1Toen in de eerste maand heel de gemeenschap der Israëlieten in de woestijn Sin was gekomen, vestigde het volk zich te Kadesj. Daar stierf Mirjam, en werd zij begraven.stylusNumeri 13:21, Numeri 13:21, Exodus 15:20, Numeri 33:36, Exodus 15:202Eens toen de gemeenschap geen water had, liep men tegen Moses en Aäron te hoop.stylusNumeri 16:19, Numeri 16:19, Numeri 16:42, Numeri 16:42, Exodus 15:233Het volk zocht twist met Moses, en zei: Ach, waren we maar gestorven, toen onze broeders omkwamen voor het aanschijn van Jahweh!stylusExodus 17:2, Exodus 17:2, Numeri 16:31, Numeri 16:35, Numeri 14:14Waarom hebt gij de gemeente van Jahweh naar deze woestijn gevoerd, om ons hier met ons vee te doen omkomen!stylusExodus 17:3, Exodus 17:3, Exodus 5:21, Numeri 11:5, Psalmen 106:215Waarom hebt gij ons uit Egypte geleid, om ons naar deze dorre streek te brengen, waar geen plek is, om te zaaien, waar geen vijg is, geen wijnstok of granaat, zelfs geen water om te drinken!stylusNumeri 16:14, Numeri 16:14, Jeremia 2:6, Ezechiël 20:36, Deuteronomium 8:156Toen liepen Moses en Aäron van de gemeente weg naar de ingang van de openbaringstent, en vielen op hun aangezicht neer. De heerlijkheid van Jahweh verscheen hun,stylusNumeri 14:5, Numeri 14:5, Numeri 16:22, Numeri 16:4, Numeri 16:197en Jahweh sprak tot Moses:stylus8Neem de staf, en roep met uw broeder Aäron de gemeenschap bijeen, en gebied in hun bijzijn de rots, water te geven. Gij moet voor hen water uit de rots doen vloeien, en de gemeente en haar vee te drinken geven.stylusExodus 4:17, Exodus 4:17, Exodus 17:5, Exodus 17:6, Exodus 17:59Moses nam dus de staf voor het aanschijn van Jahweh weg, zoals Hij hem bevolen had,stylusNumeri 17:10, Numeri 17:1010riep met Aäron de gemeente bijeen voor de rots en sprak tot haar: Luistert, rebellen! Kunnen wij wel uit deze rots voor u water doen vloeien!stylusPsalmen 106:32, Psalmen 106:33, Psalmen 106:32, Psalmen 106:33, Deuteronomium 9:2411Daarbij hief Moses zijn hand op, en sloeg twee maal met zijn staf op de rots; toen vloeide er water in overvloed uit, zodat de gemeenschap met haar vee kon drinken.stylus1 Korintiërs 10:4, 1 Korintiërs 10:4, Exodus 17:6, Exodus 17:6, Deuteronomium 8:1512Maar Jahweh sprak tot Moses en Aäron: Omdat gij Mij niet hebt geloofd, en Mij voor de ogen van de Israëlieten niet als heilig behandeld hebt, zult gij deze gemeente niet binnenleiden in het land, dat Ik hun heb geschonken.stylusDeuteronomium 1:37, Deuteronomium 1:37, Ezechiël 36:23, Ezechiël 36:23, Numeri 27:1413Dit is het water van Meriba, waar de Israëlieten met Jahweh hebben getwist, en Hij Zich aan hen als heilig toonde.stylusExodus 17:7, Psalmen 95:8, Exodus 17:7, Psalmen 95:8, Deuteronomium 33:814Van Kadesj uit zond Moses gezanten naar den koning van Edom met de boodschap: Zo spreekt uw broeder Israël! Gij kent alle wederwaardigheden, die wij hebben ondervonden.stylusRichteren 11:16, Richteren 11:17, Richteren 11:16, Richteren 11:17, Deuteronomium 23:715Onze vaderen zijn naar Egypte getrokken, en wij hebben lange tijd in Egypte gewoond. Maar de Egyptenaren hebben ons evenals onze vaderen mishandeld.stylusDeuteronomium 26:6, Exodus 12:40, Genesis 46:6, Deuteronomium 26:6, Exodus 12:4016Wij hebben tot Jahweh geroepen, en Hij heeft ons gehoord, en zijn engel gezonden, om ons uit Egypte te leiden. Nu zijn wij in Kadesj, een stad aan de grens van uw gebied,stylusExodus 14:19, Exodus 14:19, Exodus 23:20, Exodus 33:2, Exodus 23:2017en wij zouden graag door uw land trekken. Wij zullen niet door uw velden en wijngaarden gaan, en geen water drinken uit uw putten, maar de koninklijke weg blijven houden, zonder rechts of links af te wijken, zolang wij door uw gebied trekken.stylusDeuteronomium 2:27, Deuteronomium 2:27, Numeri 21:1, Numeri 21:22, Numeri 21:2418Maar Edom gaf hem ten antwoord: Gij moogt er bij mij niet door; anders trek ik u met het zwaard tegemoet.stylus19De Israëlieten drongen bij hem aan: Wij zullen de gebaande wegen houden, en mocht ik of mijn vee van uw water drinken, dan zal ik daarvoor betalen. Het heeft toch niets te betekenen, dat ik te voet er doorheen trek.stylusDeuteronomium 2:28, Deuteronomium 2:28, Deuteronomium 2:6, Deuteronomium 2:6, Exodus 12:3820Hij antwoordde: Ge komt er niet door! En Edom trok hem met veel volk en sterk gewapend tegemoet.stylusAmos 1:11, Richteren 11:17, Amos 1:11, Richteren 11:17, Richteren 11:2021Daar Edom dus aan Israël de doortocht weigerde door zijn gebied, moest Israël om hem heen trekken.stylusRichteren 11:18, Richteren 11:18, Deuteronomium 2:29, Deuteronomium 2:29, Deuteronomium 2:422Toen heel de gemeenschap der Israëlieten van Kadesj was opgetrokken, bereikten zij de berg Hor.stylusNumeri 20:14, Numeri 20:1, Numeri 21:4, Numeri 20:14, Numeri 20:123En op de berg Hor, aan de grens van het land van Edom, sprak Jahweh tot Moses en Aäron:stylusNumeri 33:37, Numeri 33:3724Aäron zal bij zijn volk worden verzameld; want hij zal het land, dat Ik de Israëlieten heb gegeven, niet binnengaan, omdat gij beiden u bij het water van Meriba tegen mijn bevel hebt verzet.stylusGenesis 25:8, Genesis 25:8, Deuteronomium 32:50, Deuteronomium 32:50, 2 Kronieken 34:2825Neem Aäron en zijn zoon Elazar met u mee, en laat ze de berg Hor bestijgen.stylusNumeri 33:38, Numeri 33:39, Numeri 33:38, Numeri 33:3926Ontdoe Aäron van zijn gewaden, en bekleed er zijn zoon Elazar mee. Dan zal Aäron daar bij zijn volk worden verzameld en daar sterven.stylusNumeri 20:24, Numeri 20:24, Exodus 29:29, Exodus 29:30, Hebreeën 7:2327Moses deed, wat Jahweh hem had bevolen, en ten aanschouwen van heel de gemeenschap bestegen zij de berg Hor.stylus28Moses ontdeed Aäron van zijn gewaden, en bekleedde er zijn zoon Elazar mee. En Aäron stierf daar op de top van de berg. Toen Moses en Elazar van de berg afdaalden,stylusDeuteronomium 10:6, Deuteronomium 10:6, Exodus 29:29, Exodus 29:30, Exodus 29:2929en heel de gemeenschap zag, dat Aäron gestorven was, beweende heel het huis van Israël Aäron dertig dagen lang.stylusDeuteronomium 34:8, Deuteronomium 34:8, Handelingen 8:2, 2 Kronieken 35:24, 2 Kronieken 35:2530stylus