1Drenk mij met de kussen van uw mond; Want uw liefde is zoeter dan wijn.stylus1 Kronieken 6:60, Jeremia 32:7, Jeremia 32:9, 2 Kronieken 36:21, Jeremia 11:212Heerlijk is de geur van uw balsem, Uw naam is het kostbaarst aroom. Daarom hebben de meisjes u lief.stylusMicha 1:1, Jeremia 1:11, Jona 1:1, Jeremia 1:4, 1 Koningen 13:203Neem mij mede, laat ons vluchten; Want de koning heeft mij in zijn vertrekken gebracht! Wij willen juichen, in u ons verblijden, Uw liefde roemen, hoger dan wijn, Terecht beminnen zij u!stylus2 Kronieken 36:5, 2 Kronieken 36:8, 2 Koningen 23:34, Jeremia 39:2, 2 Kronieken 36:54Wel ben ik donker, Maar toch nog schoon, Jerusalems dochters: Als de tenten van Kedar, De paviljoenen van Sjalma.stylusEzechiël 3:16, Ezechiël 3:16, Ezechiël 1:3, Ezechiël 1:3, Jeremia 1:25Let er niet op, dat ik zwart ben, En van de zon ben verbrand; Want de zonen van mijn moeder waren boos op mij, En lieten mij de wijngaarden bewaken….Maar mijn eigen wijngaard bewaakte ik niet!stylusPsalmen 139:16, Psalmen 139:16, Jesaja 49:1, Jesaja 49:1, Galaten 1:156Bericht mij toch, mijn zielsbeminde, Waar ge uw kudde laat weiden, Waar ge ze in de middag laat rusten? Want waarom zou ik gaan zwerven Bij de kudden uwer vrienden?stylusExodus 4:10, Exodus 4:16, Exodus 6:12, Exodus 4:10, Exodus 4:167Als ge het niet weet, Schoonste der vrouwen, Volg dan het spoor van de kudde, En hoed uw geiten Bij de tenten der herders.stylusMarcus 16:15, Marcus 16:16, Marcus 16:15, Marcus 16:16, Ezechiël 3:278Met het span van Farao’s wagens Vergelijk ik u, liefste;stylusJozua 1:5, Jozua 1:5, Jozua 1:9, Jozua 1:9, Jesaja 51:79Hoe bekoorlijk uw wangen tussen de hangers, Uw hals in de snoeren.stylusLucas 21:15, Lucas 21:15, Exodus 4:11, Exodus 4:12, Exodus 4:1110Gouden hangers laten we u maken, Met plaatjes van zilver.stylusJeremia 31:28, Jeremia 31:28, 2 Korintiërs 10:4, 2 Korintiërs 10:5, 2 Korintiërs 10:411Zolang de koning in zijn harem verbleef, Straalde mijn nardus haar geur.stylusAmos 7:8, Amos 7:8, Amos 8:2, Amos 8:2, Zacharia 5:212Want mijn beminde is mij een bundeltje mirre, Dat op mijn boezem blijft rusten;stylusEzechiël 12:28, Ezechiël 12:28, Ezechiël 12:25, Ezechiël 12:25, Ezechiël 12:2213Mijn beminde is mij een cyper-tros, Van Engédi’s gaarden.stylusEzechiël 11:3, Ezechiël 11:7, Ezechiël 11:3, Ezechiël 11:7, Genesis 41:3214Wat zijt ge verrukkelijk, mijn liefste, Uw ogen zijn duiven.stylusJesaja 41:25, Jeremia 4:6, Jeremia 10:22, Jeremia 6:1, Jesaja 41:2515Wat zijt ge verrukkelijk schoon, mijn beminde Ons rustbed is in het groen!stylusJeremia 4:16, Jeremia 25:9, Jeremia 9:11, Jeremia 43:10, Jeremia 4:1616De binten van ons paleis zijn ceders, Onze wanden cypressen.stylusJeremia 7:9, Jeremia 19:4, Jeremia 7:9, Jeremia 19:4, Handelingen 7:41