1Dit nu zijn de namen der zonen van Israël, die in Egypte gekomen zijn, met Jakob; zij kwamen er in, elk met zijn huis.stylusGenesis 46:8, Genesis 46:26, 1 Kronieken 2:1, 1 Kronieken 2:2, Genesis 46:82Ruben, Simeon, Levi, en Juda;stylusGenesis 35:22, Genesis 35:223Issaschar, Zebulon, en Benjamin;stylusExodus 28:20, Exodus 28:20, Genesis 35:23, Genesis 35:234Dan en Nafthali, Gad en Aser.stylus5Al de zielen nu, die uit Jakobs heup voortgekomen zijn, waren zeventig zielen; doch Jozef was in Egypte.stylusDeuteronomium 10:22, Deuteronomium 10:22, Genesis 46:26, Genesis 46:27, Genesis 46:266Toen nu Jozef gestorven was, en al zijn broeders, en al dat geslacht,stylusGenesis 50:26, Genesis 50:26, Handelingen 7:14, Handelingen 7:16, Genesis 50:247Zo werden de kinderen Israëls vruchtbaar en wiesen overvloedig, en zij vermeerderden, en werden gans zeer machtig, zodat het land met hen vervuld werd.stylusGenesis 46:3, Genesis 46:3, Genesis 1:28, Deuteronomium 26:5, Genesis 1:288Daarna stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had;stylusHandelingen 7:18, Handelingen 7:18, Prediker 2:18, Prediker 2:19, Prediker 2:189Die zeide tot zijn volk: Ziet, het volk der kinderen Israëls is veel, ja, machtiger dan wij.stylusPsalmen 105:24, Psalmen 105:25, Psalmen 105:24, Psalmen 105:25, Jakobus 3:1410Komt aan, laat ons wijselijk tegen hetzelve handelen, opdat het niet vermenigvuldige, en het geschiede, als er enige krijg voorvalt, dat het zich ook niet vervoege tot onze vijanden, en tegen ons strijde, en uit het land optrekke.stylusHandelingen 7:19, Handelingen 7:19, Psalmen 83:3, Psalmen 83:4, Spreuken 1:1111En zij zetten oversten der schattingen over hetzelve, om het te verdrukken met hun lasten; want men bouwde voor Farao schatsteden, Pitom en Raamses.stylusGenesis 15:13, Genesis 15:13, Genesis 47:11, Exodus 3:7, Exodus 2:1112Maar hoe meer zij het verdrukten, hoe meer het vermeerderde, en hoe meer het wies; zodat zij verdrietig waren vanwege de kinderen Israëls.stylusPsalmen 105:24, Psalmen 105:24, Exodus 1:9, Exodus 1:9, Romeinen 8:2813En de Egyptenaars deden de kinderen Israëls dienen met hardigheid;stylusDeuteronomium 4:20, Deuteronomium 4:2014Zodat zij hun het leven bitter maakten met harden dienst, in leem en in tichelstenen, en met allen dienst op het veld, met al hun dienst, dien zij hen deden dienen met hardigheid.stylusHandelingen 7:19, Numeri 20:15, Handelingen 7:19, Numeri 20:15, Exodus 6:915Daarenboven sprak de koning van Egypte tot de vroedvrouwen der Hebreïnnen, welker ener naam Sifra, en de naam der andere Pua was;stylus16En zeide: Wanneer gij de Hebreïnnen in het baren helpt, en ziet haar op de stoelen; is het een zoon, zo doodt hem; maar is het een dochter, zo laat haar leven!stylusExodus 1:22, Exodus 1:22, Mattheüs 21:38, Mattheüs 21:38, Openbaring 12:417Doch de vroedvrouwen vreesden God, en deden niet, gelijk als de koning van Egypte tot haar gesproken had, maar zij behielden de knechtjes in het leven.stylusHandelingen 5:29, Handelingen 5:29, Exodus 1:21, Exodus 1:21, Lucas 12:518Toen riep de koning van Egypte de vroedvrouwen, en zeide tot haar: Waarom hebt gijlieden deze zaak gedaan, dat gij de knechtjes in het leven behouden hebt?stylusPrediker 8:4, Prediker 8:4, 2 Samuël 13:28, 2 Samuël 13:2819En de vroedvrouwen zeiden tot Farao: Omdat de Hebreïnnen niet zijn gelijk de Egyptische vrouwen; want zij zijn sterk; eer de vroedvrouw tot haar komt, zo hebben zij gebaard.stylus2 Samuël 17:19, 2 Samuël 17:20, Jozua 2:4, Jozua 2:24, 2 Samuël 17:1920Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed; en dat volk vermeerderde, en het werd zeer machtig.stylusJesaja 3:10, Prediker 8:12, Jesaja 3:10, Prediker 8:12, Spreuken 11:1821En het geschiedde, dewijl de vroedvrouwen God vreesden, zo bouwde Hij haar huizen.stylus1 Koningen 11:38, 1 Koningen 11:38, 1 Samuël 2:35, 1 Samuël 2:35, Psalmen 37:322Toen gebood Farao aan al zijn volk, zeggende: Alle zonen, die geboren worden, zult gij in de rivier werpen, maar al de dochteren in het leven behouden.stylusHandelingen 7:19, Handelingen 7:19, Spreuken 1:16, Spreuken 1:16, Openbaring 16:4