34
De Israëlieten dachten niet meer aan Jahweh, hun God, die hen verlost had van al hun vijanden, die hen omringden;
compare_arrows
Vergelijk Vertalingen
Statenvertaling (Apocriefe)
DutSVVAEn de kinderen Israëls dachten niet aan den Heere, hun God, Die hen gered had van de hand van al hun vijanden van rondom.
Canisius 1939Primary
NlCanisius1939De Israëlieten dachten niet meer aan Jahweh, hun God, die hen verlost had van al hun vijanden, die hen omringden;





