Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Numeri Hoofdstuk 5

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
NUMERI

Numeri 5

1Jahweh sprak tot Moses:
2Beveel de Israëlieten, dat zij alle melaatsen, allen die aan vloeiing lijden, en allen, die zich aan een lijk verontreinigd hebben, uit het kamp verwijderen.
Leviticus 13:46, Leviticus 21:1, Leviticus 13:46, Leviticus 21:1, Numeri 12:14
3Zowel mannen als vrouwen moet ge buiten het kamp sturen, opdat ze hun kamp, waar Ik te midden van hen woon, niet verontreinigen.
Deuteronomium 23:14, Deuteronomium 23:14, Leviticus 26:11, Leviticus 26:12, Leviticus 26:11
4De Israëlieten deden het, en zonden ze buiten het kamp; zoals Jahweh het Moses bevolen had, voerden de Israëlieten het uit.
5Jahweh sprak tot Moses:
6Zeg aan de Israëlieten: Wanneer een man of vrouw een zonde tegen den evenmens begaat, waardoor hij zich aan Jahweh vergrijpt en schuld op zich laadt,
Leviticus 5:1, Leviticus 5:4, Leviticus 5:1, Leviticus 5:4, Leviticus 5:14
7dan moeten zij de zonde, die ze hebben begaan, bekennen, de volle waarde van het ontvreemde vergoeden, het vijfde gedeelte er aan toevoegen, en het teruggeven aan wien het ontvreemd werd.
Leviticus 5:5, Leviticus 5:5, Leviticus 26:40, Jozua 7:19, Leviticus 26:40
8Wanneer die man geen losser heeft, aan wien het ontvreemde kan worden teruggegeven, dan moet het ontvreemde aan Jahweh worden vergoed, en met den ram der verzoening aan den priester worden gegeven, die verzoening voor hem verkrijgt.
Leviticus 6:6, Leviticus 6:7, Leviticus 6:6, Leviticus 6:7, Leviticus 7:7
9Bovendien zullen alle heilige cijnzen, die de Israëlieten aan Jahweh brengen, den priester behoren.
Exodus 29:28, Leviticus 6:17, Leviticus 6:18, Deuteronomium 18:3, Deuteronomium 18:4
10Ook de gewijde zaken, die iemand aan den priester geeft, zullen voor dezen zijn.
Leviticus 10:13, Leviticus 10:13
11Jahweh sprak tot Moses:
12Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer een vrouw zich heeft misdragen en aan haar man ontrouw is geweest,
Numeri 5:19, Numeri 5:20, Numeri 5:19, Numeri 5:20, Spreuken 2:16
13doordat een andere man gemeenschap met haar heeft gehad, maar het voor haar man verborgen is gebleven, daar zij zich in het geheim heeft bezoedeld, en er ook geen getuige tegen haar opstaat, daar zij niet op heterdaad is betrapt;
Leviticus 18:20, Leviticus 18:20, Leviticus 20:10, Leviticus 20:10, Spreuken 30:20
14of wanneer de man jaloers wordt, zodat hij zijn vrouw gaat verdenken, die zich inderdaad heeft bezoedeld: of wanneer hij jaloers wordt, zodat hij zijn vrouw gaat verdenken, ofschoon zij zich niet heeft bezoedeld:
Hooglied 8:6, Spreuken 6:34, Hooglied 8:6, Spreuken 6:34, 1 Korintiërs 10:22
15dan moet die man zijn vrouw voor den priester leiden. Hij moet voor haar een tiende efa gerst als haar offergave brengen, maar er geen olie over uitgieten en er geen wierook aan toe voegen; want het is een spijsoffer der jaloersheid, een herinneringsoffer, dat zonde doet gedenken.
Ezechiël 29:16, Ezechiël 29:16, Leviticus 5:11, 1 Koningen 17:18, Leviticus 5:11
16De priester moet haar naar voren doen komen, om haar voor het aanschijn van Jahweh te plaatsen.
Openbaring 2:22, Openbaring 2:23, Leviticus 1:3, Jeremia 17:10, Hebreeën 13:4
17Dan moet de priester heilig water in een aarden vat nemen, wat stof van de vloer van de tabernakel rapen, en dat in het water doen.
