1Mijn zoon, als ge voor een ander borg zijt gebleven, Uw handslag hebt gegeven ten bate van een vreemde,stylusHooglied 5:9, Hooglied 1:8, Hooglied 5:9, Hooglied 1:8, Jeremia 14:82Verstrikt zijt geraakt in uw eigen woorden, In uw eigen beloften gevangen:stylusHooglied 5:13, Hooglied 5:13, Filippenzen 1:21, Filippenzen 1:23, Mattheüs 28:203Doe dan, mijn zoon, wat ik zeg, en red u eruit; Want ge zijt in de macht van uw naaste! Ga heen zonder talmen, Dring aan bij uw naaste;stylusHooglied 2:16, Hooglied 2:16, Hooglied 7:10, Hooglied 7:10, Hebreeën 8:104Gun uw ogen geen rust, Uw wimpers geen slaap;stylusHooglied 6:10, Hooglied 6:10, Psalmen 48:2, Psalmen 48:2, 1 Koningen 14:175Ruk u los als een gazelle uit de strik, Als een vogel uit de hand van den vogelaar.stylusJeremia 15:1, Mattheüs 15:27, Mattheüs 15:28, Exodus 32:10, Jeremia 15:16Luiaard, ga kijken naar de mier; Zie, hoe ze zwoegt, en word wijs!stylusHooglied 4:2, Hooglied 4:2, Mattheüs 25:30, Mattheüs 21:19, Mattheüs 25:307Al heeft ze geen leider, Geen opzichter, geen heerser,stylusHooglied 4:3, Hooglied 4:38Toch zorgt ze in de zomer voor haar spijs, Zoekt ze in de oogsttijd haar voedsel bijeen.stylusPsalmen 45:14, Psalmen 45:14, 1 Koningen 11:3, 1 Koningen 11:1, 1 Koningen 11:39Luiaard, hoe lang blijft ge liggen, Wanneer zult ge ontwaken uit uw slaap?stylusHooglied 2:14, Hooglied 2:14, Genesis 30:13, Hooglied 5:2, Psalmen 45:910Nog even slapen, nog even soezen, Nog even in bed de handen over elkaar:stylusHooglied 6:4, Hooglied 6:4, Openbaring 12:1, Job 31:26, Openbaring 12:111En de armoe overvalt u als een zwerver, Het gebrek als een rover!stylusHooglied 7:12, Hooglied 7:12, Genesis 2:9, Psalmen 92:12, Psalmen 92:1512Een nietsnut is het, een booswicht, Die omgaat met bedrieglijke taal;stylusHosea 11:8, Hosea 11:9, Lucas 15:20, Hosea 11:8, Hosea 11:913Die met de ogen knipt, met de voeten wenkt, En tekens geeft met de vingers;stylusGenesis 32:2, Genesis 32:2, Galaten 5:17, Romeinen 3:29, 2 Samuël 17:2414Die boze plannen smeedt in zijn hart, Steeds kwaad beraamt en ruzie zoekt!stylus15Daarom zal hem de tegenspoed plotseling treffen, Zal hij met één slag bezwijken, zonder kans op herstel.stylus16Zes dingen zijn er die Jahweh haat, Van zeven heeft hij een afschuw:stylus17Van brutale ogen; van een valse tong; Van handen, die onschuldig bloed vergieten;stylus18Van een hart, dat boze plannen beraamt; Van voeten, die ten kwade spoeden;stylus19Van een valsen getuige, die leugens verspreidt; Van iemand, die broedertwist stookt.stylus20Mijn zoon, onderhoud het gebod van uw vader, Sla niet in de wind wat uw moeder u leerde;stylus21Prent het voor altijd in uw hart, Wind het als een snoer om uw hals.stylus22Als ge wandelt, moge het u geleiden, Over u waken, als ge slaapt, Tot u spreken, wanneer ge ontwaakt.stylus23Want het gebod is een lamp, Het onderricht een licht, De straffe tucht een weg ten leven.stylus24Het zal u behoeden voor de vrouw van een ander, Voor de gladde tong van een vreemde.stylus25Zet uw hart niet op haar schoonheid, Laat ze u niet met haar wimpers verleiden;stylus26Want de prijs van een deerne is een stuk brood, Maar de getrouwde vrouw maakt jacht op een kostelijk levenstylus27Kan iemand soms vuur in zijn voorschoot nemen, Zonder dat hij zijn kleren schroeit;stylus28Of kan hij op gloeiende kolen lopen, Zonder dat hij zijn voeten brandt?stylus29Zo vergaat het hem, die zich afgeeft met de vrouw van een ander: Niemand die haar aanraakt, komt er straffeloos van af.stylus30Men veracht geen dief, zo hij enkel steelt, Om zijn maag te vullen, als hij honger heeft;stylus31Toch moet hij, eenmaal betrapt, zevenvoudig vergoeden, Alles geven wat hij in huis heeft.stylus32Kortzichtig de man, die overspel pleegt met een vrouw: Wie zijn eigen ondergang wil, moet zo iets niet doen;stylus33Schade en schande zal zo iemand belopen, Zijn slechte naam raakt hij nimmer meer kwijt.stylus34Want de jaloezie van den man wekt de woede bij hem op, En op de dag van de wraak zal hij niemand ontzien;stylus35Dan slaat hij op losgeld geen acht, Hij wil het niet, al biedt ge hem nog zo veel!stylus