1Alzo toog Abram op uit Egypte naar het zuiden, hij en zijn huisvrouw, en al wat hij had, en Lot met hem.stylusGenesis 12:9, Genesis 12:20, Jozua 10:40, Genesis 12:9, Genesis 12:202En Abram was zeer rijk, in vee, in zilver, en in goud.stylusGenesis 24:35, Psalmen 112:1, Psalmen 112:3, Genesis 24:35, Psalmen 112:13En hij ging, volgens zijn reizen, van het zuiden tot Beth-el toe, tot aan de plaats, waar zijn tent in het begin geweest was, tussen Beth-el, en tussen Ai;stylusGenesis 12:6, Genesis 12:8, Genesis 12:9, Genesis 12:6, Genesis 12:84Tot de plaats des altaars, dat hij in het eerst daar gemaakt had; en Abram heeft aldaar den Naam des Heeren aangeroepen.stylusJeremia 29:12, Genesis 12:7, Genesis 12:8, Jeremia 29:12, Genesis 12:75En Lot, die met Abram toog, had ook schapen, en runderen, en tenten.stylusJeremia 49:29, Genesis 25:27, Genesis 4:20, Jeremia 49:29, Genesis 25:276En dat land droeg hen niet, om samen te wonen; want hun have was vele, zodat zij samen niet konden wonen.stylusGenesis 36:6, Genesis 36:7, Genesis 36:6, Genesis 36:7, 1 Timotheüs 6:97En er was twist tussen de herders van Abrams vee, en tussen de herders van Lots vee. Ook woonden toen de Kanaänieten en Ferezieten in dat land.stylusGenesis 26:20, Genesis 26:20, Genesis 12:6, Genesis 12:6, Jakobus 3:168En Abram zeide tot Lot: Laat toch geen twisting zijn tussen mij en tussen u, en tussen mijn herders en tussen uw herders; want wij zijn mannen broeders.stylus1 Korintiërs 6:6, 1 Korintiërs 6:7, 1 Korintiërs 6:6, 1 Korintiërs 6:7, Handelingen 7:269Is niet het ganse land voor uw aangezicht? Scheid u toch van mij; zo gij de linkerhand kiest, zo zal ik ter rechterhand gaan; en zo gij de rechterhand, zo zal ik ter linkerhand gaan.stylus1 Petrus 3:8, 1 Petrus 3:12, Hebreeën 12:14, Genesis 34:10, Genesis 20:1510En Lot hief zijn ogen op, en hij zag de ganse vlakte der Jordaan, dat zij die geheel bevochtigde; eer de Heere Sodom en Gomorra verdorven had, was zij als de hof des Heeren, als Egypteland, als gij komt te Zoar.stylusDeuteronomium 34:3, Deuteronomium 34:3, Jesaja 51:3, Genesis 14:8, Jesaja 51:311Zo koos Lot voor zich de ganse vlakte der Jordaan, en Lot trok tegen het oosten; en zij werden gescheiden, de een van den ander.stylusGenesis 13:9, Genesis 13:9, Psalmen 119:63, Hebreeën 10:25, 1 Petrus 2:1712Abram dan woonde in het land Kanaän; en Lot woonde in de steden der vlakte, en sloeg tenten tot aan Sodom toe.stylusGenesis 19:29, Genesis 19:29, Genesis 14:12, Genesis 19:1, Genesis 14:1213En de mannen van Sodom waren boos, en grote zondaars tegen den Heere.stylus2 Petrus 2:10, 2 Petrus 2:10, 2 Petrus 2:6, 2 Petrus 2:8, Judas 1:714En de Heere zeide tot Abram, nadat Lot van hem gescheiden was: Hef uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt noordwaarts en zuidwaarts, en oostwaarts en westwaarts.stylusJesaja 49:18, Deuteronomium 3:27, Jesaja 49:18, Deuteronomium 3:27, Genesis 28:1415Want al dit land, dat gij ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid.stylus2 Kronieken 20:7, 2 Kronieken 20:7, Genesis 15:18, Genesis 12:7, Genesis 35:1216En Ik zal uw zaad stellen als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zal kunnen tellen, zal ook uw zaad geteld worden.stylusGenesis 28:14, Numeri 23:10, Genesis 28:14, Numeri 23:10, Genesis 32:1217Maak u op, wandel door dit land, in zijn lengte en in zijn breedte; want Ik zal het u geven.stylusGenesis 13:15, Genesis 13:15, Numeri 13:17, Numeri 13:24, Numeri 13:1718En Abram sloeg tenten op, en kwam en woonde aan de eikenbossen van Mamre, die bij Hebron zijn; en hij bouwde aldaar den Heere een altaar.stylusGenesis 18:1, Genesis 14:13, Genesis 35:27, Genesis 8:20, Genesis 18:1