1Vroeg in de morgen brak Jeroebbáal of Gedeon op met al het volk, dat bij hem was, en legerde zich te En-Charod, terwijl het kamp van Midjan ten noorden lag in de vlakte, aan de voet van de heuvel van More.stylusRichteren 6:32, Richteren 6:32, Genesis 12:6, Prediker 9:10, Genesis 12:62Jahweh sprak tot Gedeon: Het volk, dat bij u is, is zo talrijk, dat Ik hùn Midjan niet wil overleveren. Israël mocht zich eens tegen Mij willen beroemen en zeggen: Eigen macht heeft me bevrijd!stylusDeuteronomium 8:17, Deuteronomium 8:17, 1 Korintiërs 1:27, 1 Korintiërs 1:29, 1 Korintiërs 1:273Kondig dus ten aanhoren van het volk af: Wie bevreesd en bang is, kere terug. En Gedeon schiftte hen, zodat er van het volk twee en twintig duizend terugkeerden, en er tien duizend overbleven.stylusDeuteronomium 20:8, Deuteronomium 20:8, Openbaring 17:14, Openbaring 17:14, Lucas 14:254Maar Jahweh sprak tot Gedeon: Nog is er te veel volk. Laat ze omlaag gaan naar het water, dan zal Ik ze daar voor u keuren. Van wie Ik u zeggen zal, dat hij met u mee mag, die ga met u mee; maar iedereen van wie Ik u zeg, dat hij niet mee mag, die ga niet mee.stylusPsalmen 33:16, Psalmen 33:16, 1 Samuël 16:7, 1 Samuël 16:7, Job 23:105Toen hij het volk dus naar het water had laten afdalen, sprak Jahweh tot Gedeon: Wie als honden met hun tong uit het water lekken, moet ge afzonderlijk houden; eveneens die op hun knieën hurken, om uit hun handen te drinken.stylus6En het aantal van hen, die met hun tong het water oplekten, bedroeg drie honderd man, terwijl heel de rest van het volk op de knieën hurkte, om uit hun hand water te drinken.stylus7Nu sprak Jahweh tot Gedeon: Door deze drie honderd man, die lekten, zal Ik u redden en u Midjan in handen leveren; al de anderen kunnen naar huis gaan.stylus1 Samuël 14:6, 1 Samuël 14:6, Jesaja 41:14, Jesaja 41:16, Jesaja 41:148Daarop nam Gedeon het volk de kruiken af, die ze bij zich droegen met de trompetten, en zond alle Israëlieten weg naar hun tent; alleen de drie honderd man hield hij bij zich. Terwijl dus het kamp van Midjan beneden hem lag in de vallei,stylusJozua 6:4, Numeri 10:9, Leviticus 23:24, Richteren 6:33, Leviticus 25:99sprak Jahweh die nacht tot hem: Sta op, en ruk af op het kamp; want Ik zal het u overleveren.stylusRichteren 3:28, Handelingen 18:9, Handelingen 18:10, Genesis 46:2, Genesis 46:310En als ge soms bang zijt, er op af te rukken, ga dan eerst zelf met uw knecht Poera naar het kamp,stylusExodus 4:10, Exodus 4:14, Richteren 4:8, Richteren 4:9, Exodus 4:1011en luister naar wat ze vertellen; dan zult ge u sterker voelen, om af te rukken op het kamp. Hij ging dus met zijn knecht Poera naar de voorposten van de strijdmacht, die in het kamp was gelegerd.stylusEfeziërs 6:10, Efeziërs 6:10, 1 Samuël 23:16, Ezra 6:22, Filippenzen 4:1312De Midjanieten, de Amalekieten en al de stammen uit het oosten, die in de vlakte lagen, waren talrijk als sprinkhanen, terwijl hun kamelen ontelbaar waren als de zandkorrels aan het strand van de zee.stylusRichteren 8:10, Richteren 6:5, Richteren 8:10, Richteren 6:5, Richteren 6:313Toen Gedeon naderbij kwam, was juist een man begonnen, zijn kameraad een droom te vertellen. Hij zeide: Ik heb een droom gehad. Een rond gerstebrood rolde het kamp van Midjan in, raakte de tent, stootte ze omver, en deed ze ineenvallen; daar lag de tent.stylus1 Korintiërs 1:27, Richteren 4:9, Richteren 3:15, Richteren 6:15, Richteren 3:3114Zijn kameraad antwoordde: Dat kan enkel het zwaard van Gedeon beduiden, den zoon van Joasj, den Israëliet! God heeft hem Midjan en heel het kamp overgeleverd.stylusJozua 2:9, Jozua 2:9, Numeri 24:10, Numeri 24:13, Job 1:1015Toen Gedeon het verhaal van de droom en de verklaring ervan had gehoord, wierp hij zich ter aarde neer. Daarna keerde hij terug naar het kamp van Israël, en zei: Maakt u gereed; want Jahweh heeft u de legerplaats der Midjanieten overgeleverd.stylus2 Korintiërs 10:4, 2 Korintiërs 10:6, 2 Korintiërs 10:4, 2 Korintiërs 10:6, Genesis 40:816Hij verdeelde de drie honderd man in drie troepen, en gaf allen trompetten in hun handen en lege kruiken, met fakkels er in.stylus2 Korintiërs 4:7, 2 Korintiërs 4:717En hij sprak hen toe: Doet, wat ge mij ziet doen! Wanneer ik aan de grens van het kamp ben gekomen, doet dan juist eender als ik.stylus1 Korintiërs 11:1, 1 Korintiërs 11:1, Mattheüs 16:24, Richteren 9:48, 1 Petrus 5:318Wanneer ik met mijn troep op de trompet ga blazen, dan moet ook gij allen het hele kamp rond op uw trompetten blazen, en roepen: Voor Jahweh en Gedeon!stylus2 Kronieken 20:15, 2 Kronieken 20:17, 1 Samuël 17:47, 2 Kronieken 20:15, 2 Kronieken 20:1719Bij het begin der middelste nachtwake, juist toen men de wachten had uitgezet, ging Gedeon met de honderd man, die hem vergezelden, naar de grens van het kamp; daar bliezen ze op de trompetten en sloegen de kruiken, die ze in de hand hadden, stuk.stylusExodus 14:24, Psalmen 2:9, Mattheüs 25:6, Richteren 7:16, 1 Tessalonicenzen 5:220Nu bliezen ook de drie troepen op de trompetten, sloegen de kruiken stuk, grepen met hun linkerhand de fakkels, met de rechter de trompetten om te blazen, en schreeuwden: Voor Jahweh en Gedeon!stylusJesaja 27:13, Jesaja 27:13, 1 Korintiërs 15:52, 2 Korintiërs 4:7, 1 Korintiërs 15:5221Ofschoon allen rond het kamp op hun plaats bleven staan, kwam heel de legerplaats in opschudding, en zocht men luid schreeuwend zijn heil in de vlucht.stylusSpreuken 28:1, 2 Koningen 7:6, 2 Koningen 7:7, Spreuken 28:1, 2 Koningen 7:622De drie honderd mannen bleven maar op de trompetten blazen, doch Jahweh keerde in heel het kamp het zwaard van den een tegen den ander, zodat het leger naar Bet-Hassjitta vluchtte, in de richting van Séred, tot aan de oever van Abel-Mechola tegenover Tabbat.stylus1 Koningen 4:12, 1 Koningen 4:12, 2 Kronieken 20:23, 1 Koningen 19:16, Jozua 6:2023Nu verzamelden zich de Israëlieten uit Neftali, Aser en heel Manasse, en achtervolgden Midjan,stylusRichteren 6:35, Richteren 6:35, 1 Samuël 14:21, 1 Samuël 14:22, 1 Samuël 14:2124terwijl Gedeon boden zond door heel het bergland van Efraïm met het bevel: Komt af, de Midjanieten tegemoet, en snijdt hun de wateren af van de Jordaan tot Bet-Bara toe. En heel Efraïm liep te hoop, en bezette de wateren tot Bet-Bara toe.stylusRichteren 3:27, Richteren 3:28, Filippenzen 1:27, Johannes 1:28, Richteren 12:525Bovendien namen ze de twee aanvoerders der Midjanieten, Oreb en Zeëb, gevangen; Oreb doodden ze op de rots Oreb, en Zeëb in de wijnpers Zeëb. Daarna zetten ze de achtervolging van Midjan voort, maar de hoofden van Oreb en Zeëb brachten ze naar Gedeon aan de overzijde van de Jordaan.stylusJesaja 10:26, Jesaja 10:26, Richteren 8:3, Richteren 8:4, Richteren 8:3