Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Genesis Hoofdstuk 41

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
GENESIS

Genesis 41

1En het geschiedde ten einde van twee volle jaren, dat Farao droomde, en ziet, hij stond aan de rivier.
Esther 6:1, Jesaja 19:5, Genesis 31:21, Genesis 40:5, Exodus 4:9
2En ziet, uit de rivier kwamen op zeven koeien, schoon van aanzien, en vet van vlees, en zij weidden in het gras.
Jesaja 19:6, Jesaja 19:6
3En ziet, zeven andere koeien kwamen na die op uit de rivier, lelijk van aanzien, en dun van vlees; en zij stonden bij de andere koeien aan den oever der rivier.
Genesis 41:4, Genesis 41:20, Genesis 41:21, Genesis 41:4, Genesis 41:20
4En die koeien, lelijk van aanzien, en dun van vlees, aten op die zeven koeien, schoon van aanzien en vet. Toen ontwaakte Farao.
1 Koningen 3:15, 1 Koningen 3:15
5Daarna sliep hij en droomde andermaal; en ziet, zeven aren rezen op, in een halm, vet en goed.
Deuteronomium 32:14, Deuteronomium 32:14
6En ziet, zeven dunne en van den oostenwind verzengde aren schoten na dezelve uit.
Ezechiël 17:10, Hosea 13:15, Ezechiël 19:12, Ezechiël 17:10, Hosea 13:15
7En de dunne aren verslonden de zeven vette en volle aren. Toen ontwaakte Farao, en ziet, het was een droom.
Genesis 37:5, Genesis 20:3, Genesis 37:5, Genesis 20:3
8En het geschiedde in den morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; en Farao vertelde hun zijn droom; maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde.
Daniël 4:7, Daniël 4:7, Exodus 7:22, Exodus 7:22, Daniël 4:5
9Toen sprak de overste der schenkers tot Farao, zeggende: Ik gedenk heden aan mijn zonden.
Genesis 40:23, Genesis 40:14, Genesis 40:23, Genesis 40:14, Genesis 40:1
10Farao was zeer vertoornd op zijn dienaars, en leverde mij in bewaring ten huize van den overste der trawanten, mij en den overste der bakkers.
Genesis 39:20, Genesis 39:20, Genesis 40:2, Genesis 40:3, Genesis 40:2
11En in een nacht droomden wij een droom, ik en hij; wij droomden elk naar de uitlegging zijns drooms.
Genesis 40:5, Genesis 40:8, Genesis 40:5, Genesis 40:8
12En aldaar was bij ons een Hebreeuws jongeling, een knecht van den overste der trawanten; en wij vertelden ze hem, en hij leide ons onze dromen uit; een ieder leide hij ze uit, naar zijn droom.
Genesis 40:12, Genesis 40:19, Genesis 37:36, Genesis 40:12, Genesis 40:19
13En gelijk hij ons uitleide, alzo is het geschied; mij heeft hij hersteld in mijn staat, en hem gehangen.
Jeremia 1:10, Genesis 40:12, Ezechiël 43:3, Genesis 40:20, Genesis 40:22
14Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen; en hij kwam tot Farao.
Daniël 2:25, Daniël 2:25, Psalmen 113:7, Psalmen 113:8, Psalmen 113:7
15En Farao sprak tot Jozef: Ik heb een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge; maar ik heb van u horen zeggen, als gij een droom hoort, dat gij hem uitlegt.
Daniël 5:16, Daniël 5:16, Daniël 5:12, Daniël 5:12, Genesis 41:9
16En Jozef antwoordde Farao, zeggende: Het is buiten mij! God zal Farao’s welstand aanzeggen.
2 Korintiërs 3:5, 2 Korintiërs 3:5, Genesis 40:8, Genesis 40:8, Daniël 2:47
17Toen sprak Farao tot Jozef: Zie, in mijn droom stond ik aan den oever der rivier;
18En zie, uit de rivier kwamen op zeven koeien, vet van vlees en schoon van gedaante, en zij weidden in het gras.
Jeremia 24:1, Jeremia 24:3, Jeremia 24:8, Jeremia 24:5, Jeremia 24:1
19En zie, zeven andere koeien kwamen op na deze, mager en zeer lelijk van gedaante, rank van vlees; ik heb dergelijke van lelijkheid niet gezien in het ganse Egypteland.
20En die ranke en lelijke koeien aten die eerste zeven vette koeien op;
