlieten het jubeljaar aan, dan zal haar erfdeel voorgoed bij de bezitting van de stam worden gevoegd, waartoe zij behoren, en zal haar erfdeel van dat onzer vaderen worden ontvreemd.stylusJesaja 61:2, Leviticus 25:10, Leviticus 25:18, Leviticus 25:23, Jesaja 61:25Toen gaf Moses in opdracht van Jahweh aan de Israëlieten het volgende bevel: De stam van de zonen van Josef heeft gelijk.stylusNumeri 27:7, Numeri 27:7, Deuteronomium 5:28, Deuteronomium 5:286Daarom beveelt Jahweh met betrekking tot de dochters van Selofchad als volgt: Zij kunnen trouwen met wie ze willen, mits in een familie van de stam van haar vader.stylusNumeri 36:12, Numeri 36:12, 2 Korintiërs 6:14, 2 Korintiërs 6:14, Genesis 24:37Want een erfdeel mag bij de Israëlieten niet van de ene stam op de andere overgaan, maar iedere Israëliet moet aan het erfdeel van de stam van zijn vaderen vasthouden.stylus1 Koningen 21:3, 1 Koningen 21:3, Numeri 36:9, Numeri 36:98Daarom moet ieder meisje, dat onder de stammen der Israëlieten een erfdeel ontvangt, in de familie van de stam van haar vader huwen, zodat alle Israëlieten hun vaderlijk erfdeel behouden.stylus1 Kronieken 23:22, 1 Kronieken 23:229Een erfdeel mag dus niet van de ene stam op de andere overgaan, maar alle stammen der Israëlieten moeten aan hun eigen erfdeel vasthouden.stylus10De dochters van Selofchad deden, wat Jahweh Moses bevolen had.stylusMattheüs 28:20, Exodus 39:42, Exodus 39:43, Leviticus 24:23, 2 Kronieken 30:1211Machla, Tirsa, Chogla, Milka en Noa, de dochters van Selofchad, huwden met de zonen van haar ooms.stylusNumeri 27:1, Numeri 27:1, Numeri 26:33, Numeri 26:3312Zij huwden dus in de families van de zonen van Manasse, den zoon van Josef, zodat haar erfdeel aan de stam bleef, waartoe de familie van haar vader behoorde.stylus13Dit zijn de bevelen en voorschriften, die Jahweh door Moses aan de Israëlieten in de velden van Moab aan de Jordaan bij Jericho gaf.stylusLeviticus 27:34, Leviticus 27:34, Numeri 22:1, Numeri 22:1, Leviticus 11:46