Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Numeri Hoofdstuk 22

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
NUMERI

Numeri 22

1Daarna trokken de Israëlieten verder, en legerden zich in de velden van Moab, aan de overkant van de Jordaan bij Jericho.
Jozua 3:16, Numeri 32:19, Numeri 34:15, Deuteronomium 1:5, Deuteronomium 34:1
2Maar Balak, de zoon van Sippor, had alles gezien, wat Israël de Amorieten had berokkend.
Richteren 11:25, Richteren 11:25, Numeri 21:20, Numeri 21:35, Numeri 21:20
3En Moab werd zeer bevreesd voor het volk, omdat het heel talrijk was; en vol angst voor de Israëlieten
Exodus 15:15, Exodus 15:15, Jesaja 23:5, Jesaja 23:5, Jozua 2:10
4sprak Moab tot de oudsten van Midjan: Die zwerm zal nog heel de omtrek kaal vreten, zoals het rund de velden afgraast. Daarom zond Balak, de zoon van Sippor, die toen koning van Moab was,
Numeri 25:15, Numeri 25:18, Numeri 31:8, Numeri 25:15, Numeri 25:18
5gezanten naar Balaäm, den zoon van Beor, te Petor aan de Rivier in het land van zijn volksgenoten, om hem te ontbieden. Ze moesten zeggen: Daar is een volk uit Egypte getogen, dat het land overdekt, en zich vlak naast mij heeft genesteld.
Deuteronomium 23:4, Deuteronomium 23:4, Micha 6:5, Jozua 24:9, Micha 6:5
6Kom dus, en vervloek mij dat volk; want het is mij te machtig. Misschien kan ik het dan verslaan, en het uit het land verdrijven; want ik weet: Wien gij zegent, is gezegend, en wien gij vervloekt, is vervloekt.
Numeri 24:9, Numeri 24:9, Numeri 23:7, Numeri 23:8, Numeri 23:7
7De oudsten van Moab en Midjan gingen dus op weg, en namen het waarzeggersloon met zich mee. Ze kwamen bij Balaäm aan, en brachten hem het verzoek van Balak over.
1 Samuël 9:7, 1 Samuël 9:8, Micha 3:11, 1 Samuël 9:7, 1 Samuël 9:8
8Hij gaf hun ten antwoord: Blijft vannacht hier; dan deel ik u de beslissing mee, die Jahweh mij ingeeft. De vorsten van Moab bleven dus bij Balaäm overnachten.
Numeri 22:19, Numeri 22:20, Ezechiël 33:31, Numeri 12:6, Numeri 23:12
9Nu verscheen God aan Balaäm, en sprak: Wie zijn deze mannen, die bij u overnachten?
Genesis 20:3, Genesis 20:3, Numeri 22:20, Numeri 22:20, Genesis 41:25
10Balaäm zeide tot God: Balak, de zoon van Sippor, de koning van Moab, heeft mij laten berichten:
11Daar is een volk uit Egypte getogen, dat het land overdekt. Kom dus, en vervloek het voor mij; misschien kan ik het dan overwinnen en verdrijven.
12Maar God sprak tot Balaäm: Gij moogt niet met hen meegaan, en dat volk niet vervloeken; want het is gezegend.
Deuteronomium 23:5, Efeziërs 1:3, Deuteronomium 23:5, Efeziërs 1:3, Romeinen 11:29
13Daarom zei Balaäm de volgende morgen tot de vorsten van Balak: Gaat terug naar uw land; want Jahweh wil mij niet toestaan, met u mee te gaan.
Deuteronomium 23:5, Numeri 22:14, Deuteronomium 23:5, Numeri 22:14
14De vorsten van Moab vertrokken dus, kwamen bij Balak aan, en zeiden: Balaäm heeft geweigerd, met ons mee te gaan.
Numeri 22:37, Numeri 22:13, Numeri 22:37, Numeri 22:13
15Toen zond Balak opnieuw vorsten, talrijker en aanzienlijker nog dan de eersten.
Handelingen 10:7, Handelingen 10:8, Numeri 22:7, Numeri 22:8, Handelingen 10:7
16Ook dezen kwamen bij Balaäm aan, en zeiden tot hem: Zo spreekt Balak, de zoon van Sippor! Laat u toch niet weerhouden, tot mij te komen;
17want ik zal u vorstelijk belonen, en al wat gij mij zegt, zal ik doen. Kom slechts, en vervloek mij dat volk.
Numeri 24:11, Numeri 24:11, Esther 5:11, Deuteronomium 16:9, Numeri 22:6
18Maar Balaäm antwoordde de dienaren van Balak: Al gaf Balak mij zijn huis vol zilver en goud, ik kan het bevel van Jahweh, mijn God, niet overtreden, in het kleine noch in het grote.
Numeri 24:13, Numeri 24:13, 1 Koningen 22:14, 2 Kronieken 18:13, 1 Koningen 22:14
19Maar blijft ook gij vannacht hier; dan zal ik weten, wat Jahweh mij verder beveelt.
Judas 1:11, Judas 1:11, 1 Timotheüs 6:9, 1 Timotheüs 6:10, 2 Petrus 2:3
20En God verscheen Balaäm des nachts, en sprak tot hem: Zo die mannen gekomen zijn, om u te ontbieden, ga dan met hen mee; maar doe slechts, wat Ik u zeg!
Numeri 24:13, Numeri 23:12, Numeri 23:26, Numeri 24:13, Numeri 23:12
21Balaäm maakte zich dus in de morgen gereed, zadelde zijn ezelin, en ging met de vorsten van Moab mee.
Spreuken 1:15, Spreuken 1:16, Spreuken 1:15, Spreuken 1:16
22Toch was God vergramd dat hij ging. Daarom plaatste een engel van Jahweh zich op de weg, om hem tegen te houden, terwijl hij vergezeld van twee dienaren op zijn ezelin kwam aangereden.
Numeri 22:32, Exodus 4:24, Numeri 22:32, Exodus 4:24, Klaagliederen 2:4
23Toen de ezelin den engel van Jahweh met het getrokken zwaard in de hand op de weg zag staan, week de ezelin van de weg af, en ging het veld in. Balaäm sloeg de ezelin, om haar weer op de weg terug te brengen.
Judas 1:11, Judas 1:11, 1 Korintiërs 1:27, 1 Korintiërs 1:29, 2 Petrus 2:16
24Nu plaatste de engel zich op een smal pad, dat tussen de wijngaarden liep, en aan weerskanten een muur had.
25Toen de ezelin den engel van Jahweh zag, drong zij zich tegen de muur, en knelde de voet van Balaäm tegen de muur; hij sloeg haar opnieuw.
Job 5:13, Job 5:15, Jesaja 47:12, Job 5:13, Job 5:15
26Daarna ging de engel van Jahweh verder, en plaatste zich op een nauw punt, waar geen gelegenheid was, om naar rechts of links uit te wijken.
Hosea 2:6, Jesaja 26:11, Hosea 2:6, Jesaja 26:11
27Toen de ezelin den engel van Jahweh zag, ging ze onder Balaäm liggen. Balaäm werd kwaad, en ranselde de ezelin met een stok.
Spreuken 14:16, Spreuken 14:16, Jakobus 1:19, Jakobus 1:19, Spreuken 27:3
28Maar nu opende Jahweh de bek van de ezelin, en ze zei tegen Baläam: Wat heb ik u toch gedaan, dat ge me nu voor de derde maal slaat?
2 Petrus 2:16, 2 Petrus 2:16, Lucas 1:37, Lucas 1:37, Exodus 4:11
29Balaäm antwoordde de ezelin: Omdat ge mij voor de gek houdt; had ik een zwaard in mijn hand, dan sloeg ik je dood.
Spreuken 12:10, Spreuken 12:10, Mattheüs 15:19, Mattheüs 15:19, Spreuken 12:16
30De ezelin vervolgde tot Balaäm: Ben ik niet uw ezelin, waarop ge van jongsaf rijdt tot de dag van vandaag; ben ik gewoon, mij zo tegenover u te gedragen? Hij antwoordde: Neen.
2 Petrus 2:16, 2 Petrus 2:16, 1 Korintiërs 1:27, 1 Korintiërs 1:28, 1 Korintiërs 1:27
31Toen opende Jahweh de ogen van Balaäm, zodat hij den engel van Jahweh op de weg zag staan met het getrokken zwaard in zijn hand; hij wierp zich neer, en boog zich met zijn aangezicht ter aarde.
Genesis 21:19, Genesis 21:19, Handelingen 26:18, Lucas 24:16, Lucas 24:31
32De engel van Jahweh sprak tot hem: Waarom slaat gij uw ezelin nu al voor de derde maal? Zie, ik ben uitgetrokken, om u tegen te houden; want uw tocht is tegen mijn wil.
Spreuken 28:18, Numeri 22:22, Handelingen 13:10, Spreuken 28:18, Numeri 22:22
33De ezelin heeft mij bespeurd, en is drie maal voor mij uitgeweken; had ze het niet gedaan, dan had ik u gedood, maar haar in leven gelaten.
1 Koningen 13:24, 1 Koningen 13:28, Numeri 16:33, Numeri 16:35, Numeri 14:37
34Toen zei Balaäm tot den engel van Jahweh: Ik heb gezondigd; ik wist immers niet, dat gij op de weg voor mij stondt. Als het u dus niet behaagt, keer ik terug.
Job 34:31, Job 34:32, Job 34:31, Job 34:32, 2 Samuël 12:13
35Maar de engel van Jahweh zei tot Balaäm: Ga met die mannen mee, doch spreek slechts, wat Ik u zeg. Toen ging Balaäm met de vorsten van Balak mee.
Jesaja 37:26, Jesaja 37:29, Numeri 22:20, Numeri 22:21, Psalmen 81:12
36Zodra Balak hoorde, dat Balaäm in aantocht was, trok hij hem tegemoet tot Ar-Moab, dat aan de Arnon ligt, aan de uiterste grens van het land.
Handelingen 28:15, Jesaja 16:2, Jeremia 48:20, Handelingen 28:15, Jesaja 16:2
37En Balak zei tot Balaäm: Heb ik u niet dringend laten ontbieden? Waarom kwaamt ge dan niet naar mij toe? Gij dacht zeker, dat ik u niet genoeg kon belonen.
Numeri 24:11, Numeri 24:11, Johannes 5:44, Johannes 5:44, Lucas 4:6
38Maar Balaäm antwoordde Balak: Zie, ik ben tot u gekomen, maar ik zal geen ander woord kunnen spreken, dan Jahweh mij in de mond legt!
Spreuken 19:21, Numeri 22:18, Spreuken 19:21, Numeri 22:18, Numeri 23:16
39Balaäm ging met Balak verder, en zij kwamen te Kirjat-Choesot.
40Daar offerde Balak runderen en schapen, en liet er van aan Balaäm brengen en aan de vorsten, die hem vergezelden.
Numeri 23:14, Numeri 23:14, Spreuken 1:16, Spreuken 1:16, Genesis 31:54
41De volgende morgen nam Balak Balaäm met zich mee, en deed hem Bamot-Báal bestijgen, vanwaar hij het volk tot de uiterste rijen kon overzien.
Numeri 23:13, Numeri 23:13, 2 Kronieken 11:15, Deuteronomium 12:2, Numeri 25:2

Andere Boeken

NumeriDeuteronomiumJozua+

Andere Boeken

NumeriHfst. 22
DeuteronomiumJozuaRichterenRuth1 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward