1Spreuken van Salomon, den zoon van David, Den koning van Israël:stylusJesaja 5:1, Jesaja 5:1, 1 Koningen 4:32, 1 Koningen 4:32, Psalmen 14:12Ze leren u kennen wijsheid en tucht, Ze geven u begrip voor verstandige woorden;stylusHooglied 4:10, Hooglied 4:10, Jesaja 55:1, Jesaja 55:2, Hooglied 1:43Ze voeden u op tot heilzame tucht, Rechtschapenheid, plichtsbesef en oprechtheid.stylusPrediker 7:1, Prediker 7:1, Exodus 30:23, Exodus 30:28, Hooglied 4:104Aan de onnozelen schenken ze ervaring, Aan jonge mensen doordachte kennis.stylusHosea 11:4, Johannes 6:44, Hosea 11:4, Johannes 6:44, Psalmen 45:145Als een wijze ze hoort, zal hij zijn inzicht verdiepen, Een verstandig mens zal er ideeën door krijgen;stylusHooglied 2:14, Hooglied 2:14, Psalmen 120:5, 2 Korintiërs 5:21, Hooglied 5:166Spreuk en strikvraag zal hij doorzien, De woorden der wijzen en hun problemen.stylusHooglied 8:11, Hooglied 8:12, Hooglied 8:11, Hooglied 8:12, Lucas 12:517Het ontzag voor Jahweh is de grondslag der wijsheid; Maar ongelovigen lachen om wijsheid en tucht.stylusHooglied 3:1, Hooglied 3:4, Hooglied 3:1, Hooglied 3:4, Jesaja 13:208Mijn zoon, luister dus naar de wenken van uw vader, Sla niet in de wind, wat uw moeder u leerde;stylusHooglied 6:1, Hooglied 6:1, Hooglied 5:9, Hooglied 5:9, Hooglied 4:79Want het siert uw hoofd als een krans, Uw hals als een snoer.stylusHooglied 2:13, Hooglied 2:10, Hooglied 2:13, Hooglied 2:10, Johannes 15:1410Mijn zoon, als zondaars u willen verleiden, stem niet toe,stylusEzechiël 16:11, Ezechiël 16:13, Ezechiël 16:11, Ezechiël 16:13, 1 Petrus 3:411Als ze u zeggen: Ga met ons mee, Laat ons loeren op bloed, Laat ons zo maar onschuldigen belagen,stylusPsalmen 149:4, Filippenzen 3:21, Psalmen 149:4, Filippenzen 3:21, Genesis 1:2612Gelijk de onderwereld hen levend verslinden, Als zij, die ten grave dalen, geheel en al;stylusJohannes 12:3, Johannes 12:3, Openbaring 3:20, Openbaring 3:20, Marcus 14:313Allerlei kostbare schatten zullen we vinden, Onze huizen vullen met buit;stylusJohannes 19:39, Johannes 19:39, Psalmen 45:8, Psalmen 45:8, Efeziërs 3:1714Ge moogt meeloten in onze kring, Eén buidel zullen we samen delen!stylus1 Samuël 23:29, 1 Samuël 24:1, Hooglied 2:3, Hooglied 1:13, Jozua 15:6215Mijn zoon, ga dan niet met hen mee, En houd uw voet af van hun pad;stylusHooglied 4:1, Hooglied 4:1, Hooglied 5:12, Hooglied 5:12, Hooglied 4:716Want hun voeten ijlen naar het kwade, En haasten zich, om bloed te vergieten.stylusHooglied 2:3, Hooglied 2:3, Psalmen 45:2, Psalmen 45:2, Zacharia 9:1717Maar zoals het niet geeft, of het net wordt gespannen, Terwijl alle vogels het zien:stylusHebreeën 11:10, Hebreeën 11:10, Psalmen 92:12, Psalmen 92:12, Hooglied 7:518Zo loeren ze slechts op hun eigen bloed, En belagen ze hun eigen leven!stylus19Zo gaat het allen, die uit zijn op oneerlijke winst: Deze beneemt zijn bezitters het leven.stylus20De wijsheid roept luid in de straten, Op de pleinen verheft ze haar stem;stylus21Ze roept op de tinne der muren, En spreekt aan de ingang der poorten:stylus22Hoe lang nog, dommen, blijft gij liever onnozel, Blijven de eigenwijzen verwaand, Willen de dwazen van geen wijsheid horen?stylus23Keert u tot mijn vermaning; Dan stort ik mijn geest over u uit, En maak u mijn woorden bekend.stylus24Maar zo ge weigert, als ik roep, En niemand er op let, als ik mijn hand verhef;stylus25Zo ge mijn raad geheel en al in de wind slaat, En van mijn vermaning niet wilt weten:stylus26Zal ik lachen, wanneer het u slecht gaat, Zal ik spotten, wanneer uw verschrikking komt als een onweer;stylus27Wanneer uw ongeluk nadert als een orkaan, Wanneer benauwdheid en angst u overvallen!stylus28Dan zal men mij roepen, maar zal ik niet antwoorden, Zal men mij zoeken, maar mij niet vinden!stylus29Omdat ze van wijsheid niets wilden weten, En het ontzag voor Jahweh niet hebben verkozen,stylus30Van mijn raad niets moesten hebben, En al mijn vermaan in de wind hebben geslagen:stylus31Zullen ze eten de vrucht van hun wandel, Verzadigd worden met wat ze beraamden.stylus32Want de onnozelen komen door hun onverschilligheid om, De dwazen storten door hun lichtzinnigheid in het verderf;stylus33Maar die naar mij luistert, zal in veiligheid wonen, Bevrijd van de vrees voor de rampen!stylus