Exodus 30:18, Exodus 30:18, Johannes 8:6, Johannes 8:6, Klaagliederen 3:29
18Vervolgens moet de priester de vrouw voor het aanschijn van Jahweh plaatsen, haar hoofdhaar losmaken en het spijsoffer ter herinnering in haar handen leggen: het is een spijsoffer van ijverzucht. En terwijl de priester het bittere vloekwater in de hand houdt,
Prediker 7:26, Numeri 5:22, 1 Korintiërs 11:6, Openbaring 10:9, Openbaring 10:10
19zal hij de vrouw bezweren en tot haar zeggen: Zo geen man gemeenschap met u heeft gehad, zo ge u niet misdragen en bezoedeld hebt, sinds ge uw man behoort, zult ge door dit bittere vloekwater niet worden gedeerd!
Romeinen 7:2, Numeri 5:12, Romeinen 7:2, Numeri 5:12, Mattheüs 26:63
20Maar wanneer ge u misdragen en bezoedeld hebt, sinds ge uw man behoort, doordat een andere man dan de uwe gemeenschap met u heeft gehad,
Numeri 5:12, Numeri 5:12
21—nu zal de priester over de vrouw de vervloeking uitspreken en tot de vrouw zeggen—"dan zal Jahweh u tot een vloek en een verwensing maken onder uw volk, door uw heup te doen invallen en uw buik te doen zwellen.
Jozua 6:26, Nehemia 10:29, 1 Samuël 14:24, Jozua 6:26, Nehemia 10:29
22Dit vloekwater zal in uw binnenste dringen, om uw buik te doen zwellen en uw heup te doen invallen!" En de vrouw moet antwoorden: Amen, Amen!
Psalmen 109:18, Psalmen 109:18, Psalmen 72:19, Johannes 3:3, Spreuken 1:31
23Dan moet de priester deze vervloekingen op een blad schrijven, ze in het bittere vloekwater uitwissen,
Jesaja 43:25, Jeremia 51:60, Jeremia 51:64, Handelingen 3:19, 1 Korintiërs 16:21
24om het die vrouw te laten drinken, zodat het bittere vloekwater in haar binnenste dringt.
Maleachi 3:5, Zacharia 5:3, Zacharia 5:4, Maleachi 3:5, Zacharia 5:3
25Daarna moet de priester het spijsoffer van jaloersheid uit de hand van de vrouw nemen, het Jahweh als strekoffer aanbieden en naar het altaar brengen;
Leviticus 8:27, Leviticus 8:27, Numeri 5:15, Exodus 29:24, Numeri 5:18
26dan moet de priester van het spijsoffer een handvol als reukoffer nemen, en op het altaar in rook doen opgaan. Tenslotte zal hij de vrouw het water laten drinken.
Leviticus 2:2, Leviticus 2:2, Leviticus 5:12, Leviticus 2:9, Leviticus 5:12
27Heeft hij haar het water doen drinken, dan zal, zo zij zich bezoedeld heeft en haar man ontrouw is geweest, haar buik zwellen en haar heup invallen, zodra het bittere vloekwater in haar binnenste dringt, en die vrouw zal een vloek worden onder haar volk.
Jeremia 29:18, Jeremia 42:18, Jeremia 29:18, Jeremia 42:18, Zacharia 8:13
28Maar zo die vrouw zich niet heeft bezoedeld, doch rein is, dan blijft ze ongedeerd, en wordt met kinderen gezegend.
Psalmen 113:9, Micha 7:7, Micha 7:10, 2 Korintiërs 4:17, 1 Petrus 1:7
29Dit is dus de wet op de jaloersheid: Wanneer een vrouw zich heeft misdragen en bezoedeld, sinds ze aan haar man behoort,
Numeri 5:19, Numeri 5:19, Numeri 5:12, Numeri 5:12, Leviticus 15:32
30of wanneer een man jaloers wordt, en hij zijn vrouw gaat verdenken, dan zal hij zijn vrouw voor het aanschijn van Jahweh plaatsen, en de priester zal heel deze wet op haar toepassen.
31De man zal dan vrij zijn van schuld, maar de vrouw zal haar schuld moeten boeten.
Leviticus 20:10, Leviticus 20:10, Romeinen 2:8, Romeinen 2:9, Romeinen 2:8

Andere Boeken

NumeriDeuteronomiumJozua+

Andere Boeken

NumeriHfst. 5
DeuteronomiumJozuaRichterenRuth1 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward