Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Numeri Hoofdstuk 20

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
NUMERI

Numeri 20

1Toen in de eerste maand heel de gemeenschap der Israëlieten in de woestijn Sin was gekomen, vestigde het volk zich te Kadesj. Daar stierf Mirjam, en werd zij begraven.
Numeri 13:21, Numeri 13:21, Exodus 15:20, Numeri 33:36, Exodus 15:20
2Eens toen de gemeenschap geen water had, liep men tegen Moses en Aäron te hoop.
Numeri 16:19, Numeri 16:19, Numeri 16:42, Numeri 16:42, Exodus 15:23
3Het volk zocht twist met Moses, en zei: Ach, waren we maar gestorven, toen onze broeders omkwamen voor het aanschijn van Jahweh!
Exodus 17:2, Exodus 17:2, Numeri 16:31, Numeri 16:35, Numeri 14:1
4Waarom hebt gij de gemeente van Jahweh naar deze woestijn gevoerd, om ons hier met ons vee te doen omkomen!
Exodus 17:3, Exodus 17:3, Exodus 5:21, Numeri 11:5, Psalmen 106:21
5Waarom hebt gij ons uit Egypte geleid, om ons naar deze dorre streek te brengen, waar geen plek is, om te zaaien, waar geen vijg is, geen wijnstok of granaat, zelfs geen water om te drinken!
Numeri 16:14, Numeri 16:14, Jeremia 2:6, Ezechiël 20:36, Deuteronomium 8:15
6Toen liepen Moses en Aäron van de gemeente weg naar de ingang van de openbaringstent, en vielen op hun aangezicht neer. De heerlijkheid van Jahweh verscheen hun,
Numeri 14:5, Numeri 14:5, Numeri 16:22, Numeri 16:4, Numeri 16:19
7en Jahweh sprak tot Moses:
8Neem de staf, en roep met uw broeder Aäron de gemeenschap bijeen, en gebied in hun bijzijn de rots, water te geven. Gij moet voor hen water uit de rots doen vloeien, en de gemeente en haar vee te drinken geven.
Exodus 4:17, Exodus 4:17, Exodus 17:5, Exodus 17:6, Exodus 17:5
9Moses nam dus de staf voor het aanschijn van Jahweh weg, zoals Hij hem bevolen had,
Numeri 17:10, Numeri 17:10
10riep met Aäron de gemeente bijeen voor de rots en sprak tot haar: Luistert, rebellen! Kunnen wij wel uit deze rots voor u water doen vloeien!
Psalmen 106:32, Psalmen 106:33, Psalmen 106:32, Psalmen 106:33, Deuteronomium 9:24
11Daarbij hief Moses zijn hand op, en sloeg twee maal met zijn staf op de rots; toen vloeide er water in overvloed uit, zodat de gemeenschap met haar vee kon drinken.
1 Korintiërs 10:4, 1 Korintiërs 10:4, Exodus 17:6, Exodus 17:6, Deuteronomium 8:15
12Maar Jahweh sprak tot Moses en Aäron: Omdat gij Mij niet hebt geloofd, en Mij voor de ogen van de Israëlieten niet als heilig behandeld hebt, zult gij deze gemeente niet binnenleiden in het land, dat Ik hun heb geschonken.
Deuteronomium 1:37, Deuteronomium 1:37, Ezechiël 36:23, Ezechiël 36:23, Numeri 27:14
13Dit is het water van Meriba, waar de Israëlieten met Jahweh hebben getwist, en Hij Zich aan hen als heilig toonde.
Exodus 17:7, Psalmen 95:8, Exodus 17:7, Psalmen 95:8, Deuteronomium 33:8
14Van Kadesj uit zond Moses gezanten naar den koning van Edom met de boodschap: Zo spreekt uw broeder Israël! Gij kent alle wederwaardigheden, die wij hebben ondervonden.
Richteren 11:16, Richteren 11:17, Richteren 11:16, Richteren 11:17, Deuteronomium 23:7
15Onze vaderen zijn naar Egypte getrokken, en wij hebben lange tijd in Egypte gewoond. Maar de Egyptenaren hebben ons evenals onze vaderen mishandeld.
Deuteronomium 26:6, Exodus 12:40, Genesis 46:6, Deuteronomium 26:6, Exodus 12:40
16Wij hebben tot Jahweh geroepen, en Hij heeft ons gehoord, en zijn engel gezonden, om ons uit Egypte te leiden. Nu zijn wij in Kadesj, een stad aan de grens van uw gebied,
Exodus 14:19, Exodus 14:19, Exodus 23:20, Exodus 33:2, Exodus 23:20
17en wij zouden graag door uw land trekken. Wij zullen niet door uw velden en wijngaarden gaan, en geen water drinken uit uw putten, maar de koninklijke weg blijven houden, zonder rechts of links af te wijken, zolang wij door uw gebied trekken.
Deuteronomium 2:27, Deuteronomium 2:27, Numeri 21:1, Numeri 21:22, Numeri 21:24
18Maar Edom gaf hem ten antwoord: Gij moogt er bij mij niet door; anders trek ik u met het zwaard tegemoet.
19De Israëlieten drongen bij hem aan: Wij zullen de gebaande wegen houden, en mocht ik of mijn vee van uw water drinken, dan zal ik daarvoor betalen. Het heeft toch niets te betekenen, dat ik te voet er doorheen trek.
Deuteronomium 2:28, Deuteronomium 2:28, Deuteronomium 2:6, Deuteronomium 2:6, Exodus 12:38
20Hij antwoordde: Ge komt er niet door! En Edom trok hem met veel volk en sterk gewapend tegemoet.
Amos 1:11, Richteren 11:17, Amos 1:11, Richteren 11:17, Richteren 11:20
21Daar Edom dus aan Israël de doortocht weigerde door zijn gebied, moest Israël om hem heen trekken.
Richteren 11:18, Richteren 11:18, Deuteronomium 2:29, Deuteronomium 2:29, Deuteronomium 2:4
22Toen heel de gemeenschap der Israëlieten van Kadesj was opgetrokken, bereikten zij de berg Hor.
Numeri 20:14, Numeri 20:1, Numeri 21:4, Numeri 20:14, Numeri 20:1
23En op de berg Hor, aan de grens van het land van Edom, sprak Jahweh tot Moses en Aäron:
Numeri 33:37, Numeri 33:37
24Aäron zal bij zijn volk worden verzameld; want hij zal het land, dat Ik de Israëlieten heb gegeven, niet binnengaan, omdat gij beiden u bij het water van Meriba tegen mijn bevel hebt verzet.
Genesis 25:8, Genesis 25:8, Deuteronomium 32:50, Deuteronomium 32:50, 2 Kronieken 34:28
25Neem Aäron en zijn zoon Elazar met u mee, en laat ze de berg Hor bestijgen.
Numeri 33:38, Numeri 33:39, Numeri 33:38, Numeri 33:39
26Ontdoe Aäron van zijn gewaden, en bekleed er zijn zoon Elazar mee. Dan zal Aäron daar bij zijn volk worden verzameld en daar sterven.
Numeri 20:24, Numeri 20:24, Exodus 29:29, Exodus 29:30, Hebreeën 7:23
27Moses deed, wat Jahweh hem had bevolen, en ten aanschouwen van heel de gemeenschap bestegen zij de berg Hor.
28Moses ontdeed Aäron van zijn gewaden, en bekleedde er zijn zoon Elazar mee. En Aäron stierf daar op de top van de berg. Toen Moses en Elazar van de berg afdaalden,
Deuteronomium 10:6, Deuteronomium 10:6, Exodus 29:29, Exodus 29:30, Exodus 29:29
29en heel de gemeenschap zag, dat Aäron gestorven was, beweende heel het huis van Israël Aäron dertig dagen lang.
Deuteronomium 34:8, Deuteronomium 34:8, Handelingen 8:2, 2 Kronieken 35:24, 2 Kronieken 35:25
30

Andere Boeken

NumeriDeuteronomiumJozua+

Andere Boeken

NumeriHfst. 20
DeuteronomiumJozuaRichterenRuth1 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward