Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Spreuken Hoofdstuk 6

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
SPREUKEN

Spreuken 6

1Mijn zoon, als ge voor een ander borg zijt gebleven, Uw handslag hebt gegeven ten bate van een vreemde,
Hooglied 5:9, Hooglied 1:8, Hooglied 5:9, Hooglied 1:8, Jeremia 14:8
2Verstrikt zijt geraakt in uw eigen woorden, In uw eigen beloften gevangen:
Hooglied 5:13, Hooglied 5:13, Filippenzen 1:21, Filippenzen 1:23, Mattheüs 28:20
3Doe dan, mijn zoon, wat ik zeg, en red u eruit; Want ge zijt in de macht van uw naaste! Ga heen zonder talmen, Dring aan bij uw naaste;
Hooglied 2:16, Hooglied 2:16, Hooglied 7:10, Hooglied 7:10, Hebreeën 8:10
4Gun uw ogen geen rust, Uw wimpers geen slaap;
Hooglied 6:10, Hooglied 6:10, Psalmen 48:2, Psalmen 48:2, 1 Koningen 14:17
5Ruk u los als een gazelle uit de strik, Als een vogel uit de hand van den vogelaar.
Jeremia 15:1, Mattheüs 15:27, Mattheüs 15:28, Exodus 32:10, Jeremia 15:1
6Luiaard, ga kijken naar de mier; Zie, hoe ze zwoegt, en word wijs!
Hooglied 4:2, Hooglied 4:2, Mattheüs 25:30, Mattheüs 21:19, Mattheüs 25:30
7Al heeft ze geen leider, Geen opzichter, geen heerser,
Hooglied 4:3, Hooglied 4:3
8Toch zorgt ze in de zomer voor haar spijs, Zoekt ze in de oogsttijd haar voedsel bijeen.
Psalmen 45:14, Psalmen 45:14, 1 Koningen 11:3, 1 Koningen 11:1, 1 Koningen 11:3
9Luiaard, hoe lang blijft ge liggen, Wanneer zult ge ontwaken uit uw slaap?
Hooglied 2:14, Hooglied 2:14, Genesis 30:13, Hooglied 5:2, Psalmen 45:9
10Nog even slapen, nog even soezen, Nog even in bed de handen over elkaar:
Hooglied 6:4, Hooglied 6:4, Openbaring 12:1, Job 31:26, Openbaring 12:1
11En de armoe overvalt u als een zwerver, Het gebrek als een rover!
Hooglied 7:12, Hooglied 7:12, Genesis 2:9, Psalmen 92:12, Psalmen 92:15
12Een nietsnut is het, een booswicht, Die omgaat met bedrieglijke taal;
Hosea 11:8, Hosea 11:9, Lucas 15:20, Hosea 11:8, Hosea 11:9
13Die met de ogen knipt, met de voeten wenkt, En tekens geeft met de vingers;
Genesis 32:2, Genesis 32:2, Galaten 5:17, Romeinen 3:29, 2 Samuël 17:24
14Die boze plannen smeedt in zijn hart, Steeds kwaad beraamt en ruzie zoekt!
15Daarom zal hem de tegenspoed plotseling treffen, Zal hij met één slag bezwijken, zonder kans op herstel.
16Zes dingen zijn er die Jahweh haat, Van zeven heeft hij een afschuw:
17Van brutale ogen; van een valse tong; Van handen, die onschuldig bloed vergieten;
18Van een hart, dat boze plannen beraamt; Van voeten, die ten kwade spoeden;
19Van een valsen getuige, die leugens verspreidt; Van iemand, die broedertwist stookt.
20Mijn zoon, onderhoud het gebod van uw vader, Sla niet in de wind wat uw moeder u leerde;
21Prent het voor altijd in uw hart, Wind het als een snoer om uw hals.
22Als ge wandelt, moge het u geleiden, Over u waken, als ge slaapt, Tot u spreken, wanneer ge ontwaakt.
23Want het gebod is een lamp, Het onderricht een licht, De straffe tucht een weg ten leven.
24Het zal u behoeden voor de vrouw van een ander, Voor de gladde tong van een vreemde.
25Zet uw hart niet op haar schoonheid, Laat ze u niet met haar wimpers verleiden;
26Want de prijs van een deerne is een stuk brood, Maar de getrouwde vrouw maakt jacht op een kostelijk leven
27Kan iemand soms vuur in zijn voorschoot nemen, Zonder dat hij zijn kleren schroeit;
28Of kan hij op gloeiende kolen lopen, Zonder dat hij zijn voeten brandt?
29Zo vergaat het hem, die zich afgeeft met de vrouw van een ander: Niemand die haar aanraakt, komt er straffeloos van af.
30Men veracht geen dief, zo hij enkel steelt, Om zijn maag te vullen, als hij honger heeft;
31Toch moet hij, eenmaal betrapt, zevenvoudig vergoeden, Alles geven wat hij in huis heeft.
32Kortzichtig de man, die overspel pleegt met een vrouw: Wie zijn eigen ondergang wil, moet zo iets niet doen;
33Schade en schande zal zo iemand belopen, Zijn slechte naam raakt hij nimmer meer kwijt.
34Want de jaloezie van den man wekt de woede bij hem op, En op de dag van de wraak zal hij niemand ontzien;
35Dan slaat hij op losgeld geen acht, Hij wil het niet, al biedt ge hem nog zo veel!

Andere Boeken

SpreukenPredikerHooglied+

Andere Boeken

SpreukenHfst. 6
PredikerHoogliedWijsheidSirachJesaja
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward