1En het geschiedde ten einde van twee volle jaren, dat Farao droomde, en ziet, hij stond aan de rivier.stylusEsther 6:1, Jesaja 19:5, Genesis 31:21, Genesis 40:5, Exodus 4:92En ziet, uit de rivier kwamen op zeven koeien, schoon van aanzien, en vet van vlees, en zij weidden in het gras.stylusJesaja 19:6, Jesaja 19:63En ziet, zeven andere koeien kwamen na die op uit de rivier, lelijk van aanzien, en dun van vlees; en zij stonden bij de andere koeien aan den oever der rivier.stylusGenesis 41:4, Genesis 41:20, Genesis 41:21, Genesis 41:4, Genesis 41:204En die koeien, lelijk van aanzien, en dun van vlees, aten op die zeven koeien, schoon van aanzien en vet. Toen ontwaakte Farao.stylus1 Koningen 3:15, 1 Koningen 3:155Daarna sliep hij en droomde andermaal; en ziet, zeven aren rezen op, in een halm, vet en goed.stylusDeuteronomium 32:14, Deuteronomium 32:146En ziet, zeven dunne en van den oostenwind verzengde aren schoten na dezelve uit.stylusEzechiël 17:10, Hosea 13:15, Ezechiël 19:12, Ezechiël 17:10, Hosea 13:157En de dunne aren verslonden de zeven vette en volle aren. Toen ontwaakte Farao, en ziet, het was een droom.stylusGenesis 37:5, Genesis 20:3, Genesis 37:5, Genesis 20:38En het geschiedde in den morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; en Farao vertelde hun zijn droom; maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde.stylusDaniël 4:7, Daniël 4:7, Exodus 7:22, Exodus 7:22, Daniël 4:59Toen sprak de overste der schenkers tot Farao, zeggende: Ik gedenk heden aan mijn zonden.stylusGenesis 40:23, Genesis 40:14, Genesis 40:23, Genesis 40:14, Genesis 40:110Farao was zeer vertoornd op zijn dienaars, en leverde mij in bewaring ten huize van den overste der trawanten, mij en den overste der bakkers.stylusGenesis 39:20, Genesis 39:20, Genesis 40:2, Genesis 40:3, Genesis 40:211En in een nacht droomden wij een droom, ik en hij; wij droomden elk naar de uitlegging zijns drooms.stylusGenesis 40:5, Genesis 40:8, Genesis 40:5, Genesis 40:812En aldaar was bij ons een Hebreeuws jongeling, een knecht van den overste der trawanten; en wij vertelden ze hem, en hij leide ons onze dromen uit; een ieder leide hij ze uit, naar zijn droom.stylusGenesis 40:12, Genesis 40:19, Genesis 37:36, Genesis 40:12, Genesis 40:1913En gelijk hij ons uitleide, alzo is het geschied; mij heeft hij hersteld in mijn staat, en hem gehangen.stylusJeremia 1:10, Genesis 40:12, Ezechiël 43:3, Genesis 40:20, Genesis 40:2214Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen; en hij kwam tot Farao.stylusDaniël 2:25, Daniël 2:25, Psalmen 113:7, Psalmen 113:8, Psalmen 113:715En Farao sprak tot Jozef: Ik heb een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge; maar ik heb van u horen zeggen, als gij een droom hoort, dat gij hem uitlegt.stylusDaniël 5:16, Daniël 5:16, Daniël 5:12, Daniël 5:12, Genesis 41:916En Jozef antwoordde Farao, zeggende: Het is buiten mij! God zal Farao’s welstand aanzeggen.stylus2 Korintiërs 3:5, 2 Korintiërs 3:5, Genesis 40:8, Genesis 40:8, Daniël 2:4717Toen sprak Farao tot Jozef: Zie, in mijn droom stond ik aan den oever der rivier;stylus18En zie, uit de rivier kwamen op zeven koeien, vet van vlees en schoon van gedaante, en zij weidden in het gras.stylusJeremia 24:1, Jeremia 24:3, Jeremia 24:8, Jeremia 24:5, Jeremia 24:119En zie, zeven andere koeien kwamen op na deze, mager en zeer lelijk van gedaante, rank van vlees; ik heb dergelijke van lelijkheid niet gezien in het ganse Egypteland.stylus20En die ranke en lelijke koeien aten die eerste zeven vette koeien op;stylus21Dewelke in haar buik inkwamen; maar men merkte niet, dat ze in haar buik ingekomen waren; want haar aanzien was lelijk, gelijk als in het begin. Toen ontwaakte ik.stylusJesaja 9:20, Psalmen 37:19, Openbaring 10:9, Openbaring 10:10, Ezechiël 3:322Daarna zag ik in mijn droom, en zie, zeven aren rezen op in een halm, vol en goed.stylus23En zie, zeven dorre, dunne en van den oostenwind verzengde aren, schoten na dezelve uit;stylusHosea 9:16, Hosea 13:15, Psalmen 129:6, Psalmen 129:7, 2 Koningen 19:2624En de zeven dunne aren verslonden die zeven goede aren. En ik heb het den tovenaars gezegd; maar er was niemand, die het mij verklaarde.stylusDaniël 4:7, Genesis 41:8, Daniël 4:7, Genesis 41:8, Exodus 8:1925Toen zeide Jozef tot Farao: De droom van Farao is een; hetgeen God is doende, heeft Hij Farao te kennen gegeven.stylusDaniël 2:45, Daniël 2:45, Daniël 2:28, Daniël 2:29, Daniël 2:2826Die zeven schone koeien zijn zeven jaren; die zeven schone aren zijn ook zeven jaren; de droom is een.stylusGenesis 41:47, Genesis 41:2, Genesis 41:47, Genesis 41:2, 1 Johannes 5:727En die zeven ranke en lelijke koeien, die na gene opkwamen, zijn zeven jaren; en die zeven ranke van den oostenwind verzengde aren zullen zeven jaren des hongers wezen.stylus2 Koningen 8:1, 2 Koningen 8:1, 2 Samuël 24:19, 2 Samuël 24:1928Dit is het woord, hetwelk ik tot Farao gesproken heb: hetgeen God is doende, heeft Hij Farao vertoond.stylusGenesis 41:25, Genesis 41:25, Genesis 41:16, Genesis 41:1629Zie, de zeven aankomende jaren, zal er grote overvloed in het ganse land van Egypte zijn.stylusGenesis 41:26, Genesis 41:49, Genesis 41:46, Genesis 41:47, Genesis 41:2630Maar na dezelve zullen er opstaan zeven jaren des hongers; dan zal in het land van Egypte al die overvloed vergeten worden; en de honger zal het land verteren.stylusGenesis 47:13, Genesis 41:54, Genesis 47:13, Genesis 41:54, Psalmen 105:1631Ook zal de overvloed in het land niet gemerkt worden, vanwege dienzelven honger, die daarna wezen zal; want hij zal zeer zwaar zijn.stylusJesaja 24:20, Jesaja 24:20, 1 Samuël 5:6, 1 Samuël 5:632En aangaande, dat die droom aan Farao ten tweeden maal is herhaald, is, omdat de zaak van God vastbesloten is, en dat God haast, om dezelve te doen.stylusNumeri 23:19, Numeri 23:19, Jesaja 46:10, Jesaja 46:11, Jesaja 46:1033Zo zie nu Farao naar een verstandigen en wijzen man, en zette hem over het land van Egypte.stylusGenesis 41:39, Genesis 41:39, Handelingen 6:3, Handelingen 6:3, Daniël 4:2734Farao doe zo, en bestelle opzieners over het land; en neme het vijfde deel des lands van Egypte in de zeven jaren des overvloeds.stylusSpreuken 22:3, Numeri 31:14, Spreuken 6:6, Spreuken 6:8, Job 5:2035En dat zij alle spijze van deze aankomende goede jaren verzamelen, en koren opleggen, onder de hand van Farao, tot spijze in de steden, en bewaren het.stylusGenesis 41:56, Genesis 41:48, Genesis 41:49, Genesis 45:6, Genesis 45:736Zo zal de spijze zijn tot voorraad voor het land, voor zeven jaren des hongers, die in Egypteland wezen zullen; opdat het land van honger niet verga.stylusGenesis 47:13, Genesis 47:25, Genesis 47:13, Genesis 47:2537En dit woord was goed in de ogen van Farao, en in de ogen van al zijn knechten.stylusHandelingen 7:10, Handelingen 7:10, Spreuken 10:20, 2 Samuël 3:36, Jozua 22:3038Zo zeide Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als dezen, in welken Gods Geest is?stylusJob 32:8, Job 32:8, Daniël 5:14, Daniël 5:14, Numeri 27:1839Daarna zeide Farao tot Jozef: Naardien dat God u dit alles heeft verkondigd, zo is er niemand zo verstandig en wijs, als gij.stylusGenesis 41:33, Genesis 41:28, Genesis 41:33, Genesis 41:28, Genesis 41:2540Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij.stylusHandelingen 7:10, Handelingen 7:10, Spreuken 22:29, Spreuken 22:29, Psalmen 105:2141Voorts sprak Farao tot Jozef: Zie, ik heb u over gans Egypteland gesteld.stylusMattheüs 28:18, Mattheüs 28:18, Filippenzen 2:9, Filippenzen 2:11, Daniël 6:342En Farao nam zijn ring van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, en liet hem fijne linnen klederen aantrekken, en leide hem een gouden keten aan zijn hals;stylusDaniël 5:29, Daniël 5:7, Daniël 5:29, Daniël 5:7, Esther 3:1043En hij deed hem rijden op den tweeden wagen, dien hij had; en zij riepen voor zijn aangezicht: Knielt! Alzo stelde hij hem over gans Egypteland.stylusGenesis 45:8, Genesis 45:8, Handelingen 7:10, Genesis 42:6, Genesis 45:2644En Farao zeide tot Jozef: Ik ben Farao! doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen in gans Egypteland.stylusPsalmen 105:22, Psalmen 105:22, Exodus 11:7, Exodus 11:745En Farao noemde Jozefs naam Zafnath Paaneah, en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw; en Jozef toog uit door het land van Egypte.stylusGenesis 46:20, Genesis 46:20, Exodus 2:16, Ezechiël 30:17, Exodus 2:1646Jozef nu was dertig jaren oud, als hij stond voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte; en Jozef ging uit van Farao’s aangezicht, en hij toog door gans Egypteland.stylus1 Koningen 12:6, Daniël 1:19, 1 Koningen 12:6, Daniël 1:19, Genesis 37:247En het land bracht voort, in de zeven jaren des overvloeds, bij handvollen.stylusGenesis 26:12, Genesis 26:12, Psalmen 72:16, Psalmen 72:1648En hij vergaderde alle spijze der zeven jaren, die in Egypteland was, en deed de spijze in de steden; de spijze van het veld van elke stad, hetwelk rondom haar was, deed hij daar binnen.stylusGenesis 41:34, Genesis 41:36, Genesis 41:34, Genesis 41:36, Genesis 47:2149Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand der zee, totdat men ophield te tellen: want daarvan was geen getal.stylusPsalmen 78:27, Psalmen 78:27, Richteren 7:12, Genesis 22:17, 1 Samuël 13:550En Jozef werden twee zonen geboren, eer er een jaar des hongers aankwam, die Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, hem baarde.stylusGenesis 48:5, Genesis 46:20, Genesis 48:5, Genesis 46:20, Genesis 41:4551En Jozef noemde den naam des eerstgeborenen Manasse; want, zeide hij God heeft mij doen vergeten al mijn moeite, en het ganse huis mijns vaders.stylusPsalmen 30:5, Psalmen 30:5, Spreuken 31:7, Spreuken 31:7, Genesis 41:3052En den naam des tweeden noemde hij Efraïm; want, zeide hij God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking.stylusGenesis 49:22, Genesis 49:22, Genesis 50:23, Genesis 50:23, Genesis 17:653Toen eindigden de zeven jaren des overvloeds, die in Egypte geweest was.stylusPsalmen 73:20, Lucas 16:25, Genesis 41:29, Genesis 41:31, Psalmen 73:2054En de zeven jaren des hongers begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had. En er was honger in al de landen; maar in gans Egypteland was brood.stylusHandelingen 7:11, Handelingen 7:11, Psalmen 105:16, Genesis 45:11, Psalmen 105:1655Als nu gans Egypteland hongerde, riep het volk tot Farao om brood; en Farao zeide tot alle Egyptenaren: Gaat tot Jozef, doet wat hij u zegt.stylusMattheüs 3:17, Mattheüs 17:5, Mattheüs 3:17, Mattheüs 17:5, Johannes 1:1456Als dan honger over het ganse land was, zo opende Jozef alles, waarin iets was, en verkocht aan de Egyptenaren; want de honger werd sterk in Egypteland.stylusGenesis 42:6, Genesis 42:6, Zacharia 5:3, Jesaja 23:17, Lucas 21:3557En alle landen kwamen in Egypte tot Jozef, om te kopen; want de honger was sterk in alle landen.stylusGenesis 41:54, Genesis 41:56, Genesis 42:5, Genesis 41:54, Genesis 41:56