1En God zegende Noach en zijn zonen, en Hij zeide tot hen: Zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde!stylusGenesis 9:7, Genesis 9:7, Genesis 1:28, Genesis 1:28, Genesis 8:172En uw vrees, en uw verschrikking zij over al het gedierte der aarde, en over al het gevogelte des hemels; in al wat zich op den aardbodem roert, en in alle vissen der zee; zij zijn in uw hand overgegeven.stylusPsalmen 8:4, Psalmen 8:8, Psalmen 8:4, Psalmen 8:8, Jakobus 3:73Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid.stylusRomeinen 14:14, Romeinen 14:14, Kolossenzen 2:21, Kolossenzen 2:22, Deuteronomium 12:154Doch het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult gij niet eten.stylusDeuteronomium 12:23, Deuteronomium 12:23, Deuteronomium 15:23, Deuteronomium 12:16, Deuteronomium 15:235En voorwaar, Ik zal uw bloed, het bloed uwer zielen eisen; van de hand van alle gedierte zal Ik het eisen; ook van de hand des mensen, van de hand eens iegelijken zijns broeders zal Ik de ziel des mensen eisen.stylusExodus 21:28, Exodus 21:29, Exodus 21:28, Exodus 21:29, Exodus 21:126Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt.stylusLeviticus 24:17, Leviticus 24:17, Mattheüs 26:52, Mattheüs 26:52, Openbaring 13:107Maar gijlieden, weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt; teelt overvloediglijk voort op de aarde, en vermenigvuldigt op dezelve.stylusGenesis 1:28, Genesis 9:1, Genesis 1:28, Genesis 9:1, Genesis 9:198Voorts zeide God tot Noach, en tot zijn zonen met hem, zeggende:stylus9Maar Ik, ziet, Ik richt Mijn verbond op met u, en met uw zaad na u;stylusGenesis 6:18, Genesis 6:18, Jesaja 54:9, Jesaja 54:10, Jesaja 54:910En met alle levende ziel, die met u is, van het gevogelte, van het vee, en van alle gedierte der aarde met u; van allen, die uit de ark gegaan zijn, tot al het gedierte der aarde toe.stylusGenesis 8:1, Psalmen 145:9, Job 38:1, Job 38:41, Psalmen 36:511En Ik richt Mijn verbond op met u, dat niet meer alle vlees door de wateren des vloeds zal worden uitgeroeid; en dat er geen vloed meer zal zijn, om de aarde te verderven.stylusJesaja 54:9, Jesaja 54:9, Genesis 8:21, Genesis 8:22, Genesis 8:2112En God zeide: Dit is het teken des verbonds, dat Ik geef tussen Mij en tussen ulieden, en tussen alle levende ziel, die met u is, tot eeuwige geslachten.stylusGenesis 17:11, Genesis 17:11, Mattheüs 26:26, Mattheüs 26:28, Mattheüs 26:2613Mijn boog heb Ik gegeven in de wolken; die zal zijn tot een teken des verbonds tussen Mij en tussen de aarde.stylusEzechiël 1:28, Ezechiël 1:28, Openbaring 10:1, Openbaring 10:1, Openbaring 4:314En het zal geschieden, als Ik wolken over de aarde brenge, dat deze boog zal gezien worden in de wolken;stylus15Dan zal Ik gedenken Mijn verbond, hetwelk is tussen Mij en tussen u, en tussen alle levende ziel van alle vlees; en de wateren zullen niet meer wezen tot een vloed, om alle vlees te verderven.stylusDeuteronomium 7:9, Deuteronomium 7:9, Ezechiël 16:60, Jesaja 54:8, Jesaja 54:1016Als deze boog in de wolken zal zijn, zo zal Ik hem aanzien, om te gedenken aan het eeuwig verbond tussen God en tussen alle levende ziel, van alle vlees, dat op de aarde is.stylusJeremia 32:40, Jesaja 54:8, Jesaja 54:10, Jeremia 32:40, Jesaja 54:817Zo zeide dan God tot Noach: Dit is het teken des verbonds, dat Ik opgericht heb tussen Mij en tussen alle vlees, dat op de aarde is.stylus18En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaän.stylusGenesis 10:1, Genesis 10:1, Genesis 10:6, Genesis 10:6, Genesis 9:2519Deze drie waren de zonen van Noach; en van dezen is de ganse aarde overspreid.stylusGenesis 5:32, Genesis 8:17, 1 Kronieken 1:4, 1 Kronieken 1:28, Genesis 10:220En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard.stylusDeuteronomium 28:30, Genesis 4:2, Spreuken 24:30, Genesis 3:18, Genesis 3:1921En hij dronk van dien wijn, en werd dronken; en hij ontblootte zich in het midden zijner tent.stylusHabakuk 2:15, Habakuk 2:16, Spreuken 20:1, Habakuk 2:15, Habakuk 2:1622En Cham, Kanaäns vader, zag zijns vaders naaktheid, en hij gaf het zijn beiden broederen daar buiten te kennen.stylusSpreuken 30:17, Spreuken 30:17, Galaten 6:1, Galaten 6:1, Mattheüs 18:1523Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen.stylusGalaten 6:1, Galaten 6:1, Exodus 20:12, Exodus 20:12, 1 Timotheüs 5:124En Noach ontwaakte van zijn wijn; en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had.stylus25En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!stylusDeuteronomium 27:16, Jozua 9:23, Deuteronomium 27:16, Jozua 9:23, Johannes 8:3426Voorts zeide hij: Gezegend zij de Heere, de God van Sem; en Kanaän zij hem een knecht!stylusPsalmen 144:15, Genesis 12:1, Genesis 12:3, Psalmen 144:15, Genesis 12:127God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaän zij hem een knecht!stylusRomeinen 11:12, Romeinen 15:12, Romeinen 11:12, Romeinen 15:12, Hebreeën 11:928En Noach leefde na den vloed driehonderd en vijftig jaren.stylus29Zo waren al de dagen van Noach negenhonderd en vijftig jaren; en hij stierf.stylusGenesis 5:32, Genesis 5:27, Genesis 5:32, Genesis 5:27, Psalmen 90:10