1Mijn zoon, schenk uw aandacht aan mijn wijsheid, Neig uw oor tot mijn inzicht;stylusHooglied 6:2, Hooglied 6:2, Hooglied 4:16, Hooglied 4:16, Hooglied 4:92Dat overleg en ervaring u mogen behoeden, En u bewaren voor de lippen van een vreemde vrouw.stylusOpenbaring 3:20, Openbaring 3:20, Hooglied 2:14, Hooglied 2:14, Hooglied 6:93Want al druipen de lippen der vreemde van honing, En is haar gehemelte gladder dan olie,stylusLucas 11:7, Lucas 11:7, Spreuken 3:28, Spreuken 13:4, Mattheüs 25:54Ten slotte is zij bitter als alsem, En scherp als een tweesnijdend zwaard.stylusFilippenzen 2:13, Psalmen 110:3, Hooglied 1:4, Handelingen 16:14, 1 Koningen 3:265Haar voeten dalen af naar de dood, Tot de onderwereld leiden haar schreden;stylusHooglied 5:13, Hooglied 5:13, Efeziërs 3:17, Efeziërs 3:17, 2 Korintiërs 7:96Ze bakent de weg des levens niet af, Maar haar paden kronkelen ongemerkt!stylusHooglied 5:2, Hooglied 5:2, Openbaring 3:19, Openbaring 3:19, Hooglied 6:17Welnu dan kinderen, luistert naar mij, Keert u niet af van mijn woorden.stylusHooglied 3:3, Hooglied 3:3, Johannes 16:2, Jesaja 6:10, Jesaja 6:118Houd uw weg verre van haar, Nader niet tot de deur van haar huis:stylusHooglied 2:5, Hooglied 2:7, Hooglied 2:5, Hooglied 2:7, Psalmen 42:19Anders moet ge aan anderen uw frisheid afstaan, Uw jaren offeren aan een ongenadig mensstylusHooglied 1:8, Hooglied 6:1, Hooglied 1:8, Hooglied 6:1, Hooglied 6:910Verrijken zich vreemden met uw vermogen, En komt uw zuurverdiend loon in het huis van een ander.stylusPsalmen 45:2, Psalmen 45:2, Filippenzen 2:9, Filippenzen 2:11, Psalmen 45:1711Dan slaat ge ten slotte aan ‘t jammeren, En moet ge, als heel uw lichaam op is, bekennen:stylusDaniël 7:9, Openbaring 1:14, Hooglied 7:5, Hooglied 5:2, Efeziërs 1:2112Hoe heb ik toch de tucht kunnen haten, En de vermaning in de wind kunnen slaan?stylusHooglied 4:1, Hooglied 1:15, Hooglied 4:1, Hooglied 1:15, Hebreeën 4:1313Waarom heb ik niet geluisterd naar hen, die mij onderwezen, Geen aandacht geschonken aan hen, die mij leerden?stylusHooglied 1:10, Hooglied 1:10, Hooglied 6:2, Hooglied 2:1, Hooglied 6:214Nu hebben mij haast alle rampen getroffen Midden in de kring van mijn volk!stylusExodus 24:10, Exodus 24:10, Jesaja 54:11, Jesaja 54:11, Exodus 28:2015Drink water uit uw eigen bron, Een koele dronk uit uw eigen putstylus1 Koningen 4:33, Openbaring 1:15, Openbaring 1:16, 1 Koningen 4:33, Openbaring 1:1516Zoudt ge úw wellen over de rand laten stromen, Uw watergolven over de straten?stylusPsalmen 45:2, Psalmen 45:2, Hooglied 7:9, Hooglied 7:9, Hooglied 2:1617Néén, u alleen behoren zij toe, Niet aan vreemden nevens u.stylus18Houd dus uw bron voor u zelf, En geniet van de vrouw uwer jeugd:stylus19Die aanminnige hinde, Die bevallige gems; Haar borsten mogen u ten allen tijde bevredigen. Aan haar liefde moogt ge u voortdurend bedwelmen.stylus20Waarom, mijn zoon, zoudt ge u aan een vreemde te buiten gaan, De boezem strelen van een onbekende?stylus21Voor de ogen van Jahweh liggen de wegen van iedereen open, Hij let op de paden van allen:stylus22De boze wordt in zijn eigen wandaden verstrikt, In de banden van zijn zonden gevangen;stylus23Zijn losbandigheid brengt hem om het leven, Door zijn vele dwaasheden komt hij om.stylus