1Bemint de gerechtigheid, gij heersers der aarde: Houdt den Heer voor ogen in rechtschapenheid, En zoekt Hem in oprechtheid des harten.stylusEzra 4:20, 1 Koningen 4:21, Jesaja 3:26, Ezra 4:20, 1 Koningen 4:212Want Hij laat Zich vinden door wie Hem niet beproeven, En openbaart Zich aan die Hem niet wantrouwen.stylusPsalmen 6:6, Psalmen 6:6, Micha 7:5, Micha 7:5, Klaagliederen 1:163Gedachten van wantrouwen toch trekken van God af; Beproeft men zijn almacht, dan verslaat zij de dwazen.stylusDeuteronomium 28:64, Deuteronomium 28:67, Klaagliederen 2:9, Deuteronomium 28:64, Deuteronomium 28:674Neen, in een arglistige ziel treedt de wijsheid niet binnen; Zij woont niet in een lichaam, in de macht der zonde.stylusJoël 1:8, Joël 1:13, Jeremia 9:11, Joël 1:8, Joël 1:135Want de heilige geest der tucht vlucht alle onoprechtheid, Keert zich af van zondige gedachten, En trekt zich terug, als de ongerechtigheid nadert,stylusEzechiël 8:17, Ezechiël 8:18, Deuteronomium 32:15, Deuteronomium 32:27, Ezechiël 9:96Zeker, de wijsheid is een geest vol mensenliefde; Maar zij laat den lasteraar niet ongestraft voor zijn taal. Want God is getuige van zijn nieren, Waarachtige bespieder van zijn hart, En beluisteraar van zijn tong.stylusEzechiël 24:25, Ezechiël 24:25, Jeremia 14:5, Jeremia 14:6, Jeremia 52:77Ja, de geest des Heren vervult het heelal; Alles samenhoudend, draagt Hij kennis van ieder woord.stylusPsalmen 79:4, Psalmen 79:4, Deuteronomium 4:34, Deuteronomium 4:37, Psalmen 77:58Daarom blijft niemand verborgen, die goddeloos spreekt; De straffende rechtvaardigheid gaat hem niet voorbij.stylusKlaagliederen 1:20, Klaagliederen 1:22, Jesaja 59:2, Jesaja 59:13, Klaagliederen 1:209Want zelfs de gedachten van den zondaar worden ontleed; Het gerucht van zijn woorden dringt door tot den Heer, Zodat zijn zonden worden bestraft.stylusDeuteronomium 32:29, Deuteronomium 32:29, Jesaja 47:7, Jesaja 47:7, Psalmen 25:1810Een naijverig oor toch verneemt alle geluid; Zelfs het zachtste gemompel blijft niet verborgen.stylusDeuteronomium 23:3, Deuteronomium 23:3, Jeremia 51:51, Jeremia 51:51, Psalmen 74:411Wacht u dus wel voor nutteloos morren, En behoedt uw tong voor de laster; Want zelfs heimelijk spreken blijft niet ongestraft, En een mond, die lastert, brengt dood aan de ziel.stylusJeremia 52:6, Jeremia 52:6, Jeremia 38:9, Jeremia 38:9, Klaagliederen 2:1212Zoekt toch niet de dood door uw verkeerde wandel; Berokkent u geen verderf door de werken van uw handen.stylusLucas 23:28, Lucas 23:31, Daniël 9:12, Lucas 23:28, Lucas 23:3113Want het is niet God, die de dood heeft gemaakt; Hij vindt geen vreugde in de ondergang van de levenden.stylusJob 30:30, Habakuk 3:16, Job 30:30, Habakuk 3:16, Job 19:614Hij toch heeft alles geschapen om te leven, En de schepselen der aarde helpen mee. Geen verderfbrengend gift bevindt zich daarin, Zelfs het dodenrijk heeft geen macht op aarde;stylusJesaja 47:6, Deuteronomium 28:48, Jesaja 47:6, Deuteronomium 28:48, Jeremia 28:1415Want de gerechtigheid is onsterfelijk.stylusJesaja 63:3, Jesaja 28:18, Maleachi 4:3, Jesaja 63:3, Jesaja 28:1816Maar de goddelozen roepen de dood met daden en woorden, Ze smachten er naar, als was hij een vriend; Ze hebben met hem een verbond gesloten, Omdat ze verdienen, zijn buit te worden.stylusKlaagliederen 1:2, Klaagliederen 1:2, Klaagliederen 2:18, Klaagliederen 3:48, Klaagliederen 3:49