1De visioenen, die Isaias, de zoon van Amos, over Juda en Jerusalem zag in de dagen van Ozias, Jotam, Achaz en Ezekias.stylus2 Koningen 24:1, 2 Koningen 24:2, 2 Koningen 24:1, 2 Koningen 24:2, 2 Kronieken 36:52Hemelen hoort, en aarde luister: Want het is Jahweh, die spreekt! Ik bracht kinderen groot, en voedde ze op: Maar ze zijn Mij ontrouw geworden.stylus2 Kronieken 36:7, 2 Kronieken 36:7, Zacharia 5:11, Jeremia 27:19, Jeremia 27:203Een os kent zijn meester, Een ezel de krib van zijn heer: Maar Israël kent zo iets niet, Mijn volk begrijpt het niet eens.stylusJesaja 39:7, Jesaja 39:7, 2 Koningen 20:17, 2 Koningen 20:18, 2 Koningen 20:174Wee die zondige natie, Dat volk, beladen met schuld; Dat goddeloos ras, Dat bedorven broed! Ze hebben Jahweh verlaten, Israëls Heilige verloochend, Hem de rug toegekeerd.stylusDaniël 5:11, Daniël 5:11, Handelingen 7:22, Handelingen 7:22, Spreuken 22:295Waar wilt ge nú nog worden geslagen, Dat ge u altijd verzet? Het hoofd is helemaal ziek, Het hart kwijnt heel en al weg.stylusDaniël 1:19, Daniël 1:19, 1 Koningen 10:8, Daniël 1:8, 1 Koningen 10:86Van voetzool tot schedel geen gave plek; Maar builen, striemen en verse wonden: Niet uitgedrukt, niet verbonden, Niet met olie verzacht.stylusEzechiël 14:14, Ezechiël 14:14, Daniël 2:17, Ezechiël 14:20, Mattheüs 24:157Uw land verwoest, Uw steden verbrand; Uw akkers onder uw ogen door vreemden verteerd, Vernield, als onder een stortvloed bedolven.stylusDaniël 5:12, Daniël 5:12, Daniël 4:8, Daniël 4:8, Daniël 2:498Eenzaam de dochter van Sion, als een hut in de wijngaard, Als een hok in de moestuin, een belegerde stad!stylusPsalmen 141:4, Psalmen 141:4, Ezechiël 4:13, Ezechiël 4:14, Ezechiël 4:139Ach, zo Jahweh der heirscharen ons geen rest had gelaten, Wij waren als Sodoma, en aan Gomorra gelijk!stylusGenesis 39:21, Genesis 39:21, Psalmen 106:46, Spreuken 16:7, Psalmen 106:4610Hoort dan het woord van Jahweh, vorsten van Sodoma, Volk van Gomorra, luister naar de les van onzen God:stylusMattheüs 6:16, Mattheüs 6:18, Mattheüs 6:16, Mattheüs 6:18, Johannes 12:4211Wat geef Ik om uw talloze offers, Spreekt Jahweh! Ik ben zat van de offers van rammen, En van het vet van kalveren; Het bloed van stieren, van lammeren en bokken, Ik lust het niet meer.stylus12Opgaan, om mijn aanschijn te zien, Mijn voorhof betreden: wie eist het van u?stylusRomeinen 14:2, Daniël 1:16, Genesis 1:29, Genesis 1:30, Romeinen 14:213Neen, brengt geen nutteloze spijsoffers meer; De wierook walgt Mij. Nieuwe maan, sabbat of hoogtij: Ik duld geen feesten tezamen met misdaad;stylus14Ik haat uw stonden en tijden, Ze zijn Mij een last; Ik ben moe ze te dragen.stylus15Heft gij uw handen omhoog, Ik sluit mijn ogen voor u, Ik luister niet eens, hoeveel gij ook bidt: Uw handen druipen van bloed;stylusExodus 23:25, Exodus 23:25, Mattheüs 4:4, Deuteronomium 28:1, Deuteronomium 28:1416Wast u eerst, en wordt rein! Weg uw boosheid uit mijn ogen,stylusDaniël 1:12, Daniël 1:1217Houdt op met kwaad, leert het goede doen; Behartigt het recht, en helpt den verdrukte, Geef den wees wat hem toekomt, neemt het voor de weduwe op!stylus1 Koningen 3:12, Jakobus 1:5, 1 Koningen 3:12, Jakobus 1:5, Daniël 2:2118Komt, dan maken wij er met elkander een eind aan, Spreekt Jahweh! Al zijn uw zonden als scharlaken, ze zullen wit zijn als sneeuw, Of rood als purper, ze zullen blank zijn als wol.stylusDaniël 1:5, Daniël 1:519Zo ge gewillig zijt en gehoorzaam, Zult ge het vette der aarde genieten;stylusGenesis 41:46, Daniël 1:5, Spreuken 22:29, Genesis 41:46, Daniël 1:520Maar zo ge blijft weigeren, en u verzetten, Zal het zwaard u verslinden, zegt Jahweh’s mond.stylusJesaja 47:12, Jesaja 47:14, 1 Koningen 4:29, 1 Koningen 4:34, Exodus 8:1921Ach, hoe is de trouwe, rechtschapen Stad ontuchtig geworden, Waar eens rechtvaardigen, nu moordenaars wonen.stylusDaniël 6:28, Daniël 6:28, Daniël 10:1, Daniël 10:122Uw zilver is in afval veranderd, Uw wijn met water vervalst.stylus23Uw vorsten rebellen, en heulend met dieven, Allen tuk op geschenken, en loerend op fooi; Den wees geven ze niet wat hem toekomt, Voor de weduwe neemt niemand het op.stylus24Daarom luidt de godsspraak des Heren, Van Jahweh der heirscharen, Israëls Sterke: Ha, Ik zal mijn woede koelen aan die Mij weerstreven, Mij op mijn vijanden wreken;stylus25En op u zal Ik zwaar mijn hand laten drukken, U in de vuuroven louteren: De afval zuiveren Van al uw lood.stylus26Dan zal Ik uw rechters weer maken als vroeger, Uw raadsheren weer als voorheen; Dan zult gij weer Stad der Gerechtigheid heten, Een veste van trouw!stylus27Dan zal Sion door gerechtigheid worden verzoend, Door rechtschapenheid zijn bewoners;stylus28Maar de afvalligen en zondaars worden allen verpletterd, Die Jahweh verzaken, vernield.stylus29Dan zult ge u over de eiken schamen, waar ge zo naar verlangt, En over uw lusthoven blozen,stylus30Wanneer ge zult zijn als een eik zonder blaren, Als een hof, die geen water meer heeft.stylus31De rijkdom zal zijn als de pluizen van vlas, Die hem heeft opgestapeld, de vonk; Beiden zullen verbranden, En niemand zal blussen.stylus