1Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.stylusGenesis 2:4, Genesis 9:7, Genesis 9:1, Genesis 2:4, Genesis 9:72De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.stylusEzechiël 38:2, Ezechiël 38:2, Ezechiël 38:6, Ezechiël 38:6, 1 Kronieken 1:53En de zonen van Gomer zijn: Askenaz, en Rifath, en Togarma.stylusEzechiël 27:14, Jeremia 51:27, Ezechiël 27:14, Jeremia 51:274En de zonen van Javan zijn: Elisa, en Tarsis; de Chittieten en Dodanieten.stylusDaniël 11:30, Jesaja 23:12, Numeri 24:24, Jesaja 23:1, Daniël 11:305Van dezen zijn verdeeld de eilanden der volken in hun landschappen, elk naar zijn spraak, naar hun huisgezinnen, onder hun volken.stylusSefanja 2:11, Sefanja 2:11, Jeremia 2:10, Jeremia 2:10, Jesaja 42:46En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaän.stylus1 Kronieken 1:8, 1 Kronieken 1:16, 1 Kronieken 1:8, 1 Kronieken 1:16, Jesaja 11:117En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.stylusEzechiël 27:22, Ezechiël 27:22, Ezechiël 27:15, Ezechiël 27:15, Psalmen 72:108En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.stylusMicha 5:6, Micha 5:69Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des Heeren; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des Heeren.stylus2 Kronieken 28:22, Psalmen 52:7, 2 Kronieken 28:22, Psalmen 52:7, Genesis 25:2710En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear.stylusGenesis 11:9, Genesis 11:9, Genesis 11:2, Genesis 11:2, Micha 4:1011Uit ditzelve land is Assur uitgegaan, en heeft gebouwd Nineve, en Rehoboth, Ir, en Kalach.stylusMicha 5:6, Micha 5:6, Nahum 1:1, Jona 1:2, Psalmen 83:812En Resen, tussen Nineve en tussen Kalach; deze is die grote stad.stylus13En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,stylus1 Kronieken 1:11, 1 Kronieken 1:12, Jeremia 46:9, 1 Kronieken 1:11, 1 Kronieken 1:1214En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.stylusJeremia 47:4, Jeremia 47:4, Amos 9:7, 1 Kronieken 1:12, Deuteronomium 2:2315En Kanaän gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,stylusExodus 34:11, Numeri 34:2, Numeri 34:15, Exodus 34:11, Numeri 34:216En den Jebusiet, en den Amoriet, en den Girgasiet,stylus2 Samuël 24:18, Richteren 1:21, Zacharia 9:7, 2 Samuël 24:18, Richteren 1:2117En den Hivviet, en den Arkiet, en den Siniet,stylusGenesis 34:2, Genesis 34:218En den Arvadiet, en den Tsemariet, en den Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaänieten verspreid.stylusZacharia 9:2, Ezechiël 47:16, Ezechiël 47:17, Jesaja 10:9, 2 Koningen 17:3019En de landpale der Kanaänieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.stylusGenesis 14:2, Genesis 19:24, Genesis 19:25, Genesis 14:2, Genesis 19:2420Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.stylusGenesis 10:6, Genesis 11:1, Genesis 11:9, Genesis 10:6, Genesis 11:121Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.stylusNumeri 24:24, Numeri 24:24, Genesis 11:10, Genesis 11:26, Genesis 11:1022Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.stylusJesaja 66:19, Jesaja 66:19, Genesis 9:26, 1 Kronieken 1:17, 1 Kronieken 1:2723En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.stylusJob 1:1, Job 1:1, Jeremia 25:20, Jeremia 25:2024En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.stylusGenesis 11:12, Genesis 11:15, Lucas 3:35, Genesis 11:12, Genesis 11:1525En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.stylus1 Kronieken 1:19, 1 Kronieken 1:19, Genesis 10:32, Deuteronomium 32:8, Genesis 10:3226En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,stylus1 Kronieken 1:20, 1 Kronieken 1:28, 1 Kronieken 1:20, 1 Kronieken 1:2827En Hadoram, en Usal, en Dikla,stylus1 Kronieken 1:20, 1 Kronieken 1:28, 1 Kronieken 1:20, 1 Kronieken 1:2828En Obal, en Abimaël, en Scheba,stylus1 Koningen 10:1, 1 Kronieken 1:20, 1 Kronieken 1:28, Genesis 25:3, 1 Koningen 10:129En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan.stylus1 Koningen 9:28, 1 Koningen 9:28, 1 Kronieken 8:18, Psalmen 45:9, 1 Koningen 22:4830En hun woning was van Mescha af, daar gij gaat naar Sefar, het gebergte van het oosten.stylusNumeri 23:7, Numeri 23:731Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.stylusGenesis 10:20, Genesis 10:5, Genesis 10:20, Genesis 10:5, Handelingen 17:2632Deze zijn de huisgezinnen der zonen van Noach, naar hun geboorten, in hun volken; en van dezen zijn de volken op de aarde verdeeld na den vloed.stylusGenesis 9:19, Genesis 9:19, Handelingen 17:26, Handelingen 17:26, Genesis 10:1