21Dewelke in haar buik inkwamen; maar men merkte niet, dat ze in haar buik ingekomen waren; want haar aanzien was lelijk, gelijk als in het begin. Toen ontwaakte ik.
Jesaja 9:20, Psalmen 37:19, Openbaring 10:9, Openbaring 10:10, Ezechiël 3:3
22Daarna zag ik in mijn droom, en zie, zeven aren rezen op in een halm, vol en goed.
23En zie, zeven dorre, dunne en van den oostenwind verzengde aren, schoten na dezelve uit;
Hosea 9:16, Hosea 13:15, Psalmen 129:6, Psalmen 129:7, 2 Koningen 19:26
24En de zeven dunne aren verslonden die zeven goede aren. En ik heb het den tovenaars gezegd; maar er was niemand, die het mij verklaarde.
Daniël 4:7, Genesis 41:8, Daniël 4:7, Genesis 41:8, Exodus 8:19
25Toen zeide Jozef tot Farao: De droom van Farao is een; hetgeen God is doende, heeft Hij Farao te kennen gegeven.
Daniël 2:45, Daniël 2:45, Daniël 2:28, Daniël 2:29, Daniël 2:28
26Die zeven schone koeien zijn zeven jaren; die zeven schone aren zijn ook zeven jaren; de droom is een.
Genesis 41:47, Genesis 41:2, Genesis 41:47, Genesis 41:2, 1 Johannes 5:7
27En die zeven ranke en lelijke koeien, die na gene opkwamen, zijn zeven jaren; en die zeven ranke van den oostenwind verzengde aren zullen zeven jaren des hongers wezen.
2 Koningen 8:1, 2 Koningen 8:1, 2 Samuël 24:19, 2 Samuël 24:19
28Dit is het woord, hetwelk ik tot Farao gesproken heb: hetgeen God is doende, heeft Hij Farao vertoond.
Genesis 41:25, Genesis 41:25, Genesis 41:16, Genesis 41:16
29Zie, de zeven aankomende jaren, zal er grote overvloed in het ganse land van Egypte zijn.
Genesis 41:26, Genesis 41:49, Genesis 41:46, Genesis 41:47, Genesis 41:26
30Maar na dezelve zullen er opstaan zeven jaren des hongers; dan zal in het land van Egypte al die overvloed vergeten worden; en de honger zal het land verteren.
Genesis 47:13, Genesis 41:54, Genesis 47:13, Genesis 41:54, Psalmen 105:16
31Ook zal de overvloed in het land niet gemerkt worden, vanwege dienzelven honger, die daarna wezen zal; want hij zal zeer zwaar zijn.
Jesaja 24:20, Jesaja 24:20, 1 Samuël 5:6, 1 Samuël 5:6
32En aangaande, dat die droom aan Farao ten tweeden maal is herhaald, is, omdat de zaak van God vastbesloten is, en dat God haast, om dezelve te doen.
Numeri 23:19, Numeri 23:19, Jesaja 46:10, Jesaja 46:11, Jesaja 46:10
33Zo zie nu Farao naar een verstandigen en wijzen man, en zette hem over het land van Egypte.
Genesis 41:39, Genesis 41:39, Handelingen 6:3, Handelingen 6:3, Daniël 4:27
34Farao doe zo, en bestelle opzieners over het land; en neme het vijfde deel des lands van Egypte in de zeven jaren des overvloeds.
Spreuken 22:3, Numeri 31:14, Spreuken 6:6, Spreuken 6:8, Job 5:20
35En dat zij alle spijze van deze aankomende goede jaren verzamelen, en koren opleggen, onder de hand van Farao, tot spijze in de steden, en bewaren het.
Genesis 41:56, Genesis 41:48, Genesis 41:49, Genesis 45:6, Genesis 45:7
36Zo zal de spijze zijn tot voorraad voor het land, voor zeven jaren des hongers, die in Egypteland wezen zullen; opdat het land van honger niet verga.
Genesis 47:13, Genesis 47:25, Genesis 47:13, Genesis 47:25
37En dit woord was goed in de ogen van Farao, en in de ogen van al zijn knechten.
Handelingen 7:10, Handelingen 7:10, Spreuken 10:20, 2 Samuël 3:36, Jozua 22:30
38Zo zeide Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als dezen, in welken Gods Geest is?
Job 32:8, Job 32:8, Daniël 5:14, Daniël 5:14, Numeri 27:18
39Daarna zeide Farao tot Jozef: Naardien dat God u dit alles heeft verkondigd, zo is er niemand zo verstandig en wijs, als gij.
Genesis 41:33, Genesis 41:28, Genesis 41:33, Genesis 41:28, Genesis 41:25
40Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij.
Handelingen 7:10, Handelingen 7:10, Spreuken 22:29, Spreuken 22:29, Psalmen 105:21
41Voorts sprak Farao tot Jozef: Zie, ik heb u over gans Egypteland gesteld.
Mattheüs 28:18, Mattheüs 28:18, Filippenzen 2:9, Filippenzen 2:11, Daniël 6:3
42En Farao nam zijn ring van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, en liet hem fijne linnen klederen aantrekken, en leide hem een gouden keten aan zijn hals;
Daniël 5:29, Daniël 5:7, Daniël 5:29, Daniël 5:7, Esther 3:10
43En hij deed hem rijden op den tweeden wagen, dien hij had; en zij riepen voor zijn aangezicht: Knielt! Alzo stelde hij hem over gans Egypteland.
Genesis 45:8, Genesis 45:8, Handelingen 7:10, Genesis 42:6, Genesis 45:26
44En Farao zeide tot Jozef: Ik ben Farao! doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen in gans Egypteland.
Psalmen 105:22, Psalmen 105:22, Exodus 11:7, Exodus 11:7
45En Farao noemde Jozefs naam Zafnath Paaneah, en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw; en Jozef toog uit door het land van Egypte.
Genesis 46:20, Genesis 46:20, Exodus 2:16, Ezechiël 30:17, Exodus 2:16
46Jozef nu was dertig jaren oud, als hij stond voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte; en Jozef ging uit van Farao’s aangezicht, en hij toog door gans Egypteland.
1 Koningen 12:6, Daniël 1:19, 1 Koningen 12:6, Daniël 1:19, Genesis 37:2
47En het land bracht voort, in de zeven jaren des overvloeds, bij handvollen.
Genesis 26:12, Genesis 26:12, Psalmen 72:16, Psalmen 72:16
48En hij vergaderde alle spijze der zeven jaren, die in Egypteland was, en deed de spijze in de steden; de spijze van het veld van elke stad, hetwelk rondom haar was, deed hij daar binnen.
Genesis 41:34, Genesis 41:36, Genesis 41:34, Genesis 41:36, Genesis 47:21
49Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand der zee, totdat men ophield te tellen: want daarvan was geen getal.
Psalmen 78:27, Psalmen 78:27, Richteren 7:12, Genesis 22:17, 1 Samuël 13:5
50En Jozef werden twee zonen geboren, eer er een jaar des hongers aankwam, die Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, hem baarde.
Genesis 48:5, Genesis 46:20, Genesis 48:5, Genesis 46:20, Genesis 41:45
51En Jozef noemde den naam des eerstgeborenen Manasse; want, zeide hij God heeft mij doen vergeten al mijn moeite, en het ganse huis mijns vaders.
Psalmen 30:5, Psalmen 30:5, Spreuken 31:7, Spreuken 31:7, Genesis 41:30
52En den naam des tweeden noemde hij Efraïm; want, zeide hij God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking.
Genesis 49:22, Genesis 49:22, Genesis 50:23, Genesis 50:23, Genesis 17:6
53Toen eindigden de zeven jaren des overvloeds, die in Egypte geweest was.
Psalmen 73:20, Lucas 16:25, Genesis 41:29, Genesis 41:31, Psalmen 73:20
54En de zeven jaren des hongers begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had. En er was honger in al de landen; maar in gans Egypteland was brood.
Handelingen 7:11, Handelingen 7:11, Psalmen 105:16, Genesis 45:11, Psalmen 105:16
55Als nu gans Egypteland hongerde, riep het volk tot Farao om brood; en Farao zeide tot alle Egyptenaren: Gaat tot Jozef, doet wat hij u zegt.
Mattheüs 3:17, Mattheüs 17:5, Mattheüs 3:17, Mattheüs 17:5, Johannes 1:14
56Als dan honger over het ganse land was, zo opende Jozef alles, waarin iets was, en verkocht aan de Egyptenaren; want de honger werd sterk in Egypteland.
Genesis 42:6, Genesis 42:6, Zacharia 5:3, Jesaja 23:17, Lucas 21:35
57En alle landen kwamen in Egypte tot Jozef, om te kopen; want de honger was sterk in alle landen.
Genesis 41:54, Genesis 41:56, Genesis 42:5, Genesis 41:54, Genesis 41:56

Andere Boeken

GenesisExodusLeviticus+

Andere Boeken

GenesisHfst. 41
ExodusLeviticusNumeriDeuteronomiumJozua
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward