Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Richteren Hoofdstuk 9

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
RICHTEREN

Richteren 9

1Nu begaf Abimélek, de zoon van Jeroebbáal, zich naar Sikem, naar de verwanten van zijn moeder, en sprak tot hen en tot heel het geslacht van zijn familie van moederskant:
Richteren 8:31, Richteren 8:31, Psalmen 83:2, Psalmen 83:4, Psalmen 83:2
2Dit moet ge al de burgers van Sikem eens duidelijk zeggen: "Wat is beter voor u, dat al de zeventig zonen van Jeroebbáal over u heersen, of dat één man u regeert? En denkt daarbij, dat ik van uw gebeente en vlees ben."
Richteren 8:30, Genesis 29:14, Richteren 8:30, Genesis 29:14, Hebreeën 2:14
3In die geest spraken dus zijn verwanten van moederskant openlijk tot de burgers van Sikem, die wat voor Abimélek begonnen te voelen. Want ze dachten: Hij is onze broeder.
Genesis 29:15, Genesis 29:15, Psalmen 10:3, Spreuken 1:11, Spreuken 1:14
4Ze gaven hem uit de tempel van Báal-Berit zeventig zilveren sikkels, waarvoor Abimélek enige leeglopers en vlegels huurde, die hem volgden.
Richteren 8:33, Richteren 8:33, 2 Kronieken 13:7, Richteren 11:3, Handelingen 17:5
5Toen trok hij op naar het huis van zijn vader te Ofra, en vermoordde op één steen al zijn zeventig broers, Jeroebbáals zonen. Jotam alleen, de jongste zoon van Jeroebbáal, bleef over, daar hij zich verborgen had.
2 Koningen 11:1, 2 Koningen 11:2, 2 Koningen 11:1, 2 Koningen 11:2, 2 Kronieken 21:4
6Nu kwamen alle burgers van Sikem en heel Bet-Millo bijeen, en riepen Abimélek tot koning uit bij de eik van de gedenksteen, die te Sikem was.
2 Samuël 5:9, 2 Samuël 5:9, 1 Koningen 12:25, 2 Koningen 12:20, 1 Koningen 12:1
7Toen men dit aan Jotam had bericht, ging hij op de top van de berg Gerizzim staan, en riep met luider stem: Luistert naar mij, burgers van Sikem, opdat God luistere naar u!
Deuteronomium 11:29, Deuteronomium 11:29, Deuteronomium 27:12, Johannes 4:20, Deuteronomium 27:12
8Eens gingen de bomen op weg, om zich een koning te zalven. En ze zeiden tot de olijf: Wees koning over ons!
Richteren 8:22, Richteren 8:23, 2 Koningen 14:9, Daniël 4:10, Daniël 4:18
9Maar de olijf antwoordde: Zou ik ophouden, mijn olie te geven, die God en mens in mij waarderen, en boven de bomen gaan zweven?
Exodus 29:7, Exodus 29:2, 1 Koningen 19:15, 1 Koningen 19:16, Handelingen 10:38
10Toen zeiden de bomen tot de vijg: Kom, wees gij dan koning over ons!
11Maar de vijgeboom antwoordde: Zou ik dan ophouden, mijn zoetigheden en heerlijke vrucht te geven, en boven de bomen gaan zweven?
Lucas 13:6, Lucas 13:7, Lucas 13:6, Lucas 13:7
12Daarop zeiden de bomen tot de wijnstok: Kom, wees gij koning over ons!
13Maar de wijnstok antwoordde: Zou ik dan ophouden, mijn most te geven, die God en mensen verblijdt, en boven de bomen gaan zweven?
Psalmen 104:15, Prediker 10:19, Psalmen 104:15, Prediker 10:19, Numeri 15:5
14Nu zeiden alle bomen tot de doornstruik: Welnu dan, wees gij koning over ons!
2 Koningen 14:9, 2 Koningen 14:9
15En de doornstruik gaf aan de bomen ten antwoord: Zo ge mij werkelijk over u tot koning wilt zalven, dan moogt ge onder mijn schaduw vluchten; zo niet, dan zal er een vuur van de doornstruik uitgaan, om de ceders van de Libanon te verteren.
Jesaja 30:2, Jesaja 30:2, Hosea 14:7, Richteren 9:20, Jesaja 2:13
16Nu dan: hebt ge soms eerlijk en billijk gehandeld, door Abimélek tot koning te verheffen; hebt ge goed gehandeld ten opzichte van Jeroebbáal en zijn huis; hebt ge hem vergolden naar zijn werken?
Richteren 8:35, Richteren 8:35
17Mijn vader heeft voor u gestreden, zijn leven voor u veil gehad, en u uit de hand van Midjan verlost;
Romeinen 5:8, Richteren 8:4, Richteren 8:10, Richteren 7:1, Richteren 7:25
18maar gij zijt heden opgestaan tegen het huis van mijn vader, hebt zijn zeventig zonen op één steen gedood, en Abimélek, den zoon zijner slavin, tot koning over de burgers van Sikem aangesteld, enkel omdat hij uw broeder is!
Richteren 9:5, Richteren 9:6, Richteren 9:5, Richteren 9:6, Richteren 9:14
19Zo ge heden eerlijk en billijk gehandeld hebt met Jeroebbáal en zijn huis, dan moogt ge u in Abimélek verheugen, en hij mag zich verheugen in u.
Jesaja 8:6, Jesaja 8:6, Filippenzen 3:3, Jakobus 4:16, Filippenzen 3:3
20Zo niet, dan moge er een vuur van Abimélek uitgaan, om Sikems burgers en Bet-Millo te verteren, en een vuur van Sikems burgers en Bet-Millo uitgaan, om Abimélek te verslinden.
Richteren 9:15, Richteren 9:15, Richteren 9:56, Richteren 9:57, 2 Kronieken 20:22
21Daarop maakte Jotam zich uit de voeten, en vluchtte weg naar Beër, waar hij buiten het bereik van zijn broer Abimélek bleef wonen.
Numeri 21:16, Numeri 21:16, 2 Samuël 20:14, Jozua 19:8, 2 Samuël 20:14
22Nadat Abimélek drie jaar zijn macht over Israël had uitgeoefend,
23zond God een geest van tweedracht tussen Abimélek en de burgers van Sikem, en de burgers van Sikem werden Abimélek ontrouw,
Jesaja 33:1, Jesaja 33:1, Jesaja 19:14, Jesaja 19:14, Jesaja 19:2
24opdat de gewelddaad tegen de zeventig zonen van Jeroebbáal en hun bloed zou neerkomen op Abimélek, hun broer, die hen vermoord had, en op de burgers van Sikem, die hem hadden geholpen, zijn broers te vermoorden.
1 Koningen 2:32, 1 Koningen 2:32, Esther 9:25, Psalmen 7:16, Esther 9:25
25De burgers van Sikem legden hem hinderlagen op de toppen der bergen, en beroofden een ieder, die op weg hen voorbijging. Dit werd Abimélek meegedeeld.
Jozua 8:12, Jozua 8:13, Spreuken 1:11, Spreuken 1:12, Jozua 8:12
26Toen dan ook Gáal, de zoon van Ébed, met zijn broers naar Sikem was overgelopen, stelden de burgers van Sikem hun vertrouwen op hem.
Genesis 13:8, Genesis 19:7, Genesis 13:8, Genesis 19:7
27Eens gingen ze naar buiten het veld in, om de druiven te oogsten en te persen, en feest te vieren; daarna gingen ze de tempel van hun god binnen, aten en dronken, en vervloekten Abimélek.
Richteren 9:4, Richteren 9:4, Lucas 17:26, Lucas 17:29, Daniël 5:23
28En Gáal, de zoon van Ébed, sprak: Wie is Abimélek, en wat is Sikem daarentegen, dat wij hem zouden dienen? Heeft de zoon van Jeroebbáal met zijn bevelhebber Zeboel zelf niet de mannen van Hemor, Sikems vader, gediend? Wat zouden wij hem dan dienstbaar zijn?
Genesis 34:2, Genesis 34:2, 1 Samuël 25:10, Genesis 34:6, 1 Samuël 25:10
29Gaf men mij maar eens de macht over dit volk, dan zou ik Abimélek wel doen verdwijnen. Ik zou Abimélek zeggen: Breng een groot leger op de been, en kom maar eens op.
2 Samuël 15:4, 2 Samuël 15:4, Romeinen 1:30, Romeinen 1:31, 1 Koningen 20:11
30Toen Zeboel, de bevelhebber der stad, vernam, wat Gáal, de zoon van Ébed, gezegd had, ontstak hij in woede.
31Hij zond boden naar Abimélek in Aroema met de boodschap: Gáal, de zoon van Ébed, en zijn broers zijn naar Sikem overgelopen, en hitsen de stad tegen u op.
32Breek dus vannacht nog op met de mannen, die bij u zijn, en leg u in hinderlaag in het veld;
Spreuken 1:11, Spreuken 1:16, Spreuken 4:16, Job 24:14, Job 24:17
33dan kunt ge morgenvroeg bij zonsopgang een aanval doen op de stad. En wanneer hij dan met zijn volk tegen u uittrekt, kunt ge met hem naar omstandigheden handelen.
1 Samuël 10:7, 1 Samuël 10:7, Prediker 9:10, Prediker 9:10, Leviticus 25:26
34Abimélek brak dus op in de nacht met al het volk, dat hem volgde, en ze legden zich in vier groepen in hinderlaag tegenover Sikem.
35Gáal, de zoon van Ébed, was juist naar buiten gekomen, en stond bij de ingang der stadspoort, toen Abimélek en de mannen, die hem vergezelden, uit de hinderlaag te voorschijn kwamen.
36Gáal, de zoon van Ébed, bemerkte dat volk, en zei tot Zeboel: Kijk, daar daalt volk van de bergtoppen af. Maar Zeboel zeide hem: Ge ziet de schaduw der bergen voor mannen aan.
Marcus 8:24, Ezechiël 7:7, Marcus 8:24, Ezechiël 7:7
37Maar Gáal hernam: Zie, daar komt volk van de navel van het land naar beneden, en nog een andere troep van de kant van de Wichelaarseik.
Deuteronomium 18:14, Deuteronomium 18:14
38Nu sprak Zeboel tot hem: Waar is nu uw grote mond, waarmee ge gepocht hebt: Wie is Abimélek, dat wij hem zouden dienen? Daar is nu het volk, dat gij veracht hebt. Trek nu maar op, en bestrijd het.
Richteren 9:28, Richteren 9:29, Richteren 9:28, Richteren 9:29, 2 Samuël 2:26
39Zo trok Gáal aan de spits van Sikems burgers uit, en streed tegen Abimélek.
40Maar Abimélek joeg hem op de vlucht; hij ontkwam, doch er vielen veel doden tot bij de ingang der poort.
1 Koningen 20:18, 1 Koningen 20:21, 1 Koningen 20:30, 1 Koningen 20:18, 1 Koningen 20:21
41Daarop keerde Abimélek naar Aroema terug, terwijl Zeboel Gáal en zijn broers uit Sikem verdreef, zodat ze er niet konden blijven.
Richteren 9:30, Richteren 9:28, Richteren 9:30, Richteren 9:28
42De volgende morgen ging het volk het veld in, en dit werd Abimélek meegedeeld.
43Deze nam zijn mannen, splitste ze in drie groepen, en legde zich in hinderlaag op het veld; en toen hij het volk uit de stad zag komen, overviel hij hen en sloeg ze neer.
44Abimélek zelf deed met de troep, die hem volgde, een aanval, en hield stand bij de ingang der stadspoort, terwijl de beide andere groepen zich richtten tegen allen, die in het veld waren, en ze in de pan hakten.
Galaten 5:15, Richteren 9:15, Richteren 9:20, Galaten 5:15, Richteren 9:15
45Heel die dag door bleef Abimélek de stad bestormen, totdat hij de stad had veroverd. Hij doodde het volk, dat er in was, verwoestte de stad, en bestrooide haar met zout.
2 Koningen 3:25, 2 Koningen 3:25, Deuteronomium 29:23, Deuteronomium 29:23, Jakobus 2:13
46Op het bericht hiervan gingen de burgers van de Toren van Sikem naar de grote zaal van de tempel van El-Berit.
Richteren 8:33, Richteren 8:33, Richteren 9:4, Richteren 9:4, Jesaja 28:15
47Toen men nu Abimélek meedeelde, dat al de burgers van de Toren van Sikem bijeen waren,
48ging Abimélek met al zijn mannen de berg Salmon op, greep een bijl, hakte een boomtak af, tilde hem op zijn schouders, en sprak tot zijn metgezellen: Doet vlug, wat ge mij ziet doen!
Psalmen 68:14, Psalmen 68:14, Richteren 7:17, Richteren 7:18, Spreuken 1:11
49Allen hakten eveneens takken af, volgden Abimélek, stapelden ze op tegen de grote zaal, en staken daarmee de zaal in brand. Zo vonden ook alle bewoners van de Toren van Sikem, ongeveer duizend mannen en vrouwen, de dood.
Richteren 9:20, Jakobus 3:16, Galaten 5:15, Richteren 9:15, Richteren 9:20
50Vervolgens trok Abimélek naar Tebes, dat hij belegerde en innam.
51Daar stond in het midden der stad een versterkte toren, waarheen alle burgers der stad, zowel mannen als vrouwen, de wijk namen, er zich in opsloten, en het dak van de toren beklommen.
52Abimélek drong door tot de toren en belegerde hem. Reeds was hij tot de toegang van de toren genaderd, om hem in brand te steken,
Richteren 9:48, Richteren 9:49, 2 Koningen 14:10, 2 Koningen 15:16, Richteren 9:48
53toen een vrouw een molensteen op Abiméleks hoofd gooide, die hem de schedel verbrijzelde.
2 Samuël 11:21, 2 Samuël 11:21, Job 31:3, Job 31:3, Richteren 9:20
54Snel riep hij zijn schildknaap, en zei hem: Trek uw zwaard en steek me dood, opdat men niet zal kunnen zeggen: een vrouw heeft hem gedood. En zijn schildknaap stak hem dood.
1 Samuël 31:4, 1 Samuël 31:5, 1 Samuël 31:4, 1 Samuël 31:5
55Toen de Israëlieten nu zagen, dat Abimélek gestorven was, gingen ze allen naar huis.
1 Koningen 22:35, 1 Koningen 22:36, 2 Samuël 18:16, Spreuken 22:10, 2 Samuël 20:21
56Zo vergold God het kwaad, dat Abimélek zijn vader had aangedaan, door zijn zeventig broeders te doden,
Psalmen 94:23, Psalmen 94:23, Spreuken 5:22, Richteren 9:24, Spreuken 5:22
57en liet God ook al het kwaad der inwoners van Sikem op hun eigen hoofd neerkomen. Zo werd de vervloeking van Jotam, den zoon van Jeroebbáal, aan hen vervuld.
Richteren 9:20, Richteren 9:20, Richteren 9:45, 1 Koningen 16:34, Jozua 6:26

Andere Boeken

RichterenRuth1 Samuël+

Andere Boeken

RichterenHfst. 9
Ruth1 Samuël2 Samuël1 Koningen2 Koningen
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward