Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Numeri Hoofdstuk 1

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
NUMERI

Numeri 1

1Voorts sprak de Heere tot Mozes, in de woestijn van Sinaï, in de tent der samenkomst, op den eersten der tweede maand, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen ware, zeggende:
Exodus 25:22, Exodus 25:22, Numeri 10:11, Numeri 10:12, Exodus 19:1
2Neem op de som van de gehele vergadering der kinderen Israëls, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van al wat mannelijk is, hoofd voor hoofd.
Exodus 30:12, Exodus 38:26, Exodus 30:12, Exodus 38:26, Numeri 1:18
3Van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire in Israël uittrekken; die zult gij tellen naar hun heiren, gij en Aäron.
Exodus 30:14, Exodus 30:14, Numeri 14:29, Numeri 14:29, 2 Samuël 24:9
4En met ulieden zullen zijn van elken stam een man, die een hoofdman is over het huis zijner vaderen.
Numeri 1:16, Numeri 1:16, Exodus 18:25, Exodus 18:25, Numeri 2:3
5Deze zijn nu de namen der mannen, die bij u staan zullen: van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.
Numeri 7:30, Numeri 7:30, Exodus 1:2, Exodus 1:5, Numeri 10:18
6Van Simeon, Selumiël, de zoon van Zurisaddai.
Numeri 7:36, Numeri 7:36, Numeri 2:12, Numeri 2:12
7Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.
Lucas 3:32, Lucas 3:32, Numeri 2:3, Ruth 4:20, Ruth 4:18
8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.
Numeri 7:18, Numeri 7:18, Numeri 10:15, Numeri 2:5, Numeri 10:15
9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.
Numeri 7:24, Numeri 7:24, Numeri 10:16, Numeri 2:7, Numeri 10:16
10Van de kinderen van Jozef: van Efraïm, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliël, de zoon van Pedazur.
Numeri 7:54, Numeri 7:48, Numeri 7:54, Numeri 7:48, Numeri 2:18
11Van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.
Numeri 7:60, Numeri 7:60, Numeri 2:22, Numeri 10:24, Numeri 2:22
12Van Dan, Ahiëzer, de zoon van Ammisaddai.
Numeri 7:66, Numeri 7:66, Numeri 2:25, Numeri 10:25, Numeri 2:25
13Van Aser, Pagiel, de zoon van Ochran.
Numeri 7:72, Numeri 7:72, Numeri 10:26, Numeri 2:27, Numeri 10:26
14Van Gad, Eljasaf, de zoon van Dehuël.
Numeri 2:14, Numeri 2:14, Numeri 7:42, Numeri 7:42, Numeri 10:20
15Van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.
Numeri 7:78, Numeri 7:78, Numeri 10:27, Numeri 2:29, Numeri 10:27
16Dezen waren de geroepenen der vergadering, de oversten der stammen hunner vaderen; zij waren de hoofden der duizenden van Israël.
Exodus 18:25, Exodus 18:21, Numeri 7:2, Exodus 18:25, Exodus 18:21
17Toen namen Mozes en Aäron die mannen, welken met namen uitgedrukt zijn.
Openbaring 7:4, Openbaring 7:17, Numeri 1:5, Numeri 1:15, Johannes 10:3
18En zij verzamelden de gehele vergadering, op den eersten dag der tweede maand; en die verklaarden hun afkomst, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van die twintig jaren oud was en daarboven, hoofd voor hoofd.
Ezra 2:59, Ezra 2:59, Hebreeën 7:3, Nehemia 7:61, Hebreeën 7:3
19Gelijk als de Heere Mozes geboden had, zo heeft hij hen geteld in de woestijn van Sinaï.
2 Samuël 24:1, 2 Samuël 24:10, Numeri 26:1, Numeri 26:2, Numeri 1:2
20Zo waren de zonen van Ruben, den eerstgeborene van Israël, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, hoofd voor hoofd, al wat mannelijk was, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken;
Numeri 26:5, Numeri 26:7, Numeri 26:5, Numeri 26:7, Numeri 2:10
21Hun getelden van den stam van Ruben waren zes en veertig duizend en vijfhonderd.
Numeri 26:7, Numeri 26:7, Numeri 2:10, Numeri 2:11, Numeri 2:10
22Van de zonen van Simeon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, zijn getelden, in het getal der namen, hoofd voor hoofd, al wat mannelijk was, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken;
Numeri 26:12, Numeri 26:14, Numeri 26:12, Numeri 26:14, Genesis 29:33
23Hun getelden van den stam van Simeon waren negen en vijftig duizend en driehonderd.
Numeri 26:14, Numeri 26:14, Numeri 2:13, Numeri 25:8, Numeri 25:9
24Van de zonen van Gad, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken.
Numeri 26:15, Numeri 26:18, Numeri 26:15, Numeri 26:18, Genesis 30:10
25Waren hun getelden van den stam van Gad vijf en veertig duizend zeshonderd en vijftig.
Numeri 26:18, Numeri 26:18, Numeri 2:15, Numeri 2:15
26Van de zonen van Juda, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
Genesis 29:35, Numeri 26:19, Numeri 26:22, Genesis 29:35, Numeri 26:19
27Waren hun getelden van den stam van Juda vier en zeventig duizend en zeshonderd.
Numeri 26:22, 2 Samuël 24:9, Numeri 26:22, 2 Samuël 24:9, 2 Kronieken 17:14
28Van de zonen van Issaschar, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
Numeri 26:23, Numeri 26:25, Numeri 23:23, Numeri 23:25, Genesis 46:13
29Waren hun getelden van den stam van Issaschar vier en vijftig duizend en vierhonderd.
Numeri 26:25, Numeri 26:25, Numeri 2:6, Numeri 2:6
30Van de zonen van Zebulon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
Numeri 26:26, Numeri 26:27, Numeri 26:26, Numeri 26:27, Genesis 49:13
31Waren hun getelden van den stam van Zebulon zeven en vijftig duizend en vierhonderd.
Numeri 26:27, Numeri 26:27, Numeri 2:8, Numeri 2:8
32Van de zonen van Jozef: van de zonen van Efraïm, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
Numeri 26:35, Numeri 26:37, Numeri 26:35, Numeri 26:37, Deuteronomium 33:17
33Waren hun getelden van den stam van Efraïm veertig duizend en vijfhonderd;
Numeri 26:37, Numeri 26:37, Numeri 2:19, Deuteronomium 33:17, Genesis 48:5
34Van de zonen van Manasse, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
Numeri 26:28, Numeri 26:34, Numeri 26:28, Numeri 26:34
35Waren hun getelden van den stam van Manasse twee en dertig duizend en tweehonderd.
Numeri 26:34, Numeri 26:34, Numeri 2:21, Genesis 48:19, Genesis 48:20
36Van de zonen van Benjamin, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
Genesis 49:27, Genesis 49:27, Genesis 46:21, Genesis 44:20, 2 Kronieken 17:17
37Waren hun getelden van den stam van Benjamin vijf en dertig duizend en vierhonderd.
Numeri 26:41, Numeri 26:41, Numeri 2:23, 2 Kronieken 17:17, Richteren 20:44
38Van de zonen van Dan, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
Genesis 46:23, Genesis 46:23, Numeri 26:42, Numeri 26:43, Genesis 49:16
39Waren hun getelden van den stam van Dan twee en zestig duizend en zevenhonderd.
Numeri 26:43, Numeri 26:43, Numeri 2:26, Numeri 2:26
40Van de zonen van Aser, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
Numeri 26:44, Numeri 26:47, Genesis 46:27, Genesis 49:20, Genesis 30:12
41Waren hun getelden van den stam van Aser een en veertig duizend en vijfhonderd.
Numeri 26:47, Numeri 26:47, Numeri 2:28, Numeri 2:28
42Van de zonen van Nafthali, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
Genesis 46:24, Numeri 26:48, Numeri 26:50, Genesis 30:7, Genesis 30:8
43Waren hun getelden van den stam van Nafthali drie en vijftig duizend en vierhonderd.
Numeri 26:50, Numeri 26:50, Numeri 2:30, Numeri 2:30
44Dezen zijn de getelden, welke Mozes geteld heeft, en Aäron, en de oversten van Israël; twaalf mannen waren zij, elk over het huis zijner vaderen.
Numeri 26:64, Numeri 26:64, Numeri 1:2, Numeri 1:16, Numeri 1:2
45Alzo waren al de getelden der zonen van Israël, naar het huis hunner vaderen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die in Israël ten heire uittrokken,
46Al de getelden dan waren zeshonderd drie duizend vijfhonderd en vijftig.
Numeri 26:51, Exodus 38:26, Exodus 12:37, Numeri 26:51, Exodus 38:26
47Maar de Levieten, naar den stam hunner vaderen, werden onder hen niet geteld.
Numeri 2:33, Numeri 2:33, Numeri 3:1, Numeri 4:49, Numeri 3:1
48Want de Heere had tot Mozes gesproken, zeggende:
49Alleen den stam van Levi zult gij niet tellen, noch hun som opnemen, onder de zonen van Israël.
Numeri 26:62, Numeri 26:62, Numeri 2:33, Numeri 2:33
50Maar gij, stel de Levieten over den tabernakel der getuigenis, en over al zijn gereedschap, en over alles, wat daartoe behoort; zij zullen den tabernakel dragen, en al zijn gereedschap; en zij zullen dien bedienen, en zij zullen zich rondom den tabernakel legeren.
Exodus 38:21, Exodus 38:21, Exodus 31:18, Numeri 4:15, Exodus 31:18
51En als de tabernakel zal optrekken, de Levieten zullen denzelven afnemen; en wanneer de tabernakel zich legeren zal, zullen de Levieten denzelven oprichten; en de vreemde, die daarbij komt, zal gedood worden.
Numeri 3:38, Numeri 3:38, Numeri 3:10, Numeri 3:10, 1 Samuël 6:19
52En de kinderen Israëls zullen zich legeren, een iegelijk bij zijn leger, en een iegelijk bij zijn banier, naar hun heiren.
Numeri 2:2, Numeri 2:2, Numeri 2:34, Numeri 2:34, Numeri 24:2
53Maar de Levieten zullen zich legeren rondom den tabernakel der getuigenis, opdat geen verbolgenheid over de vergadering van de kinderen Israëls zij; daarom zullen de Levieten de wacht van den tabernakel der getuigenis waarnemen.
Numeri 16:46, Numeri 16:46, 1 Kronieken 23:32, Leviticus 10:6, 1 Kronieken 23:32
54Zo deden de kinderen Israëls; naar alles, wat de Heere Mozes geboden had, zo deden zij.
Deuteronomium 12:32, Deuteronomium 12:32, Exodus 39:32, Numeri 2:34, Exodus 40:32

Andere Boeken

NumeriDeuteronomiumJozua+

Andere Boeken

NumeriHfst. 1
DeuteronomiumJozuaRichterenRuth1 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward