1En de Heere riep Mozes, en sprak tot hem uit de tent der samenkomst, zeggende:stylusExodus 19:3, Exodus 19:3, Exodus 25:22, Exodus 25:22, Exodus 40:342Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Als een mens uit u den Heere een offerande zal offeren, gij zult uw offeranden offeren van het vee, van runderen en van schapen.stylusLeviticus 22:18, Leviticus 22:19, Leviticus 22:18, Leviticus 22:19, Romeinen 12:63Indiën zijn offerande een brandoffer van runderen is, zo zal hij een volkomen mannetje offeren; aan de deur van de tent der samenkomst zal hij dat offeren, naar zijn welgevallen, voor het aangezicht des Heeren.stylusDeuteronomium 15:21, Deuteronomium 15:21, Hebreeën 9:14, Leviticus 22:19, Leviticus 22:244En hij zal zijn hand op het hoofd des brandoffers leggen, opdat het voor hem aangenaam zij, om hem te verzoenen.stylus2 Kronieken 29:23, 2 Kronieken 29:24, Exodus 29:10, Leviticus 4:26, Leviticus 3:25Daarna zal hij het jonge rund slachten voor het aangezicht des Heeren; en de zonen van Aäron, de priesters, zullen het bloed offeren, en het bloed sprengen rondom dat altaar, hetwelk voor de deur van de tent der samenkomst is.stylusLeviticus 1:11, Leviticus 3:8, Leviticus 1:11, Leviticus 3:8, Leviticus 3:26Dan zal hij het brandoffer de huid aftrekken, en het in zijn stukken delen.stylusLeviticus 7:8, Leviticus 7:8, Genesis 3:21, Genesis 3:217En de zonen van Aäron, den priester, zullen vuur maken op het altaar, en zullen het hout op het vuur schikken.stylusGenesis 22:9, Leviticus 6:12, Leviticus 6:13, Genesis 22:9, Leviticus 6:128Ook zullen de zonen van Aäron, de priesters, de stukken, het hoofd en het smeer, schikken op het hout, dat op het vuur is, hetwelk op het altaar is.stylusLeviticus 9:13, Leviticus 9:14, Leviticus 9:13, Leviticus 9:14, 1 Koningen 18:339Doch zijn ingewand, en zijn schenkelen zal men met water wassen; en de priester zal dat alles aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den Heere.stylusGenesis 8:21, Genesis 8:21, Leviticus 1:13, Leviticus 1:13, Efeziërs 5:210En indien zijn offerande is van klein vee, van schapen of van geiten, ten brandoffer, zal hij een volkomen mannetje offeren.stylusGenesis 8:20, Leviticus 4:23, Jesaja 53:6, Jesaja 53:7, Genesis 4:411En hij zal dat slachten aan de zijde van het altaar noordwaarts, voor het aangezicht des Heeren; en de zonen van Aäron, de priesters, zullen zijn bloed rondom op het altaar sprengen.stylusLeviticus 1:5, Leviticus 1:5, Leviticus 9:12, Leviticus 9:14, Ezechiël 8:512Daarna zal hij het in zijn stukken delen, mitsgaders zijn hoofd en zijn smeer; en de priester zal die schikken op het hout, dat op het vuur is, hetwelk op het altaar is.stylus13Doch het ingewand en de schenkelen zal men met water wassen; en de priester zal dat alles offeren en aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den Heere.stylusLeviticus 1:9, Leviticus 1:914En indien zijn offerande voor den Heere een brandoffer van gevogelte is, zo zal hij zijn offerande van tortelduiven, of van jonge duiven, offeren.stylusLeviticus 5:7, Lucas 2:24, Leviticus 5:7, Lucas 2:24, Leviticus 12:815En de priester zal die tot het altaar brengen, en deszelfs hoofd met zijn nagel splijten, en op het altaar aansteken; en zijn bloed zal aan den wand des altaars uitgeduwd worden.stylusJesaja 53:10, Leviticus 5:8, Leviticus 5:9, 1 Johannes 2:27, Jesaja 53:416En zijn krop met zijn vederen zal hij wegdoen, en zal het werpen bij het altaar, oostwaarts, aan de plaats der as.stylusLeviticus 4:12, Leviticus 16:27, Hebreeën 13:11, Hebreeën 13:14, 1 Petrus 1:217Verder zal hij die met zijn vleugelen klieven, niet afscheiden; en de priester zal die aansteken op het altaar, op het hout, dat op het vuur is; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den Heere.stylusGenesis 15:10, Genesis 15:10, Hebreeën 10:6, Hebreeën 10:12, Leviticus 1:9