1Toen kon zich Jozef niet bedwingen voor allen, die bij hem stonden, en hij riep: Doet alle man van mij uitgaan! En er stond niemand bij hem, als Jozef zich aan zijn broederen bekend maakte.stylusGenesis 43:30, Genesis 43:31, Mattheüs 18:15, Genesis 43:30, Genesis 43:312En hij verhief zijn stem met wenen, zodat het de Egyptenaren hoorden, en dat het Farao’s huis hoorde.stylus2 Koningen 20:3, Handelingen 20:37, Genesis 46:29, Ruth 1:9, Numeri 14:13En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik ben Jozef! leeft mijn vader nog? En zijn broeders konden hem niet antwoorden; want zij waren verschrikt voor zijn aangezicht.stylusHandelingen 7:13, Handelingen 7:13, Handelingen 9:5, Handelingen 9:5, Zacharia 12:104En Jozef zeide tot zijn broederen: Nadert toch tot mij! En zij naderden. Toen zeide hij: Ik ben Jozef, uw broeder, dien gij naar Egypte verkocht hebt.stylusGenesis 37:28, Genesis 37:28, Genesis 50:18, Handelingen 9:5, Mattheüs 14:275Maar nu, weest niet bekommerd, en de toorn ontsteke niet in uw ogen, omdat gij mij hierheen verkocht hebt; want God heeft mij voor uw aangezicht gezonden, tot behoudenis des levens.stylusGenesis 50:20, Genesis 50:20, Handelingen 2:23, Handelingen 2:24, Job 1:216Want het zijn nu twee jaren des hongers in het midden des lands; en er zijn nog vijf jaren, in welke geen ploeging noch oogst zijn zal.stylusGenesis 47:23, Genesis 47:23, Genesis 41:29, Genesis 41:31, Genesis 41:547Doch God heeft mij voor uw aangezicht henen gezonden, om u een overblijfsel te stellen op de aarde, en om u bij het leven te behouden, door een grote verlossing.stylusPsalmen 44:4, Handelingen 7:35, Psalmen 44:4, Handelingen 7:35, Psalmen 18:508Nu dan, gij hebt mij herwaarts niet gezonden, maar God Zelf, Die mij tot Farao’s vader gesteld heeft, en tot een heer over zijn ganse huis, en regeerder in het ganse land van Egypte.stylusJohannes 15:16, Johannes 15:16, Romeinen 9:16, Romeinen 9:16, Johannes 19:119Haast u en trekt op tot mijn vader, en zegt het hem: Alzo zegt uw zoon Jozef: God heeft mij tot een heer over gans Egypteland gesteld; kom af tot mij, en vertoef niet.stylusGenesis 45:19, Genesis 45:20, Genesis 45:13, Genesis 45:19, Genesis 45:2010En gij zult in het land Gosen wonen, en nabij mij wezen, gij en uw zonen, en de zonen uwer zonen, en uw schapen, en uw runderen, en al wat gij hebt.stylusExodus 8:22, Exodus 9:26, Exodus 8:22, Exodus 9:26, Genesis 46:3411En ik zal u aldaar onderhouden; want er zullen nog vijf jaren des hongers zijn, opdat gij niet verarmt, gij en uw huis, en alles wat gij hebt!stylusGenesis 47:12, Genesis 47:12, Mattheüs 15:5, Mattheüs 15:6, Genesis 47:612En ziet, uw ogen zien het, en de ogen van mijn broeder Benjamin, dat mijn mond tot u spreekt.stylusGenesis 42:23, Genesis 42:23, Lucas 24:39, Johannes 20:27, Lucas 24:3913En boodschapt mijn vader al mijn heerlijkheid in Egypte, en alles wat gij gezien hebt; en haast u, en brengt mijn vader herwaarts af.stylusHandelingen 7:14, Handelingen 7:14, 1 Petrus 1:10, 1 Petrus 1:12, Openbaring 21:2314En hij viel aan den hals van Benjamin, zijn broeder, en weende; en Benjamin weende aan zijn hals.stylusGenesis 33:4, Romeinen 1:31, Genesis 46:29, Genesis 29:11, Genesis 33:415En hij kuste al zijn broederen, en hij weende over hen; en daarna spraken zijn broeders met hem.stylusLucas 15:20, Lucas 15:20, Handelingen 20:37, Ruth 1:14, Exodus 4:2716Als dit gerucht in het huis van Farao gehoord werd, dat men zeide: Jozefs broeders zijn gekomen! was het goed in de ogen van Farao, en in de ogen van zijn knechten.stylus2 Kronieken 30:4, Deuteronomium 1:33, Esther 5:14, Genesis 34:18, Genesis 20:1517En Farao zeide tot Jozef: Zeg tot uw broederen: Doet dit, laadt uw beesten, en trekt heen, gaat naar het land Kanaän;stylusGenesis 42:25, Genesis 42:26, Genesis 44:1, Genesis 44:2, Genesis 42:2518En neemt uw vader en uw huisgezinnen, en komt tot mij, en ik zal u het beste van Egypteland geven, en gij zult het vette dezes lands eten.stylusGenesis 47:6, Genesis 27:28, Genesis 47:6, Genesis 27:28, Psalmen 147:1419Gij zijt toch gelast: doet dit, neemt u uit Egypteland wagenen voor uw kinderkens, en voor uw vrouwen, en voert uw vader, en komt.stylusGenesis 46:5, Genesis 46:5, Genesis 45:27, Genesis 45:27, Jesaja 49:2320En uw oog verschone uw huisraad niet; want het beste van gans Egypteland, dat zal het uwe zijn.stylusJesaja 1:19, Jesaja 1:19, Lucas 17:31, Lucas 17:31, Deuteronomium 7:1621En de zonen van Israël deden alzo. Zo gaf Jozef hun wagenen, naar Farao’s bevel; ook gaf hij hun teerkost op den weg.stylusGenesis 45:19, Genesis 45:19, Genesis 46:5, Prediker 8:2, Numeri 3:1622Hij gaf hun allen, ieder een, wisselklederen; maar Benjamin gaf hij driehonderd zilverlingen, en vijf wisselklederen.stylusGenesis 43:34, Genesis 43:34, 2 Koningen 5:5, 2 Koningen 5:5, 2 Koningen 5:2223En zijn vader desgelijks zond hij tien ezelen, dragende van het beste van Egypte, en tien ezelinnen, dragende koren, en brood, en spijze voor zijn vader op den weg.stylusGenesis 24:10, Exodus 16:3, Genesis 43:11, Genesis 24:10, Exodus 16:324En hij zond zijn broeders heen; en zij vertrokken; en hij zeide tot hen: Verstoort u niet op den weg.stylus1 Tessalonicenzen 5:13, 1 Tessalonicenzen 5:13, Psalmen 133:1, Psalmen 133:3, Filippenzen 2:225En zij trokken op uit Egypte, en zij kwamen in het land Kanaän tot hun vader Jakob.stylus26Toen boodschapten zij hem, zeggende: Jozef leeft nog, ja, ook is hij regeerder in gans Egypteland! Toen bezweek zijn hart, want hij geloofde hen niet.stylusGenesis 37:35, Genesis 44:28, Genesis 37:35, Genesis 44:28, Job 9:1627Maar als zij tot hem gesproken hadden al de woorden van Jozef, die hij tot hen gesproken had, en dat hij de wagenen zag, die Jozef gezonden had om hem te voeren, zo werd de geest van Jakob hun vader, levendig.stylusGenesis 45:19, Jesaja 57:15, Genesis 45:19, Jesaja 57:15, Psalmen 85:628En Israël zeide: Het is genoeg! mijn zoon Jozef leeft nog! ik zal gaan, en hem zien, eer ik sterve!stylusGenesis 46:30, Lucas 2:28, Lucas 2:30, Johannes 16:21, Johannes 16:22