Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Genesis Hoofdstuk 8

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
GENESIS

Genesis 8

1En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
Genesis 30:22, Genesis 19:29, Genesis 30:22, Genesis 19:29, Exodus 2:24
2Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.
Genesis 7:11, Genesis 7:11, Mattheüs 8:26, Mattheüs 8:27, Mattheüs 8:26
3Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde, heen en weder vloeiende, en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen.
Genesis 7:24, Genesis 7:24, Genesis 7:11, Genesis 7:11
4En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventienden dag der maand, op de bergen van Ararat.
Jesaja 37:38, 2 Koningen 19:37, Jeremia 51:27, Jesaja 37:38, 2 Koningen 19:37
5En de wateren waren gaande, en afnemende tot de tiende maand; in de tiende maand, op den eersten der maand, werden de toppen der bergen gezien.
Genesis 7:11, Genesis 7:11
6En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed.
Genesis 6:16, Genesis 6:16, Daniël 6:10, Daniël 6:10
7En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.
1 Koningen 17:6, 1 Koningen 17:4, Leviticus 11:15, Job 38:41, Psalmen 147:9
8Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem.
Hooglied 2:14, Hooglied 2:14, Genesis 8:10, Genesis 8:12, Hooglied 2:11
9Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet; zo keerde zij weder tot hem in de ark; want de wateren waren op de ganse aarde; en hij stak zijn hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark.
Psalmen 116:7, Mattheüs 11:28, Psalmen 116:7, Mattheüs 11:28, Johannes 16:33
10En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark.
Genesis 7:4, Genesis 7:4, Romeinen 8:25, Jesaja 26:8, Genesis 7:10
11En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren.
Nehemia 8:15, Nehemia 8:15, Zacharia 4:12, Zacharia 4:14, Romeinen 10:15
12Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en hij liet de duif uit; maar zij keerde niet meer weder tot hem.
Jesaja 30:18, Jesaja 25:9, Jesaja 26:8, Genesis 8:10, Jesaja 30:18
13En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd.
Genesis 7:11, Genesis 7:11
14En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd.
Genesis 7:13, Genesis 7:14, Genesis 7:13, Genesis 7:14, Genesis 7:11
15Toen sprak God tot Noach, zeggende:
16Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u.
Genesis 7:13, Genesis 7:13, Psalmen 121:8, Psalmen 121:8, Genesis 7:7
17Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde.
Genesis 1:22, Genesis 1:22, Jeremia 31:27, Jeremia 31:28, Jeremia 31:27
18Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem.
Psalmen 121:8, Psalmen 121:8
19Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark.
20En Noach bouwde den Heere een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar.
Hebreeën 13:15, Hebreeën 13:16, Hebreeën 13:15, Hebreeën 13:16, Genesis 22:9
21En de Heere rook dien liefelijken, reuk, en de Heere zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
2 Korintiërs 2:15, 2 Korintiërs 2:15, Efeziërs 5:2, Jeremia 17:9, Efeziërs 5:2
22Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
Jakobus 5:7, Jakobus 5:7, Psalmen 74:16, Psalmen 74:17, Psalmen 74:16

Andere Boeken

GenesisExodusLeviticus+

Andere Boeken

GenesisHfst. 8
ExodusLeviticusNumeriDeuteronomiumJozua
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward