Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Richteren Hoofdstuk 8

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
RICHTEREN

Richteren 8

1Maar nu zeiden de Efraïmieten tot hem: Wat is dat voor een manier van doen tegenover ons, dat ge ons niet hebt opgeroepen, toen ge Midjan gingt bestrijden? En ze voeren heftig tegen hem uit.
2 Samuël 19:41, 2 Samuël 19:41, Richteren 12:1, Richteren 12:6, Richteren 12:1
2Doch hij zeide tot hen: Wat heb ik dan meer gedaan dan gij? Is Efraïms nalezing niet meer waard dan Abiézers oogst?
Jakobus 3:13, Jakobus 3:18, Richteren 6:11, Richteren 6:34, Jakobus 1:19
3In uw handen heeft God Oreb en Zeëb, de aanvoerders der Midjanieten, geleverd. Wat heb ik dan meer kunnen doen, dan gij hebt gedaan? Toen hij zo had gesproken, bedaarde hun verstoordheid op hem.
Spreuken 15:1, Spreuken 15:1, Richteren 7:24, Richteren 7:25, Richteren 7:24
4Vermoeid en hongerig kwam Gedeon met zijn drie honderd gezellen bij de Jordaan, en trok die over.
Galaten 6:9, Hebreeën 12:1, Hebreeën 12:4, 2 Korintiërs 4:16, Galaten 6:9
5Hij zei toen tot de bewoners van Soekkot: Geef toch wat brood aan de mannen, die me volgen; want ze zijn uitgeput, en ik moet de midjanietische koningen Zébach en Salmoenna nog achtervolgen.
Genesis 33:17, Genesis 33:17, Psalmen 60:6, Psalmen 60:6, 1 Samuël 25:18
6Maar de overheden van Soekkot zeiden: Hebt ge soms Zébach en Salmoenna al in uw macht, dat wij aan uw leger brood zouden geven?
1 Koningen 20:11, 1 Koningen 20:11, Genesis 37:25, Genesis 25:13, Spreuken 18:23
7Toen sprak Gedeon: Waarachtig, als Jahweh mij Zébach en Salmoenna heeft overgeleverd, zal ik uw vlees komen dorsen met dorens uit de woestijn en met distels.
Richteren 7:15, Richteren 7:15
8Vandaar trok hij verder naar Penoeël, en deed aan de burgers van Penoeël hetzelfde verzoek. Zij gaven hem hetzelfde antwoord als de bewoners van Soekkot.
Genesis 32:30, Genesis 32:31, 1 Koningen 12:25, Genesis 32:30, Genesis 32:31
9Hij sprak dan ook tot de inwoners van Penoeël: Als ik in vrede terugkeer, haal ik deze toren omver.
Richteren 8:17, 1 Koningen 22:27, 1 Koningen 22:28, Richteren 8:17, 1 Koningen 22:27
10Intussen waren Zébach en Salmoenna met hun leger van ongeveer vijftien duizend man te Karkor gekomen. Het was alles wat er was overgebleven van het hele leger der stammen uit het oosten; honderdtwintig duizend man, die het zwaard hanteerden, waren gevallen.
Richteren 7:12, Richteren 7:12, Richteren 20:17, Richteren 20:35, Richteren 20:2
11Gedeon trok dus op in de richting der tentbewoners, ten oosten van Nóbach en Jogbeha, en versloeg het leger, dat zich in veiligheid waande.
Numeri 32:35, Numeri 32:42, Numeri 32:35, Numeri 32:42, Richteren 18:27
12Zébach en Salmoenna namen de vlucht, maar hij zette ze na, nam de beide midjanietische koningen Zébach en Salmoenna gevangen, en bracht heel het leger in verwarring.
Psalmen 83:11, Psalmen 83:11, Jozua 10:16, Jozua 10:18, Jozua 10:22
13Toen Gedeon, de zoon van Joasj, van de strijd terugkeerde langs de hoogte van Chéres,
14nam hij een jongen, een van de inwoners van Soekkot, gevangen, die op zijn verzoek hem de overheden van Soekkot en zijn oudsten opschreef, zeven en zeventig man.
Richteren 1:24, Richteren 1:25, 1 Samuël 30:11, 1 Samuël 30:15, Richteren 1:24
15En bij de burgers van Soekkot gekomen, sprak hij: Hier zijn nu Zébach en Salmoenna, om wie gij mij honend gezegd hebt: "Hebt ge soms Zébach en Salmoenna al in uw macht, dat wij uw uitgeputte mannen brood zouden geven?"
Richteren 8:6, Richteren 8:7, Richteren 8:6, Richteren 8:7
16En hij greep de oudsten der stad, nam dorens uit de woestijn en distels, en tuchtigde de inwoners van Soekkot er mee.
Richteren 8:7, Richteren 8:7, Ezra 2:6, Micha 7:4, Spreuken 19:29
17Ook de toren van Penoeël haalde hij omver, en doodde de burgers der stad.
Richteren 8:9, Richteren 8:9, 1 Koningen 12:25, 1 Koningen 12:25
18Daarna vroeg hij aan Zébach en Salmoenna: Wat waren dat voor mannen, die ge op de Tabor vermoord hebt? Ze zeiden: Ze leken op u; ze zagen er uit als koningszonen.
Richteren 4:6, Richteren 4:6, Psalmen 89:12, Judas 1:16, Psalmen 12:2
19Hij riep uit: Dan waren het mijn broeders, de zonen van mijn moeder! Zowaar Jahweh leeft: hadt gij hen in het leven gelaten, dan had ik ook u niet gedood!
20En hij zei tot Jéter, zijn eerstgeborene: Vooruit, sla ze dood! Maar de jongen durfde zijn zwaard niet trekken; hij was bang, omdat hij nog een jongen was.
1 Samuël 15:33, Jozua 10:24, Psalmen 149:9, 1 Samuël 15:33, Jozua 10:24
21Toen zeiden Zébach en Salmoenna: Kom zelf ons neerslaan, want zoals de man, zo is ook zijn kracht. En Gedeon stond op, en doodde Zébach en Salmoenna; de maantjes, die aan de nekken hunner kamelen hingen, nam hij voor zich.
Psalmen 83:11, Psalmen 83:11, Jesaja 3:18, Richteren 8:26, Jesaja 3:18
22Nu spraken de Israëlieten tot Gedeon: Heers over ons, gij zowel als uw zoon en uw kleinzoon; want gij hebt ons uit de hand van Midjan bevrijd.
1 Samuël 8:5, Johannes 6:15, Richteren 9:8, Richteren 9:15, 1 Samuël 12:12
23Maar Gedeon gaf hun ten antwoord: Niet ik zal over u heersen, en mijn zoon evenmin, doch Jahweh zal over u heersen!
Jesaja 33:22, Jesaja 33:22, 1 Samuël 12:12, 1 Samuël 12:12, 1 Samuël 10:19
24Maar Gedeon ging voort: Toch wilde ik u iets vragen. Laat ieder van u uit zijn buit mij een ring geven. Want omdat het Ismaëlieten waren, hadden ze gouden ringen gedragen.
Genesis 25:13, Genesis 25:13, Genesis 37:28, Genesis 37:25, Genesis 37:28
25Ze antwoordden: Die geven we u graag. Zij spreidden een mantel uit, en ieder wierp er een ring uit zijn buit op.
26Het gewicht der ringen, waarom hij gevraagd had, bedroeg zeventien honderd sikkels in goud, behalve de maantjes, oorbellen en purperen gewaden, die de koningen van Midjan hadden gedragen, met de ketens aan de nekken hunner kamelen.
Esther 8:15, Johannes 19:5, Openbaring 18:12, Openbaring 18:16, Johannes 19:2
27Hiervan liet Gedeon een efod maken, die hij in zijn stad Ofra plaatste. Daar pleegde heel Israël er ontucht mee, en zij werd ook een valstrik voor Gedeon en zijn huis.
Richteren 17:5, Psalmen 106:39, Richteren 18:14, Richteren 17:5, Psalmen 106:39
28Zo werd Midjan voor de Israëlieten vernederd, en stak het hoofd niet meer op. En het land genoot gedurende veertig jaar rust, al de tijd, dat Gedeon nog leefde.
Richteren 5:31, Richteren 5:31, Richteren 3:11, Richteren 3:11, Psalmen 83:9
29Toen Jeroebbáal, de zoon van Joasj, naar huis was gegaan, bleef hij daar wonen.
Richteren 7:1, Richteren 6:32, Richteren 7:1, Richteren 6:32, Nehemia 5:14
30Gedeon had zeventig zonen, uit zijn lenden ontsproten; want hij had vele vrouwen.
Richteren 9:5, Richteren 9:2, Richteren 9:5, Richteren 9:2, Deuteronomium 17:17
31Bovendien baarde ook zijn bijzit, die hij te Sikem had, hem een zoon, dien hij Abimélek noemde.
Richteren 9:18, Genesis 16:15, Richteren 9:1, Richteren 9:5, Genesis 20:2
32Gedeon, de zoon van Joasj, stierf in hoge ouderdom, en werd begraven in het graf van zijn vader Joasj, in Ofra van Abiézer.
Genesis 25:8, Genesis 25:8, Genesis 15:15, Job 5:26, Richteren 6:24
33Toen Gedeon gestorven was, begonnen de Israëlieten weer ontuchtig achter de Báals te lopen, en kozen zich Báal-Berit tot God.
Richteren 9:46, Richteren 9:4, Richteren 2:19, Richteren 9:46, Richteren 9:4
34De Israëlieten dachten niet meer aan Jahweh, hun God, die hen verlost had van al hun vijanden, die hen omringden;
Psalmen 78:42, Psalmen 78:42, Psalmen 78:11, Psalmen 78:11, Psalmen 106:21
35evenmin waren ze het huis van Jeroebbáal of Gedeon erkentelijk voor al het goede, dat hij voor Israël had gedaan.
Richteren 9:16, Richteren 9:19, Prediker 9:14, Prediker 9:15, Richteren 9:5

Andere Boeken

RichterenRuth1 Samuël+

Andere Boeken

RichterenHfst. 8
Ruth1 Samuël2 Samuël1 Koningen2 Koningen
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward