1Toen begon al het volk in die nacht te schreeuwen en te jammeren.stylusDeuteronomium 1:45, Deuteronomium 1:45, Numeri 11:1, Numeri 11:4, Numeri 11:12Alle Israëlieten morden tegen Moses en Aäron, en heel de gemeenschap zei tot hen: Ach, waren we toch in het land van Egypte gestorven, of omgekomen in deze woestijn!stylusExodus 15:24, Exodus 15:24, Numeri 16:41, Exodus 17:3, Numeri 16:413Waarom brengt Jahweh ons naar dit land, waar wij door het zwaard zullen vallen, en onze vrouwen en kinderen een prooi zullen worden? Is het niet beter, dat we terugkeren naar Egypte?stylusNumeri 14:31, Numeri 14:32, Numeri 14:31, Numeri 14:32, Jeremia 9:34En onder elkander spraken zij af: Laten we een aanvoerder kiezen; dan gaan we terug naar Egypte!stylusHandelingen 7:39, Handelingen 7:39, Nehemia 9:16, Nehemia 9:17, Nehemia 9:165Toen wierpen Moses en Aäron zich voor heel de verzamelde gemeenschap van Israëls kinderen neer.stylusNumeri 16:4, Numeri 16:4, Numeri 16:22, Numeri 16:22, Numeri 16:456En Josuë, de zoon van Noen, en Kaleb, de zoon van Jefoenne, die tot de verkenners van het land hadden behoord, scheurden hun kleren,stylusNumeri 13:30, Numeri 14:30, Numeri 13:30, Numeri 14:30, Genesis 37:347en riepen tot heel de gemeenschap der Israëlieten: Het land, dat wij hebben doorkruist, om het te verkennen, is buitengewoon vruchtbaar.stylusNumeri 13:27, Numeri 13:27, Deuteronomium 1:25, Deuteronomium 1:25, Deuteronomium 6:108Zo Jahweh ons genadig is, brengt Hij ons naar dit land, en geeft Hij ons een land, dat druipt van melk en honing.stylus2 Samuël 22:20, 2 Samuël 22:20, Jesaja 62:4, Numeri 13:27, Jesaja 62:49Neen, weest niet weerspannig tegen Jahweh! Ge behoeft de bewoners van het land niet te vrezen; want ze zijn onze prooi. Hun schaduw is van hen weggegleden, terwijl Jahweh ons bijstaat, vreest hen dus niet.stylusDeuteronomium 7:18, Deuteronomium 7:18, Romeinen 8:31, Deuteronomium 31:6, Romeinen 8:3110Maar reeds maakte heel de gemeenschap aanstalten om hen te stenigen, toen eensklaps de Glorie van Jahweh boven de openbaringstent aan alle Israëlieten verscheen.stylusExodus 17:4, Exodus 17:4, Leviticus 9:23, Leviticus 9:23, Exodus 16:1011En Jahweh sprak tot Moses: Hoe lang zal dit volk Mij verguizen; hoe lang zal het weigeren in Mij te geloven, ondanks alle tekenen, die Ik onder hen heb verricht?stylusPsalmen 78:32, Psalmen 106:24, Psalmen 78:32, Psalmen 106:24, Psalmen 78:2212Ik zal hen slaan met de pest, en hen uitroeien; dan maak Ik u tot een groter en machtiger volk!stylusExodus 32:10, Exodus 32:10, Numeri 16:46, Numeri 16:49, 2 Samuël 24:1213Maar Moses zeide tot Jahweh: De Egyptenaren hebben gehoord, dat Gij door uw kracht dit volk uit hun midden hebt weggevoerd.stylusPsalmen 106:23, Psalmen 106:23, Ezechiël 20:9, Exodus 32:11, Exodus 32:1414Ook de bewoners van dit land hebben vernomen, dat Gij, Jahweh, te midden van dit volk vertoeft; dat Gij, Jahweh, voor aller ogen verschijnt, en dat uw wolk boven hen staat, dat Gij in een wolkkolom overdag en des nachts in een vuurkolom voor hen uitgaat.stylusExodus 15:14, Exodus 15:14, Exodus 13:21, Exodus 13:22, Deuteronomium 5:415Wanneer Gij nu dit volk tot den laatsten man doodt, zullen de volken, die uw faam hebben gehoord, zeggen:stylusRichteren 6:16, Richteren 6:1616Omdat Jahweh niet machtig genoeg was, dit volk naar het land te brengen, dat Hij hun onder ede beloofd had, heeft Hij ze maar in de woestijn vermoord.stylusDeuteronomium 9:28, Deuteronomium 9:28, Jozua 7:9, Jozua 7:9, Jozua 7:717Toon nu, Heer, de grootheid van uw kracht, zoals Gij zelf hebt gezegd:stylusMattheüs 9:8, Micha 3:8, Mattheüs 9:6, Mattheüs 9:8, Micha 3:818Jahweh is lankmoedig en rijk aan genade. Hij vergeeft de zonden en misdaden wel maar laat ze niet ongestraft; Hij wreekt de misdaad van de vaderen op de zonen tot in het derde en vierde geslacht.stylusExodus 34:6, Exodus 34:7, Exodus 34:6, Exodus 34:7, Psalmen 145:819Ach, vergeef dan de zonde van dit volk volgens uw grote ontferming, zoals Gij dit volk vergeven hebt van Egypte tot hier toe.stylusExodus 34:9, Exodus 34:9, Psalmen 78:38, Psalmen 78:38, Psalmen 106:4520Toen sprak Jahweh: Op uw bede schenk Ik vergiffenis.stylusMicha 7:18, Micha 7:20, Micha 7:18, Micha 7:20, Psalmen 106:2321Maar, zo waarachtig Ik leef, en heel de aarde van de glorie van Jahweh vervuld is,stylusHabakuk 2:14, Habakuk 2:14, Psalmen 72:19, Psalmen 72:19, Jesaja 6:322geen van de mannen, die mijn Glorie hebben aanschouwd, en mijn tekenen, die Ik in Egypte en in de woestijn heb gewrocht, maar Mij nu voor de tiende maal tarten en niet naar mijn stem willen luisteren:stylusJob 19:3, Job 19:3, Genesis 31:7, Hebreeën 3:17, Hebreeën 3:1823geen van hen zal het land aanschouwen, dat Ik hun vaderen onder ede beloofd heb. Niemand, die Mij heeft verguisd, zal het aanschouwen,stylusNumeri 32:11, Numeri 32:11, Numeri 26:64, Numeri 26:64, Ezechiël 20:1524maar mijn dienaar Kaleb, die van een andere geest is bezield en Mij dan ook trouw is gebleven, zal Ik als beloning in het land brengen, waar hij is binnengetreden, en zijn nakomelingschap zal het bezitten.stylusNumeri 14:6, Numeri 14:9, Numeri 14:6, Numeri 14:9, Jozua 14:625Trekt morgen weer de woestijn in, de richting uit van de Rode Zee.stylusDeuteronomium 1:40, Deuteronomium 1:40, Numeri 13:29, Numeri 13:29, Spreuken 1:3126En Jahweh vervolgde tot Moses en Aäron:stylus27Hoe lang zal deze boze gemeenschap nog tegen Mij morren? Het gemor, dat de Israëlieten tegen Mij hebben aangeheven, heb Ik vernomen.stylusExodus 16:12, Exodus 16:12, 1 Korintiërs 10:10, 1 Korintiërs 10:10, Exodus 16:2828Zeg hun: Zo waar Ik leef, is de godsspraak van Jahweh! Zoals zij te mijnen aanhoren hebben gesproken, zo zal Ik met u doen.stylusNumeri 14:21, Numeri 14:21, Hebreeën 3:17, Hebreeën 3:17, Numeri 26:6429In deze woestijn zullen uw lijken vallen: allen, die van u gemonsterd zijn, allen zonder uitzondering, van twintig jaar af: omdat gij tegen Mij hebt gemord.stylusNumeri 1:45, Numeri 1:45, Numeri 26:64, Hebreeën 3:17, Numeri 26:6430Neen, gij komt het land niet binnen, dat Ik u met opgestoken hand als woonplaats beloofd heb, behalve Kaleb, de zoon van Jefoenne en Josuë, de zoon van Noen.stylusNumeri 14:38, Deuteronomium 1:36, Deuteronomium 1:38, Genesis 14:22, Numeri 26:6531Maar uw kinderen, die gij al tot een prooi hebt verklaard, zal Ik er binnenleiden, en zij zullen het land waarderen, dat gij hebt versmaad.stylusDeuteronomium 1:39, Deuteronomium 1:39, Psalmen 106:24, Psalmen 106:24, Numeri 26:6432Uw lijken zullen in deze woestijn blijven liggen,stylus1 Korintiërs 10:5, 1 Korintiërs 10:5, Numeri 14:29, Numeri 14:29, Hebreeën 3:1733en uw zonen zullen veertig jaar lang in de woestijn blijven zwerven en uw tuchteloos gedrag moeten boeten, totdat uw lijken in de woestijn zijn vergaan.stylusEzechiël 23:35, Numeri 32:13, Ezechiël 23:35, Numeri 32:13, Deuteronomium 2:1434Zoals gij veertig dagen het land hebt verkend, zo zullen zij veertig jaren uw misdaden boeten, een jaar voor iedere dag. Zo zult ge beseffen wat mijn afkeer betekent,stylusEzechiël 4:6, Ezechiël 4:6, Numeri 13:25, Numeri 13:25, Jeremia 18:935Ik, Jahweh, heb het gezegd! Zo zal Ik doen met heel deze boze gemeenschap, die tegen Mij heeft samengespannen; in deze woestijn zullen zij omkomen, daar zullen zij sterven.stylusNumeri 23:19, Numeri 23:19, 1 Korintiërs 10:5, 1 Korintiërs 10:5, Numeri 26:6536De mannen nu, die Moses had uitgezonden, om het land te verkennen, en die bij hun terugkeer heel de gemeenschap tegen Hem hadden doen morren, door praatjes over dat land te vertellen,stylusNumeri 13:31, Numeri 13:33, Numeri 13:31, Numeri 13:33, Numeri 13:437de mannen, die dergelijke lasterpraat hadden verspreid, stierven voor het aanschijn van Jahweh een plotselinge dood.stylus1 Korintiërs 10:10, Numeri 16:49, 1 Korintiërs 10:10, Numeri 16:49, Hebreeën 3:1738Van al de mannen, die het land waren gaan verkennen, bleven alleen Josuë, de zoon van Noen, en Kaleb, de zoon van Jefoenne, in leven.stylusNumeri 26:65, Jozua 14:6, Jozua 14:10, Numeri 26:65, Jozua 14:639Toen Moses dit alles aan de Israëlieten had overgebracht, werd het volk diep bedroefd.stylusExodus 33:4, Exodus 33:4, Spreuken 19:3, Mattheüs 8:12, Hebreeën 12:1740Vroeg in de volgende morgen wilden zij de top van de berg beklimmen, en riepen: Zie, we trekken al op naar de plaats, waarvan Jahweh gesproken heeft; want we hebben gezondigd!stylusDeuteronomium 1:41, Deuteronomium 1:41, Mattheüs 7:21, Mattheüs 7:23, Lucas 13:2541Maar Moses sprak: Waarom overtreedt ge Jahweh’s bevel? Het zal u niet lukken.stylus2 Kronieken 24:20, 2 Kronieken 24:20, Jeremia 32:5, Job 4:9, Jeremia 2:3742Trekt niet op; want Jahweh is niet in uw midden. Ge zult zeker door uw vijanden worden verslagen;stylusDeuteronomium 1:42, Deuteronomium 1:42, Jozua 7:8, Jozua 7:12, Jozua 7:843want de Amalekieten en Kanaänieten staan daar tegenover u. Door het zwaard zult ge vallen; want gij hebt u van Jahweh afgekeerd, en Jahweh staat u niet bij.stylus2 Kronieken 15:2, Numeri 14:25, Numeri 13:29, 2 Kronieken 15:2, Numeri 14:2544Maar ze waren vermetel genoeg, om toch de top van de berg te bestijgen, ofschoon de ark van Jahweh’s Verbond en Moses de legerplaats niet verlieten.stylusDeuteronomium 1:43, Deuteronomium 1:43, 1 Samuël 4:3, 1 Samuël 4:11, 1 Samuël 4:345Doch de Amalekieten en Kanaänieten, die op de berg woonden, kwamen naar beneden, versloegen ze, en dreven ze terug tot Chorma toe. En de Amalekieten en Kanaänieten hielden het laagland bezet.stylusNumeri 21:3, Numeri 21:3, Deuteronomium 1:44, Richteren 1:17, Deuteronomium 1:44