1En het geschiedde na deze dingen, dat de schenker des konings van Egypte, en de bakker, zondigden tegen hun heer, tegen den koning van Egypte.stylusGenesis 40:13, Genesis 40:13, Genesis 39:20, Genesis 39:23, Genesis 39:202Zodat Farao zeer toornig werd op zijn twee hovelingen, op den overste der schenkers, en op den overste der bakkers.stylusSpreuken 16:14, Spreuken 16:14, Spreuken 27:4, Spreuken 19:12, Handelingen 12:203En hij leverde hen in bewaring, ten huize van den overste der trawanten, in het gevangenhuis, ter plaatse, waar Jozef gevangen was.stylusGenesis 39:20, Genesis 39:20, Genesis 39:23, Genesis 39:234En de overste der trawanten bestelde Jozef bij hen, dat hij hen diende; en zij waren sommige dagen in bewaring.stylusGenesis 37:36, Psalmen 37:5, Genesis 39:1, Genesis 39:21, Genesis 39:235Zij droomden nu beiden een droom, elk zijn droom, in een nacht, elk naar de uitlegging zijns drooms, de schenker en de bakker, die des konings van Egypte waren, die gevangen waren in het gevangenhuis.stylusGenesis 41:11, Genesis 41:11, Daniël 2:1, Daniël 2:3, Esther 6:16En Jozef kwam des morgens tot hen, en hij zag hen aan, en ziet, zij waren ontsteld.stylusDaniël 7:28, Genesis 40:8, Genesis 41:8, Daniël 4:5, Daniël 8:277Toen vraagde hij de hovelingen van Farao, die bij hem waren in hechtenis van het huis zijns heren, zeggende: Waarom zijn uw aangezichten heden kwalijk gesteld?stylusNehemia 2:2, Nehemia 2:2, 1 Samuël 1:8, 1 Samuël 1:8, Lucas 24:178En zij zeiden tot hem: Wij hebben een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge. En Jozef zeide tot hen: Zijn de uitleggingen niet van God? Vertelt ze mij toch.stylusDaniël 2:47, Genesis 41:15, Genesis 41:16, Daniël 2:47, Genesis 41:159Toen vertelde de overste der schenkers Jozef zijn droom, en zeide tot hem: In mijn droom, zie, zo was een wijnstok voor mijn aangezicht;stylusDaniël 4:8, Genesis 37:5, Genesis 37:10, Daniël 2:31, Daniël 4:1010En aan den wijnstok waren drie ranken; en hij was als bottende, zijn bloeisel ging op, zijn trossen brachten rijpe druiven voort.stylus11En Farao’s beker was in mijn hand; en ik nam die druiven, en drukte ze uit in Farao’s beker, en ik gaf den beker op Farao’s hand.stylusNehemia 1:11, Nehemia 2:1, Nehemia 1:11, Nehemia 2:1, 1 Koningen 10:512Toen zeide Jozef tot hem: Dit is zijn uitlegging: de drie ranken zijn drie dagen.stylusGenesis 41:12, Richteren 7:14, Genesis 41:12, Richteren 7:14, Genesis 41:2513Binnen nog drie dagen zal Farao uw hoofd verheffen, en zal u in uw staat herstellen; en gij zult Farao’s beker in zijn hand geven, naar de vorige wijze, toen gij zijn schenker waart.stylus2 Koningen 25:27, Psalmen 3:3, Jeremia 52:31, 2 Koningen 25:27, Psalmen 3:314Doch gedenk mijner bij uzelven, wanneer het u wel gaan zal, en doe toch weldadigheid aan mij, en doe van mij melding bij Farao, en maak, dat ik uit dit huis kome.stylusJozua 2:12, Jozua 2:12, 1 Samuël 20:14, 1 Samuël 20:15, 1 Samuël 20:1415Want ik ben diefelijk ontstolen uit het land der Hebreën; en ook heb ik hier niets gedaan, dat zij mij in dezen kuil gezet hebben.stylus1 Petrus 3:17, 1 Petrus 3:18, Genesis 39:20, 1 Petrus 3:17, 1 Petrus 3:1816Toen de overste der bakkers zag, dat hij een goede uitlegging gedaan had, zo zeide hij tot Jozef: Ik was ook in mijn droom, en zie, drie getraliede korven waren op mijn hoofd.stylusGenesis 40:1, Genesis 40:2, Genesis 40:1, Genesis 40:217En in den oppersten korf was van alle spijze van Farao, die bakkerswerk is; en het gevogelte at dezelve uit den korf, van boven mijn hoofd.stylusGenesis 49:20, Genesis 49:20, 1 Kronieken 12:20, 1 Kronieken 12:2018Toen antwoordde Jozef, en zeide: Dit is zijn uitlegging: de drie korven zijn drie dagen.stylusGenesis 40:12, Genesis 40:12, Genesis 41:26, 1 Korintiërs 11:24, 1 Korintiërs 10:419Binnen nog drie dagen zal Farao uw hoofd verheffen van boven u, en hij zal u aan een hout hangen, en het gevogelte zal uw vlees van boven u eten.stylusGenesis 40:22, Genesis 40:22, Handelingen 20:27, Jozua 8:29, Deuteronomium 21:2220En het geschiedde op den derden dag, den dag van Farao’s geboorte, dat hij voor al zijn knechten een maaltijd maakte; en hij verhief het hoofd van den overste der schenkers, en het hoofd van den overste der bakkers, in het midden zijner knechten.stylusGenesis 40:13, Genesis 40:19, Mattheüs 14:6, Genesis 40:13, Genesis 40:1921En hij deed den overste der schenkers wederkeren tot zijn schenkambt, zodat hij den beker op Farao’s hand gaf.stylusGenesis 40:13, Genesis 40:13, Nehemia 2:1, Nehemia 2:122Maar den overste der bakkers hing hij op; gelijk Jozef hun uitgelegd had.stylusGenesis 40:19, Genesis 40:19, Genesis 40:8, Daniël 2:19, Daniël 2:2323Doch de overste der schenkers gedacht aan Jozef niet, maar vergat hem.stylusJob 19:14, Job 19:14, Psalmen 31:12, Psalmen 31:12, Psalmen 105:19