Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Genesis Hoofdstuk 1

DutSVVA
arrow_backVorig Hoofdstuk
Volgend Hoofdstukarrow_forward
GENESIS

Genesis 1

1In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
Johannes 1:1, Johannes 1:3, Johannes 1:1, Johannes 1:3, Hebreeën 11:3
2De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
Jeremia 4:23, Jeremia 4:23, Psalmen 104:30, Psalmen 104:30, Jesaja 45:18
3En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.
2 Korintiërs 4:6, 2 Korintiërs 4:6, Johannes 1:5, Johannes 1:5, Jesaja 45:7
4En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.
Prediker 11:7, Genesis 1:18, Prediker 2:13, Prediker 11:7, Genesis 1:18
5En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.
Psalmen 74:16, Psalmen 74:16, Jesaja 45:7, Jesaja 45:7, 1 Tessalonicenzen 5:5
6En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren!
Job 37:18, Job 26:7, Job 26:8, Job 37:18, Job 26:7
7En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo.
Psalmen 148:4, Spreuken 8:28, Spreuken 8:29, Psalmen 148:4, Spreuken 8:28
8En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.
Genesis 1:5, Genesis 1:5, Genesis 1:19, Genesis 1:19, Genesis 1:13
9En God zeide: Dat de wateren van onder den hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! En het was alzo.
2 Petrus 3:5, 2 Petrus 3:5, Jona 1:9, Jona 1:9, Jeremia 5:22
10En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeën; en God zag, dat het goed was.
Deuteronomium 32:4, Deuteronomium 32:4, Psalmen 104:31, Psalmen 104:31, Genesis 1:4
11En God zeide: Dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo.
Psalmen 104:14, Psalmen 104:17, Hebreeën 6:7, Psalmen 104:14, Psalmen 104:17
12En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
Marcus 4:28, Marcus 4:28, Jesaja 55:10, Jesaja 55:11, Jesaja 55:10
13Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag.
14En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!
Psalmen 104:19, Psalmen 104:20, Deuteronomium 4:19, Psalmen 104:19, Psalmen 104:20
15En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.
16God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.
Psalmen 136:7, Psalmen 136:9, Psalmen 136:7, Psalmen 136:9, Deuteronomium 4:19
17En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.
Psalmen 8:3, Psalmen 8:3, Psalmen 8:1, Psalmen 8:1, Job 38:12
18En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was.
Jeremia 31:35, Jeremia 31:35, Psalmen 19:6, Psalmen 19:6
19Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.
20En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!
Psalmen 104:24, Psalmen 104:25, Psalmen 104:24, Psalmen 104:25, Genesis 2:19
21En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
Psalmen 104:24, Psalmen 104:26, Psalmen 104:24, Psalmen 104:26, Genesis 1:25
22En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeën; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde!
Genesis 8:17, Genesis 8:17, Psalmen 107:38, Genesis 1:28, Job 40:15
23Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.
24En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.
Psalmen 50:9, Psalmen 50:10, Psalmen 50:9, Psalmen 50:10, Genesis 6:20
25En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
Jeremia 27:5, Jeremia 27:5, Job 12:8, Job 12:10, Job 12:8
26En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
Kolossenzen 3:10, Kolossenzen 3:10, Efeziërs 4:24, Efeziërs 4:24, Psalmen 8:4
27En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.
Mattheüs 19:4, Mattheüs 19:4, Efeziërs 2:10, Efeziërs 2:10, Genesis 5:1
28En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!
Genesis 9:1, Genesis 9:1, Genesis 9:7, Genesis 9:7, Leviticus 26:9
29En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!
Genesis 9:3, Genesis 9:3, Psalmen 145:15, Psalmen 145:16, Psalmen 145:15
30Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
Psalmen 104:14, Psalmen 104:14, Psalmen 147:9, Psalmen 145:15, Psalmen 145:16
31En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
1 Timotheüs 4:4, 1 Timotheüs 4:4, Psalmen 104:24, Psalmen 104:24, Psalmen 19:1

Andere Boeken

GenesisExodusLeviticus+

Andere Boeken

GenesisHfst. 1
ExodusLeviticusNumeriDeuteronomiumJozua
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward