1Dit nu zijn de geboorten van Ezau, welke is Edom.stylusGenesis 22:17, Genesis 22:17, 1 Kronieken 1:35, 1 Kronieken 1:35, Jesaja 63:12Ezau nam zijn vrouwen uit de dochteren van Kanaän, Ada, de dochter van Elon, den Hethiet, en Aholibama, de dochter van Ana, de dochter van Zibeon, den Heviet;stylusGenesis 36:25, Genesis 36:25, Genesis 28:9, Genesis 27:46, Genesis 28:93En Basmath, de dochter van Ismaël, zuster van Nebajoth.stylusGenesis 28:9, Genesis 28:9, Genesis 25:13, Genesis 25:134Ada nu baarde aan Ezau Elifaz, en Basmath baarde Rehuël.stylus1 Kronieken 1:35, 1 Kronieken 1:35, Exodus 2:18, Exodus 2:18, Job 2:115En Aholibama baarde Jehus, en Jaëlam, en Korah. Dit zijn de zonen van Ezau, die hem geboren zijn in het land Kanaän.stylusGenesis 35:29, Genesis 35:296Ezau nu had genomen zijn vrouwen, en zijn zonen, en zijn dochters, en al de zielen zijns huizes, en zijn vee, en al zijn beesten, en al zijn bezitting, die hij in het land Kanaän geworven had, en was vertrokken naar een ander land, van het aangezicht van zijn broeder Jakob.stylusGenesis 32:3, Genesis 32:3, Genesis 25:23, Genesis 17:8, Genesis 12:57Want hun have was te veel, om samen te wonen; en het land hunner vreemdelingschappen kon ze niet dragen vanwege hun vee.stylusGenesis 13:6, Genesis 13:6, Genesis 17:8, Genesis 17:8, Genesis 28:48Derhalve woonde Ezau op het gebergte Seir. Ezau is Edom.stylusGenesis 32:3, Genesis 32:3, Maleachi 1:3, Maleachi 1:3, Ezechiël 35:29Dit nu zijn de geboorten van Ezau, den vader der Edomieten, op het gebergte van Seir.stylusGenesis 19:37, Genesis 19:3710Dit zijn de namen der zonen van Ezau: Elifaz, de zoon van Ada, Ezau’s huisvrouw; Rehuël, de zoon van Basmath, Ezau’s huisvrouw.stylus1 Kronieken 1:35, 1 Kronieken 1:54, Genesis 36:3, Genesis 36:4, 1 Kronieken 1:3511En de zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Zefo, en Gaetam, en Kenaz.stylus1 Kronieken 1:35, 1 Kronieken 1:36, Genesis 36:15, Genesis 36:16, 1 Kronieken 1:3512En Timna was een bijwijf van Elifaz, den zoon van Ezau, en zij baarde aan Elifaz Amalek; dit zijn de zonen van Ada, Ezau’s huisvrouw.stylusDeuteronomium 25:17, Deuteronomium 25:19, Exodus 17:8, Exodus 17:16, Deuteronomium 25:1713En dit zijn de zonen van Rehuël: Nahath, en Zerah, Samma en Mizza; dat zijn geweest de zonen van Basmath, Ezau’s huisvrouw.stylusGenesis 36:17, 1 Kronieken 1:37, Genesis 36:17, 1 Kronieken 1:3714En dit zijn geweest de zonen van Aholibama, dochter van Ana, dochter van Zibeon, Ezau’s huisvrouw; en zij baarde aan Ezau Jehus, en Jaëlam, en Korah.stylusGenesis 36:2, Genesis 36:2, Genesis 36:5, 1 Kronieken 1:35, Genesis 36:1815Dit zijn de vorsten der zonen van Ezau: de zonen van Elifaz, den eerstgeborene van Ezau, waren: de vorst Teman, de vorst Omar, de vorst Zefo, de vorst Kenaz.stylusObadja 1:9, Genesis 36:11, Genesis 36:12, Job 2:11, Obadja 1:916De vorst Korah, de vorst Gaetam, de vorst Amalek; dat zijn de vorsten van Elifaz in het land Edom; dat zijn de zonen van Ada.stylusExodus 15:15, Exodus 15:1517En dit zijn de zonen van Rehuël, den zoon van Ezau: de vorst Nahath, de vorst Zerah, de vorst Samma, de vorst Mizza; dat zijn de vorsten van Rehuël in het land Edom; dat zijn de zonen van Basmath, de huisvrouw van Ezau.stylusGenesis 36:13, 1 Kronieken 1:37, Genesis 36:13, 1 Kronieken 1:37, Genesis 36:418En dit zijn de zonen van Aholibama, de huisvrouw van Ezau: de vorst Jehus, de vorst Jaëlam, de vorst Korah; dat zijn de vorsten van Aholibama, de dochter van Ana, de huisvrouw van Ezau.stylusGenesis 36:14, Genesis 36:14, 1 Kronieken 1:35, Genesis 36:5, 1 Kronieken 1:3519Dat zijn de zonen van Ezau, en dat zijn hunlieder vorsten; hij is Edom.stylus20Dit zijn de zonen van Seir, den Horiet, inwoners van dat land: Lotan, en Sobal, en Zibeon, en Ana,stylusDeuteronomium 2:22, Deuteronomium 2:12, Genesis 14:6, Deuteronomium 2:22, Deuteronomium 2:1221En Dison, en Ezer, en Disan; dat zijn de vorsten der Horieten, zonen van Seir, in het land van Edom.stylus22En de zonen van Lotan waren Hori en Hemam; en Lotans zuster was Timna.stylus1 Kronieken 1:39, 1 Kronieken 1:3923En dit zijn de zonen van Sobal: Alvan en Manahath, en Ebal, en Sefo, en Onam.stylus1 Kronieken 1:40, 1 Kronieken 1:4024En dit zijn de zonen van Zibeon: Aja en Ana, hij is die Ana, die de muilen in de woestijn gevonden heeft, toen hij de ezels van zijn vader Zibeon weidde.stylus2 Samuël 18:9, 1 Koningen 1:44, Deuteronomium 2:10, Leviticus 19:19, 1 Koningen 4:2825En dit zijn de zonen van Ana: Dison; en Aholibama was de dochter van Ana.stylusGenesis 36:2, Genesis 36:2, 1 Kronieken 1:41, Genesis 36:5, Genesis 36:1426En dit zijn de zonen van Dison: Hemdan, en Esban, en Ithran, en Cheran.stylus1 Kronieken 1:41, 1 Kronieken 1:4127Dit zijn de zonen van Ezer: Bilhan, en Zaavan, en Akan.stylus1 Kronieken 1:42, Genesis 36:21, 1 Kronieken 1:38, 1 Kronieken 1:42, Genesis 36:2128Dit zijn de zonen van Disan: Uz en Aran.stylusJeremia 25:20, Klaagliederen 4:21, Job 1:1, Jeremia 25:20, Klaagliederen 4:2129Dit zijn de vorsten der Horieten: de vorst Lotan, de vorst Sobal, de vorst Zibeon, de vorst Ana.stylusGenesis 36:20, Genesis 36:20, Genesis 36:28, 1 Kronieken 1:38, 1 Kronieken 1:4130De vorst Dison, de vorst Ezer, de vorst Disan; dit zijn de vorsten der Horieten, naar hun vorsten in het land Seir.stylusDaniël 7:17, 2 Koningen 11:19, Daniël 7:23, Jesaja 23:15, Daniël 7:1731En dit zijn koningen, die geregeerd hebben in het land Edom, eer een koning regeerde over de kinderen Israëls.stylusGenesis 17:6, Genesis 17:6, 1 Kronieken 1:43, 1 Kronieken 1:50, Genesis 17:1632Bela dan, de zoon van Beor, regeerde in Edom, en de naam zijner stad was Dinhaba.stylus33En Bela stierf, en Jobab, de zoon van Zerah, van Bozra, regeerde in zijn plaats.stylusJeremia 49:13, Jeremia 49:22, Jeremia 49:13, Jeremia 49:22, Jesaja 63:134En Jobab stierf, en Husam, uit der Temanieten land, regeerde in zijn plaats.stylusJeremia 49:7, Genesis 36:11, Genesis 36:15, Job 2:11, Jeremia 49:735En Husam stierf, en in zijn plaats regeerde Hadad, de zoon van Bedad, die Midian versloeg in het veld van Moab; en de naam zijner stad was Avith.stylus36En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats.stylus1 Kronieken 1:47, 1 Kronieken 1:4737En Samla stierf, en Saul van Rehoboth, aan de rivier, regeerde in zijn plaats.stylus1 Kronieken 1:48, Genesis 10:11, 1 Kronieken 1:48, Genesis 10:1138En Saul stierf, en Baäl-hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats.stylus39En Baäl-hanan, de zoon van Achbor, stierf, en Hadar regeerde in zijn plaats; en de naam zijner stad was Pahu; en de naam zijner huisvrouw was Mechetabeel, een dochter van Matred, de dochter van Me-zahab.stylus1 Kronieken 1:50, Exodus 15:15, 1 Kronieken 1:50, Exodus 15:1540En dit zijn de namen der vorsten van Ezau, naar hun geslachten, naar hun plaatsen, met hun namen: de vorst Timna, de vorst Alva, de vorst Jetheth,stylus1 Kronieken 1:51, 1 Kronieken 1:54, 1 Kronieken 1:51, 1 Kronieken 1:54, Exodus 15:1541De vorst Aholibama, de vorst Ela, de vorst Pinon,stylus42De vorst Kenaz, de vorst Teman, de vorst Mibzar,stylus43De vorst Magdiel, de vorst Iram; dit zijn de vorsten van Edom, naar hun woningen, in het land hunner bezitting; hij is Ezau, de vader van Edom.stylusNumeri 20:14, Genesis 36:7, Genesis 36:8, Genesis 36:30, Genesis 36:31